X VUB in rectorspect: Robert Dejaegere
Artikel gepubliceerd op 16 december 2019 om 17:17

© CAVA Universiteitsarchief, FOTO1606; Rector Robert Dejaegere, [1991-1993] / Foto door Hilde Braet

"Het rectoraat was een totaal ander leven dan dat van een prof"
Door Jade Pieters

Dat de VUB een jubileumjaar viert was je wellicht niet ontgaan. Na vijftig jaar VUB is een terugblik dan ook op z’n plaats. Een academiejaar lang spreken we met oud-rectoren die de universiteit brachten waar ze nu is. In deze aflevering is Robert Dejaegere aan de beurt. 

Robert Dejaegere was rector van 1991 tot 1994. Dejaegere, nu 86 jaar, geniet momenteel van zijn oude dag, maar zijn jaren als rector liggen hem nog steeds nauw aan het hart. 

Hoe kijkt u terug op uw rectoraat? 

Robert Dejaegere: “Het rectoraat was een totaal ander leven dan dat van een prof. Je gaf minder les, maar had ook minder verlof. Het was een toffe ervaring. Nu, ik had nooit verwacht dat ik het tot rector zou schoppen. Ik ben er uiteindelijk ingerold. Het was na de hele affaire rond rector Jean Renneboog. Hij is opgestapt, dus dan moest ik het overnemen. Maar het rectoraat blijft iets tijdelijk, dus je weet dat het nooit lang zal duren.”

Wat was uw grootste beleidspunt tijdens uw jaren als rector? 

“De VUB was een jonge universiteit en nog sterk in vorming. Het belangrijkste punt was de vrijheid. De VUB definitief loskoppelen van de ULB. Ik heb gedaan wat ik kon, maar zo onverwachts rector worden, maakte het er niet makkelijker op om een beleid uit te stippelen en uit te voeren. Na mijn rectorschap kwamen er nog grote veranderingen, maar zoals dat vaak gaat, gebeurden die veranderingen progressief. Ik probeerde ook op een progressieve manier die veranderingen door te voeren. Het was soms moeilijk om de neuzen in dezelfde richting te krijgen.”

"Het rectoraat blijft iets tijdelijk, je weet dat het nooit lang zal duren"

Tijdens uw rectorschap heeft u Nelson Mandela ontmoet, hoe was dat? 

“In 1993 kwam hij naar de VUB om een eredoctoraat in ontvangst te nemen. Eigenlijk had hij een eredoctoraat van de ULB gekregen, maar dat kon hij niet ontvangen omdat hij nog in de gevangenis zat. Daarom hadden we besloten om hem na zijn vrijlating opnieuw uit te nodigen. Toen hij op de VUB kwam, was hij nog geen president, maar wel al een belangrijk figuur. Ik heb toen de hele dag met hem doorgebracht. Hij was een heel sympathiek persoon. Nadien hebben we elkaar niet meer gezien. Hij kwam niet meer naar Brussel en ik ging ook niet naar Zuid-Afrika. We hebben wel nog eens telefonisch contact gehad.”

In onze vorige editie gaf Paul De Knop aan dat de vrijzinnigheid enorm verwaterd is. Volgt u hem? 

“Wat mij betreft niet. Vroeger was de VUB een baken van vrijzinnigheid. Mijn ouders waren niet gelovig, dus zelf ben ik ook in een vrijzinnige context opgegroeid.  En die context is er naar mijn aanvoelen nog steeds op de VUB. Dezelfde geest is er blijven bestaan. Natuurlijk kan ik er moeilijker over oordelen omdat ik minder contact heb met de VUB.”

Vindt u het jammer dat u minder contact heeft met de VUB? 

“Dat is de gang des levens. Sommige relaties verwateren nu eenmaal. Ik ben nu veel meer thuis en dat heeft ook zijn charmes. Ik ben ook niet meer van de jongste, dus dan gaat alles wat trager. Ook wat leeft binnen de VUB en de politiek volg ik niet meer zo sterk.”

Wat zijn uw plannen nog? 

“Ik zal vooral genieten van mijn oude dag (lacht).”