De Reformatie
Artikel gepubliceerd op 17 januari 2020 om 15:00

© Steven Geusens

Programmawijzigingen in verschillende richtingen

Hervormingen zijn schering en inslag binnen de VUB. Met een veranderende arbeidsmarkt, een groeiend aantal studenten en de angst voor de Soete-normen zien veel richtingen zich genoodzaakt hun curriculum aan te passen. Binnen de richtingen Wiskunde en Rechten en de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte verandert het een en ander.

          Robynn Corveleyn, Jan Meeus, Joris Okitokandjo & Jade Pieters

Verschillende richtingen worden hervormd. Bij de ene richting is de hervorming al wat ingrijpender dan bij de andere. Toch proberen de verschillende opleidingsraden hun opleidingen in de kijker te zetten met naar hun zeggen ‘unieke’ veranderingen. De richtingen willen beter kunnen inspelen op een veranderende arbeidsmarkt en hiervoor zijn veranderingen soms noodzakelijk. Daarnaast is er een onderhuidse angst voor de zogenaamde ‘Soete-normen’. In grote lijnen stellen die dat in elke bacheloropleiding 115 studenten moeten zitten over de drie jaren opgeteld. In de master is dat 20 studenten per opleiding. In het uiteindelijke regeerakkoord werden de Soete-normen niet ingevoerd, maar de bezorgdheid blijft onderhuids aanwezig. Opleidingen zien zich genoodzaakt om terug ‘relevanter’ te worden. De Moeial ging na wat de omwentelingen inhouden binnen de opleidingen Wiskunde, Rechten en de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte (LW).

Wiskunde wordt ‘Wiskunde en Data Science’

De bachelor wiskunde wordt vanaf academiejaar 2020-2021 omgedoopt tot ‘Bachelor of Science in Wiskunde en Data Science’. Dit ging gepaard met inhoudelijke hervormingen. Prof. Mark Sioen, voorzitter van de opleidingsraad Wiskunde en prof. Ann Dooms, hoofd van de onderzoeksgroep ‘Digitale Wiskunde’ geven meer duiding.

Om te beginnen wordt het verplichte deel in het programma aangepast: er verdwijnen fundamentele wiskundevakken, zoals topologie of galoistheorie en er worden data science-gerelateerde vakken, zoals artificiële intelligentie, wiskunde voor data science en machine learning, toegevoegd. Bovendien wordt de lijst met keuzevakken onderverdeeld in modules met een bepaald profiel: zuivere wiskundevakken, fysica en computerwetenschappen en data science. Daarnaast is er een profiel dat te maken heeft met wiskundetoepassingen in de geneeskunde en een profiel gericht op onderwijs.

Er gaat ook een ambitieuze samenwerking van start met de Université Cergy-Pontoise in Parijs. Dit vergemakkelijkt uitwisselingen en biedt de kans tot buitenlandse ervaring. Als laatste wordt het mogelijk om naar een master in de computerwetenschappen door te stromen.

Wie zich afvraagt wat data science is, is bij prof. Ann Dooms aan het juiste adres. Dooms: “Deze tak van de wiskunde onderzoekt grote hoeveelheden data. Vertrekkende van die gegevens zijn er vier aspecten die data science typeren. Allereerst moeten de data gemodelleerd en gerepresenteerd worden in een geschikte wiskundige structuur. Daarna gebeurt een analyse op basis van dit model. De resultaten die hieruit voortkomen, moeten vervolgens gecommuniceerd worden. Het laatste aspect is een eventuele beveiliging van die communicatie - denk hierbij aan encryptie. Al deze aspecten hebben een zeer fundamentele wiskundige onderbouwing, wat precies het thema is van de hervorming."

“Ik kan volmondig zeggen dat ik het programma goed vind”

Mark Sioen

"Op basis van de aard van de data modelleren en analyseren we volgens een ander wiskundig model dat al bestaat of nog gecreëerd moet worden.” Volgens prof. Sioen is dit exact waar de wiskundige het verschil kan maken, want zoeken naar patronen is een van de grootste pijlers van het vak.

Zowel Sioen als Dooms halen aan dat de grootste motivatie voor de uitbreiding van het programma ligt in feedback van alumni. Studenten die in de industrie terechtkwamen, werken grotendeels binnen data science en artificiële intelligentie en hadden te weinig voorkennis. Mensen die de enorme stroom van data kunnen verwerken, zijn heel gewild: een wiskundige met een achtergrond in data science is hiervoor de geknipte persoon. Daarnaast wil men de richting meer in de kijker plaatsen en is er duidelijk hoop op meer studenten.

Bij de studenten is er zeker interesse voor het vakgebied, maar er zijn vragen rond de fundamentele vakken die verdwijnen, zoals topologie en galoistheorie. Sioen kadert dit: “Het volledige oude programma kan je in zekere mate nog steeds volgen als je de juiste keuzemodules opneemt. Ik kan volmondig zeggen dat ik het programma goed vind. Het is en blijft een opleiding wiskunde. De vakgroep staat volledig achter de hervormingen. Topologie en galoistheorie zijn belangrijke vakken, maar ik kan er nog dubbel zoveel toevoegen die ook interessant zijn. Je zal altijd meer kunnen doen, maar ik denk dat het belangrijker is om onze studenten vaardigheden bij te brengen.”

Het vernieuwde wiskunde-programma is uniek in Vlaanderen. De VUB komt als eerste met een vernieuwing die al een tijd nodig is. In het algemeen onthalen zowel studenten als docenten de veranderingen als positief. Het blijft ingrijpend, maar ook vooruitstrevend.

‘Vervlochtenheid’ bij Faculteit Letteren & Wijsbegeerte

Binnen LW lijkt de hervormingsmolen nooit stil te staan. Twee jaar geleden werden er in alle richtingen ‘modules’ ingevoerd, wat erop neer komt dat LW-studenten in hun bachelor 24 credits uit een andere opleiding volgen. Volgend jaar gaat alweer een nieuwe hervorming in, die voor een nog grotere ‘verwevenheid’ tussen opleidingen zorgt.

Men had bij LW schrik dat de Soete-normen deze regeerperiode zouden worden ingevoerd. In dat geval zouden verschillende LW-richtingen in gevaar komen. Hoewel de verwachte, zware rationalisering uitbleef, wou men proactief ingrijpen, vertelt prof. Dries Tys, vakgroepvoorzitter van de opleiding Kunstwetenschappen en Archeologie. “We hebben een aantal opleidingen die met de normen flirten, zoals Kunstwetenschappen en Archeologie, of er duidelijk onder zitten, zoals Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen. Het originele rapport van Luc Soete biedt wel degelijk de kans om door vervlochtenheid een alternatief te bieden.”

“Je moet altijd kijken naar de verste horizon, of daar toch geen donker wolkje hangt”

Dries Tys

Concreet komen er twee groepen van ‘vervlochten’ bacheloropleidingen. Eén voor de taalopleidingen en één voor de HARP-opleidingen (Kunstwetenschappen en Archeologie, Geschiedenis en Filosofie). De afstudeerrichtingen of diploma’s blijven wel hetzelfde. “Studenten willen toch wel hun label hebben,” zegt Tys, die algemeen tevreden is met de hervorming. “We zijn erin geslaagd ons kernvakkenpakket te behouden en toch de verwevenheid door te voeren. In het eerste jaar zul je iets minder specifieke vakken hebben en meer algemene. Dat zullen studenten wel spijtig vinden.”

Studenten Kunstwetenschappen en Archeologie zullen in het eerste jaar bijvoorbeeld een verplicht vak ‘Logica en Maatschappijgeschiedenis’ krijgen. Dat is met de volledige faculteit samen. De modules, die ook gedeeld zijn met de hele faculteit, blijven. Dat is een bewuste keuze. “Dat trekt aan. Studenten in het zesde middelbaar vinden het fijn dat je Kunstwetenschappen en Archeologie kunt combineren met Chinees of Geografie.”

Brede bachelor in de Humanities?

Er wordt ook al een aantal jaren gesproken van een brede Engelstalige bachelor in de Humanities, naar het voorbeeld van Social Sciences. Die bachelor zit nog in de planfase en is nog niet goedgekeurd. “Het is een mogelijke opleiding die erbij komt, omdat we merken dat Social Sciences populair is. Met een Engelstalige bachelor kan je nieuwe studenten aantrekken. Maar we moeten ons wel afvragen of we dat wel aankunnen.”

“Er komt een kaderuitbreiding met de Humanities, waardoor wij er wel mee akkoord kunnen gaan. We moeten alleen oppassen dat ze op een bepaald moment niet zeggen dat die brede bachelor in Humanities het model wordt, en ‘schrap jullie andere bachelor maar, want we gaan toch de brede bachelor invoeren.’ Dat zou een nieuwe hervorming zijn, die niet nodig is. Maar je moet altijd kijken naar de verste horizon, of daar toch geen donker wolkje hangt.”

De frequentie van hervormingen is bij LW ongeveer elke vijf jaar. Is zo vaak hervormen wel een goede zaak? “Het is dubbel. Ik denk dat iedereen wel eens uitkijkt naar een paar jaar zonder hervormingen. Iedereen is het beu om grootschalig te hervormen. Mijn kritiek, als opleidingsvoorzitter, op deze hervorming, was dat we de vorige nog niet eens hebben geëvalueerd. We weten niet wat het effect was van de vorige en we beginnen al aan de volgende. Daar moeten we toch mee oppassen. Anderzijds moet je wel snel kunnen bijsturen als een bepaalde module niet werkt.”

De hervormingen zijn ook noodzakelijk om het relevant te houden. “Als wij het programma van de late jaren negentig hadden aangehouden, dan zouden we ons personeel blijven uitputten en dat is niet verantwoord. Nu hebben we onze eigen niche gevonden. We zijn ook goed bezig. We hebben ons marktaandeel ten opzichte van de UGent en KU Leuven systematisch versterkt de laatste vijf jaar.”


© Steven Geusens

'Clustervakken' bij Rechten

Ook binnen Rechten komen programmawijzigingen. Om meer zicht te krijgen in de kluwen die zo’n verandering met zich meebrengt, spraken we prof. Koen Byttebier en prof. Kim Van der Borght, respectievelijk lid en voorzitter van de opleidingsraad Rechten.

De programmawijziging kwam er door de visitatie van de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad (VLUHR). Daaruit bleek dat het nodig is om het programma te moderniseren. Bovendien was er een verwatering van de concentrische vakken. Dat zijn vakken waarvan je eerst een inleidend en pas later in de opleiding een diepgaander vak krijgt. Zo had je bijvoorbeeld eerst een inleiding tot het sociaal recht en later het verdiepende vak arbeidsrecht.

Dit verklaart de intrede van ‘clustervakken’. Bij clustervakken worden verschillende vakken gebundeld. Zo bestonden vroeger boekhoud-, jaarrekeningen-, handels- en insolventierecht. Deze vakken worden vanaf nu geclusterd in het jaarvak ondernemingsrecht. Daarnaast houdt de opleiding rekening met de nieuwe maatschappelijke evoluties. Er is bijvoorbeeld meer aandacht voor privacyrecht, iets wat in het oude programma onderbelicht bleef.

In de master heeft de opleiding gekozen voor meer keuzevrijheid. Dat was op verzoek van studenten en het jonge docentenkorps die het vorige mastercurriculum te dwingend vonden. Studenten werden verplicht volledig binnen hun afstudeerrichting te blijven. Prof. Van der Borght: “Het nieuwe programma geeft studenten de keuze om uit andere materies te kiezen buiten de gekozen afstudeerrichting. Hierdoor kan je als student makkelijker een gevarieerd pakket samenstellen.”

Ook prof. Byttebier is een voorstander van de keuzevrijheid. “In mijn vak Ethiek van de Sociaaleconomische Ordening, zie ik steeds meer studenten buiten de afstudeerrichting economisch recht. Mijn vak is zeer multidisciplinair. Zo bekijken we het fiscaal recht, mensenrechten en milieuproblematiek. Door studenten met andere interesses en specialisaties wordt het een pak interessanter. Er is meer ruimte voor dialoog. Ik ben dus zelf zeer blij met het nieuwe curriculum.”

De opleidingsraad ziet in de toekomst nog wijzigingen in het programma komen. Op korte termijn zou de opleiding graag twee ‘leerlijnen’ implementeren. De eerste leerlijn is maatschappijkritiek. Dit wil zeggen dat er doorheen de bachelor en master in verschillende opleidingsonderdelen gefocust zal worden op bepaalde aspecten van de maatschappij. De docenten willen daarmee studenten duidelijk maken dat ze geen passieve actoren zijn als juristen.

De tweede leerlijn wordt internationalisering. Van der Borght: “Het recht is inherent nationaal behalve voor de gespecialiseerde takken: Europees en Internationaal Recht. We willen een bredere internationale visie bieden op wat recht is. Uiteindelijk maakt dat deel uit van een kritische visie op het recht. Het is niet omdat we in België een juridisch probleem oplossen dat dit de beste oplossing is. Er zijn veel mogelijke oplossingen. Waarom gaan we niet over de grenzen kijken hoe ze hetzelfde probleem aanpakken? We willen daarin een sterkere nadruk op rechtsvergelijking uitwerken.”

“De programmawijziging wil de rol en verantwoordelijkheid die het recht heeft in de maatschappij vertolken in de opleiding. Rechten studeren en begrijpen is niet neutraal. De discipline is verweven met de maatschappij en die is nu eenmaal in verandering. Dat kan soms heel beangstigend zijn, maar verandering kan ook positief zijn. Het biedt nieuwe kansen,” aldus Byttebier.

De hervormingsdrang is aanwezig binnen verschillende faculteiten. De angst voor de Soete-normen lijkt mee te spelen. Er leeft een noodzaak: hervormen of opdoeken. Toch zijn de opleidingsraden unaniem tevreden met hun specifieke hervormingen, waardoor ze zich zogezegd op de kaart zetten in het academische landschap. Zullen deze hervormingen ook effectief een impact hebben op de kwaliteit van het onderwijs? Het zijn vragen die de toekomst vooral moet uitwijzen.