Students' little helpers
Artikel gepubliceerd op 19 januari 2019 om 18:30
'Braincaps' beloven op geheel natuurlijke wijze je concentratie te boosten om zo efficiënter te kunnen werken.    
© de Moeial, Jan Meeus

Smart drugs: examendoping of toekomstmuziek?

Door Maud De Vos
Vorig jaar gaven in een grootschalige studentenbevraging onder Vlaamse studenten 3036 studenten toe al eens naar medicijnen te hebben gegrepen om hun concentratie of productiviteit te verhogen. Kan een pilletje echt zonder gevaren je concentratie verhogen? Of moeten we ons heil zoeken in natuurlijke varianten? En is die examendoping wel legaal?

Vol goede moed stap je naar de bibliotheek, gepakt en gezakt met laptop, cursus en een thermos koffie of lading Nalu’s. Je concentratie, die ben je echter ergens onderweg verloren. Het ene na het andere leidt je af. Ondanks voldoende wilskracht glijdt je cursor vaker naar dat Facebookbalkje dan naar de volgende pagina van je paper. Ietwat teleurgesteld beloof je jezelf plechtig het de volgende dag beter te doen. Clichématig? Met reden: de gemiddelde student herkent dit scenario ongetwijfeld. Een pilletje slikken en het concentratieprobleem is opgelost?

Het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs (VAD) voert elke vier jaar een onderzoek uit onder studenten naar middelengebruik, inclusief alcohol. In 2017 vond de vierde editie van deze bevraging plaats. Die bevraging ging voor het eerst, bij 36.041 studenten, na hoe vaak studenten oneigenlijk, dus niet voor een behandeling voor concentratiestoornissen, gebruik maken van medicijnen in het kader van hun studies. Sara De Bruyn, doctorandus aan de Universiteit van Antwerpen, was medeverantwoordelijk voor de meest recente versie van de studentenbevraging: “Uit die resultaten bleek dat 8,5 procent van de studenten ooit al eens stimulerende medicatie heeft gebruikt om hun studieprestaties te bevorderen. Als we enkel kijken naar de laatste twaalf maanden ligt de gebruikersprevalentie op 3,9 procent van de studenten.” Het oneigenlijk gebruik van deze medicatie komt vooral voor tijdens  de blok- en examenperiodes. Zo geeft respectievelijk 45,6 procent en 54,1 procent van de laatstejaargebruikers aan deze medicatie één keer per week of meer te gebruiken tijdens de blok of examens.

"Gaat het je leervermogen verbeteren? Ik denk het niet"

Dimitri De Bundel

De Bruyn peilt momenteel de motieven van oneigenlijke gebruikers via een kwalitatieve bevraging: “Een student zegt dan: ‘Ik neem het omdat ik me beter wil kunnen concentreren’, maar waarom lukt het studeren niet goed? Soms gaat het om dieperliggende problemen, zoals bijvoorbeeld faalangst, stress of een moeilijke thuissituatie.” Misschien is het preventief gezien belangrijker om in te spelen op de vraag waarom een student faalangst heeft of het gevoel heeft zich niet te kunnen focussen.” Uit de laatste twee bevragingen bleek ook dat studenten aangeven dat die verwachtingen vaak niet worden waargemaakt. “Vorig jaar gaf bijna twee op drie aan dat medicatie hen slechts af en toe, of minder vaak, het gewenste effect gaf.”

Dipje in je cortex?

Dat bevestigt ook de literatuur, stelt farmacoloog aan de VUB professor Dimitri De Bundel: “Een persoon met ADHD heeft een relatief tekort aan twee neurotransmitters (de chemische stof die fungeert als overbrenger van een zenuwprikkel n.v.d.r), dopamine en noradrenaline (hormoon dat in werking treed bij stress, n.v.d.r.) , ter hoogte van de prefrontale cortex, een belangrijk deel van de hersenen voor cognitieve functies. Als je de concentraties daarvan verhoogt, zie je ook effectief een verbetering van aandacht en leervermogen bij personen met ADHD.  Neem je dit als gezonde persoon, kan je een te hoge concentratie creëren en zullen aandacht en leervermogen ook niet optimaal zijn.”

Bepaalde studies beschrijven wel een beperkt effect op de tijdelijke opslag van taak-relevante informatie in de hersenen bij inname van een enkele dosis methylfenidaat (de werkzame stof in onder andere Rilatine en Concerta) door gezonde proefpersonen. Maar dat ging dan niet op voor andere cognitieve domeinen zoals langetermijngeheugen en lang niet alle studies bevestigen die resultaten.

(Lees verder onder de cartoon)


© wieste

Geen one-size-fits-all oplossing dus. Je zou eigenlijk al heel specifieke vragen moeten stellen: wat voor examen moet afgelegd worden, om welk vak gaat het. Wiskunde, een taal, een blokvak of praktijkexamen? Want afhankelijk van het cognitief domein dat je hersenen moeten inzetten, zou je in theorie een ander effect kunnen krijgen van de werkzame stof en krijg je misschien een goed of net een slecht resultaat. Zo wordt het al heel complex om daar een duidelijk antwoord op te krijgen. “Het is mogelijk dat de literatuur daarom onduidelijk is: je kan geen alles overkoepelend verbeterend effect bij gezonde mensen verwachten,” aldus de Bundel.

Overdosis concentratie

Geen duidelijkheid over positieve effecten dus, maar baat het niet, schaadt het niet. Toch? Spijtig genoeg schaadt het wel. De Bundel: “Hetgeen je typisch krijgt, is dat als je iets gaat stimuleren, het lichaam zich daaraan gaat aanpassen. De hersenen zullen vaak minder gevoelig worden aan de effecten van toegediende stoffen, met als gevolg dat je van dezelfde molecule meer en meer nodig hebt om hetzelfde effect te bereiken. Koffiedrinkers kunnen vrij veel koffie verdragen zonder daar effecten van te ondervinden. Drink je dat nooit, dan zal je meteen effecten ondervinden na een enkele tas.” De vergelijking gaat verder. “Een bijkomend probleem is dat afhankelijkheid aan stimulerende stoffen kan optreden. Zo kan ik me suf en humeurig voelen als ik mijn ochtendkoffie eens moet overslaan. Uitzonderlijk kan het zelfs leiden tot een migraine aanval. Deze principes gaan ook op voor middelen zoals methylfenidaat. Dit molecule zal de concentratie van dopamine niet alleen in de prefrontale cortex,  maar ook in andere delen van de hersenen verhogen. Zo speelt de vrijstelling van dopamine in het ventrale striatum (het beloningscentrum in de hersenen, n.v.d.r.) een belangrijke rol bij euforie, maar dus ook bij afhankelijkheid en verslaving.” 

Tot slot zijn er ook niet onbelangrijke gevolgen op lange termijn: “Methylfenidaat kan ook inwerken op andere plaatsen van het lichaam waar het ook de concentratie noradrenaline zal verhogen, waardoor het risico op cardiovasculaire aandoeningen kan verhogen, zeker wanneer je reeds een bestaande aandoening hebt, of het in combinatie met bepaalde geneesmiddelen inneemt.”

Methylfenidaat: het zegt de gemiddelde persoon waarschijnlijk weinig. Amfetamine doet wellicht wel een belletje rinkelen. “In Amerika gebruikt men amfetamine voor het behandelen van ADHD, het gaat eigenlijk om een molecule uit dezelfde klasse, maar dan met een krachtigere werking. Als je denkt aan gebruik van amfetamine, denk je niet meteen aan gebruik tijdens je studies. Nochtans kan het je alertheid zeker verhogen, als je het neemt zal je niet slapen. Maar gaat het je leervermogen verbeteren? Ik denk het niet.”

Vitaminesoep

En dan zijn er ook nog de voedingssupplementen. Vrij verkrijgbare pillen, meestal op basis van vitamines en kruiden, waarvan de producenten beweren dat ze je concentratie doen verhogen en je uit je dipje kunnen halen. Een placebo? Of kan het je op een veilige manier beter doen studeren? We legden de ingrediëntenlijst van een ‘studiepil’ voor aan professor De Bundel. De website van de pil beweert dat wetenschappelijke studies aantonen dat de aanwezige stoffen het concentratievermogen verhogen en doorbloeding van de hersenen verbeteren. “Die referenties aan de literatuur zijn altijd interessant, maar als je dan gaat kijken is het meestal zo dat het gaat om onderzoeken rond een bepaald tekort. Dus als je kijkt naar mensen met dementie of een ander probleem met geheugen en leervermogen, dan kan je zien dat bepaalde supplementen een gunstig effect kunnen hebben. Maar bij  gezonde jonge mensen, studenten, is er heel weinig bewijs voor.”

"Studenten denken al snel: 'Zo een pilletje dat kan toch geen kwaad?'"

Sara De Bruyn

Dat wijzen  verschillende studies uit. Zo ontdekte een meta-onderzoek uit 2017 dat de effecten van een dagelijkse inname van groene thee, en dus l-theanine, een veelgebruikt bestanddeel van ‘studiepillen’, op lange termijn zelfs tot een verminderde of beperkte cognitieve werking kan leiden. Andere studies toonden wel bepaalde voordelen op korte termijn aan, zoals vermindering van stress of spanning, maar wezen dan ook meteen op verhoogde kans op hoofdpijn of vermindering van cognitieve prestaties.

Kostelijk placebo-effect

De wetenschap trekt de effectiviteit van de studiepil in twijfel, maar echte onderzoeksjournalistiek vraagt om een pseudowetenschappelijke zelftest. ‘Study Buddy’ en ‘Braincaps’ beloven allebei, op geheel natuurlijke wijze: je concentratie te boosten om zo efficiënter te kunnen werken. Op een zo leeg mogelijke maag, zoals de instructies voorschrijven, nam ik op een lesvrije dag een eerste ‘Study Buddy’. Dat waren overigens de enige instructies, de doos bevat geen bijsluiter met eventuele waarschuwingen. Dat ik die dag helemaal zou wijden aan achterstallig schoolwerk en ik alle omgevingsprikkels zo veel mogelijk had uitgeschakeld maakt deze poging tot onderzoek des te onbetrouwbaar, maar geheel tegen mijn sceptische vooroordelen in ging de voormiddag verbazingwekkend snel voorbij en tegen dat ik een tweede pilletje innam had ik zowaar al de helft van mijn geplande werk uitgevoerd.

'Braincaps' dan maar. De doos kwam met enkele weken vertraging in mijn brievenbus. Na een mailtje krijg ik prompt een tweede opgestuurd. Net als bij de ‘studeervrienden’, die je verleiden met ‘niet tevreden, geld terug’-reclame, is klantenbinding duidelijk een essentieel onderdeel van hun marketing. Mooi meegenomen. Na me na een zwaar weekend te hebben verslapen en terwijl mijn motivatie behoorlijk ver te zoeken was, hoopte ik dan ook vurig dat een ‘Braincap’ mijn redding zou zijn. De hoge dosis cafeïne schrikt me af, als toegewijd koffiedrinker zou u mij, in combinatie met een aantal van deze pilletjes (die telkens 120mg bevatten, met een maximuminname van vier per dag), met hartritmestoornissen naar het ziekenhuis mogen dragen. Of ik effectief beter gestudeerd heb zal ik u na de examens weten te vertellen, maar wakker was ik alleszins.

In hogere sferen achter je bureau

Maar beseffen studenten de schade die ze kunnen aanrichten door het nemen van deze pillen? Volgens De Bruyn ligt het grote gevaar in de onbezonnenheid van studenten. “Studenten denken al snel: ‘Zo een pilletje dat kan toch geen kwaad?’”

Drugscontrole voor of na een examen is niet de manier om studenten af te schrikken

Student psychologie Annelore gebruikt Metastudent, een voedingssupplement gelijkaardig aan de eerdergenoemde pillen. “Sinds dit academiejaar neem ik Metastudent en Magnesiumtabletten. Ik had tijdens de herexamens en in de aanloop ernaartoe veel slaaptekort en stress,waardoor ik vooral ‘s avonds ook wat concentratieproblemen ondervond. Naar vermoeidheid toe hielpen die pillen  wel, waardoor op termijn mijn concentratie ook wat beter was. In geval van nood zoals een avond voor een examen neem ik soms cafeïnekauwgommen, die werken wel echt om wakker te blijven, heb ik de indruk.”

Een gelijkaardig verhaal bij laatstejaarsstudente Sarah: “Ik voelde me vaak erg moe en futloos tijdens de examens en het was mijn mama die advies had gevraagd aan de apotheker. Zij stelde zelf Metastudent voor. Misschien omdat ik er al van in het begin redelijk sceptisch tegenover stond, of misschien omdat ik het niet lang genoeg genomen heb, maar ik voelde eigenlijk geen verschil. Mijn broer heeft ADHD en hij heeft me weleens een pilletje aangeboden, maar ik heb geweigerd uit angst voor de gevolgen. Ik weet wat voor tests er voorafgaan aan zo’n diagnose en het lijkt me niet slim om als gezonde student zo’n zware medicatie te nemen.” 

Positief getest, negatief resultaat

Aan de KU Leuven ging er in 2016 een proefballonnetje op door toxicoloog Jan Tytgat, die pleitte voor een dopingcontrole bij studenten. De universiteit wees het voorstel resoluut af omwille van technische en juridische bezwaren. Geen enkel onderwijs- en examenreglement vermeldt tot op heden het gebruik van psychoactiverende middelen als grond om een student te kunnen schorsen. Zowel Drs. De Bruyne als Prof. De Bundel zijn het hiermee eens: drugscontrole voor of na een examen is niet de manier om studenten af te schrikken voor het illegale gebruik van medicijnen. De Bruyne benadrukt wel het belang van preventie en bewustmaking onder studenten.

De Bundel: “Studenten om een urine- of bloedstaal vragen bij aanvang van een examen lijkt mij niet nuttig, zeker niet omdat er op dit moment geen duidelijk wetenschappelijk bewijs bestaat voor het effect van dit soort middelen.” Volgens De Bundel zou het ook impliceren dat je zal moeten vragen of mensen ADHD hebben, toch een vrij veel voorkomende aandoening, en dat vindt hij geen goed idee. “Als prof hoef ik niet altijd te weten welke aandoeningen studenten hebben. Ze doen hun best voor een examen en daarmee is het gedaan.”

De boodschap is duidelijk. Een pil, medicinaal of niet, zal je puntengemiddelde niet meteen de tot grote hoogte laten stijgen. Een betere gok is je geld uit te geven aan iemand die je bijles geeft. Of onderwerp jezelf eerst aan een grondig onderzoek alvorens je de donkere krochten van het internet induikt om illegale ADHD-medicatie te kopen.