Feminisme: te zuur of te inert?
Artikel gepubliceerd op 12 december 2018 om 13:00

© Jan Meeus

Erotica TD-posters doen genderdebat weer oplaaien
Door Lien Delabie en Wietse Vergauwe

#metoo! Women not objects! Free the nipple! De feministische strijd die sinds eind de negentiende eeuw in de Westerse landen woedde, is duidelijk nog niet voorbij. Onlangs uitten onbekenden hun ongenoegen over de posters die op onze campus verschijnen met een niet mis te verstane boodschap: ‘Let’s start the new academic year with a new idea: we do not objectify women here’. Een terechte kritiek of een geval van het zogenaamde ‘feminazisme’?

Flashback naar de warme oktobermaand van dit jaar: 11 oktober zou de Erotica TD plaatsvinden, een studentikoos feest dat al jaren plaatsvindt aan de VUB. Het concept is berucht: een ondeugende fuif waar de studentenvereniging van handelsingenieurs Solvay strippers uitnodigt en een wet T-shirt/boxer contest organiseert. Het moest een viering van de leutige lusten worden, die gepromoot werd met een poster van een sexy vrouw. Toen de posters op de campus werden verspreid, kwam er al snel een domper op de feestvreugde. Anoniem werden er witte A4’tjes op de posters van de Erotica TD geplakt, met een boodschap om het objectiveren van de vrouw te stoppen. De discussie werd op de spits gedreven toen het Facebookevenement van Erotica TD offline werd gehaald. De anonieme beweging maakte gretig gebruik van de naaktheidscensuur van Facebook, waarbij iedere gebruiker een klacht kan indienen tegen foto’s waarop naakt te zien is. Solvay probeerde hun evenement alsnog online te krijgen door een Facebookbanner zonder expliciete naaktheid te publiceren, maar tevergeefs: Erotica TD werd opnieuw geband. Toch bleek nogmaals dat ook mislukte reclame goede reclame kan zijn: de voorverkoop voor het evenement was zoals elk jaar uitverkocht.

"Wat die activisten eigenlijk deden, was cyberpesten"

Beau Baens

Cyberpesten

Dat anonieme activisten zomaar Facebookevents offline halen viel bij vele studentenkringen in slechte aarde. Ook bij de praeses van de Polytechnische Kring (PK), Beau Baens: “Als kring hou je je niet alleen bezig met studentikoziteit en feestjes. Ook sponsoring van externe bedrijven speelt een enorme rol voor ons. Die rekenen immers op onze Facebookevenementen. Wij zouden in de problemen komen als ons evenement offline gehaald wordt.” Hij benadrukt daarnaast dat de posters bij PK altijd ‘leutig’ bedoeld zijn. “Wat die activisten eigenlijk deden, was cyberpesten. Wij vinden het jammer dat we zodanig geterroriseerd worden door bepaalde groepen dat we actief over zulke  posters moeten gaan nadenken. Onze affiche voor onze Kerst TD is dit jaar een tekening van een kerstman. Het zou kunnen dat onze ontwerper rekening heeft gehouden met de gebeurtenissen rond Erotica TD, en als dat zo is, is dat heel spijtig.”

Studente Isabeau Provoost is zelf al enkele jaren lid van verschillende studentenkringen zoals Mesacosa (Lichamelijke Opvoeding en Kinesitherapie), Kinneke Baba (Regionale Kring Oost-Vlaanderen) en VO (Studiekring Vrij Onderzoek). Ook zij betreurt de activistische aanpak: “Hoe vaker ze het evenement offline haalden, hoe meer aandacht Erotica TD kreeg.”

Praeses van Mesacosa Robby Keymolen deelt de mening dat de reactie op de posters wat overdreven was. “Het kan best zijn dat iemand zich daar niet goed bij voelt, maar het evenement daarom offline halen vind ik wat overdreven.”

Solvay wenste geen interview af te leggen. In plaats daarvan stuurden ze de Moeial een communiqué: “In tegenstelling tot wat al snel en voorbarig wordt geconcludeerd is het gebruiken van een seksuele afbeelding, het vertellen van een schuine mop of het organiseren van een ‘stoute’ activiteit niet per definitie seksistisch.” Het volledige communiqué vind je hieronder.

(Lees verder onder het communiqué)

Het communiqué van Solvay kring    

Morele bijziendheid

Om wat meer helderheid te scheppen rond de term ‘objectiveren’ ging de Moeial aankloppen bij het Belgische centrum voor Genderstudies, Sophia. Na de commotie rond Erotica TD uit te leggen en de andere posters te tonen, vat Veronique Danneels,  de problematiek bondig samen: “Het is rampzalig.” Professor Corine Van Hellemont, werkzaam binnen de masteropleiding Gender en Diversiteit valt haar daarin bij: de vrouw op de poster is volgens hen een duidelijk geval van de objectivering van de vrouw. Maar wat houdt die objectivering precies in? “Door een vrouw op die manier af te beelden, reduceer je haar tot (lust)object, tot object dat moet beantwoorden aan seksuele en schoonheidscriteria van een dominerende groep van de maatschappij. Hiermee bestendig je het idee dat de vrouw alleen belangrijk is omwille van haar lichaam, want afgezien van haar seksuele uiterlijk vertelt die vrouw op de poster niets. Bovendien drukt zij niet haar éigen boodschap uit, maar die van een auteur die de foto in scène zette. Het post-feminisme kwam op in de jaren negentig samen met The Spice Girls die toonden dat hun lichaam van hén was. Het was positief om voor je eigen seksualiteit op te komen. Op diezelfde manier is de vrouw op die poster wel seksueel geëmancipeerd. Maar wanneer adverteerders dat gebruiken, gaat het niet meer om post-feminisme, maar gebruiken ze het voor hun eigen doeleinden.”

Zowel Danneels als Van Hellemont missen diversiteit: “Het zijn altijd dezelfde stereotype vrouwen. Waar is de diversiteit? Ik zie enkel slanke, blanke heteromannen en - vrouwen. Het is allemaal zo binair." Deze beelden zijn voor bijna niemand representatief, vinden ze. Volgens hen lijden we aan morele bijziendheid: doordat velen zulke  beelden wel aangenaam vinden, zien we het destructieve karakter er niet meer van in.

Voor kringen is het niet de eerste keer dat er kritiek kwam op hun posters. Ook binnen hun eigen rangen kwam er soms commentaar dat er te vaak naakte vrouwen afgebeeld worden. Als oplossing wordt dan ook eens een schaars geklede man op de poster geplaatst. Zo prijken op de Marcellekes TD-poster van Mesacosa nu zowel een man als een vrouw in een onthullende top. “Kijk, als je er een vrouw op zet, zet er dan misschien ook een man op,” vindt PK Praeses Beau. Ook Isabeau van VO is blij dat het nu niet meer enkel om de vrouw draait. Toch geeft ze wel toe dat de man op de poster van Marcellekes TD anders gerepresenteerd wordt dan de vrouw, maar ze vindt dat niet verbazingwekkend: “De gemiddelde vrouw heeft graag een glimlach bij een man, de gemiddelde vent heeft graag de hoer in bed. Daarnaast”, voegt Isabeau toe, “doen zowel man als vrouw aan het objectiveren van de ander.”

"Vrouwen leren zichzelf te seksualiseren en zien zichzelf als objecten"

Jean Kilbourne

Centrum voor Genderstudies Sophia vindt het toch jammer dat dit als oplossing wordt gezien. “Natuurlijk is dit geen antwoord op het probleem, die mannen worden op dezelfde manier geobjectiveerd. Bij die poster van Mesacosa zie je terug die idealisatie van het lichaam: de man heeft nepspieren, de vrouw heeft superplanetaire borsten. Ook hier wordt het rollenpatroon weerspiegeld: de man lacht wat onschuldig, de vrouw schreeuwt: ‘eet mij, kus mij’. Beiden worden als een voorwerp tentoongesteld.”

Ludiek sells

Geen van de drie studenten kunnen zich helemaal vinden in het objectiveringsverhaal. Beau meldt: “Ik vind eigenlijk dat ze het heel ver beginnen te zoeken. We hebben het nog steeds over leutige affiches, niet over een structuur. Wat die feministen doen is naar problemen zoeken: als je maar hard genoeg zoekt, kan je in de kleinste zaken een probleem zien.” Robby valt hem daarin bij: “Ik snap wel dat die posters als objectiverend opgevat kunnen worden, maar tegelijkertijd vind ik ook wel dat je dat moet kunnen relativeren.” Isabeau vindt dan weer dat we effectief overseksualiseren in onze maatschappij, maar weet niet of de posters een probleem zijn: “ik denk niet dat het echt gaat om seksisme.”

Als het van hen afhangt, zijn de posters dus here to stay. Verschillende onderzoeken, zoals het onderzoek van Women not Objects, ondermijnden nochtans de “sex sells”-mythe. Objectiveren had géén positief effect op het koopgedrag van mensen, integendeel. Beau verzekert daarentegen dat er geen doordachte strategie achter hun posters zit. “We denken niet na of een bepaald beeld meer bezoekers zal lokken of niet. Onze designer denkt wel na over het beeld, maar niet extreem hard.” Robby zegt ook dat verleiding niet het eerste doel is van hun poster. “We hadden even goed een andere foto kunnen kiezen.”

(Lees verder onder de foto)

Veronique Danneels    
© Marit Galle

Beide praesides benadrukken met klem dat de opmaak van een poster steeds in overleg besproken wordt. Voor Robby is het de meerderheid die beslist: “Natuurlijk moeten we iets vinden waar iedereen tevreden mee is. Een affiche wordt gemaakt om volk te trekken en als je hen beledigt dan trek je geen volk.”

Veeleer dan objectiverend, worden die posters dus volgens Robby, Beau en Isabeau als ludiek gezien. “Wij spelen steeds met het vooroordeel dat PK als kring van ingenieurs een mannenkring is, ook al is dat helemaal niet meer het geval nu. Mensen die die posters als objectivering zien, bekijken dat niet humoristisch. Als iedereen extreem serieus moet zijn, waar zijn we dan mee bezig aan een vrije universiteit?” stelt Beau. Bij Sophia vinden ze de posters toch niet zo ludiek: “We lachen ons toch krom hé”, sneert Danneels ironisch. Ook professor Van Hellemont wijst het verbergen van seksistisch gedachtegoed achter humor af.

Killing us softly

Een kring is al lang geen mannenbastion meer. Er zijn dus ook vrouwen uit studentenkringen die de posters goedkeuren. Als het team van Sophia beweert dat die posters zo nefast zijn voor de vrouw, waarom gaan sommige vrouwen er dan in mee? Hiervoor richten we onze blik opnieuw op academici. Jean Kilbourne verdiepte zich in beeldvorming van vrouwen, haar lezingen werden al meermaals omgezet naar de gerenommeerde documentairereeks Killing Us Softly. In haar meest recente werk uit 2010 hoorden we dezelfde klachten als bij Sophia. “Reclame is een kracht. We zien drieduizend advertenties per dag, op straat, online, in kranten. Dat het ons niet zou beïnvloeden is naïef: het is iets onderbewust en de vele impressies cumuleren. Reclame verkoopt meer dan producten: het verkoopt een norm van wie we zijn en wie we zouden móeten zijn.” Dat vrouwen meegaan in die discussie, is voor Kilbourne te wijten aan het feit dat ze vanaf zo’n jonge leeftijd met die reclames in aanraking komen. Ze internaliseren wat ze zien, ze worden zo gesocialiseerd dat ze die norm van de knappe en seksueel beschikbare vrouw aannemen. “Vrouwen leren zichzelf te seksualiseren en zien zichzelf als objecten. Ze leren het aan om het te zien als een eigen keuze.” In die beelden ziet ze steeds het beeld van de passieve, onderdanige vrouw en de gewelddadige man. Als zowel man en vrouw die beelden internaliseren, zegt ze, kan dat leiden tot geweld.

Ook Danneels bevestigt dit: “Het lokt absoluut geweld uit tegenover vrouwen, maar het blijft onzichtbaar.” Hoofdredacteur van het feministische webzine Charlie Magazine Jozefien Daelemans herkent het ook: “Het is heel moeilijk om uit het frame te stappen. Je geloof dat het gewoon zo is.” Dat ook vrouwen die seksueel geweld ervoeren geen graten zien in de posters ziet Daelemans als een vorm van denial: “Het is misschien pijnlijk om toe te geven als vrouw dat er een link is tussen objectiveren en seksueel geweld, zeker als je het zelf meegemaakt hebt.”

"Zulke posters passen in ons maatschappelijke kader"

Sofie De Smet

Het team van Sophia kan door die conditionering de wet T-shirt/boxer contests van Solvay dan ook niet los zien van de posters. Voor de TD-leken: die contests zijn extra entertainment op Erotica TD. Vrouwelijke schachten staan in T-shirt – vroeger steevast zonder bh, nu krijgen ze de keuze – op het podium, mannelijke in boxers en beiden worden met water overgoten waardoor de lichamelijke vormen tentoongesteld worden aan het publiek. Er mag niet gefilmd worden, maar volgens verschillende bronnen trekt het publiek zich daar niet veel van aan. We interviewden Lisa*, die in haar studententijd deelnam: “Ik weet niet hoe het nu is, maar toen ik meedeed werd ik niet gedwongen. Niet meedoen had geen consequenties voor de doop, maar ze vertelden me wel dat het belangrijk was voor de kring. Ik heb getwijfeld, maar ik heb me uiteindelijk wel echt geamuseerd. Ik wil ook duidelijk maken dat je niet verplicht wordt om te drinken, toch wil je daar ook niet 100% nuchter staan. Ik ben blij dat ik het gedaan heb, ik heb er goed om kunnen lachen. Het jammere aan die discussie is dat je wordt wijsgemaakt – ook door andere vrouwen – dat je je erover moet schamen, maar iedereen doet wel eens iets op een zatte avond. Dat hoeft niet uitvergroot te worden.”

Daelemans (Charlie Mag) verbaast zich hier niet over, maar vraagt zich wel af wat het doel is van zo’n feestje: “Een fuif is een plaats om plezier te maken, niet een plaats om je ongemakkelijk te voelen of waar sommigen zich gedwongen moeten voelen om iets te doen wat ze eigenlijk niet willen door groepsdruk.”

Juridische kwesties

Terwijl zowel beleidsmedewerkers als studentenkringen aan KULeuven en Universiteit van Antwerpen eind november dit jaar in HUMO pleitten voor een streep door de volgens hen seksistische communicatie over TD’s, blijft het aan de VUB opvallend stil. Ook het rectoraat houdt zich momenteel afzijdig van de discussie. Beleidsmedewerkster studentenzaken op het vicerectoraat Sofie De Smet onderzocht naar aanleiding van een aantal binnengekomen klachten over de posters van de Erotica TD, of er initiatieven moesten worden ondernomen. “Nadat we klachten te horen kregen over de affiches op de campus, zijn we gaan aankloppen bij het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM), en de Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP).” Vicerector Studentenbeleid Jan Danckaert vult aan: “Daar kwam uit dat de poster van Erotica TD een stereotiepe en weinig inventieve affiche is. Maar het strookt wel met de geldende wetgeving rond reclame, gender en seksisme. Er zijn dus geen wettelijke argumenten om in te grijpen tegen deze affiche, hoewel ze een zekere stereotiepe, klassieke vorm van seksualiteit in de hand werkt.”

Aan de hand van informatie en studies die uit dergelijke externe instanties komen, wil het rectoraat professionele tools aanreiken aan de studentenverenigingen om het debat te ondersteunen. Zelf zullen ze er niet aan deelnemen verzekert Danckaert: “Ik vind vooral dat dit een zaak is van de kringen en de Studentenraad.” De Smet merkt op dat ze wel degelijk klachten ontvangen, waaronder veel van internationale studenten: “We moeten hen er bij aankomst alert op maken dat zulke posters in ons maatschappelijke kader passen. Daarmee wil ik niet zeggen dat alles zomaar geslikt moet worden. We kunnen ook leren van de culturele bagage van anderen.”

Een andere bepalende factor in dit afficheverhaal is het Brussels Studentengenootschap (BSGgtgv), dat het gebruik van plakborden op de VUB in goede banen leidt. Voorzitter Dylan Vermoortele kon ons wat meer duiding geven rond hun functie: “Enkel erkende verenigingen op de VUB hebben toestemming om alle plakborden op de campus te gebruiken. Daarnaast zijn er enkele regelgevingen die haat, verkiezingspropaganda en tabaksreclame moeten tegengaan. Maar vooraf zullen we die affiches niet controleren. Dat zou ook heel moeilijk zijn want zo werk je censuur in de hand. Het enige wat wij kunnen doen is controleren of het plakreglement wordt nageleefd.” Klachten over een affiche worden samen met de Studentenraad en de dienst Studentenbeleid behandeld, maar een specifieke instantie die affiches inhoudelijk nakijkt, is er op de VUB niet. De voorzitter van de Studentenraad Lise Vermeersch beaamt dit: “Wij weten dat er klachten zijn, maar er werd nog niets officieel doorgestuurd. Als een klacht ingediend wordt, gaan we samenzitten met de personen in kwestie. Idealiter lossen we het intern op. Mochten dit soort posters echt niet langer door de beugel kunnen, is het enige wat wij kunnen doen onze Codex Studentenleven aanpassen.” Voorts wordt er vooral op het verantwoordelijkheidsgevoel van de studentenkringen vertrouwd als het om de opmaak van de affiches gaat. Dylan begrijpt hierin het standpunt van het rectoraat om discussies aan de kringen zelf over te laten: “Ik zie er een gigantisch voordeel en een gigantisch nadeel in: enerzijds krijgen de verenigingen veel verantwoordelijkheid en autonomie. Maar anderzijds laat je hen ook volledig vrij, waardoor er natuurlijk gevallen als deze kunnen voorvallen.”

Het team van Sophia roept alle studenten op om zich nog harder te verzetten tegen dit soort affiches. Eén A4 plakken is niet genoeg, luidt het. Andere studenten drukken iedereen dan weer op het hart om die posters niet al te serieus te nemen en hen niet te bedreigen in hun vrije denken. En de beleidsinstanties van de VUB? Die hameren erop dat het allemaal wettelijk is. Zijn die anonieme activisten te zuur of juist te inert? Moeten ze het ludieke van het studentenleven omarmen of bepaalde tradities juist ontmantelen? Hoog tijd dus om als een ‘echte’ student tussen pot en pint vrij te denken over de omstreden affiches die de vele campusmuren kleuren.

* Lisa is een schuilnaam. Haar identiteit is bekend bij de auteurs van dit stuk.