Interview met professor Guy Vanthemsche
Artikel gepubliceerd op 31 mei 2018 om 10:45

© Marit Galle

Afscheid van een stukje geschiedenis

Door: Jade Pieters

Professor Guy Vanthemsche is al meer dan 30 jaar verbonden aan de VUB en hij geeft voornamelijk vakken in verband met geschiedenis. Verder was hij enkele jaren vice-decaan aan de faculteit LW. Volgend jaar verlaat hij de VUB en gaat hij op vervroegd pensioen. Als vice-decaan zag hij de VUB veranderen naar een multinationale onderneming, iets wat hem sterk raakt.

We spreken af in het kantoor van geschiedenisprofessor Guy Vanthemsche. Zijn boeken liggen verspreid over het hele lokaal. Hij grinnikt wat en zegt: “Als je eenmaal op prepensioen gaat moet je je boeken kwijt geraken want thuis kan ik ze moeilijk in de wasbak leggen.” Het is effectief zo ver, professor Vanthemsche trekt de deur achter zich dicht en vertrekt op prepensioen. Een perfecte kans om hem te spreken over zijn carrière, wat hij van plan is na zijn indrukwekkende loopbaan en wat hij vindt van het huidige beleid aan de VUB.

Laten we beginnen bij het begin. Hoe bent u terechtgekomen op de VUB?

Guy Vanthemsche: “Ik heb een rechtlijnig traject gevolgd. Van kindsbeen af was ik al gepassioneerd door geschiedenis. Ik besliste vrij snel om aan de VUB geschiedenis te komen studeren. Toen ik mijn licentiaat haalde, ben ik onmiddellijk opgevist als assistent en vervolgens werd ik docent. Natuurlijk moest ik mijn legerdienst nog afronden, wat ik vooral beschouwde als tijdverlies. Verder ben ik ook nog twee jaar vice-decaan geweest van de faculteit LW, een niet te onderschatten job.”

Vanwaar de beslissing om vroegtijdig te vertrekken?

“Ik had de kans om op pensioen te vertrekken op 60 jaar en die kans neem ik graag, ook omdat het wettelijk is toegestaan natuurlijk. Maar de voornaamste reden is omdat ik terug controle wil over mijn tijdsgebruik. Alles bijeen neemt de VUB heel wat tijd in beslag. Zo moet je onderwijzen, thesissen begeleiden, werkcolleges begeleiden, onderzoeken, vergaderen… Het is voornamelijk uit ‘vergadermoeheid’ en precies ook omdat ik te weinig tijd heb om te onderzoeken. Veel professoren beginnen met de intenties om veel onderzoek te doen, maar daar blijft alsmaar minder tijd voor over. Nu ik de kans heb om er een punt achter te zetten, doe ik dat ook.”

Is het afscheid dan definitief of blijft er nog een link bestaan met de VUB?

“Het afscheid is definitief. In sommige gevallen kan je nog een paar vakken doceren maar als je stopt dan stop je er volledig mee. Bepaalde zaken, zoals lesgeven, heb ik altijd graag gedaan en zal ik zeker missen. Ik ben blij dat ik af ben van het vergaderen en de administratieve kant van het lesgeven. Ik zal me nu vooral gaan focussen op het schrijven van boeken. Zo wil ik graag een boek schrijven over de geschiedenis van de pensioenwetgeving, wat natuurlijk goed van toepassing is op mij.”

U geeft ook een hele hoop vakken, weet u al wie u zal vervangen?

“De procedure is nog lopende, maar veel weet ik er zelf niet van. Het is traditie dat de uittredende proffen zich niet bezighouden met hun opvolging. Het enige dat ik weet is dat men op zoek is naar een globalist, dat wil zeggen dat ze een historicus of historica zoeken die gespecialiseerd is in wereldgeschiedenis. Momenteel is er al een shortlist van zo’n 14 kandidaten.”

"Veel professoren beginnen met de intenties om veel onderzoek te doen, maar daar blijft alsmaar minder tijd voor over."

Guy Vanthemsche

© Marit Galle

Competitiegedrag en verengelsing

Heeft u, als voormalig vice-decaan van LW, het er moeilijk mee dat deze faculteit steeds wordt bestempeld als een rode faculteit?

“Jazeker, dat is een probleem dat bij mij veel ontevredenheid en zorgen heeft opgewekt. Zeker de manier waarop de universiteit wordt beheerd. Het is bijna zo dat je binnen een rode faculteit met groene en rode vakgroepen zit en vervolgens zelf met groene en rode professoren. Een competitiesfeer is de universiteiten binnengedrongen en daar heb ik het persoonlijk heel moeilijk mee. Toen ik begon aan mijn carrière, had ik het gevoel dat ik werkte als ambachtsman in een atelier waar iedereen met liefde, zorg en hard werk zijn ding deed. Geleidelijk aan heb ik dat zien veranderen en zie ik de universiteit evolueren naar een multinationale instelling. Ook de manier waarop de overheid universiteiten financiert, duwt ons nog meer in de richting van een sterk competitief model. Die financiering vindt plaats op verschillende manieren zoals publicaties in specifieke tijdschriften. Meestal zijn dat dan ook nog eens Angelsaksische tijdschriften. Het jammerlijke is dat er geen rekening wordt gehouden met wat er naast die specifieke publicatiekanalen wordt gepubliceerd. Ik heb het persoonlijk heel moeilijk dat een publieke overheid zegt dat je in bepaalde tijdschriften moet publiceren.Tijdschriften die niet peer-reviewed zijn of tijdschriften die wetenschappelijk populariserend zijn, die worden sterk weggeduwd, bijna misprezen in zekere mate. Ook deze nieuwe trend heeft mij in zekere mate doen beslissen om weg te gaan.”

Aan de VUB worden er meer en meer opleidingen en vakken in het Engels gegeven, wat denkt u van die verengelsing?

“Ik begrijp zeer goed dat de VUB openstaat voor buitenlandse studenten, maar we mogen niet vergeten dat we effectief in Vlaanderen zitten. De Vlaamse jeugd moet in het Vlaams onderwezen worden. Dat is eigenlijk een vreemde kronkel in de geschiedenis. Vroeger hebben we gestreden voor het Vlaamse onderwijs en Vlaams onderzoek en nu gaan we dat een beetje verkwanselen in die zin dat Nederlands niet meer geldig is als een wetenschappelijke taal. Uiteindelijk denk ik dat een stevige sokkel Nederlandstalig onderwijs nodig is met daarnaast een pad voor internationalisering. Voor mij is het al een grote stap om van het middelbaar onderwijs naar het hoger onderwijs te komen, als je daarbovenop nog eens een nieuwe taal moet leren… Daarbij is het iets makkelijker voor de rijkere gezinnen om hun kinderen een jaar lang naar een Engelstalige school te sturen om de taal machtiger te worden en zo verder door te stoten in het hoger onderwijs. Het moet voor iedereen haalbaar zijn. Die democratische insteek mag niet verloren gaan in het hoger onderwijs. Engels mag dan ook geen wapen zijn voor selectie.”

Zijn we dat democratische aspect meer en meer aan het verliezen met het Engels en bijvoorbeeld het invoeren van toegangsproeven bij burgerlijke-ingenieurs?

“Toegangsproeven zijn op zich wel een goede zaak. Dat we vanuit het middelbaar onderwijs leerlingen helpen om te weten waar ze voor geschikt zijn, daar ben ik voor. Maar echt ingangsexamens afleggen is ook iets wat weer vragen doet rijzen over sociale selectie. Mensen die uit gewone gezinnen komen, zullen het moeilijker hebben om een duur voorbereidingsjaar af te leggen, dat als het ware een toegangsticket geeft tot hoger onderwijs. Gewone gezinnen zullen dat niet kunnen betalen, maar een kleine elite wel. Dus we moeten oppassen dat de grote trend niet gaat naar universiteiten die gericht zijn op elitegroepen en sterk competitief ingesteld zijn.”

Welk boek heeft een sterke impact gehad op uw manier van denken?

“‘Traite des economie marxists’ van Ernest Mandel. Dit boek heeft me heel sterk beïnvloed. Ik las het toen ik 18 jaar oud was en ik heb het met veel passie gelezen. Dat boek heeft me echt mijn ogen doen opengaan. Nu het is ook zo dat Ernest Mandel een soort van vergane glorie is, hier aan de VUB. Mandel werd geweerd van veel universiteiten vanwege zijn marxistische strekking, maar uiteindelijk hebben ze hem aan de VUB binnengehaald. Helaas weten weinig mensen dat vandaag nog.“

Hoe zou u uw carrière omschrijven in een paar woorden?

“Veel passie en overgave.”