X De verwondering is de wereld nog niet uit
Artikel gepubliceerd op 31 maart 2020 om 13:00

© Charlotte Deprez

Ze kwam, ze zag en ze wordt opnieuw rector

Caroline Pauwels volgt zichzelf opnieuw op als rector van de VUB. Ze is de enige kandidaat voor de volgende termijn van vier jaar. Hierdoor is ze zo goed als zeker opnieuw rector. De Moeial sprak met haar over haar toekomstig beleid.

Door Jade Pieters

Nadat Caroline Pauwels afgelopen zomer vernam dat ze kanker had, verdween ze even van de radar. Toch weerhield het haar niet om zich kandidaat te stellen voor een tweede termijn als rector aan de VUB. Als enige kandidaat is het zo goed als zeker dat Pauwels zichzelf zal opvolgen. Meer focus op Europa vormt een speerpunt in haar toekomstig beleid.

U wachtte relatief lang voor u zich kandidaat stelde als rector. Hoe komt dat?

“Dat had veel te maken met de therapie die ik moest doorstaan. Bovendien moet je ook weten of je het psychologisch aankan. Uiteindelijk heb ik de balans opgemaakt en die was positief. Net omwille van mijn ziekte zie je de dingen soms veel beter. Je maakt een sterker onderscheid in wat belangrijk is en wat niet. En onderwijs is heel belangrijk voor mij.”

Wat zijn de speerpunten in uw toekomstig beleid?

“Eerst zou ik verder willen bouwen op het reeds bestaande beleid, de vier werven: de VUB moet een open, lerende, warme en verbonden organisatie worden. Dat wil zeggen: het onderzoeksverhaal meer open trekken en zorgen voor meer interdisciplinariteit, een referentieplek zijn om te studeren en te werken en verbonden zijn met de stad en de samenleving. Natuurlijk, die werven zullen nooit volledig af zijn. Maar het versterken ervan is wel belangrijk, omdat je soms tijd nodig hebt om het verhaal uit te leggen en te doen leven.”

"Onderwijs en onderzoek worden niet voldoende naar waarde geschat"

Waar komen de nieuwe accenten te liggen?

“Het omkaderen van groei. Onze universiteit groeit razendsnel. Vooral de infrastructuur lijdt hier sterk onder. Maar je kan geen gebouwen bijplaatsen op een paar jaar tijd. Dus het delen van infrastructuur is heel belangrijk.”

Op hetzelfde moment bespaart de overheid wel op het hoger onderwijs. Er wordt voor 72,6 miljoen euro aan maatregelen genomen.

“Ik ben nooit een minnaar geweest van het principe dat alle middelen van de overheid moeten komen; als universiteit moet je ook proberen je inkomsten te diversifiëren. Toch begrijp ik bepaalde keuzes in het regeerakkoord niet zo goed. Onderwijs en onderzoek worden niet voldoende naar waarde geschat, ook al zegt men naar de toekomst te willen werken. Een overheid speelt de rol die ze moet spelen, maar groei omkaderen blijft moeilijk, niet enkel door de besparingscontext.”

Naast de groei omkaderen, zou u graag meer nadruk leggen op de pioniersrol van de VUB in onderzoek. Waaraan denkt u dan?

“Wij waren bijvoorbeeld altijd pioniers in Artificial intelligence (AI). Dat is eigenlijk wel opmerkelijk, aangezien we daar geen opleiding voor hebben. AI dient meer te worden benadrukt op een positieve manier, gericht op het algemeen belang. Daarom zou ik graag AI for the common good lanceren in Brussel. Dus niet AI for the sake of AI. Daarmee bedoel ik een plaats waar onderzoekers en beleid samenkomen om technologische oplossingen te ontwikkelen en produceren.”

Met het eredoctoraat van Harari gaf u aan dat universiteiten nog te vaak in silo’s denken. Ziet u daar een oplossing voor in uw volgende termijn?

“Daarmee doel ik op de faculteiten. Nu, ik heb geen probleem met de faculteiten. Wat ik bedoel, is dat ik graag plekken wil creëren waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Dat zijn dan plekken die buiten de facultaire structuren vallen. Als je mensen met elkaar laat samenwerken, kan je zoveel mooie dingen creëren. Je kan dan wel zeggen dat er nog niet veel gebeurt om die bestaande structuren te doorbreken, maar dat is iets waar we aan werken. Maar dat interfacultaire bestaat, decanen luisteren naar elkaar en dat doet me deugd.”

"Ik wil echt een Europese universiteit zijn"


© Charlotte Deprez

In uw vorige termijn viel de nadruk sterk op Brussel, nu zou u graag meer aandacht willen vestigen op Europa.

“Klopt, ik denk dat wij een Europese universiteit zijn en dat we daar ook trots op mogen zijn. Niet omdat de andere werelddelen niet interessant zijn, maar omdat je vanuit een sterke Europese koers naar de wereld kunt kijken. Europa  zit vandaag in slechte papieren. Maar als ik kijk naar de jongeren, zie ik dat die generaties Europa net wél een goed verhaal vinden. Het is niet perfect, maar het heeft wel voordelen. Ik wil echt een Europese universiteit zijn en dan internationaliseren.”

U gaf meermaals aan dat een termijn van vier jaar te kort is voor een rector. Waarom denkt u dat?

“In mijn ogen is een termijn van vier jaar heel kort. In je eerste jaar leer je alles kennen, want er komt ontzettend veel op je af. In het tweede jaar implementeer je het beleid. En jaren drie en vier implementeer je verder. In het tweede jaren vragen ze al of je opnieuw wilt opkomen. Dat is ongelofelijk. Je komt terecht in een soort van verkiezingsmodus en dan verlies je tijd. Een mandaat van zes jaar zou veel beter zijn, maar dat is een discussie die ik met de rectoren, decanen en studenten ten gronde moet voeren.”

Wat ziet u als een van de grootste verwezenlijkingen tijdens uw rectoraat?

“Het verhaal rond Brussel. Niet enkel We.KONEKT, maar ook het onderwijs en onderzoek rond Brussel. Tijdens de campagne voor de vorige rectorverkiezingen zei iedereen dat ik moest zwijgen over Brussel. Ik vond dat onnozel (lacht). Ik wou echt voor Brussel gaan. Dat maakt het een van de grotere verwezenlijkingen. Vooral omdat ik iets had gedaan waarvan andere zeiden dat ik het niet moest doen.”

Wat was dan een van de moeilijkere beslissingen die u moest nemen?

“Het Confucius Instituut was zeker moeilijk, omdat je weet dat er veel kanten zijn aan het verhaal. Je wilt samenwerken met een land, maar dan voel je plots aan dat we niet alles op dezelfde manier zien. Dat vond ik zeker moeilijk.”

"Het is verwonderlijk wat jullie kunnen verwezenlijken"

Het contract van het Confucius Instituut wordt niet verlengd. Was de situatie onhoudbaar geworden?

“Het Confucius Instituut is opgericht in een periode waarin men dacht dat China zich aan het openen was voor de wereld. Ik denk dat we vijf jaar later in een ander verhaal zitten. Het is ook een heel moeilijk verhaal, dat in de huidige geopolitieke context heel complex werd. We willen internationaliseren, maar daar komt veel bij kijken. Je moet een beetje kennis hebben van het geopolitieke om mee te zijn. Ik beschouw de situatie met het Confucius Instituut niet als onhoudbaar, maar de context was veranderd. Daarom zaten we in een traject van evaluatie. Toen we klaar waren met de evaluatie, gingen we beslissen. We konden daar twee maanden mee wachten of direct communiceren. De beslissing was er, dus hebben we die naar buiten gebracht.”

Onlangs werd u verkozen tot 'Corporate Social Responsibility'-leidinggevende van het jaar. Hoe ziet u het duurzaamheidsverhaal binnen de VUB?

“In het duurzaamheidsverhaal liggen verschillende accenten, zoals de oude gebouwen die we zullen aanpakken. Ook nieuwbouw moet steeds voldoen aan de aspecten van duurzaamheid. Maar ik wil het ook breder zien. Duurzaamheid en diversiteit gaan hand in hand. Als ik over duurzame groei spreek, dan zie ik ook diverse groei. Struikelblokken blijven er natuurlijk. Infrastructuur bouw je niet op een paar dagen. Op vlak van mentaliteit zijn er ook nog stappen te nemen. Als je de planeet duurzaam wilt maken, heb je regelgeving, technologie, maar ook de juiste mentaliteit nodig. Onze studenten zetten mij hier ook toe aan.”

Op welke manier?

“Ze wisten dat ik heb meegelopen in de klimaatmarsen. Ik schaam mij daar ook niet voor (lacht). Ik vond het legitiem dat we daarin meeliepen. Ik weet nog dat Jan Jambon mij vroeg waarom ik dat had gedaan. Ik antwoordde dat net zoals in zoveel dingen het niet het een of het ander is. Natuurlijk valt de klimaatproblematiek nog op te lossen. Jongeren hebben vandaag een heel zwart beeld over hun toekomst. Dat het klimaat niet meer te redden valt. Je moet oppassen dat je de mensen niet te veel angsten aanpraat. Maar mensen kunnen dingen oplossen. We zijn inderdaad traag, maar dat is mijn generatie die de dingen niet doet zoals dat zou moeten.”

U bracht recent het boek ‘Ode aan de Verwondering’ uit. Waarover verwondert u zich het meest aan de VUB?

“De studenten. Jullie generatie wordt vaak omschreven als een zeer apathische generatie. Maar kijk eens wat jullie in gang kunnen zetten, zoals de klimaatmarsen. Dat is een wereldfenomeen geworden. Het is verwonderlijk wat jullie kunnen verwezenlijken.”