Chinese inmenging op de VUB?
Artikel gepubliceerd op 12 november 2018 om 15:30

© Alan Jockmans

"Hoe vrijer de universiteit, hoe groter de speeltuin"
Door Jade Pieters
Afgelopen zomer kwam het Confucius Instituut van de VUB in opspraak nadat Knack meldde dat de Belgische Staatsveiligheid een negatief advies gaf voor de oprichting ervan. Een advies dat de VUB met een gezwinde beweging in de prullenbak wierp.

De universiteiten krijgen langzaamaan een nieuw credo opgelegd vanuit de Vlaamse overheid: 'Meer met minder'. Dit weerspiegelt zich in de zoektocht naar sponsors voor onderzoek: universiteiten zetten volop in op internationalisering. De vraag hierbij is enkel hoe ver de VUB mag gaan in deze queeste naar sponsors. De waarden, normen, maar ook de belangen van de VUB moeten steeds gevrijwaard worden. Toch zien we dat het steeds moeilijker wordt om deze idealen waar te maken.

Confucius Instituut

De China-werking aan de VUB wordt verzorgd door de dienst International Relations and Mobility Office (IRMO). Die werking is gekaderd in drie knowledge hubs. Er is de Brussels Diplomatic Academy, de Brussels Academy for China and European Studies (BACES) en een derde element in de vorm van het Confucius Instituut.

"Het artikel in Knack is een lastercampagne tegen de VUB"

Jacqueline Couder

Het primaire doel van dit op het eerste zicht onschuldig ogend instituut is om onderzoek naar China en de relaties tussen China en de Europese Unie te bevorderen. Verder probeert het instituut een brug te slaan tussen de Europese en de Chinese cultuur. Dit doen ze bijvoorbeeld door taal- en tai-chilessen aan te bieden en door onderzoek te promoten. Het instituut wordt zowel gefinancierd door de VUB als door de Hanban-Administratie. Dat is de administratie die verantwoordelijk is voor Confucius Instituten wereldwijd en een vehikel van de Chinese staat. Wereldwijd zijn er Confucius Instituten, zo ook bij onze buren van de ULB. Toch is het VUB-instituut anders dan dat aan de ULB, voornamelijk omdat de focus ligt op politieke, diplomatieke, sociale en economische ontwikkelingen van het moderne China. Aan het VUB-instituut draait het eerder om beleidskwesties.

Reeds bij aanvang waren er bedenkingen over een samenwerking met de Volksrepubliek China. Zeker omdat er in andere landen zoals de VS en Zweden veel problemen waren met dergelijke instituten. Voornamelijk de grote bemoeizucht van China blijft een obstakel. Ook de waarden en normen die de VUB met volle trots uitdraagt verzoenen met een regime dat het niet nauw neemt met mensenrechten vormde een heikel punt.

"We zullen de waarden van de VUB nooit verloochenen"

Jacqueline Couder

De Belgische staatsveiligheid had vragen bij de oprichting van het instituut. Het kabinet van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits wist aan de Moeial te zeggen dat het op de hoogte was van dit negatief advies en de VUB hierover heeft ingelicht. Het kabinet zegt dat de VUB autonoom heeft beslist om het advies te negeren en dat de VUB het recht heeft om dit te doen. Over de inhoud van het advies wou het kabinet niets kwijt.

Evenzeer in de Verenigde Staten zijn er grote vraagtekens rond deze instituten. De NAS (National Association of Scholars) publiceerde in 2017 een rapport omtrent Confucius Instituten in de Verenigde Staten. Zij pleiten voor een sluiting van alle Amerikaanse Confucius Instituten omwille van de onderdrukking van de academische vrijheid, gebrek aan transparantie, verwikkelingen met het Chinese regime en de uitoefening van soft power (in tegenstelling tot hard power waar geweld wordt gebruikt om een doel te bereiken, een meer subtiele manier, n.v.d.r.).

Lastercampagne

Jacqueline Couder, directeur van IRMO, spreekt van een logische voortzetting van de samenwerking met China. “We werken al lang samen met China, dus het is geen nieuw opzet. We zien het als een verderzetting van onderzoeken en lopende projecten. Het is natuurlijk handig dat zo een instituut met fondsen komt, maar onze prioriteit blijft de uitbouw van relaties met China . Ik denk dat we soms niet zo goed beseffen dat we met echte topuniversiteiten te maken hebben. Dit vormt echt een meerwaarde.”

Couder spreekt van een hetze tegen de VUB. “Het artikel in Knack is een lastercampagne tegen de VUB. Men focust zich niet op het inhoudelijke of de inspanningen die wij leveren. Het kwetst om zo’n kritiek te krijgen op je werk. Natuurlijk is waakzaamheid nodig, maar er zijn nog geen problemen ondervonden. We zullen de waarden van de VUB nooit verloochenen en als we zien dat dat wel het geval is dan zetten we onze samenwerking op een gemotiveerde manier stop, maar niet gebaseerd op losse flodders. Dit staat ook zo in de overeenkomst, het vrije onderzoek moet worden gevrijwaard. Voor zo’n overeenkomst is vertrouwen essentieel, maar met dergelijk artikel is dat geschaad. Onze Chinese partners voelen zich geschoffeerd en verwachten een reactie van rector Pauwels.”

"Universiteiten willen internationaliseren, maar soms begeef je je op geopolitiek glad ijs"

Caroline Pauwels

Deze reactie van Pauwels kwam er alsnog. “Ik snap dat de partners geschokt waren, de titel kan heel hard overkomen (de titel van het Knack-artikel: ‘Hoe groot is het gele gevaar binnen de VUB?’, n.v.d.r.). Het draait bijna om een identiteit die wordt aangevallen.” In een brief probeerde Pauwels de Chinese partners alsnog gerust te stellen.

Soft power moet eruit”

Pauwels hoopt dat er in de toekomst een betere afstemming komt met de Staatsveiligheid, opdat situaties zoals bij het Confucius Instituut worden vermeden. “Universiteiten willen internationaliseren, maar soms begeef je je op geopolitiek glad ijs. Als rector heb ik geen zicht op wat de Staatsveiligheid allemaal heeft over landen zoals Turkije, Iran of China. Het zou handig zijn als we met de vijf Vlaamse universiteiten en de Staatsveiligheid een keer per jaar samenkomen en kort overleggen wat de geopolitieke toestand van de wereld is. Dan zijn we steeds op de hoogte van wat er gebeurt. Het vorige rectoraat heeft het negatief advies niet naast zich neergelegd, maar onderhandeld om het principe van het Vrij Onderzoek nadrukkelijk in het contract te vermelden.”

Xinning Song    
© Jan Meeus

De samenwerking stopzetten is geen optie voor Pauwels die zichzelf in een moeilijke situatie bevindt. Enerzijds zijn er de mensen die radicaal tegen dit instituut zijn en pleiten voor een afschaffing. Anderzijds zou een afschaffing kunnen leiden tot het stopzetten van de samenwerking met China. Pauwels zelf zoekt een middenweg. “Afschaffen zou een heel scherp statement zijn. Dan zeg je dat China het ‘gele gevaar’ is. Dat is niet de boodschap die ik als universiteit wil uitdragen. Ik denk dat er wel een aanpassing moet komen in de samenwerking. Vroeger lag de nadruk bij die instituten op taal en cultuur. Vandaag ligt de nadruk meer op het uitoefenen van soft power. Die insteek moet eruit. We moeten de nadruk terug leggen op taal en cultuur. We hebben een lopend contract. Als we zien dat de samenwerking voor taal en cultuur niet meer relevant is op het einde van het contract dan verlengen we het niet. In eerste instantie zou ik nooit een Confucius Instituut hebben opgericht aan de VUB, maar achteraf is het altijd makkelijker te beoordelen. Ik denk dat bij de oprichting van het instituut de discussie niet grondig genoeg is gevoerd, ik hoop dat het nu wel het geval is.”

Storm in een glas water?

Een Chinese partner die in het oog van de storm terecht kwam is Xinning Song, de Chinese directeur van het Confucius Instituut aan de VUB. In het artikel van Knack wordt hij afgeschilderd als een hardliner binnen de Chinese Communistische Partij. Song zelf valt echter uit de lucht. “Ik snap de hele hetze niet. Ik weet niet wat ze bedoelen met een ‘hardliner binnen de Communistische partij’ en ik snap het negatieve advies van de Staatsveiligheid al helemaal niet. Ik zie ook niet in waarom enkel de VUB een negatief advies krijgt en de ULB niet (de oprichting aan de ULB gebeurde gelijktijdig, n.v.d.r). Een mogelijke oorzaak voor het negatieve advies is dat koning Filip er niet bij was toen de overeenkomst werd ondertekend. Want de ondertekening was oorspronkelijk gepland in Peking met jullie koning maar vond uiteindelijk plaats in Brussel zonder hem. Omdat de koning niet gepland stond voor de ondertekening aan de ULB is daar geen negatief advies gekomen.”

"In eerste instantie zou ik nooit een Confucius Instituut hebben opgericht aan de VUB"

Caroline Pauwels

De bezorgdheden over Chinese inmenging aan de VUB veegt Song van tafel. “Ik zie het probleem niet. Het Confucius Instituut is geen Chinees, maar een VUB-instituut. Wij volgen de regels van de VUB. De enige link met China is Hanban. Wij dienen daar onze onderzoeksprojecten in met vraag naar een bepaald budget. Hanban heeft dan het recht om deze onderzoeken te subsidiëren of niet, maar geen recht om te weigeren wat je onderzoekt. Het is eigenlijk een soort van fonds. Als je iets wil onderzoeken rond een gevoelig onderwerp in China, dan klop je best niet aan bij Hanban. De kans is dan groot dat je onderzoek geen subsidies krijgt. Maar dat is exact hetzelfde als wat de Europese Commissie in China doet. De Europese Commissie subsidieert onderzoek in China en als je daar iets wil schrijven dat de Europese Commissie slecht voorstelt, dan weigeren ze te subsidiëren.”

Ook de problemen die zich voordeden in Zweden en de Verenigde Staten zullen aan de VUB nooit plaatsvinden, meent Song. “Het probleem in die landen was dat de professoren hun fiat niet hadden gegeven voor de oprichting van het Confucius Instituut. Zonder hun fiat mag je het instituut niet oprichten. Net zoals hier aan de VUB heb je de toestemming van de Raad van Bestuur nodig. Bij het Instituut aan de VUB was dat geen probleem.”

Couder voegt hier nog aan toe dat het vooral oudere Confucius Instituten zijn die problemen met zich meebrengen. “Professoren die werken voor het Instituut werden eenzijdig aangesteld door Hanban. Wij hebben hierop geanticipeerd in de overeenkomst. Hanban stelt nu professoren voor en de directeurs van het Instituut stemmen hiermee al dan niet in. Maar dat is niet het enige controlemechanisme dat we hebben. Zo is er om de 2,5 jaar een evaluatie van de werking van het Instituut. Dit jaar was er de eerste zelfevaluatie en deze was positief. Vervolgens hebben we nog een externe audit uitgevoerd. Op deze manier willen we aantonen dat er zich nog geen problemen hebben voorgedaan en we transparant zijn. Het maakt je geloofwaardiger als er iemand met een onafhankelijke blik het Instituut onderzoekt.”

Externe evaluatie

De audit werd uitgevoerd door Rosette S'Jegers, oud-hoogleraar economie. Haar taak was na te gaan of het Confucius Instituut op de VUB in de voorbije jaren gewerkt heeft met respect voor de overeenkomst afgesloten in 2015 tussen VUB en Hanban. Er werd met name nagegaan of de activiteiten van het Confucius Instituut getoetst worden aan de kwaliteitsnormen die gelden op de VUB en of het principe van Vrij Onderzoek niet in het gedrang komt.

"Als je iets wil onderzoeken rond een gevoelig onderwerp in China, dan klop je best niet aan bij Hanban"

Xinning Song

In de externe evaluatie worden de drie soorten activiteiten van het Confucius Instituut onder de loep genomen: de onderwijsmodules, de ondersteuning van onderzoek en de lezingen.

S'Jegers vertrok van een screening van de zelfstudie aangeleverd door de directeurs van het Confucius Instituut en vulde die aan met een tiental interviews. Ze sprak met docenten en onderzoekers die samenwerkten met het Confucius Instituut, maar ook met critici.

Op het vlak van de onderwijsactiviteiten en de ondersteuning zijn er weinig redenen tot bezorgdheid, verklaart S’Jegers. “De door de Chinese partners aangeboden onderwijsmodules (vooral taalleergangen) zijn grotendeels geïntegreerd in het VUB-curriculum en worden zo onderworpen aan de interne kwaliteitscontroles.

Ook de ondersteuning van onderzoeksactiviteiten roept weinig vraagtekens op. De VUB-onderzoekers die een toelage aanvragen ondervinden geen inmenging bij de keuze of de uitwerking van hun onderzoeksthema 's. Veelal gaat het om middelen die complementair zijn.”

"Als de Belgische Staatsveiligheid een negatief advies geeft moet dat een heel groot knipperlicht doen afgaan"

Alexander Mattelaer

De externe evaluatie vraagt wel aanpassingen in het luik van de lezingen die het Confucius Instituut organiseert. Hier worden topics aangekaart met betrekking tot  de hedendaagse Chinese maatschappij en relaties met het buitenland. “Er is geen systematische betrokkenheid met VUB-departementen bij de inhoudelijke voorbereiding van de lezingen. Dit kan verwarring creëren en klopt niet met de geïntegreerde visie waaraan het Confucius Instituut op de VUB moet voldoen,” getuigt S’Jegers.

Internationale spanningen

Alexander Mattelaer, professor Europese politiek aan de VUB, zegt dat we het Confucius Instituut vooral moeten bekijken vanuit een bredere internationale context. “In de internationale politiek is er veel aan het verschuiven en dat heeft te maken met de groeiende rol van China. China doorgaat een enorme economische expansie en die expansie vertaalt zich op termijn in een claim om politieke invloed. Die claim leidt tot internationale spanningen. Het geval van het Confucius Instituut aan de VUB is als het ware een vertaling van die groeiende Chinese invloed op een weliswaar microscopisch niveau.”

“De link tussen het Chinese regime en Confucius Instituten is vrij groot”, verklaart Mattelaer. Toch zijn er verschillen tussen onze wetenschappelijke fondsen en die van China. “In China is veel een vehikel van de staat. Dat het Confucius Instituut een link heeft met de Chinese staat is dan ook logisch. Het Chinese regime financiert Confucius Instituten en dat regime kent een grotere graad van centralisatie. Toch is er een kwalitatief verschil met fondsen in de Belgische of Vlaamse context. Wij hebben ook fondsen die wetenschappelijk onderzoek ondersteunen, maar deze subsidiëren geen specifieke politieke agenda. Het valt dan ook op dat middels kanalen als Confucius onderzoeksfinanciering beschikbaar wordt gesteld. In feite hebben die tot uitkomst dat ze de Chinese expansie in een relatief positief daglicht stellen. Of dit intentioneel is weet ik niet, maar je ziet er toch een zekere selectiviteit in.”

Brussel, the place to be

Dat zo’n instituut zich hier vestigt doet wenkbrauwen fronsen. Zeker omdat inlichtingendiensten universiteiten zeer interessante plaatsen vinden. Chinese inlichtingendiensten zijn daar geen uitzondering op. Spionagepraktijken uit de Koude Oorlog maken in de huidige internationale context hun wederoptreden, vertelt Mattelaer. “Die Chinese expansie gaat gepaard met inlichtingen-activiteiten die opnieuw hun intrede maken. De VUB is hierin een interessant gegeven. Brussel is een arena om invloed uit te oefenen. Het is de hoofdstad van Europa, je hebt hier de NAVO, ambassades… Dus op verschillende vlakken is Brussel the place to be. Bovendien zijn universiteiten altijd al belangrijk geweest voor spionage, omdat hier kennis wordt uitgebreid en overgedragen aan de volgende generatie. Dat maakt van universiteiten strategische plekken om elkaar op expliciete of impliciete wijze te manipuleren. Dat je hier dan zit met een vrije universiteit is zowel een sterkte als een zwakte, want het laat ontzettend veel creativiteit toe. Maar die vergaande vrijheid heeft ook een keerzijde, iemand met politieke bijbedoelingen kan makkelijker clandestiene beïnvloeding uitoefenen. Binnen het milieu van inlichtingendiensten is het ook bekend dat universiteiten een speeltuin zijn van spionagediensten. Hoe vrijer de universiteit, hoe groter de speeltuin bij wijze van spreken.”

"De competitie neemt internationaal toe en als olifanten ruzie maken, wordt het gras vertrappeld en in dit scenario zijn wij het gras”

Alexander Mattelaer

Mattelaer roept bijgevolg op tot een grotere waakzaamheid in universitaire kringen.“Als de Belgische Staatsveiligheid een negatief advies geeft moet dat een heel groot knipperlicht doen afgaan. Het is een van de wettelijke opdrachten van de Staatsveiligheid om het Belgisch economisch potentieel te beschermen. Na de aanslagen van maart 2016 gaan heel veel middelen naar het bestrijden van terrorisme. Zo blijft er weinig over voor de rest. Bijgevolg moet de Staatsveiligheid bij verschillende actoren wijzen op de bescherming van intellectuele eigendom, hacking met commerciële of politieke doeleinden… Iedereen zal zijn eigen bewustwording moeten vormen over deze risico’s en universiteiten zijn daar geen uitzondering op. De competitie neemt internationaal toe en als olifanten ruzie maken, wordt het gras vertrappeld en in dit scenario zijn wij het gras.”

We zijn nu een paar jaar na de oprichting van het Confucius Instituut en de storm hieromtrent lijkt nog altijd niet te gaan liggen. De bedenkingen die er bij de oprichting waren, zijn er vandaag nog. Of het Confucius Instituut effectief deze heisa zal overleven? De tijd zal het uitwijzen. Het is in elk geval gezond om in een democratisch bestuurde universiteit hierover een debat te houden. En af en toe te veranderen van koers indien dat nodig is.