Charmant
Artikel gepubliceerd op 31 mei 2019 om 13:05

© wieste

Door Lien Delabie

“Wat is de gelijkenis tussen je billen en de woestijn?,” vraag ik dapper. “Geen idee,” zegt de nobele onbekende. “Cactussen, snap je, allez, dus niet enkel de plant hé, maar ook kak-tussen. Ja sorry, ik weet het, ’t is wat flauw, laat zitten.”

Op een goede dag kan ik spitsvondige moppen afvuren, scherpe steks geven, of gewoon aangenaam zijn. Maar plaats me in een nieuwe omgeving met veel onbekende gezichten en ik ben nu niet meteen the life of the party. Mijn zinnen struikelen over elkaar heen, mijn stembanden reiken nog maar tot een magere 20 decibel en als naar mijn hobby’s gevraagd wordt, kan ik me enkel herinneren dat ik graag middagdutjes doe. Als ik de kabbelende schroom al durf in te slikken vooraleer ik een mop afvuur, steekt hij halfweg mijn narrenvertolking alsnog de kop op. Gevolg: slechte timing, verkrampte gezichten rondom me, een naïeve poging om de grap te redden door hem uit te leggen (misschien was de mop te moeilijk?) en emmers vol schaamte die ik de rest van de avond meezeul.

Als er één mensensoort is die ik argwanend gadesla, is het de homo sympathicus

Als er één mensensoort is die ik argwanend gadesla, is het die van de spontane, innemende mens die met de breedste glimlach en stralendste ogen stante pede alle sympathie van de mensen rondom zich opeist. Ik observeer de species al enkele jaren.

De wilde homo sympathicus heeft een uitmuntende beheersing van alle menselijke sociale handelingen en bezit een charme die ongekend is voor de simpele mens. Hoewel dit groepsdier geen specifieke zichtbare eigenschappen heeft, is hij vrijwel onmiddellijk herkenbaar voor de omgeving. Dankzij zijn indrukwekkend vermogen om iedere situatie met een grootse precisie in te schatten of een kus dan wel een handdruk de geschikte begroetingsmethode is, eten de homo ordinari meteen uit zijn of haar hand. Daarnaast zou dit zoogdier wel wegkomen met een flauwe cactusmop.

Een echte homo sympathicus zal ik wellicht nooit worden. Daarvoor stap ik te vaak met het verkeerde been uit bed en ik heb er simpelweg de energie niet voor. Bovendien vind ik bijlange niet alle mensen sympathiek, laat staan dat ze mij dan sympathiek moeten vinden. Toch is het weleens strontvervelend om me te moeten terugtrekken als een – let op, hier komt het vermaledijde woord – muurbloempje. Misschien zou u denken dat ik met jarenlange ervaring al goede raad heb om uit de schulp te kruipen. Ik zou kunnen zeggen: kus gewoon iedereen als begroeting, komt altijd goed, maar ook dat is geen feilloze techniek: het moment dat je op je stage je baas een dikke smakkerd geeft, wordt het wel eens ongemakkelijk.

Maar, toegegeven, misschien is een eerste stap me buiten het cactusgenre begeven als ik een mop vertel.