De burn-outgeneratie
Artikel gepubliceerd op 15 december 2018 om 13:40

© Marit Galle

Groot leed tijdens de mooiste tijd van je leven
Door Job Zomerplaag

Een op de vijf studenten brandt op tijdens zijn of haar studententijd, en de verwachting is dat dit aantal de komende jaren verder zal stijgen. Aan de VUB komen studentenpsychologen handen te kort om aan de vraag naar hulp te voldoen. Een portret van de ‘burn-outgeneratie’ en een zoektocht naar antwoorden op een van de grootste, vaak onbesproken, vraagstukken van onze tijd.  

“Een constante onrust in mijn hoofd. In de eerste week van mijn academiejaar ging ik naar een concert dat ik heel goed vond, maar ben ik halverwege het optreden weggegaan. Er speelde altijd in mijn achterhoofd dat er nog een berg werk op mij wachtte. Ik vond niet dat ik die ontspanning verdiende,” vertelt student Sara* (22) terwijl ze naar het plafond van haar studentenkot staart. Vanaf de rand van haar bed blikt ze terug op een van de zwaarste periodes uit haar leven, op de achtergrond klinken de claxons van het Brusselse forensenverkeer. De stress die ze vanaf de eerste week van haar master voelde, resulteerde uiteindelijk in een depressie tijdens de examenperiode. Een behandeltraject bij verschillende psychologen volgde.

Het is een ervaring die ze met de 23-jarige geschiedenisstudent Maxime deelt, ook hij kreeg een burn-out tijdens zijn studententijd. Hij had een longontsteking nodig om te beseffen dat hij compleet opgebrand was: “Ik werd ’s ochtends even moe wakker als voor het slapengaan. Ik werd al uitgeput van het beklimmen van een trap. Op een bepaald moment kon ik de knop niet meer uitdraaien, mijn lichaam stond permanent onder hoogspanning. Ik besefte toen dat ik roofbouw op mijn lichaam aan het plegen was.”

"Het mentale welzijn van jongeren is hard achteruit gegaan de afgelopen jaren"

Elke Van Hoof

1 op de 5

De twee VUB-studenten behoren tot de groeiende groep van duizenden jongeren bij wie tijdens hun studententijd psychische klachten de kop opsteken. Cijfers van het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg in Vlaanderen en Brussel schetsen een even somber beeld. In meer dan 40 procent van de aanmeldingen zoeken studenten hulp voor psychische problemen, waardoor dit met grote voorsprong de belangrijkste reden is voor een afspraak. Elke Van Hoof, verbonden aan de VUB als professor klinische psychologie, is gespecialiseerd in onderzoek naar stress en burn-outs. Zij ziet verontrustende tendensen: “Het mentale welzijn van jongeren is hard achteruit gegaan de afgelopen jaren. Twintig procent voldoet aan een diagnose voor psychische problemen, en dat percentage blijft stijgen.”

Het psychisch welzijn van studenten is een maatschappelijk probleem geworden, zo concludeerden psychologen van de KU Leuven eerder dit jaar op basis van de resultaten van een onderzoek onder bijna vijfduizend eerstejaarsstudenten. De cijfers liegen er niet om: een op de drie Leuvense studenten ervaart psychische problemen tijdens het eerste jaar. De onderzoekers concluderen daarnaast dat deze problemen een direct verband houden met slechtere schoolprestaties, dit kan tot zo’n één punt van de twintig schelen, of uiteindelijk zelfs schooluitval. Wie een blik over de grens werpt, ziet de schaal van de problematiek bevestigd worden. Met name geneeskundestudenten vallen ten prooi aan een burn-out. Uit een meta-analyse van 23 studies gepubliceerd tussen 2010 en 2017 waaraan in totaal meer dan 16.500 studenten deelnamen, rekende de Franse onderzoeker Ariel Frajerman uit dat 46 procent van de geneeskundestudenten nog voor de start van hun assistentschappen opgebrand raakt.

Van Hoof benadrukt dat bij studies uitgevoerd in heel Europa vergelijkbare tendensen zichtbaar zijn. Niet alleen bij jongeren, maar ook bij oudere generaties groeit het deel van de bevolking dat kampt met psychische klachten gestaag: “We zitten als samenleving met een groot probleem.”

De burn-out is geen onderdeel van de studententaal

Ook studentenpsychologen Rebecca Léonard en Katrien Vanderstappen zien een stijging in het aantal studenten dat hulp zoekt. “Wanneer een student binnenkomt met klachten over vermoeidheid, futloosheid en een slecht slaapritme, dan heb ik vaak wel de diagnose van een burn-out in mijn achterhoofd,” vertelt Vanderstappen in het Studiebegeleidingscentrum (SBC) van de VUB. “Ik zal het niet altijd zo benoemen. We hebben het liever over stress of dat het allemaal even teveel is. De burn-out is nog geen onderdeel van de studententaal. Gebaseerd op de dagelijkse praktijk kun je stellen dat dat compleet ten onrechte is.” Collega Léonard vult haar aan: “Maar laten we duidelijk zijn: het is niet erg als een student wat stress heeft rond de examens. Het wordt wel een probleem als er daarna geen herstel volgt en het blijft duren.”

(Lees verder onder de foto)

Studentenpsychologen Rebecca Léonard en Katrien Vanderstappen    
© Job Zomerplaag

Voor Maxime kwam dat herstel er op een gegeven moment niet meer. De donkere wolk van onrust groeide in zijn hoofd. Hij besloot hulp buiten de universiteit te zoeken, omdat hij de mentale druk meer relateerde aan zijn inzet voor zijn studentenvereniging dan aan zijn studie. Zijn longontsteking liet hem toe om het moeilijke gesprek over zijn mentale gezondheid uit de weg te gaan. “Ik had al voordat het licht uitging tegen mensen gezegd dat ik het niet meer aankon.” De reacties van zijn omgeving waren niet enkel begripvol, maar ook teleurgesteld: “Je laat ons toch niet in de steek?" Nu hij twee jaar later terug blikt, ziet hij in dat: “Mensen zijn zo vervreemd van hun eigen gevoelens dat ze zelfs bij elkaar niet meer terecht kunnen om hun masker te laten vallen.”

Slechte zelfzorg door frieten en frisdrank

Hoewel er nog geen uitsluitsel is over wat er precies schuilgaat achter het verslechterende psychische welzijn van jongeren, ziet Elke Van Hoof meerdere verklaringen. “Een oorzaak voor het niet kunnen omgaan met stress is dat jongeren te gepamperd zijn. De studenten van nu behoren tot een generatie waar alles voor geregeld is geweest, ze hebben niet hoeven te vechten voor bepaalde zaken. Bij een tegenslag lijkt het alsof jullie generatie daartegen minder bestand is.” Volgens Van Hoof moet de verklaring vooral worden gezocht bij de problematische zelfzorg door de huidige generatie studenten. “Het voedingspatroon van studenten is abominabel, de slaapkwaliteit nihil. Als wij jullie gezondere voeding willen voorschotelen door de frieten in de kantine af te schaffen dan gaan jullie meteen in staking en is er oproer.” Volgens de professor blijkt uit onderzoek dat ongezonde voeding, grote hoeveelheden alcohol, een slechte nachtrust en weinig beweging tot minder mentaal welbevinden leidt. “Frieten en frisdrankautomaten horen niet thuis op een universiteit.”

"Een oorzaak voor het niet kunnen omgaan met stress is dat jongeren te gepamperd zijn"

Elke Van Hoof

Volgens de studentenpsychologen is een goede zelfzorg inderdaad de basis voor iedere student, en wordt er bij de behandeling ook veel aandacht aan besteed. Rebecca Léonard wijst echter ook op een toenemende druk vanuit de universiteit. “De student wordt bijna permanent geëvalueerd, dat heeft zowel voor- als nadelen. Ik ben al bijna 14 jaar studentenpsycholoog en vroeger zag ik bij studenten een stresspiek rond de examens aan het einde van het jaar. Nu zie ik al gestreste studenten vanaf dag één van het academiejaar omdat ze overrompeld worden door alle taken en deadlines.”

Eerst de psycholoog, dan pas ouders of vrienden

Uit de praktijk weten de studentenpsychologen dat het bij deze generatie studenten lang niet altijd om gepamperde jongeren gaat. Léonard wijst er op dat zij gebukt gaan onder een hoog verwachtingspatroon: “Je wilt naast een goede student een goede zoon of dochter zijn, een goede broer of zus, een goed lief, een goede vriend. Er zijn wel heel veel rollen die studenten hebben.”

Volgens Van Hoof is het ook verontrustend dat uit onderzoek blijkt dat jongeren niet over hun psychische problemen praten met hun ouders en vrienden. Studentenpsycholoog Katrien Vanderstappen herkent dit als een bredere maatschappelijke trend: “Mensen praten sneller met een psycholoog dan met hun naasten. Wij zijn dan wel psychologen, maar we zijn tegen de psychologisering van de wereld.”

“Zorgen voor je eigen gezondheid is een verantwoordelijkheid voor elke volwassene, dus ook voor de student"

Jan Danckaert

Op het hoogtepunt van haar burn-out besloot Sara met haar ouders te bespreken of ze een paar vakken kon laten vallen. Nu ze daarover terugdenkt, had ze graag gehad dat ze haar toen volledig gesteund hadden. Ook in haar vriendengroep maakte Sara het taboe rondom de burn-out van dichtbij mee. Haar vrienden vroegen namelijk nooit wat er aan de hand was: “Ik had heel graag gehad dat zij mij een berichtje stuurden om te vragen hoe het ging. Mensen vragen vaak hoe het met je gaat omdat ze verwachten dat je zegt dat het goed met je gaat.” Ze vond het lastig om haar vrienden te vertellen dat het steeds slechter ging: “Als ik mensen om mij heen zag lachen, dan werd ik er constant mee geconfronteerd dat ik de degene was die buiten de maatschappij valt. Dat ik de loser ben.”

De illusie van perfectie

Wanneer professor Van Hoof de uitdagingen die nieuwe technologieën ons brengen als een potentiële boosdoeners bespreekt, wijst ze op een fenomeen dat zij ‘de illusie van perfectie’ noemt. “Dat is de paradox van jullie leven: het alleen maar delen van perfectie op sociale media maakt dat elke afwijking daarvan een reden is voor schaamte en schuldgevoelens. Het gebrek aan het vermogen om dat te relativeren draagt ertoe bij dat jullie groep enorm hard is voor zichzelf.”

Als psycholoog ziet Vanderstappen dat ook terug bij de studenten die zij begeleidt. Ze zijn vaak erg geëngageerd, bijvoorbeeld als praeses bij hun studentenkring. “Wij vertellen die studenten dat ze niet aan al hun verwachtingen hoeven te voldoen. Vergeet niet aan jezelf te denken en weet dat niet alles moet.” Of zoals VUB-student Maxime het ervoer tijdens zijn burn-out: “Tijdens onze studententijd wordt er ons ingeramd dat dit de beste tijd van je leven is. Als je dan een burn-out krijgt, dan weet je niet hoe je je moet voelen.”

Gedeelde verantwoordelijkheid voor universiteit en student

De schaal van de problematiek wordt steeds zichtbaarder, een eenduidige verklaring voor de toename in burn-outs is nog niet gevonden. Maar wie steekt zijn nek uit om het aantal studenten met psychische klachten terug te dringen? Elke Van Hoof ziet dit als een gedeelde verantwoordelijkheid: “De universiteit heeft de verantwoordelijkheid om de context te creëren waarin uitdagingen bespreekbaar worden en er ook een nauwgezette begeleiding opgestart kan worden. Daarnaast heeft de maatschappij ook een zekere verantwoordelijkheid, maar het is aan de student om te kiezen uit dat aanbod en daarmee aan de slag te gaan. En dat zie ik nog niet altijd gebeuren.” Ze doet een oproep aan de student om beter voor zichzelf te zorgen, en wanneer iemand in de problemen zit, snel in contact te komen met de desbetreffende VUB-diensten. Vicerector voor onderwijs- en studentenzaken Jan Danckaert valt haar bij: “Zorgen voor je eigen gezondheid is een verantwoordelijkheid voor elke volwassene, dus ook voor de student. Naast die eigen verantwoordelijkheid moet er ook een aanbod zijn en dat proberen we als universiteit te creëren en continu bij te schaven.” Danckaert gelooft dat de universiteit aandacht heeft voor de uitdagingen die het studentenleven biedt: “Het is nu aan de studenten om het op te pakken.”

(Lees verder onder het schilderij)


© Marit Galle

Volgens Maxime moet er een breed maatschappelijk debat gevoerd worden. Aangezien de universiteit bijdraagt aan extra stress bij studenten, gelooft de geschiedenisstudent dat de VUB psychologische hulp laagdrempeliger zou moeten aanbieden: “We zien om ons heen veel mensen er onderdoor gaan, maar daar wordt op de universiteit weinig over gesproken.” Nu heeft hij vaak het gevoel dat hij voor de wolven wordt gegooid. “Er zijn te veel studenten die weken naar een leeg Word-bestand staren en denken: hoe begin ik nu eigenlijk?”

Zichtbaarheid

Van Hoof moet wel erkennen dat de VUB er nog niet in slaagt om de ondersteuning van opgebrande studenten “sexy te verkopen”. Volgens haar is het inderdaad zo dat studenten niet altijd de weg naar voorzieningen vinden, maar is het te kort door de bocht om te stellen dat de VUB geen stappen onderneemt. Zo zijn professoren opgeroepen om verontrustende signalen bij studenten te detecteren en deze door te verwijzen naar vertrouwenspersonen, en is de samenwerking met externe instanties verbeterd. “We zijn hier aan de VUB zeer open, en het management ondersteunt dat ook. Ze verdedigen die initiatieven ook naar buitenaf.” Wel merkt ze op dat deze aanpak nog niet gemonitord wordt en dus niet te zeggen valt of de universiteit erin slaagt om het mentale welzijn van studenten daadwerkelijk te verbeteren.

"Wij zouden de huidige wachttijd ook graag anders zien, maar we kunnen onszelf niet klonen"

Rebecca Léonard

Recentelijk werd er door het SBC een online afsprakentool gelanceerd om de weg naar de psycholoog te vereenvoudigen. “We waren bang dat we daardoor onterechte afspraken zouden krijgen, maar van alle studenten die we sindsdien hebben gesproken geloven we dat het echt een geval voor ons is”, meent Léonard. Volgens haar is een gebrek aan zichtbaarheid absoluut niet aan de orde wanneer het over individuele begeleidingen gaat: “Als we dat aanbod expliciet zouden gaan aanprijzen, dan kunnen we het echt niet meer aan. Er is vanuit de studenten nu al meer vraag naar onze diensten dan wij aan tegemoet kunnen komen.”

Een maand wachten op een afspraak

In voorbereiding op dit artikel volgde de Moeial-redactie een maand lang de online afsprakentool van de studentenpsycholoog. Gedurende deze periode bedroeg de wachttijd minimaal een maand. Op sommige dagen was er zelfs geen enkel tijdslot beschikbaar. Tot en met de start van de examens begin januari zijn de agenda’s van de studentenpsychologen helemaal volzet, vertelt Léonard. “Wij zouden de huidige wachttijd ook graag anders zien, maar we kunnen onszelf niet klonen. Voor de komende periode hebben we extra slots opengezet, maar we kunnen gewoon niet meer.” Ze geeft aan dat het psychologenteam aan zijn maximale capaciteit zit: “We zien momenteel 85 studenten per week met een team van zeven psychologen, waarvan een paar niet voltijds werken.” Haar collega Vanderstappen benadrukt dat de wachttijd relatief is en dat de ervaring leert dat in februari en maart de wachttijd minder dan twee weken bedraagt. Voor studenten die echt aangeven hulp te zoeken zal er altijd geprobeerd worden een moment te vinden. Voor het merendeel van de studenten helpt het al om samen te begrijpen wat er aan de hand is en bijvoorbeeld te kijken naar het verminderen van de werkdruk. Vanderstappen: “Ga voor acute gevallen naar spoed of de huisdokter zodat die direct kunnen interveniëren.”

"Als we een geweldige begeleiding zouden willen aanbieden, dan zouden we het inschrijvingsgeld moeten verdubbelen"

Elke Van Hoof

Elke Van Hoof reageert verbaasd wanneer haar de wachttijd van een maand wordt voorgelegd: “In sommige gevallen kan dat te lang zijn. Ik heb naast mijn werk aan de universiteit een praktijk, en daar hebben wij een doorlooptijd van tweeëneenhalve dag. Dat is nog lang als je acute problemen hebt.” Vicerector Jan Danckaert benadrukt de relativiteit van de wachttijd en maakt het onderscheid tussen het behoefte hebben aan een gesprek en acute nood aan hulp: “In het eerste geval lijkt mij een maand wachttijd niet uitzonderlijk, buiten de VUB zal je vaak nog langer moeten wachten. In echt acute gevallen zullen onze psychologen vaak ook sneller een eerste afspraak kunnen maken of doorverwijzen.”

Volgens de studentenpsychologen is de grote vraag naar psychologische hulp en het tekort aan personeel al gemeld aan het diensthoofd en de vicerector. Studentenpsycholoog Léonard: “We beseffen dat we moeten functioneren in tijden van crises en budgetten. We zijn de afgelopen jaren in aantal gestegen van drie naar zeven psychologen om de toegenomen vraag bij te benen.” Ook professor Van Hoof wijst op het financiële aspect: “Het tij is zeker te keren als er extra geld vrijkomt, maar daar wringt het schoentje. Als universiteit moet je daar wel budget voor vrij kunnen maken.” Volgens haar zijn de studenten daarbij afhankelijk van een universiteit die “zeer zwaar onder druk” staat. “Als we een geweldige begeleiding zouden willen aanbieden, dan zouden we het inschrijvingsgeld moeten verdubbelen.”

Spreidstand

Ondanks de hoge werkdruk geloven de studentenpsychologen dat zij als een waardevolle dienst gezien worden binnen de VUB. Léonard en Vanderstappen pleiten voor online voorlichtingsfilmpjes om meer studenten te bereiken: “Wij willen studenten bereiken in hun taal, op hun manier.” Ze zeggen ook werk te maken van de rol van de docent, dit voorjaar start er voor het VUB-personeel een workshopreeks ‘stress (h)erkennen bij studenten’.

Daarnaast ziet Léonard kansen bij een actieve betrokkenheid van de studentenpsycholoog bij het ontwikkelen van het welzijnsbeleid. “Liever een individuele student minder zien, en dan wel je stempel kunnen drukken zodat het welzijn van alle studenten beter wordt. We proberen allebei te bereiken, maar daardoor zijn we nu wel in een spreidstand.” Ze hebben onder het bewind van rector Caroline Pauwels een cultuuromslag ondervonden. “We werken er als studentenpsychologen hard aan het studierendement en -welzijn te verhogen. Onder de vorige rector (Paul De Knop, n.v.d.r.) zou daarbij eerder het studierendement primair gesteld worden, terwijl de huidige rector dat tweede facet net zo belangrijk vindt. Daar zien wij werkdruk-gewijs de gevolgen van, maar we zien ook dat er meer aandacht is voor het welzijn en dat het belang breder gedragen wordt.”

Zowel Sara als Maxime geven aan dat ze hun burn-outperiode achter zich hebben kunnen laten. Maxime kijkt erop terug als een, naar eigen zeggen, leerzame periode: “Nu zie ik het aankomen wanneer de stress me te veel wordt. Mijn mentaliteit is veranderd, maar ik blijf de neiging hebben om te veel hooi op mijn vork te nemen.” Sara heeft het gevoel dat ze sterker in haar schoenen staat, en dat ze de maatschappelijke druk beter doorziet. Nu helpt ze haar vrienden bij het herkennen en erkennen van psychische klachten. De angst dat haar burn-out terugkomt is niet verdwenen, ook leert ze steeds beter om te gaan met haar perfectionisme. “Ik zal het sneller herkennen als het terugkomt.”

* Sara is een schuilnaam. Haar identiteit is bekend bij de auteur van dit stuk.