Nieuw genderquotum aan de VUB
Artikel gepubliceerd op 8 maart 2019 om 02:17
Karen Celis, professor Politicologie en co-directeur van VUB's gender- en diversiteitsonderzoekscentrum RHEA    
© Antoine Doetsch

"We werven mensen aan omwille van hun competenties, niet omwille van geslacht"
Door Lien Delabie

Na veel heen-en-weergepraat en gedoe, is het er uiteindelijk toch: het gelijkheidsactieplan (GAP). Met een tienpuntenplan wil de VUB de universiteit inclusiever maken. Dat wil zeggen dat er meer ingezet wordt op gendergelijkheid, etniciteit, LGBTQ+, klasse en toegankelijkheid voor mensen met een fysieke beperking. In het kader van Vrouwendag op 8 maart, zoomen we in op het meest omstreden aspect van het GAP: het genderquotum.

Het fenomeen van de leaky pipeline is al even niet meer onbekend in België. Die lekke pijp beschrijft een gekend kwaaltje in de academische wereld: heel veel vrouwen vinden toegang tot de universiteiten, maar de doorstroom blijft uit. De cijfers liegen er niet om: vrouwen beslaan 46% van de doctorandi, 38% van de post-doctorandi en 25% van het zelfstandig academisch personeel (ZAP). Bestijgen we de ladder nog meer, dan worden de cijfers nog bedroevender: 10% van de hoogleraren is vrouw aan de VUB en Vlaanderen telde tot nog toe drie vrouwelijke rectoren. De bewustwordingscampagne ‘Wetenschap= m+v+x’ wil daar verandering in brengen, in de hoop dat we snel een fiftyfifty verhouding realiseren.

Karen Celis, professor Politicologie en co-directeur van VUB’s gender- en diversiteitsonderzoekscentrum RHEA, zette haar schouders onder het GAP als academisch adviseur gelijkheidsbeleid. Aan de grond van de leaky pipeline ligt volgens haar een complex samenspel van allerlei factoren zoals de organisatiecultuur en de work-life balance. Zo is het postdoctoraal statuut notoir onzeker omwille van tijdelijke contracten. Daarbovenop bevind je je als academicus op dat moment meestal in een periode waar je aan een gezin begint te werken. Een zwangerschap kan het doorstroomproces weleens bemoeilijken, zeker als er nog vijf andere postdoctorandi solliciteren voor de job als professor. Tenslotte komt het ouderschapsverlof, anders dan in Zweden bijvoorbeeld, nog steeds vooral aan vrouwen toe.

Radicale Rector

Naast discriminatie draagt ook een gender bias toe aan het tekort aan vrouwen. Celis: “Een gender bias is een onbewuste voorkeur voor mannelijke kandidaten. Dat komt omdat heel wat van de rekruteringscriteria op mannelijke leest geschoeid zijn.” Het genderquotum is een van de manieren waarop de VUB dat probleem wil aanpakken. Vanaf nu moeten een op drie kandidaten op de shortlist voor een ZAP-job van het ondergerepresenteerde geslacht zijn – vrouwen in overwegend mannelijke faculteiten, mannen in vrouwelijke.

"Het is een problematiek die de VUB overstijgt, gezien de beeldvorming al start in de kleuterklas"

prof. Karen Celis

Die onderrepresentatie is een gekend pijnpunt voor rector Caroline Pauwels, die niet toevallig een van de boegbeelden is van  ‘Wetenschap= m+v+x’. Toch leek het enkele weken geleden nog alsof ze de strijdbijl begraven had. In De Morgen beweerde ze dat er geen draagvlak was voor een quotum waarbij een op drie professoren vrouw moet zijn. Bovendien vreesde Pauwels dat ze ‘te radicaal’ zou zijn: “Sommige mensen zijn echt nog niet rijp voor het idee van de genderquota. Als je er dan toch over blijft doormekkeren, maak je die mensen zenuwachtig. En duw je hen opnieuw in de loopgraven.” Met een  herwerking van Albert Camus’ citaat, concludeerde Pauwels: “il faut garder ses principes pour les grands jours.”

Voor velen was het dan ook een verrassing dat er alsnog een genderquotum uit de bus kwam, zij het wel een afgezwakte. Er is dus géén quotum dat garandeert dat een op de drie professoren vanaf nu vrouw zal zijn. De rekrutering wordt daarentegen wel inclusiever, mede dankzij het quotum. Karen Celis beaamt dat het niet evident was om een draagvlak te vinden : “Aanvankelijk wilden we een fiftyfifty verhouding opleggen onder de professoren die de komende drie jaar zouden worden aangeworven. In disciplines die gedomineerd worden door mannen leek dat soort engagement moeilijk. Ze hadden niet het gevoel dat ze die fiftyfifty verhouding zouden kunnen hardmaken.”

"Sommige mensen zijn nog niet rijp voor het idee van genderquota"

Caroline Pauwels in De Morgen

Dan heeft Celis het uiteraard over de klassieke wetenschapsrichtingen zoals bijvoorbeeld ingenieur. Zo namen 1.015 jongeren vorige zomer deel aan de verplichte ijkingstoets burgerlijk ingenieur, waarvan 20% vrouwen. “Daar zit ook een genderissue achter. Het beeld van de wetenschapper is mannelijk. Daardoor is het heel moeilijk om meisjes te motiveren om die studierichtingen te volgen.” Op de moeizame instroom van vrouwen in de ‘klassiek mannelijke’ richtingen wil de VUB op lange termijn graag inzetten aldus Celis. “Maar het is een problematiek die de missie van de VUB ruim overstijgt, gezien die beeldvorming al start van in de kleuterklas. Denk maar aan Bob de Bouwer. Het is moeilijk om als universiteit een gerichte actie hieromtrent te ondernemen juist omdat het te maken heeft met heel wat factoren die we zelf niet in de hand hebben.”

Teamplay

Lopen die vrouwen dan niet het risico het verwijt te krijgen dat ze hun positie enkel te danken te hebben aan het quotum? Volgens Celis is dat iets dat we vandaag de dag compleet kunnen uitsluiten. “Als professoren aangeworven worden, is dat omwille van hun competenties en niet omwille van geslacht. Er zijn misschien minder vrouwen in de academische wereld actief, maar er zijn voldoende capabele vrouwen om de vacatures in te vullen.”

Zeker in de doorgaans mannelijk gedomineerde richtingen zal het van belang zijn om die vrouwen ook actief te zoeken. Opvallend: om dat te bereiken, past de VUB de vacatureteksten aan. Uit onderzoek bleek bijvoorbeeld dat mannen veel sneller ingaan op vacatures. Zij gaan zich al kandidaat stellen als ze voor 60% aan de criteria voldoen. Vrouwen pas als ze zich 100% in de criteria kunnen vinden. Celis: “Als je woorden als ‘challenge’ en ‘competitiviteit’ aanhaalt in een vacature, trek je vooral mannen aan. Gebruik je echter ‘teamplay’ en ‘samenwerking’ ga je vrouwen meer aanspreken. Dat zijn kleine dingen die blijkbaar wel werken.”  

In de toekomst is het wel de bedoeling om die fiftyfifty verhouding van het ZAP te bereiken, maar volgens Celis zal het stap voor stap moeten gebeuren. “We zijn gestart met eigen streefdoelen die faculteiten zichzelf moeten opleggen. Nu we die fase voorbij zijn, voeren we rekruteringsregels in met de expliciete bedoeling om meer vrouwen aan te werven. Binnen twee jaar evalueren we weer en werken we toe naar de volgende stap. We willen zeker nog meer inzetten op de doorstroom van vrouwelijke academici naar de top.”

Het GAP is uiteraard meer dan het quotum en meer dan alleen genderongelijkheid bestrijden. Via workshops, lezingen en curriculumscans voor de hele academische gemeenschap hoopt de VUB meer aandacht te besteden aan de (on)bewuste discriminatie voor iedere minderheidsgroep. Hoewel rector Pauwels haar radicaliteit moest bijschroeven, is Celis tevreden met het plan. “Aan zo’n project begin je altijd ontzettend ambitieus, maar gaandeweg moet je het één en ander bijstellen. Dat is de realitycheck die erbij hoort. Al bij al denk ik dat we hiermee echt al zaken kunnen realiseren die hoogst relevant zijn. En nogmaals: dit is het plan voor komende twee jaar. Daarna gaan we voort hé!”