"Vrij denken is nog steeds van belang, maar de uitdagingen zijn veranderd"
Artikel gepubliceerd op 27 mei 2019 om 13:09

© Lina Khomsi

Caroline Pauwels maakt de balans op van afgelopen academiejaar
Door Jade Pieters

Met volgend jaar misschien haar laatste academiejaar als rector in zicht, had de Moeial een interview met Caroline Pauwels, hoofd van de VUB en een sterke voorstander van de dialoog. We blikken samen met haar terug op een bewogen academiejaar en vooruit op de uitdagingen die de VUB nog te wachten staan.

Caroline Pauwels duikt haar laatste termijn als rector in. Hoewel ze nog niet zeker is van haar volgende termijn, kijkt ze hoopvol vooruit naar de komende jaren: ‘De VUB is klaar voor de volgende 50 jaar.’

Wat waren uw hoogtepunten en dieptepunten van het  afgelopen academiejaar?

Caroline Pauwels: “Hoogtepunten kunnen voor veel mensen een wow-gevoel zijn, maar voor mij is dat niet het geval. Ik probeer steeds heel matig te blijven, zowel in de ellende als in de hoogtepunten. Een dag kan zelfs verschillende hoogte- en dieptepunten hebben. Voor mij is een climax toch steeds wanneer je studenten iets succesvol doen. De eredoctoraten waren speciaal. Ook het stijgend studentenaantal van bepaalde opleidingen bij het begin van het academiejaar geeft voldoening. Anderzijds komt met zo’n groei natuurlijk een bezorgdheid.”

De infrastructuur lijdt nogal onder het groeiend aantal studenten, denk maar aan de Resto. Hoe kijkt u daar naar?  

“Een zorg waarvan ik dacht dat die niet zo groot was, is precies die infrastructuur. Daar kampen niet alleen wij mee, maar alle universiteiten. We moeten de ruimtes die we hebben beter benutten. Daarom ook het idee van de weKONEKT-ruimtes in de stad, want het is niet de bedoeling dat we de campus volbouwen. Er zullen eetplaatsen bijkomen en het Kultuurkaffee zal terug openen. Ik kijk daar naar uit, want een campus leeft het best wanneer er verschillende plaatsen zijn om te eten of te relaxen.”

"Iedereen is steeds 'happy' op social media, maar velen voelen zich niet zo"

U hebt het woord laten vallen, weKONEKT, bent u hier tevreden mee?

“WeKONEKT is voor mij pas geslaagd wanneer het structureel in alle opleidingsonderdelen zit. Het dient om Brussel als voedingsbodem te gebruiken. Ik heb altijd gezegd dat het een bewustwordingsproces is van: ‘hé we zitten in Brussel.’ Vroeger hebben we nooit echt die rol uitgespeeld. Voor mij is het vooral een pedagogisch project met wereldburgerschap en contact met het beroepenveld als belangrijkste pijlers. Ik heb daar een heel specifieke visie over. Het zou niet enkel een week mogen duren, maar het zou permanent door het jaar heen moeten gebeuren. Toch merk ik dat het nog niet genoeg leeft bij studenten. Velen hebben jammer genoeg nog niet gehoord van weKONEKT.”  

Volgend jaar bestaat de VUB 50 jaar. Hoe gaat u die mijlpaal vieren?

“Het moet een verhaal worden van terugkijken en vooruitblikken. Dat betekent teruggaan naar de filosofische fundamenten. We renoveren nu het Braemgebouw omdat Braem de filosofie van de VUB heel sterk heeft getekend en bijna niemand zich dat nog herinnert. Wat onze roots zijn en dat die roots onze vleugels geven, staat centraal. We willen ook het signaal geven dat de VUB klaar is voor de volgende 50 jaar. Er zijn jonge docenten van wie de namen al klinken als een klok. En dan heb je nog 50 jaar evolutie van vrij denken en vrij onderzoek. Vrij denken is nog steeds van belang maar de uitdagingen zijn veranderd.”


© Lina Khomsi

Net in een periode waar vrij onderzoek en vrijheid van meningsuiting wereldwijd onder druk staan, viert de VUB haar 50 jaar. Hoe denkt u over deze toenemende druk?

“Wetenschap en vrijheid staan onder druk. We moeten daar waakzaam voor zijn, maar ik stel vast dat het van alle tijden is. Ik denk dat de sociale media de nieuwe propagandakanalen zijn. Maar dat is iets van alle tijden. Mensen die leefden tijdens de Tweede Wereldoorlog kenden ook desinformatie. Je ziet vandaag specifiek politieke leiders die de vrijheidsrechten minder verdedigen, maar er is altijd druk geweest. De samenleving is dan ook heel sterk in transitie, met nieuwe stemmen die hun plaats opeisen. Ik vind het echt interessante en spannende tijden, wat maakt dat een universiteit relevanter wordt.”

Depressies en burn-outs komen veel vaker voor bij studenten. Een grote werk- en prestatiedruk zou hiervan de oorzaak zijn. Wat denkt u hierover?

“Dat houdt me echt bezig. Ik denk dat het heel breed in de maatschappij zit en volgens mij spelen social media daarin een rol. Iedereen is steeds happy op social media, maar velen voelen zich niet zo. Ik vind dat een zorgpunt. Ik ben geen liefhebber van die social media en heb schrik van het indringende en doordringende karakter. Je ziet ook meer vereenzaming en het idee van it takes a village to raise a child bestaat niet meer. Jongeren kunnen niet meer altijd bij hun ouders of vrienden terecht. Ik dring ook echt aan op een sociaal vangnet voor jongeren. Je kan een ongelofelijke rol spelen door een vriend op te vangen. Dus ik denk niet dat het zozeer de werkdruk is, maar druk omwille van social media die paradoxaal genoeg meer vereenzamen. Dat baart me, niet enkel bij jongeren maar ook bij ouderen, grote zorgen. We evolueren naar een gigantisch grote populatie van oudere mensen. Hoe gaan we dat als samenleving doen? Als die kinderen allemaal gaan werken, gaan we de ouderen dan allemaal in een rusthuis steken? Dat baart me echt zorgen.”

"Je moet durven iets weg te doen als je voelt dat al je energie wegvloeit"

Ziet u bij het personeel een grotere werk- en publicatiedruk?

“We krijgen tegengestelde signalen. Veel professoren willen vooral niet dat mensen hun vertellen hoe ze moeten werken, terwijl anderen aan die druk kapot gaan. Wat gaan we concreet doen? Druk ontstaat vaak wanneer er iemand uitvalt door een zwangerschap of burn-out bijvoorbeeld. Daarvoor hebben we een vervangingsfonds opgericht om de afwezigheid van langdurig zieke professoren op te kunnen vangen. De faculteiten kunnen daar beroep op doen. We werken ook aan de erkenning van burn-outs. Die erkenning  geldt voor iedereen, ook voor studenten. Je moet het bespreekbaar kunnen maken en het taboe doorbreken. Als er over bepaalde dingen wordt gezwegen, krijg ik het zelf al moeilijk en vraag ik me af waarom we er niet over spreken.”

De faculteit LW kent een daling in het studentenaantal en er wordt gesproken over een grote hervorming. Vanwaar die drang tot hervormen?

“Een eerste vaststelling is dat Letteren en Wijsbegeerte wereldwijd een daling in studentenaantal kent. Momenteel zitten we in zo een periode, maar ik denk dat de slinger zal terugslaan. Die daling heeft met de samenleving te maken en daar hoeft helemaal geen schuldgevoel over te leven bij de professoren. Ik ben over faculteit LW heel hoopvol en ik zie veel goede initiatieven ontstaan.”

Wat zijn de plannen om van de faculteit LW weer een gezonde faculteit te maken?

“Ik heb verschillende gesprekken gehad met de decaan en professoren en we hebben geopperd om te werken aan een brede Engelstalige disciplineoverschrijdende bachelor. Zo krijg je een mengeling van verschillende talen en culturen, wat steeds zorgt voor andere invalshoeken. Het voordeel hiervan is dat het veel toekomstgerichter wordt. De professoren zijn daarmee aan de slag gegaan, maar het is geen gemakkelijk parcours.”


© Lina Khomsi

Zo een verandering vraagt toch een grote inspanning van de professoren?

“Het nadeel is dat een nieuwe opleiding betekent dat er een andere opleiding zal sneuvelen. Dat zijn we momenteel nog aan het aftoetsen. In sommige opleidingen zie je bijvoorbeeld dat de instroom op masterniveau goed is, maar tegenvalt in de bachelor. Ik vind dan dat je de vraag moet stellen of het niet beter is om je energie in de master te steken en niet meer in de bachelor. Op zulke  momenten maak ik wel een kosten- en batenanalyse op. Ik vind dat je het gesprek steeds eerlijk moet kunnen voeren. Dat is vaak confronterend en vergt veel van professoren. Maar je moet ook durven iets weg te doen als je voelt dat al je energie wegvloeit. Zoek dan waar je energie uithaalt.”

Afgelopen jaar vond de eerste Brussels Universities Cyclocross plaats. Dit stuitte op weerstand bij de studenten. Snapt u hen?

“Ik begrijp de kritiek van een harde kern van studenten, die volgens mij ook zal blijven bestaan. Een punt van kritiek was of een universiteit dit moet doen. Ik denk dat we daarvoor moeten openstaan. We zijn een sportuniversiteit, er zijn sportstatuten, dat zijn allemaal dingen die tot onze kern behoren. Naast deze kernkritiek, was er ook kritiek op de timing. Moest de cross nu echt op dat moment plaatsvinden? Ik denk van wel, want als je met een volledige bezetting zit, zou het pas echt storen. Toch blikken we positief terug op de cross. Mensen weten de VUB nu liggen. Er was ook een heel groot gemeenschapsgevoel omdat er veel alumni aanwezig waren. De geluidsoverlast is uiteindelijk ook geminimaliseerd en onze dienst Infrastructuur heeft heel veel opgestoken van de organisator Golazo.”

"Schachten behandel je in mijn ogen ludiek, nooit beledigend of vernederend"

Rond de organisatie van de cross liep het soms communicatief nogal stroef. Erkent u dit?

“In communicatie is er veel foute informatie beginnen te circuleren. Dat hadden we beter moeten aanpakken. Die fout hebben we ook erkend. Op hetzelfde moment was het fair geweest mocht de foute informatie niet meer blijven circuleren. Dat we niet meer op de campus zouden kunnen of dat de campus betalend zou worden, is nooit aan de orde geweest. Die dingen zijn jammer genoeg blijven circuleren en die harde kern ook is er ook op blijven ingaan. Dat zijn lessen naar de toekomst toe.”

Dit jaar werd het gelijkheidsactieplan goedgekeurd. Daarin wordt onder andere een genderquotum vermeld. In realiteit blijft het moeilijk om zo een quotum te realiseren.

“Ik heb gemerkt dat iedereen aan de VUB  het eens is over zo een quotum, maar niet over de implementatie ervan. Er zijn hevige discussies geweest, maar ik ben blij dat het gelijkheidsactieplan er is gekomen. Vooral omdat er nu wordt gesproken over belangrijke zaken en dat moeten we blijven doen. Het moeilijke is dat mensen soms de gender bias niet willen erkennen. De erkenning dat er zo een bias speelt, is heel moeilijk om toe te passen op jezelf en dan denken mensen al snel in termen van schuld. Maar er is geen schuld, niet bij mannen en evenmin bij vrouwen. We moeten dit samen evenwichtiger maken. Daarom vind ik het belangrijk dat er een dialoog ontstaat tussen de voor- en de tegenstanders. Wij zijn toch een vrije universiteit. Verbod, gebod en censuur liggen moeilijk in mijn ogen.”

"Ik omring me niet graag met jaknikkers"

Naast de gender bias is er ook nog veel seksisme aanwezig, zowel in de maatschappij als op de VUB. Ik denk maar aan de kritiek die er kwam op de TD-posters.

“Ook hier zie ik dat er meer wordt gesproken en mensen meer worden teruggefloten. Maar ik wil ook niet vervallen in extremen. De slinger gaat van de ene naar de andere kant in zulke discussies. Daarbij is het steeds belangrijk om de dialoog gaande te houden. Dat zal nodig zijn, want er zullen nog gevallen van grensoverschrijdend gedrag voorkomen. Vandaag zijn er nog te veel meisjes en jongens die door grensoverschrijdend worden benaderd. Ik denk maar aan wat we horen van sommige schachten; een doop kan een belangrijk groepsritueel zijn, maar schachten behandel je in mijn ogen ludiek, nooit beledigend of vernederend. We gaan daarom terug samenzitten met de kringen en pro-praesides. Die pro-praesides hebben zelf nog dopen georganiseerd. Die zitten nu in het beroepenveld, kijken vaak met die bril naar dopen en zeggen: ‘Cut the crap’. Over die seksistische posters vraag ik me af of dat werkelijk nog moet; kringen moeten daar ernstig met zichzelf over te rade gaan. Maar ook breder: waarom moet dat soort TD’s nog georganiseerd worden? Als het antwoord is dat het een interessant businessmodel is, dan moeten we dat aanpassen.”  

Volgend jaar vinden de rectorverkiezingen plaats, ziet u een tweede mandaat zitten?

“Voor mij is het nog te vroeg om me daarover uit te spreken. Ik blijf erbij dat het een heel mooie job is. Ik doe het echt met veel plezier, maar het is nog te vroeg. Het jaar is nog niet af en er is nog een jaar om dingen te doen (lacht). Ik heb altijd gedacht dat vier jaar heel kort is om dingen te verwezenlijken. Een andere soort termijn zou beter zijn. Mensen vragen je vanaf het begin van je carrière als rector of je nog een tweede termijn ziet zitten. Daar klopt iets niet. Ik moet nog veel gesprekken hebben met de mensen rondom mij en ik omring me niet graag met jaknikkers."