Deadlinegedonder
Artikel gepubliceerd op 26 maart 2019 om 18:20

© wieste

Door Lien Delabie

Hé jij. Ja jij. Schrijf eens een essay van 5000 woorden over hoe China binnen dertig jaar Google overkoopt en de gevolgen daarvan op de hedendaagse Westerse maatschappij? Oei, al een practicum gepland over de chemische samenstelling van lamadrolletjes? Tant pis. Op je job zal je ook niet fijntjes kunnen zeggen dat je het te druk hebt. Minder pintjes drinken op donderdagavond hé. Wanneer je dan moet blokken voor je examen Historisch Overzicht van Visserij en Walvissterfte in Latijns-Amerika? Paasblok. Stop met zagen.

Tenzij je een je-m’en-foutiste bent tot in het kwadraat, is de kans reëel dat je weleens stress ervaart als student. Begin dit jaar wenste Professor Elke Van Hoof ons nog een stressvol jaar toe (DS, 5/01/2019). Dank daarvoor, Elke, maar ik krijg toch stilletjes aan het gevoel dat je me gejinxt hebt. Uiteraard schreef ze het met de beste bedoelingen: stress is nodig om ons de nodige energie te geven, creativiteit te bieden en om nieuwe dingen te leren. Maar, zo geeft ze ook toe, er zijn limieten van hoeveel stress iemand kan dragen.

De vele opdrachten noemen ze met een mooi woord ‘permanente evaluatie’. Het is een didactische vernuftigheid die ervoor zorgt dat je ook tijdens het leerproces de leerstof verwerkt én dat je voor juni het plastic van je syllabus haalt. Als student weet je zo welke delen van de cursus je moeilijker bevallen en krijg je feedback voor je aan je examen begint. Tot zover de theorie.

De grootste diefstal die stress pleegt, is echter op iets nog waardevoller: mijn engagement

Het zou echter niet de eerste keer zijn dat je die felbegeerde feedback pas krijgt nadat je je examen hebt afgelegd. Of dat je in aanraking komt met een ander welbekend fenomeen: zes proffen die permanente evaluatie wel fijn vinden. Daarbovenop vinden diezelfde proffen allen de week na de paasvakantie een gepaste deadline. Daar sta je dan, met je taken over China, de visserij en lamadrollen.

Begrijp me niet verkeerd: ik leer graag. Ik ben een gigantische nerd die wulps wordt van kennis. Stress, of de overdosis eraan, ontneemt me spijtig genoeg van die hitsigheid waarmee ik mijn cursussen gadesla. Het berooft me daarnaast nog eens van mijn gezonde voedingspatroon: instant noodles en microgolf lasagne besparen me immers tijd die ik in cursussen kan steken. De grootste diefstal die stress pleegt, is echter op iets nog waardevoller: mijn engagement.

“Stress op zich is niet het probleem. Gebrek aan herstel, daar zit het hem.”

Suzan Kuijsten

Met de spanning in mijn lichaam kan ik leven, net als de nachtmerries over lamakak. Maar dat het me de tijd en energie afneemt om me te verdiepen in onderwerpen buiten mijn onderzoeksveld: daar word ik kwaad van (ook een energiek gevoel!). Met de komst van permanente evaluatie worden studenten als het ware gedwongen om zich enkel binnen hun eigen vak te begeven. Het Communistisch Manifest, de 500-bladzijden dikke kloef Congo van David Van Reybrouck, Houellebecq’s laatste roman: ze zijn allemaal verplaatst naar mijn stapeltje “voor in de zomervakantie” (op voorbehoud van geen herexamens of tweede zit voor mijn thesis, natuurlijk).

Suzan Kuijsten – nog zo’n stressgoeroe – legt nochtans mooi de vinger op de wonde: “Stress op zich is niet het probleem. Gebrek aan herstel, daar zit het hem.” Zolang professoren steevast permanente evaluatie én examens blijven combineren, is er weinig herstel. Als een driestudiepuntenvak bestaat uit een presentatie, een taak en een examen op basis van een reader van 270 bladzijden is er een probleem. Ja voor permanente evaluatie, maar mogen we af en toe ook nog gewoon eens examens hebben? David wacht op me.