(On)veiligheidsgevoel op de VUB-campussen
Artikel gepubliceerd op 21 mei 2018 om 23:54

“Je kan niet zomaar iedereen vertrouwen”

Door: Maud De Vos
Illustraties: Alan Jockmans
In het begin van het tweede semester stuurde de Moeial een vragenlijst rond naar alle VUBstudenten. Hier leest u de resultaten van de 335 volledig ingevulde enquêtes. 270 studenten van campus Etterbeek namen deel, 62 van de respondenten studeert op campus Jette en drie studenten vertoeven op campus Kaai.

“Studenten op de campus Jette voelen zich minder veilig dan de kotstudenten op en rond de campus Etterbeek,” kopte de Moeial in 2013 na een rondvraag door de Studentenraad. De VUB besliste extra maatregelen te nemen. Intussen passeerden heel wat verontrustende feiten de revue. Bommeldingen, aanslagen, verhalen over grensoverschrijdend gedrag, waarschuwingen voor pickpockets,... Is er in de afgelopen vijf jaar iets veranderd? Hoe veilig voelt de gemiddelde VUB-student zich? Waar kan je terecht als je je bedreigd voelt? En voelen studenten op campus Jette zich nog steeds onveiliger dan in Etterbeek? In 33 vragen peilde de Moeial naar het veiligheidsgevoel van de VUB-studenten. De enquête vertegenwoordigt slechts een steekproef van de VUB-populatie, maar geeft wel een beeld van hoe deze groep de campusveiligheid anno 2018 ervaart.

Open grenzen, gesloten deuren

We beginnen optimistisch, 86% van alle deelnemende VUB-studenten voelt zich veilig op de campus. Daarbij is er geen merkwaardig verschil tussen campus Etterbeek en campus Jette, enkel op campus Kaai voelden 2 van de 3 studenten zich heel onveilig. Een grote meerderheid (77,6%) van alle ondervraagden denkt dat het op eender welke andere VUB-campus even veilig is, toch beschouwt 14% de andere campussen als gevaarlijker. Daartegenover staat een schamele 7% die campussen in andere steden net als onveiliger beschouwt. Campus Etterbeek staat bekend om haar eiland-reputatie. Een groene, Nederlandstalige plek, midden in de drukke hoofdstad. Dat de rector de studenten naar de stad wil brengen is geen geheim, maar wil de VUB-student de stad wel op de campus? 35,5% van de respondenten zou een gesloten campus, waar dus niet iedereen zomaar binnen kan, verkiezen boven de huidige infrastructuur. Een opvallend resultaat in het huidige beleid, waarin de rector net heel hard werkt aan een open campus binnen de grootstad. Ook de meerderheid van de kandidaten voor de volgende Studentenraad zijn geen voorstander van een afgesloten campus, al vinden zij wel dat het debat hierover moeten worden geopend als dat is wat de studenten willen.

GEEF JE DE VOORKEUR AAN EEN OPEN OF EEN GESLOTEN CAMPUS? (N = 335)    

Ook opmerkelijk: 67% geeft aan dat de infrastructuur van de campus mogelijks invloed heeft op zijn/haar veiligheidsgevoel. Zijn die gevoelens terecht? Professor Criminologie, Elisabeth Enhus, gespecialiseerd in onder andere veiligheid en grootsteden kadert: “Er spelen een heleboel zaken een rol bij het creëren van een gevoel van onveiligheid, maar criminaliteit is daar eigenlijk geen van. De hoeveelheid strafbare daden die in een buurt plaatsvinden is slechts in zeer kleine mate gecorreleerd met de onveiligheidsgevoelens van de bevolking.” Hebben we dan geen reden tot angst af en toe? Uit de cijfers blijkt dat 6% van de deelnemende studenten al eens werd bestolen op de campus. Ook bij dienst Security merken ze een verhoogd aantal aangegeven diefstallen. Pickpockets in de Resto, gestolen laptops op de campuskoten, fietskooien om de diefstallen tegen te gaan, … Serge Gilen, diensthoofd Facility Services spreekt over de gevaren van een hoofdstad: “We leven in een kleine gemeenschap, maar die bevindt zich op een publieke plaats in Brussel en alle mogelijke gevaren die er in een hoofdstad zijn, zijn ook hier in kleine mate aanwezig. Studenten moeten dus ook voorzichtig zijn.” Liesbeth Fieremans, coördinator bewaking VUB sluit zich hierbij aan: “Studenten doen veel beroep op de sociale controle die er onderling leeft, ze gaan even naar de wc en laten hun laptop onbewaakt achter bijvoorbeeld, maar je kan niet iedereen zomaar vertrouwen.”

“Kan het dan nog veiliger? Ik denk het wel, maar bij maatregelen tegen onveiligheid moet je altijd de afweging met de privacy maken”, stelt Gilen, “In Leuven en Hasselt, en ik denk zelfs bij onze buren van de ULB, hebben ze een ‘campusflik’ (een vaste politieagent op de campus n.v.d.r). Gaat dat de veiligheid ‘s nachts verhogen? Neen, maar je hebt wel meer visibiliteit overdag. Maar dat wordt niet overwogen momenteel.”

De security is er niet enkel om gebouwen te openen of dronken studenten naar hun kot te begeleiden. Gilen: “Wij staan in eerste instantie in voor de beveiliging van de gebouwen en de leden van de universitaire gemeenschap. Maar we hebben ook nog heel wat andere activiteiten zoals een kleine EHBO, of als iemand zijn sleutel kwijt is toegang verstrekken en soms worden we wel eens onterecht gebruikt om een pakketje te ontvangen.” Nevenactiviteiten die ontstaan omdat er 24/24 security aanwezig is op de campussen. Fieremans: “Studenten mogen ons echt altijd bellen, ons telefoonnummer staat op de achterkant van je studentenkaart en volgend jaar krijgen alle eerstejaars ook een fiche met de belangrijkste telefoonnummers op.”

"Seksisme, racisme en homofobie zijn helaas nog steeds een realiteit in onze samenleving, zo ook op onze campus."

Lisa Wouters, medeoprichter van het VUB-meldpunt

Terechte angst of gesocialiseerd gedrag

De VUB telt dit academiejaar 15.939 studenten, waarvan 3.411 internationalen. De respondenten uit de enquête geven een representatief beeld van de werkelijkheid op vlak van gender weer. Er namen 60,8% vrouwen, 37,8% mannen en 1,3% niet gender-specifieke personen deel aan onze enquête. Daarnaast bereikten we slechts 9,2% internationale studenten, wat een pak lager ligt dan de 21% die de VUB-populatie telt.

Er zijn geen noemenswaardige verschillen op te merken tussen deze groepen, al voelen mannen zich met 91% veiliger dan vrouwen (82%). Dat verbaast professor Enhus niet: “Het onveiligheidsgevoel van vrouwen ligt opvallend hoger dan dat van mannen in onze samenleving. Bij jonge vrouwen bestaat dat gevoel bijna exclusief uit de angst om seksueel misbruikt te worden. Vrouwen worden vaak vanaf zeer jonge leeftijd gewezen op alle mogelijke gevaren van de buitenwereld. Dit vertaalt zich op latere leeftijd in een ingebouwde reflex om bepaalde wegen te vermijden, voorzorgen te nemen als ze ’s avonds alleen over straat moeten of dat zelfs helemaal niet te doen. Een recent onderzoek bij jonge Brusselse vrouwen gaf datzelfde beeld: vrouwen zijn bij wijze van spreken gegijzeld omdat ze zich niet vrij door de stad kunnen verplaatsen door allerlei mechanismen die ze zelf hebben ingebouwd, voornamelijk om groepen mannen te vermijden. De stad blijft een soort veruiterlijking van onze patriarchale samenleving. Door dat gedrag doet er zich eigenlijk een omgekeerde beweging voor. Door dat vrouwen preventief wegblijven is er eigenlijk net minder geweld naar hen toe. Het hoogste slachtofferschap van alle vormen van geweld en beroving, onder alle leeftijdsgroepen, is bij jonge mannen. Dat noemen we de ‘fear-victimization paradox’, diegenen die het meest slachtoffer worden hebben het minst angst. En omgekeerd.”

WAT HEB JE AL MEEGEMAAKT OP DE CAMPUS? Rood = man, roze = vrouw en bruin = x (N=251)    

Die tendens is niet af te leiden uit de resultaten, er werden geen verschillen gevonden in het al dan niet in aanraking komen met gewelddadig of grensoverschrijdend gedrag tussen de geslachten. In totaal kreeg al 43% van de respondenten eens te maken gekregen met een bepaalde vorm van geweld of diefstal, waaronder 47% meer dan één vorm van geweld onderging. De meeste voorkomende feiten zijn nafluiten (75 gevallen) en verbaal geweld (44 gevallen). Daarnaast gaven zeven personen aan al gedrogeerd te zijn geweest, tien studenten kregen al te maken met voyeurisme en twee personen werden reeds op de campus verkracht. Er waren ook andere verontrustende zaken waar respondenten melding van maakten bij het invullen van de vragenlijst zoals homofoob geweld, gekeurd worden met het naroepen van punten op 10 en achtervolging.

Lisa Wouters, medeoprichter van het VUB-meldpunt voor grensoverschrijdend gedrag reageert: Er zijn sinds de officiële oprichting van het meldpunt meldingen binnengekomen, zowel van studenten als personeel, over verschillende vormen van verbaal en fysiek grensoverschrijdend gedrag en geweld. Op zich is dat niet zo verbazend. Dergelijk gedrag gebeurt overal waar er interactie is tussen mensen. Seksisme, racisme en homofobie zijn helaas nog steeds een realiteit in onze samenleving, zo ook op onze campus. We moeten onze kop niet in het zand steken.”

Angst of gevaar? Bel 1111

De VUB laat studenten op vlak van veiligheid niet aan hun lot over. Toch weet 37% niet waar ze op de campus terecht kunnen als ze zich onveilig voelen. Ook heeft 30% van de bevraagde VUB-studenten geen weet van het bestaan van een campus-noodnummer. Fieremans: “Dat noodnummer is 24/24 bereikbaar en mag je altijd bellen als je je onveilig voelt of in gevaar verkeert. We proberen onze bekendheid bij de studenten wel echt te verhogen. Ik stond op de Kick-Off en er hangen ook posters omhoog.” Als iemand al beroep doet op de veiligheidsdiensten dan is dat voornamelijk voor praktische zaken. Bijvoorbeeld om een gestolen fiets of verloren sleutels aan te geven. 61% moest (of deed) nog nooit beroep doen op de securitydiensten, slechts 43% van de personen die dit wel deden had er gevoel dat er na de aangifte actie werd ondernomen. Gilen reageert: “Die vraag wordt ons veel gesteld, maar we kunnen niet over alle gevallen informatie verschaffen. Soms omdat het kadert in een lopend onderzoek, maar we zijn ook gebonden aan beroepsgeheim en wet op de privacy. Wij dragen zaken over aan de politie, maar zij zullen daar ook niet over communiceren. Alle meldingen worden wel bijgehouden, het is dus echt belangrijk dat studenten zaken melden anders kunnen wij er niet op inspelen”, benadrukt Fieremans. “Ook belangrijk, we verwijzen studenten altijd door naar hulpverleners zoals het SBC, waar je terecht kan voor psychologische bijstand”, vervolgt Gilen. ”En we sporen mensen altijd aan om een melding te maken bij het meldpunt. Zodanig dat het voorval ook daar in de administratie zit en de nodige beleidsmaatregelen kunnen getroffen worden.”

Dat bevestigt Wouters: “Uiteraard is elk geval van ongewenst grensoverschrijdend gedrag er één te veel. Veiligheid kan echter nooit voor 100% gewaarborgd worden, maar we doen zoveel mogelijk om de veiligheid van studenten te waarborgen. Het is dan ook belangrijk dat studenten melding maken van waar ze mee zitten of wat ze meegemaakt hebben.” Toch geven ook heel wat studenten aan het noodnummer niet te zullen bellen als ze zich onveilig voelen. Redenen hiervoor zijn onder andere dat ze vrezen dat er niet snel genoeg gereageerd zal worden, dat hun ze bang zijn dat hun probleem niet ernstig genoeg is of omdat ze eerder meteen de politie zouden bellen om geen tijd te verliezen. Fieremans: “We hebben liever dat iemand te snel belt dan helemaal niet. Als je het noodnummer belt neemt er binnen de drie seconden iemand de telefoon op en doordat wij de campus kennen en zo centraal kunnen we meteen ter plaatse zijn.” Gilen vervolgt: “Je mag natuurlijk altijd meteen de hulpdiensten bellen, maar verwittig dan ook zeker ons. Stel je voor dat er een gasontsnapping is, bel dan gerust meteen de brandweer, maar alarmeer ook de bewaking. Zij hebben de procedures in huis om de hulpdiensten te ontvangen en te begeleiden, maar voeren ook de communicatie die gepaard gaat met zo’n incident.” Het noodnummer is ook via de interne lijnen te bereiken op 1111.

DENK JE DAT HET IN EEN ANDERE STUDENTENSTAD (ON)VEILIGER IS? (N=335)    

Nachteconomie en mentale kaarten

64% van de bevraagden voelt zich tussen het vallen van de avond en het opkomen van de zon het onveiligst op de campus. De overigen voelen zich altijd even (on)veilig. Al geven weinig studenten aan zich onveilig te voelen op een TD. “De angst voor de nacht is geen nieuw fenomeen”, vertelt professor Enhus: “Als je kijkt naar oude culturen en nu nog altijd zie je dat de nacht altijd als een soort bedreiging wordt gezien. Dat zit voor een stuk wel ingebakken in het leven van mensen. De laatste decennia komt daar dan wat wij de ‘nighttime economy’ noemen bij. Het nachtleven promoten is voor velen steden een bewuste strategie geweest om hun stad te promoten. Daar hoort uitgaan en overmatig alcoholgebruik bij, en dus bijgevolg ook meer overlast en geweld. Het is alsof er soort breuk tussen het normale leven en de nacht ontstaat, mensen gaan in groep weg en versterken zo elkaars gedrag. In groep doe je dingen die je alleen nooit zou doen. Dat is een gekend fenomeen waar vooral Engelse steden enorm mee worstelen.”

Een ander fenomeen dat de criminologe beschrijft is ‘fear of the other’: “Vanuit urban studies bestaat het idee, en dat is best interessant, dat mensen een soort mentale kaart hebben van de ruimte die ze kennen. Daar waar je naar de winkel gaat, daar waar je uitgaat, enzovoort. We weten ongeveer wat voor soort mensen er wonen, hoe de dingen gaan, kortom je kan zeggen: dit is de normale gang van zaken in deze wijk. Eenmaal daarbuiten zou het kunnen, maar dat onderzoek is nog niet zo vergevorderd, dat je je onveiliger voelt omdat je die kennis niet hebt. Als er in jouw wijk vaak groepen mensen op straat staan is dat niets is waardoor je je onveilig gaat voelen. Zie je dat in een buurt die je niet kent is dat plots iets helemaal anders.” Dat kan verklaren waarom de perceptie leeft dat studenten niet in Brussel durven studeren. “Als je vanuit een beschermde omgeving komt waarin je bijvoorbeeld enkel met Vlamingen in contact kwam, en dan voor de eerste keer in aanraking komen met een superdiverse stad als Brussel waar 110 nationaliteiten samenleven, dan zou het kunnen dat ‘the other’, mensen die een andere taal spreken, andere gewoontes hebben, andere kleren dragen,… een gevoel van ongemak opwekken. Maar is dat echt onveiligheid? Ik zou dat eerder ongemakkelijk of onbekend noemen.”

HOE VOEL JE JE BIJ DE AANWEZIGHEID VAN MILITAIREN OP DE CAMPUS? (N = 324)    

Witte ridderpolitiek

In de enquête werd gevraagd aan de studenten welk gevoel ze hebben bij de aanwezigheid van militairen op de campus. Sinds de aanslagen van maart 2016 zijn er geregeld soldaten die patrouilleren op en rond de campus. De ondervraagde studenten gaven aan dat de aanwezigheid van militairen op de campus hun noch veiliger, noch onveiliger deed voelen. “Die soldaten mogen dan ook niets doen, maar daarmee ontwrichten we wel een hele werking van het leger en de politie. Je kan je niet voorstellen wat voor dramatische gevolgen dat heeft (zoals grote druk op het familiale en sociale leven van militairen, beperking van de trainingsmogelijkheden voor buitenlandse missies en nefaste gevolgen voor de dagelijkse werking van de politie, n.v.d.r) En die maatregelen halen niets uit, het helpt niet tegen de criminaliteit. Puur populisme”, aldus Enhus.

Enhus vervolgt: “Ik denk dat dat gevoel van angst wordt uitvergroot. Het is belangrijk dat de perceptie dat het hier onveilig zou zijn wordt gecounterd, we moeten duidelijk maken dat dat niet overeenstemt met de werkelijkheid. In de naam van die onveiligheidsgevoelens zijn er al onwaarschijnlijk veel maatregelen genomen die enkel hebben geleid tot meer regels, meer controle, meer camera's, waardoor we op een heel groot stuk van onze veiligheid zullen moeten inboeten als we hier mee doorgaan. Ik vind dat een goedkoop discours. De Westerse wereld heeft sinds 2010 een constante daling in criminaliteit, zelfs het aantal aanslagen is gedaald ten opzichte van vroeger. Het enige wat veranderd is, is dat nu iedereen slachtoffer kan worden, wat erg moeilijk is om mee om te gaan, want we kunnen het niet langer vermijden. We noemen dat de ‘reassuring gap’: we slagen er niet in om mensen te overtuigen dat de feitelijke criminaliteit daalt terwijl de onveiligheidsgevoelens alleen toenemen. Heeft dat te maken met de massa aan media die ons bereikt? Angstgevoelens worden ook gestimuleerd door verhalen van anderen, die vaak een eigen leven gaan leiden. Koren op de molen van rechtse witte ridderpolitiek.”

Angst en onveiligheidsgevoelens zijn dus geen makkelijk te omschrijven, laat staan te onderzoeken concepten. Al wil dat niet zeggen dat de veiligheid van de VUB-gemeenschap geen aandacht verdient. Wouters: “Studenten kunnen op veel plaatsen op en rond de campus terecht bij vragen of als ze melding willen maken van bepaald gedrag. Veiligheid is ook een aandachtspunt in het nieuwe campus masterplan dat momenteel ontwikkeld wordt”. Enhus concludeert: “Een bepaalde mate van angstgevoelens zijn natuurlijk ook gezond, misschien is dat wel een soort oerinstinct, we moeten niet blindelings in problemen lopen."

Security:02 629 21 76, Infopunt: 02 629 20 11, Noodnummer: 02 629 11 11, meldpunt: meldpunt@vub.be.