Moeder, waarom leven wij niet 'echt'?
Artikel gepubliceerd op 30 november 2018 om 16:30

© Marit Galle

Door Lien Delabie
“En nu begint het echte leven.” Ik heb het vaak gedacht. Toen ik die bullebakken uit mijn lagere school voorgoed vaarwel kon zeggen. Toen ik voor een laatste keer examen biologie en fysica moest afleggen in de middelbare school. Nu mijn vrienden zichzelf op de arbeidsmarkt gegooid hebben, beweren ze het ook: “nu begint het echte leven.”

Maar wat deden we voordien, dan? Een fake leven leiden? Alsof we met ‘de poepers’ in een koude wachtzaal zaten, met Radio 2 op, op hete kolen zittend, wachtend op de zegen van Mijnheer de Levensdokter die tenslotte proclameert: “U mag beginnen. Ga! LEEF!”

Begrijp me niet verkeerd: ook aan mijn handen hangt bloed. Ik maakte het mezelf ook al eens wijs dat zekere aspecten van het leven, zoals de lagere en middelbare school, buiten de categorie ‘echt leven’ vielen. Toegegeven, het is een bizar, moeilijk universum waarvan je hoopt dat de karakteristieken eigen zijn aan die bepaalde idiosyncratische maatschappelijke orde. In die scholen bestaat de munteenheid uit flippo’s en Pokémonkaarten en later uit condooms en pretsigaretten. Niet de creatieve, kleurrijke dromer of het kind dat te veel in gedachten verzonken is, heeft de touwtjes in handen, maar diegenen die het meest in de pas lopen en kunnen roépen. Luid roepen. De Wet van de School bepaalt dat meisjes hun schouders moeten bedekken om jongens niet af te leiden, dat uw agenda een krachtig administratief werktuig is en dat wie de orde verstoort, gestraft zal worden.

Maar terwijl ik die woorden neerpen, is die naïeve illusie dat dat niét het echte leven zou zijn bij u en mij al lang verpulverd. Een schoolcarrière is een weerspiegeling van wat u in de toekomst te wachten staat: handel, seksisme, kafkaiaans papierwerk, de dictatuur van sociaal geconstrueerde waarden en normen en brulapen zoals Theo Francken die heel luid roepen over de migratiecrisis, maar kennelijk het inzicht niet hebben dat ‘opkuisen’ apathisch taalgebruik is.

Vandaag willen we die geleerden niet meer, tenzij ze ons volpompen met functionele kennis die ons zal leiden naar een diploma

Wees dus maar zeker dat u en ik al lang leven, even lang als dat we leren. Europa heeft een lange traditie van kennisverwerving. De universiteit van Bologna, de oudste universiteit van Europa, viert in 2088 haar duizendste verjaardag. In 1088 waren een aantal jonge, ‘buitenlandse’ studenten op zoek naar geleerden in de stad om hen meer bij te leren over de vaak unfaire Italiaanse wetten waaraan ze onderworpen werden. Het was een daad uit rebellie, verbetenheid en nieuwsgierigheid.

Vandaag willen we die geleerden niet meer, tenzij ze ons volpompen met functionele kennis die ons zal leiden naar een diploma, wat ons op zijn beurt een one-way-ticket aanbiedt naar het echte leven. Bovendien vinden we die professoren toch best wel vervelend: ze eisen zo veel, hun cursus is niet hapklaar en hun examens zijn te zwaar. Uiteraard heeft België ons niet gezegend met een systeem waarbij er veel ruimte is om op adem te komen. De druk ligt inderdaad hoog. Maar is dat niet juist leven? Klappen incasseren, in het zand bijten en een plaatsje proberen te vinden in die quasi onvermijdelijke ratrace? Bovendien hoeven we het op onze dierbare alma mater al lang niet meer te hebben over zaken die ons minder interesseren. Letterkundigen zeggen mitochondria vaarwel, wiskundigen alliteraties.

De schooljaren zijn het summum van het ‘echte leven’. We ontmoeten proffen met zo’n felle, sprekende ogen dat u wel naar hen moét luisteren, maatschappelijk geëngageerde studenten die uw vaste ideeën over de wereld omkeren of ronduit bizarre mensen zoals de alom bekende Mark de Maanman die de maanlanding ontkent. Als student mag alles: nu mogen de patatten overkoken, nu mogen we dat ene pintje te veel drinken en is er niemand van hogerop die me zal weigeren les te geven omdat ik wil bijleren met roze haar en een groene bolhoed op. Dat niemand durft beweren dat ik op dit moment niet verdomd echt aan het leven ben.