VUB in rectorspect: Bart De Schutter
Artikel gepubliceerd op 23 oktober 2019 om 21:00
Bart De Schutter    
© Marit Galle

"Het gebeurde wel eens dat ik de degens moest kruisen met de rector van de KU Leuven"

Dat de VUB een jubileumjaar ingaat was je wellicht niet ontgaan. Na vijftig jaar VUB is een terugblik dan ook op z’n plaats. Een academiejaar lang spreken we met oud-rectoren die de universiteit brachten waar ze nu is. De aftrap wordt gegeven door Bart De Schutter, de derde en langst levende rector van de VUB.

Bart De Schutter zat op de eerste rij bij de afsplitsing van de ULB en werd in 1978 rector voor een termijn van vier jaar. Vandaag is hij nog steeds actief als voorzitter van de Erasmushogeschool Brussel (EhB) en als senior advisor bij het Institute for European Studies (IES).

Uw tijd als rector ligt al even achter u. Hoe kijkt u daarop terug?

De Schutter: “Het was een uitdagende periode. We waren nog in de startjaren van onze onafhankelijkheid en de uitbouw van de VUB stond nog in zijn kinderschoenen. De VUB moest als kleine speler op zoek naar erkenning in het universitaire landschap. Met een goede ploeg hebben we geprobeerd de kruissnelheid van het VUB-schip te verhogen. Zo raakten de inschrijvingen voor de eerste keer boven de vijfduizend. Daarnaast besteedden we veel aandacht aan de ontwikkeling van tweedekansonderwijs met de introductie van werkstudenten. Het vroeg enorme inspanningen van de collega’s om die bijkomende uren ten laste te nemen, maar het was een succes. Op vlak van onderzoek zijn in die jaren ook verschillende initiatieven genomen die eveneens op hoog niveau lagen.”

"Mijn termijn als rector begon met een bezetting"

Rectorenclash 

Had u een goed contact met uw voorgangers?

“Ja. Ik was als jonge docent erg betrokken bij de afsplitsing van de ULB,  mede omdat mijn mentor een van de stuwende krachten was. Via mijn engagementen in het  BSG en OSB (oudstudentenbond, n.v.d.r.) had ik contacten binnen en buiten de academische wereld.  Het was ook de periode van de opstart van de fameuze Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR), waardoor er een systematisch overleg tussen de Vlaamse rectoren kwam. Dat verliep wel collegiaal, maar vereiste weleens dat er scherp opgetreden moest worden. Bijvoorbeeld toen de KUL overwoog om haar academisch ziekenhuis ook in de Brusselse omgeving te zetten. Dan heb ik wel een paar keer de degen moeten kruisen met Piet De Somer, de toenmalige rector van Leuven.”

Hoe verliep het contact met de ULB?  

“Er waren ook contacten, maar ze waren zeker niet zo intensief als nu. Scheiden doet altijd lijden. Het heeft knarsetanden meegebracht: wie neemt wat mee? De bibliotheek was zo’n heikel punt, bijvoorbeeld. We kozen er niet voor om - zoals de gekheid in Leuven - de bib gewoon in twee te splitsen, wat tot moeilijke discussies leidde tijdens de pioniersjaren van de VUB. Het was in zekere zin in hoofde van een aantal ULB-collega's 'qu’ils se débrouillent', terwijl langs VUB zijde liever een andere richting uitkeek. Dat maakte dat het contact eerder lauw was en zeker niet de kracht had die het nu opnieuw heeft. In mijn ogen is dat een heel fijne evolutie.”

Over oude problemen gesproken, ZAP-ers en doctoraatsstudenten klagen al lang over de immense publicatiedruk en strijd om financiering. Leefde dat toen al?

“Zeker. Zowel voor aanwerving als promotie keek men naar het wetenschappelijk dossier van een kandidaat-professor. Dat wil zeggen: het aantal publicaties en in welke soort omgeving die publicaties gebeurden. We hadden toen nog geen systeem voor evaluaties van de kwaliteit van het doceren en die publicatiedruk zat toen al in de pijplijn. De VUB had nog niet voldoende personeel om alle noodzakelijke taken van het beleid te dekken."

Bart De Schutter    
© Marit Galle

“In de beginjaren hadden we veel deeltijdse lesgevers die niet bereid waren om de kar te trekken. In bepaalde faculteiten zijn collega's tot tweemaal toe decaan moeten worden omdat er geen andere hoogleraar was die het kon of wilde overnemen. Die druk was dus veel groter dan bij reeds gevestigde universiteiten. Daarom heb ik altijd benadrukt dat we trekpaarden moesten hebben en dat er geen ruimte was voor sierpaarden.”

Protest voor tienduizend frank

U werd tijdens uw termijn snel geconfronteerd met felle reacties op de vele veranderingen. 

“Mijn termijn in het rectoraat begon inderdaad met een bezetting. Studenten kaapten verschillende dagen de kantoren als protest tegen de verdubbeling van het inschrijvingsgeld naar tienduizend frank. Op dat moment was de democratisering van het hoger onderwijs zeker nog niet rond. Zelfs vóór de verhoging van het inschrijvingsgeld was het dus al niet voor iedereen even gemakkelijk om verder te studeren.”

Hoe ervaarde u die protesten? 

“Ik heb er vaak ‘s nachts gestaan. Het kwam soms tot confrontaties tussen een harde kern van studenten en de rijkswacht. Dan moest je als rector proberen te bemiddelen, rijkswachters en geweld mogen niet ingezet worden om een bezetting te beëindigen. Het leven ging trouwens gewoon verder: de lessen gingen door, labo's waren open, net als de bib. Alleen het rectoraat kon zijn kantoren niet gebruiken.”  

“We hebben de protesten uiteindelijk laten doodbloeden. De motivering was voor een groot stuk terecht, maar de schuldige was de overheid en niet de VUB of de rector. Ik vond dat de acties eerder naar het ministerie gericht moesten worden, maar een bezetting was uiteraard gemakkelijker en wat studentikozer.”

"Ik hoop dat er nooit een robot rector wordt"

U bent momenteel nog steeds actief in het hoger onderwijslandschap als voorzitter van de Erasmushogeschool. Denkt u dat studenten minder geëngageerd zijn dan vroeger?

“Ik heb de indruk dat dat soort engagement inderdaad minder aanwezig is als je puur de kwantiteit bekijkt. Allereerst is studeren veel duurder geworden in vergelijking met enkele decennia geleden. Niet alleen het inschrijvingsgeld, maar ook de leefkosten stegen. Ten tweede heerst er algemeen een maatschappelijke sfeer van onzekerheid over de toekomst. Daardoor denken studenten in de eerste plaats: ‘ik moet zo vlug mogelijk het wapen hebben dat mij toelaat om mezelf in de maatschappij te positioneren, een inkomen te verzekeren en een mogelijkheid te hebben mezelf te ontwikkelen.”  

“Ik zie dan ook dat de studentenparticipatie in de officiële organen, voornamelijk op de hogere niveaus, ook sterk gedaald is. Nu moet men verkiezingen soms twee of drie keer uitschrijven om de stoelen vol te krijgen. Dat betekent toch iets."

“Voor zo’n actie als de bezetting van het rectoraat moet het al een héél zwaar probleem zijn, waar studenten rechtstreeks de gevolgen van voelen. Maar dat soort principieel engagement voel ik inderdaad in deze jonge generatie veel minder. Misschien brengen de klimaatacties daar wat verandering in, dat zou fijn zijn.” 

Tot slot, de VUB bestaat vijftig jaar: hoe ziet u komende vijftig jaar evolueren?

"Vol ‘robotten’! Ik hoop dat er nooit een robot rector wordt. Ik hoop dat de VUB even zwierig en dynamisch blijft zoals nu, maar ongetwijfeld zal ze zich moeten aanpassen aan de technologische evolutie die zich in de onderwijssector voordoet. Misschien zal er veel meer afstandsonderwijs en e-work zijn dan nu. In elk geval zal de technologie een enorme impact hebben en daar hangt zeker een prijskaartje aan vast." 

"Welke de evolutie ook moge zijn, is het voor mij duidelijk dat onze VUB voldoende troeven zal blijven hebben inzake topresearch en uitmuntend onderwijs om een respectvolle erkenning te behouden in het onderwijslandschap anno 2070."