Terug naar Braem
Artikel gepubliceerd op 25 september 2018 om 11:27
Ontwerpschets met open kantoorruimte en zicht op de muurschilderingen.    
© Renaat Braem, Felixarchief/Stadsarchief Antwerpen

De renovatie van het rectoraatsgebouw

Door Alan Jockmans
Niet toevallig aan de vooravond van het vijftigjarig bestaan van onze universiteit broeit er heel wat rond het Braemgebouw. Het iconische, ellipsvormige bouwwerk op campus Etterbeek wordt na meer dan veertig jaar trouwe dienst gerestaureerd en ter ere hiervan loopt er in gebouw D een fototentoonstelling, wordt er een brochure uitgegeven en zullen vanaf oktober zullen zelfs gegidste bezoeken plaatsvinden. De komende jaren zal het gebouw zelf een interne facelift ondergaan. Een overzicht van wat op til staat.

Het huidige uiterlijk van ‘de Sigaar’, zoals het gebouw nog door menig VUB’er genoemd wordt, is in feite het resultaat van moeilijke onderhandelingen tussen het universiteitsbestuur en de gevierde architect Renaat Braem. Uit het creatieve brein van deze modernist ontsproten begin jaren zeventig van de vorige eeuw verschillende ambitieuze plannen voor ons rectoraat, allen met een eigen uitgewerkte filosofie – Braem wou de VUB immers een “tempel van de wetenschap” schenken. Dit was echter buiten de toenmalige rector Aloïs Gerlo gerekend, voor wie – zo schreef de architect in zijn memoires – “een eenvoudige prefab die beschermt tegen regen en wind al zou volstaan als rectoraat.” Wat volgde was een strijd waarin Braem wilde vermijden dat ‘zijn’ rectoraat zo karakterloos en functioneel zou worden als de rest van de Etterbeekse campusarchitectuur, en daarvoor moesten veel compromissen gesloten worden. Van de open kantoorruimtes die hij gepland had  (zie bovenste foto) kwam niets in huis en ook het betonnen uiterlijk moest plaats ruimen voor baksteen. Uiteindelijk nam Braem zelfs de voorziene muurschilderingen voor eigen rekening, hoewel hij hiervoor liever schilders van zijn keuze had aangesteld. De oude kunstzinnige architect beschilderde samen met zijn vrouw Elza Severin en een assistent bijna tien jaar lang vijfhonderd lopende meter muur, vastberaden om zijn laatste meesterwerk tot een goed einde te brengen.

Weg met gebouw M

Het gebouw onderging sinds haar oplevering in 1976 al een aantal bescheiden verbouwingen maar stilaan dringt een grondige renovatie zich op. Hoe deze zal verlopen werd voorgesteld aan geïnteresseerden op 11 september in een presentatie met voorwoord van rector Caroline Pauwels. “Het rectoraat heeft vele namen: ‘de Sigaar’, ‘Caprice des Dieux’, gebouw ‘M’, maar vanaf nu spreken we enkel over het ‘Braemgebouw’.” Hiermee wil Pauwels de link met Braem, over wie ze vol lof spreekt, accentueren. In haar voorwoord benadrukt ze de architecturale waarde, de filosofie en de uniciteit van het gebouw en vertelt ze uitgebreid hoe fijn ze het vindt om te kunnen werken in een “landmark-building dat de waarden van onze universiteit, het vrij onderzoek en de vrijmetselarij belichaamt."

"Het is een landmark-building dat de waarden van onze universiteit belichaamt"

Caroline Pauwels

De rector wilde het publiek duidelijk warm maken voor het project, en dat is ook nodig. Aan ambitieuze renovaties is immers ook een ambitieus prijskaartje verbonden. Ze riep dan ook warm op aan de aanwezigen om het project te steunen. Charlotte Nys van architectenbureau Origin, die samen met de infrastructuurdienst van de VUB de werkzaamheden begeleidt, geeft meer duiding bij de financiering. “We kunnen voor een stuk rekenen op subsidies. Voor zuiver restauratieve ingrepen kunnen we tot tachtig procent subsidie krijgen, maar er moet nog besproken worden welk deel van de werken precies als restauratie beschouwd kan worden en welk deel eerder renovatie is.” Ze verwacht dat ze ongeveer veertig procent subsidie zullen krijgen voor het hele project. De rest van het bedrag, gemakkelijk zo’n 1500 euro per vierkante meter, zal via andere kanalen moeten worden opgehaald. Daarbij worden andere subsiedielijnen aangehaald en komt er een campagne om fondsen te werven. “We moeten nog bekijken hoe dit precies zal gebeuren. Een idee is om bijvoorbeeld in ruil voor financiële steun de karakteristieke ramen, die allemaal vernieuwd worden, te ‘verkopen’ waarbij de naam van de doneur op de ruiten wordt vermeld, maar dat moet nog besproken worden.”

Meer licht, minder muren

Uiterlijk ziet het Braemgebouw er nog goed uit, maar vooral aan de binnenkant worden restauratiewerken steeds noodzakelijker. De ramen zijn in erg slechte staat en lucht- noch waterdicht en de vloer buigt op sommige plaatsen wel acht centimeter door. Verder ontbreken in het gebouw een aantal faciliteiten die voor deze tijd onontbeerlijk zijn. Zo is er bijvoorbeeld geen verluchtingssysteem aanwezig en zijn de liften en het sanitair niet voorzien op rolstoelgebruikers. Dit zijn allemaal euvels die zullen worden opgelost in het renovatieproject, maar het gaat verder dan dat.

Het meest bijzondere aspect van de hele verbouwing is dat er ook aan de indeling van het gebouw zal worden gesleuteld. De afzonderlijke kantoren zullen grotendeels verdwijnen en plaats maken voor open ruimtes. Hiermee wordt dus voor een groot stuk teruggekeerd naar de indeling die Braem oorspronkelijk voor ogen had. Nys: “Het idee om de binnenwanden te verwijderen ontstond eigenlijk al bij het beschermingsbesluit van het gebouw in 2007, mede onder impuls van VUB-kunsthistorica Jeanine Lambrecht. Men oordeelde dat een open indeling, die Braem eigenlijk wilde, voor een veel betere lichtinval zou zorgen en dat de iconische muurschilderingen hierdoor meer tot hun recht zullen komen. Nu krijgen deze nog te weinig aandacht.”

De hele renovatie zal in vier fasen plaatsvinden en begint bij de eerste twee verdiepingen. Hier komen, opnieuw zoals Braem het oorspronkelijk gepland had, publieke ruimten zoals vergaderruimtes, diensten met een onthaalfunctie en een zaal die voor doctoraatsverdedigingen, lezingen of recepties kan gebruikt worden. De diensten die nu op deze etages zetelen zullen tijdelijk verhuizen. In de rest van het gebouw wordt er gewoon doorgewerkt. “De werf zal wel voor wat geluidsoverlast zorgen,” vertelt Nys. “We gaan dus goed moeten communiceren met de werknemers wanneer het meeste hinder zal zijn, zodat zij op voorhand maatregelen kunnen nemen door bijvoorbeeld van thuis uit te werken. De tweede verdieping, die net boven de werfzone ligt, zal bovendien tijdelijk ontruimd worden om te dienen als bufferzone.”

In volgende fasen zullen de liften en de trappenhal worden aangepakt, vervolgens zullen de overige verdiepingen volgen. Er wordt ook gesuggereerd het dak van het Braemgebouw in te richten als terras, maar dat zal van de haalbaarheid en de kostprijs afhangen.  

De restauratie van het heelal

In de nieuwe plannen zullen de muurschilderingen van Braem dus een prominentere rol krijgen. De kunstwerken beelden het ontstaan van het heelal, het leven en de mensheid uit, waarbij elke verdieping een andere fase voorstelt. “Ook de muurschilderingen zullen moeten worden gerestaureerd. Op sommige plaatsen is infrastructuur zoals brandblussers over de kwetsbare schilderingen geplaatst, werden er muren tegen gebouwd of is de vernislaag vergeeld. Dit zal allemaal zo oorspronkelijk mogelijk hersteld worden. Verder hebben we uitgezocht welke verf Braem precies gebruikt heeft zodat we de juiste vernis kunnen gebruiken om de kunstwerken optimaal te bewaren. Tijdens de werken zelf zullen er panelen voor de schilderingen worden geplaatst om te vermijden dat ze beschadigd  raken door de werf”, aldus Nys. Zolang er gewerkt wordt aan het gebouw zullen de schilderingen dus niet te zien zijn. Daarom heeft fotograaf en architect Jean Cosyn een fotoreeks gemaakt van Braems werken, die geëxposeerd wordt in gebouw D, samen met een aantal tekeningen van de architect en voorzien van de nodige uitleg.

Fase één der werken zou eind dit kalenderjaar van start moeten gaan en gehoopt wordt dat de eerste twee etages afgewerkt zullen zijn tegen het vijftigjarig bestaan van de VUB. De expo loopt nog tot zeven december 2018.