Saint-Verhaegen 2018
Artikel gepubliceerd op 27 november 2018 om 16:30

© Jan Meeus

Verslag door de ogen van een prutser
Door Sam Van de Velde
Dinsdag 20 november eerden duizenden VUB'ers en ULB'ers naar goede traditie hun stichter Pierre-Théodore Verhaegen, dit jaar onder de leuze 'Librex bafoué, universités engagées? Recht staan in plaats van ondergaan'. Herbeleef St V 2018 door de ogen van een prutser.

“Hey Sam, wil je hierover schrijven?” Hoe zou ik neen kunnen zeggen? St V, ofwel de verjaardag van Pierre-Théodore Verhaegen, de oprichter van de ULB en dus indirect van de VUB, was namelijk een feestdag die zo serieus werd genomen dat iedereen hiervoor een dagje vrij kreeg, dus over tijdgebrek had ik niet te klagen. St V was zo’n officieel gebeuren, dat ik al op jonge leeftijd van mijn ouders had gehoord over de mars van de Zavel naar de Beurs. Volgens diezelfde legendes was 20 november ook de dag waarop VUB en ULB mengden, de dag waarop wij wel degelijk in contact zouden komen met die vreemde stad rondom onze campus, de dag waarop rectoren en andere grote mensen reflecteerden op het verleden, leerden uit het heden en hun plannen deelden voor de toekomst. Ik aanvaardde mijn opdracht.

8 uur ‘s ochtends. Iedereen stond te bibberen in een lege hangar met koude slappe koffie, koude slappe koffiekoeken, en koude zielen. Of ze stonden heen en weer te springen omdat er geen toiletten voorzien waren, dat is ook een optie. Voor een eerstejaartje, een schacht, kortom een prutser, waren al die rare Franssprekenden, gecombineerd met een aanzienlijk slaaptekort (De préTD kon ik toch niet missen voor mijn verslag?), een beetje angstaanjagend. Ik kon het niet geloven: al jaren werd me aangeleerd hoe 20 november het feestje van het jaar is, hoe 20 november zelfs erin slaagt ons en Les Wallons te verbroederen, en dit gammele ontbijt hoorde erbij? Tuurlijk, dit was voor die oude mensen uit de jaren ‘80 of erger, edoch…

Het contrast kon niet groter zijn. Daar mijn slaaptekort bestond zal ik er zeer kort over zijn, maar voor de studenten op leeftijd waren bussen voorzien (vandaar het verzamelen in die hangar) die zelfs een hele escorte hadden aan zwaantjes voor de veiligheid etc. Kleine uitwijking: bedankt aan elke agent, ambulancier, of ‘organisateur’ van Saint-Verhaegen voor het veilig maken van de situatie, voor het afvoeren van mijn vrienden met drankproblemen, en, welja, voor het organiseren.

Dus, de busreis. Die eindigde omstreeks 9u bij lichte dauw in Schaarbeek (ik beeld me om een of andere reden altijd echt scharen in een beek in) aan een begraafplaats met veel leden van Groupe G: het herdenken van alle slachtoffers van de ULB door bezetting van het Derde Rijk was niet wat ik verwachtte, maar het heeft me gegrepen. Ik was niet op de Saint-Vé die ik verwachtte, maar ik ben blij om al hun verhalen en alle gezang te mogen aanhoren, en ik respecteerde hoe serieus iedereen daar zijn rol vervulde. Een van de hoogtepunten van de dag.

(Lees verder onder de foto)


© Jan Meeus

Busreis nummer twee: nog een zwart gat. Ik werd wakker geduwd aan de begraafplaats van Brussel. Tijdens het bewonderen van hét graf van dé mijnheer Verhaegen (uiteraard met bloemen en gezang) begon ik ook wat sociaal werk te verrichten. “Draagt Manneken Pis al sedert 1921 al dezelfde toga?” “Hey Sam heb jij ook die quiz gemaakt ofwa?” Verdomme. Aan diezelfde geleerde heb ik trouwens gevraagd om Saint-Vé samen te vatten in drie woorden, en hij zei “Tradities bewaren en creëren”: mijn minderwaardigheidscomplex was even snel verdwenen als het gekomen was. Er was ook een speech in het Frans: iets met veel “fraternité”, dixit notaboekje. Het dauwde nog steeds. Het was een aangenaam gebeuren..

Bus drie. Zzz. Om 11u15 werd ik gewekt aan de ULB (over de ULB: ik was even vergeten hoe prachtig die campus is, en als jij het ook vergeten bent kan je je fiets eens grijpen). Wandeling naar die ene piramide met de letter G op: na nog een Franse speech had ik na al die jaren eindelijk door waarvoor die piramide diende (trouwens, ik schrijf er geen uitleg over op omdat ik verwacht bij velen in herhaling te vallen, maar als je “Groupe G” aan je zoekmachine toevertrouwt geeft die zeer boeiende artikels terug!). Daarna werden er ook bloemen gelegd aan nog een standbeeld van Théodore op die campus zelf: als prutser vond ik het er al een beetje over dat zijn graf eigenlijk al een standbeeld is, maar pas later die dag, tijdens de stoet, besefte ik dat liefde voor Théodore belangrijker is dan liefde voor je moeder. Ook stonden we daar lang, en op dat moment besefte ik dat deze editie van Saint-Vé een redelijk koude was: ik heb veel mensen gesproken doorheen heel de dag, en velen benadrukten hoe weinig lagen ze droegen. Een van de schaarse minpuntjes van de dag. We mogen dankbaar zijn dat we enkel nat werden van bier.

Laatste busrit. Uitstappen in de buurt van het stadhuis aan de Grote Markt, binnengaan, neerzitten. Gevolgd door een hele ceremonie. Ik had er niet zo veel zin in en het grote feestje was op nog geen kilometer van me verwijderd, maar speciaal voor jullie heb ik me door alles heen gesleept. Jullie mogen jullie genereuze god bedanken.

Het begon met Jacques Brel (niet de echte, covers met een accordeon), gevolgd door speeches van respectievelijk de burgemeester en onze geliefde rectoren Pauwels en Englert, die allemaal zeer optimistisch waren en zowel met nostalgie naar het verleden en met hoop naar de toekomst keken. Daarna nog wat mensen, nog twee liedjes van Brel die heel het publiek aan het dansen kregen (een ware ontdekking dat men op Brel kan dansen), en een speech van het OSB en de Franse tegenhanger. De speech van het OSB klonk redelijk waarschuwend omtrent extreemrechts, kraakte op facultaire kringen en verwees naar mei ‘68. Pour les Francophones presque la même chose. Ik had me misschien beter moeten voorbereiden, maar toen pas had ik door dat het thema van dit jaar “Rechtstaan in plaats van ondergaan” was, dus ik zal het dan ook hier introduceren: zoals je wel al hebt gemerkt door al dat gedoe met Groupe G (je hebt het toch opgezocht hè?), en zoals je zelf wel weet over mei ‘68, kan het studentikoos bestaan onder druk staan, en de centrale boodschap in veel van die speeches was dan ook een “marcheert voort met voorbedachte rade” of een “we staan op het punt van genocide, doe iets, en vlug!”. Ik vond het wel een mooi thema, misschien niet het meest originele, maar zeer mooi verwijzend naar de V in VUB. Vervolgens twee vrouwen van respectievelijk Librex en VO. De Franstalige vrouw klonk boos, en die van ons waarschuwde aan de hand van een sprookje dat warm onthaald werd. Ze maakte vooral komaf met dat hele Confuciusgedoe, maar dat zijn jullie in dit blad waarschijnlijk beu gelezen. Laatste woord aan voorzitters van het BSG, allemaal mooie woordjes, maar ik was allang niet meer de enige die naar de Zavel wilde. Lied van Geen Taal, Le Semeur en lopen naar de uitgang. Er waren tenslotte ook hapjes na de hele receptie, de broodjes waren wel lekker maar de quiche kon niet zo goed tegen de schokken van het sprinten.

(Lees verder onder de foto)


© Jan Meeus

15 uur, amper geslapen, en daar stond ik dan: op de Zavel. Het was exact zoals mijn ouders beschreven hadden: zo ver als je kon zien één grote wolk klakken, VUB en ULB aan het verbroederen, en veel drank. Mensen die werden afgevoerd, mensen die muilden voor streepjes, kortom een optimale sfeer. Voor u, comfortabel in uw meubilair, lijkt dit marginaal. Dat is ok: tot vorig jaar stelde ik me er ook vragen bij, maar nu ik zelf in mijn meubilair erop terugkijk, was die dag op de Zavel een van de meest bruisende dagen in mijn leven, naast de doop. Ofwel heb ik charmes ontdekt in dit soort miniuniversum zonder standen, klassen, of etiquette. Als ik naïever was geweest had ik nog in anarchie kunnen geloven. Ik betrad de wolk. Papa had me gezegd te verbroederen met de Cercle Polytechnique, en ik denk van mijn leven nog nooit zoveel Frans gesproken te hebben (mijn bestaan is echt wel zielig). “Wat is de voornaam van Verhaegen?” A-ha! deze mensen waren niet voorbereid op mijn vragen!

Als niet-drinker is het ook altijd geinig om met dronken mensen te praten, en die dinsdag had ik aan dat plezier veel vertier. Streepjes? Ik zou niet durven. We hadden ons echter niet voor niets verzameld op de zavel: de muziek, kleine facultaire kringcaféetjes en eetcaravans waren er enkel voor de afleiding, maar dadelijk begon de stoet: het marcheren van ons fiere studenten doorheen de straten van Brussel… van de Zavel tot de Beurs. 1 kilometer volgens Google Maps, maar we hebben wat omwegen genomen om het minder zielig te maken. De dronken mensen waren ook wel traag, dat zal er ook wat mee te maken hebben. Iets wat ik echt nog wel kon appreciëren aan dit alles is hoe sterk je je een deel voelt van de grote puzzel: voor één dag geen ruzie met Solvay, voor een dag tussen alle klakkenkleuren van de regenboog. Jazeker, die Aziatische toeristen keken maar vreemd naar die rijen wildplassers, die marginale muziek die toch zijn publiek kende, en de Chouffe in bidons van 5 liter, en tuurlijk deinsden ze achteruit van onze stank en onze klank; desalniettemin voelde ik mij deel van de meest verheven tak van onze samenleving.

Hier zal ik misschien al het verdict geven over de dag zelf: prachtig georganiseerd, het kan inderdaad met meer camions (er was wel een rijdende DJ, wie het kleine niet eert), het kan inderdaad met minder comateuze studenten, het kan zelfs een beetje warmer, en warme koffie(koeken) bereiden kan ik zelfs, maar toch een solide dag voor jong en oud, met veel animatie voor beide. Nogmaals bedankt aan de mensen die gewerkt hebben of speeches gegeven hebben op de verjaardag van onze god, en moge sceptici er nooit in slagen om dit feestje te vernielen. Saint-Vé is tenslotte een geliefd doelwit, dus moge ik het centraal thema nog eens forceren in deze tekst en mogen we “Rechtstaan in plaats van ondergaan”. Appendix: vijf euro voor een pin voor op de klak is te veel, verander dat eens, jullie bende anarchokapitalisten.

Privéverdict: na door de fysieke vermoeiing ineen te storten op de vloer van mijn kot kon ik op deze harde ondergrond rustig filosoferen. Ik keek terug op de koude koffiekoeken, de trompet op de herdenking in Schaarbeek, mijn vriend die na vier uur later te ontwaken in het ziekenhuis “waarschijnlijk niet meer bij mij zou kunnen komen slapen”, de mensen op de metro die vies keken naar mijn labojas met groot CCCP-logo op, de frequentie van het woord “fraternité” in al die Franse speeches, mijn kapotte stem van al dat meezingen, en dat berichtje van meter dat ik zeker veel plezier moest maken. Eindelijk apprecieer ik ten volle die dinsdag die de heer Verhaegen voor mij had klaargemaakt. 9,5/10, volgende keer neem ik mijn pa mee.


© Jan Meeus