X VUB-team wint Landjuweel
Artikel gepubliceerd op 19 maart 2020 om 13:00
Letteren- en Wijsbegeertekring (LWK), met vooraan de deelnemers Durim Morina, Nyala Nauwelaers, Luna Fournier, Emelie Sannen en Jade Thomas.    
© LWK

VUB'ers winnen juryprijs op interuniversitaire poëziewedstrijd
Door Anthony Manu

Een delegatie VUB-dichters wint in naam van Letteren- en WijsbegeerteKring (LWK) de juryprijs op de interuniversitaire poëzie- en performancewedstrijd Het Landjuweel.

Op dinsdag 3 maart vond in Antwerpen de derde editie van Het Landjuweel plaats. De poëzie- en performancewedstrijd is gebaseerd op de driejaarlijkse competitie die in de vijftiende en de zestiende eeuw tussen de rederijkerskamers van de Lage Landen werd georganiseerd.

Bij de hedendaagse versie nemen delegaties studenten, gekozen door de letterkundige studentenkringen van vier Vlaamse universiteiten zijnde Lingua (UA), Babylon (KUL), Filologica (UGent) en LWK (VUB), het tegen elkaar op met een zelfgeschreven, -geregisseerde en -uitgevoerde poëzie- of woordkunstvoorstelling. Er worden een juryprijs en een publieksprijs uitgereikt. Wie die eerste wint, organiseert het evenement het volgende jaar op de eigen campus. Dit jaar viel die eer Lingua te beurt. De Antwerpenaars beoogden een terugkeer naar de essentie: geen multimedia, geen microfoons, enkel poëzie. “Poëzie” mag wel ruim opgevat worden want, in de praktijk alleszins, legden de groepen meer dan ooit de nadruk op performance. Brussel werd vertegenwoordigd door Durim Morina, Nyala Nauwelaers, Luna Fournier, Emelie Sannen en Jade Thomas. Glynis Van Eyken begeleidde hen in naam van LWK.

Leuven mocht de spits afbijten. Drie performers brachten een meerstemmig gedicht waarbij één spreker, die vooraan stond, een rijmend sprookje vertelde dat de andere sprekers op de achtergrond van commentaar voorzagen. Die commentaren vormden een stroom van bewustzijn in dialoogvorm en met veel intertekstualiteit. De interteksten waren vaak overdadig en in het algemeen werd de  grens met het nonsensicale constant opgezocht. Een terugkerend motief was dat van bijachtigen waarbinnen, onder meer in de inleidende verzen, op de idee van de ronde- en kwispeldans gefocust werd. Een niet ongefundeerde interpretatie is dat de menselijke activiteit van het vertellen van sprookjes, en algemener verhalen, gedeconstrueerd werd als een absurde poging om ons irrationele verbeeldingsvermogen in het korset van een vaste narratieve structuur te dwingen die wij, door een bijna dierlijke conditionering, als betekenisvol erkennen. Zinnen als: “We breken een spel vanavond”, wijzen in elk geval in die richting maar de tekst bevat voldoende vreemde en enigmatische wendingen en verwijzingen om een veelheid aan mogelijke betekenissen op te wekken.

Vervolgens kwam Antwerpen aan de beurt. Een enkele performer bracht een meer verhalende monoloog vanuit het standpunt van iemand die een geliefde verloor aan een ongeneeslijke ziekte en dat na een jaar nog helemaal niet verwerkt had. De tekst was de minst hermetische van de avond en eerder dramatisch dan lyrisch maar de meesterlijke manier waarop spanning werd opgebouwd, de morbide symboliek van de dode duif die een bloedvlek had nagelaten op het raam en een paar gevallen van beeldspraak die vertrouwd klonken maar eigenlijk duistere gedachten verraden. Bijvoorbeeld: “Deze uren mochten geen uitweg vinden,” dat klinkt als: “De tijd mocht niet ontsnappen,” maar waarbij de ervaring van opsluiting duidelijker aan bod komt. De subtiliteiten van de tekst kwamen extra naar voren dankzij de aangrijpende performance, voor ons de beste van de avond. De actrice, Eva Houbrechts, wist met veel naturel de aandacht en de emoties van het publiek te sturen. De manier waarop ze met een kom melk en cornflakes speelde, was klassiek en fenomenaal.

Zoals men ondertussen van de Brusselaars mag verwachten, kreeg het publiek een vrij abstracte uitvoering te zien

Als inleiding op de performance van Brussel kondigde Glynis van Eyken (LWK) aan dat het publiek, zoals men ondertussen van de Brusselaars mag verwachten, een vrij abstracte uitvoering te zien zou krijgen. Het zou gaan om een psychoanalyse van een ineenkrimpende en verkleurende ster die het begin van de big crunch aankondigt. Dit schept uiteraard zekere verwachtingen maar alle verlangens werden al spoedig ingelost aangezien het eerste gedicht van de cyclus zinnen bevatte van het type: “Het klinkt als een complexe droom van ’t simpele” en “en ik de dissonantie zelve, het moment waarop ik nooit heb gewacht.” Hoe complex de tekst ook was, dankzij onder andere een slim gebruik van repetitie en variatie viel wel degelijk een plot te herkennen. De ster heeft het moeilijk met de onvermijdelijkheid van haar einde en de onontkoombaarheid van de cyclische, schijnbaar doelloze tijd. De gedwongen terugkeer naar haar beginpunt laat haar echter ook op een andere manier naar haar levensloop kijken. Uiteindelijk ziet ze toch weer een betekenisvolle toekomst. Een verband met de psychoanalyse bestaat in de idee van de ommekeer als interpretatief principe. Psychoanalytici interpreteerden gebeurtenissen in dromen bijvoorbeeld in de omgekeerde volgorde en het proces om een trauma te verhelpen was uiteraard vaak een speurtocht door het verleden naar de oorzaak van dat trauma. De choreografie van het Brusselse team was sereen maar vindingrijk en zeer krachtig in de manier waarop ze de tekst nog versterkte. De performers stonden gedurende het langste deel van de uitvoering in een cirkel die tegenwijzerzin roteerde, zodat een nieuwe spreker telkens vooraan kwam te staan. Deze opstelling, in combinatie met de zwarte kleding met gekleurde accenten, was visueel interessant zonder een afleiding te vormen van de tekst.

Het winnende team van Durim Morina, Nyala Nauwelaers, Luna Fournier, Emelie Sannen en Jade Thomas.    
© LWK

De Gentse delegatie bracht ten slotte een gedeeltelijk poëtische dialoog tussen een man en een vrouw die groenten aan het versnijden waren. Er werden echte groenten gebruikt, wat een welkome gimmick was. Essentiëler is dat de personages samen huishoudelijk werk deden terwijl hun relatie erg gespannen was. De vrouw trachtte haar wanhoop inzake de relatie te verwoorden, maar de man luisterde niet en vertelde heel expressief een sprookje over een alles en iedereen verslindende beer in Rusland. Onder andere de wijze waarop het discours van de vrouw naar het einde toe op het verhaal inspeelt, laat vermoeden dat het dier de destructieve rol van het mannelijke personage in de relatie symboliseert. De acteur vertolkt de man dan ook erg expressief en barst vaak in een schreeuwen uit wanneer hij de emotioneel verscheurde beer een stem geeft. Zijn tegenspeelster spreekt daarentegen zo zacht dat het publiek soms de oren moet spitsen, maar de gelaagdheid van haar acteerwerk was goud waard. De subtiele zijwaartse blikken wanneer de man ontsnapte in zijn verhaal spraken bijvoorbeeld boekdelen. Ook de tekst was bij momenten indrukwekkend subtiel hoewel de centrale symbolen nogal evident waren. De beer verslindt zogezegd anderen door zijn niet te stillen honger. De vrouw antwoordt echter: “Ik heb eeuwig honger maar brood gaat niet meer helpen.”

Na de pauze en het daaropvolgende interview met misdaadauteur Toni Coppers werden de prijzen uitgereikt. Gent bleek de publieksprijs te hebben veroverd. Brussel, dat bovendien net naast de publieksprijs had gegrepen kreeg echter de juryprijs. Dankzij deze ongelofelijke prestatie van de dichters en performers mag LWK volgend jaar de wedstrijd organiseren, wat inhoudt dat het evenement naar de VUB komt. Wij kunnen alvast amper wachten.