Achter de façade
Artikel gepubliceerd op 21 mei 2018 om 10:00
De denker en zijn tunnelvisie    
© Marit Galle

Door Nelke Ramael

Een zonnige schijn is als een dekentje over onze universiteit gevallen. Iedereen lacht en alles gaat goed. Of dat wilt men toch dat we geloven. De gebouwen staan nu nog recht, maar de fundamenten worden aangetast door betonrot.

In mijn vier jaar aan de VUB ben ik langzamerhand verder gaan kijken dan de glans waarin de universiteit zich wil nestelen. Een lekker uitziende, glanzende appel die uiteindelijk vanbinnen rot is. Hoeveel bachelorstudenten van de faculteit LW zijn gefrustreerd over de plotselinge veranderingen in hun curriculum dit jaar? Hoeveel personeelsleden en professoren kwijnen weg onder de steeds hoger wordende werkdruk? Hoeveel mensen vertrekken van de VUB met een bittere nasmaak? Men komt de problemen niet onder ogen en men steekt ze liever in de doofpot.

De VUB noch de Studentenraad hebben onze laatste artikels over de motie van wantrouwen die tegen de voorzitter werd ingediend gesmaakt. Als er een dergelijke crisis binnen eigen rangen uitbreekt, mag het niet geweten zijn. Vooral niet in verkiezingstijd. Als studentenvertegenwoordiger verdedigen ze de stem van de studenten in belangrijke raden aan onze universiteit. De stemmen die ze hebben behaald is geen carte blanche om zomaar alles te doen wat ze willen. Dit betekent ook de verantwoordelijkheid nemen als men fouten begaat en zich dus niet blijven verschansen achter een computer, open brieven, moties of een vicerector.

Bij de Moeial horen we vaak: “Moeten jullie altijd zo negatief zijn?” of “Mag het niet wat leuker?” Ik sta er dan altijd versteld van hoe veel VUB’ers nog in een droomwereld leven en de bubbel niet hebben doorprikt. Als studenten leren we aan de VUB om kritisch naar de wereld te kijken, maar werp je kritische blik liefst niet naar de universiteit zelf. Sterker nog, dan komt men ineens af met de principes van het vrij onderzoek. Ja, dit zijn belangrijke waarden, en ja, ze worden misbruikt. De idee leeft binnen de VUB-gemeenschap, maar we gebruiken ze enkel als het ons uitkomt. Een te kritische thesis over een actueel thema of een artikel dat te veel onthult? Liever toch wat aanpassen alstublieft.

Ook bij de uitnodiging van de staatssecretaris voor Asiel en Migratie werd vrij onderzoek te pas en te onpas gebruikt. Zelfs het recht op vrije meningsuiting werd mee in de ring gegooid. Allemaal voor een politicus die de o zó belangrijke waarden van de VUB schendt. Hij aanvaardt geen kritiek, liegt tegen het parlement over de uitwijzingen naar Soedan en polariseert het debat continu. Hij kreeg na de blokkering van de lezing van vorig jaar toch nog een uitnodiging. De rector kwam zelfs het voorwoord verzorgen, want zij gelooft in woord en wederwoord. Maar waar is het wederwoord van de mensen die hij ontmenselijkt?

De rector profileerde zich als vrouwenvechter met de invoering van genderquota, maar toen het seksismedebat vorig jaar op laaide, maakte ze zich er makkelijk van af. De rector zei enkel dat studenten hun verantwoordelijkheid moesten nemen. Veel woorden, weinig daden. Nog steeds zijn er schachten die op het podium van Erotica TD sensueel moeten dansen. Nog steeds zijn vrouwelijke studenten bang dat ze genomineerd worden voor pretslet. Nog steeds worden mensen aangerand of verkracht op onze campus. Wanneer passen studenten het kritisch denken eindelijk eens op zichzelf toe?

De VUB draagt de woorden van Poincaré als een glanzend gewaad, met het opschrift: “Het denken mag zich nooit onderwerpen, uitsluitend aan de VUB zelf.”