Voorzittersdebat tussen LVSV, Jong N-VA, JS en Comac
Artikel gepubliceerd op 7 mei 2018 om 15:14

© Kilian Adriaenssens, de Moeial

Het onderwijs van de toekomst
Door Larissa Courant

Op donderdag 3 mei maakte Aula Q.B om 20u plaats voor een debat tussen de voorzitters van politieke verenigingen over ‘het onderwijs van de toekomst’. Voor het debat, georganiseerd door Studiekring Vrij Onderzoek, verschenen Armel de Schreye (Liberaal Vlaams Studenten Verbond), Lauri De Wever (Jong N-VA), Jaro Verberck (JongSocialisten) en Iman Ben Madhkour (Comac) op het toneel. Hoewel de voorzitter van Jong Groen, Yessin Aattache, initieel ook aanwezig zou zijn, bleef zijn stoel die avond leeg.

De vraag naar wat belangrijker is in het onderwijs: kwaliteit of gelijkheid, brak meteen het ijs. Voor zowel de voorzitter van JS, Jaro Verberck, als voorzitter van Comac, Iman Ben Madhkour, was het antwoord op deze vraag zo klaar als een klontje. Kwaliteit en gelijkheid gaan hand in hand. Er moet niet gekozen worden voor het ene of het andere en “iedere leerling telt”. Aan de andere zijde van het politieke panel werd er door LVSV en Jong N-VA op een andere manier gereageerd. Voorzitter van Jong N-VA, Lauri De Wever, is immers van mening dat niemand gelijk is. “Het beeld ophangen dat iedereen gelijk is en dat er volledige gelijkheid moet nagestreefd worden, zorgt ervoor dat de kwaliteit moet inboeten”, stelt hij. “Dit zou een spijtige zaak zijn aangezien kwaliteit van groot belang is en het onderwijs er mee staat of valt.” De voorzitter van LVSV, Armel de Schreye, kiest voor kwalitatief onderwijs als een middel om zo gelijk onderwijs te bekomen. Dit wil echter niet zeggen dat we moeten nastreven dat iedereen slaagt. “Als de Nationale Bank geld bijdrukt, dan is iedereen niet ook ineens rijk”, redeneert hij.

Onder(wijs)financiering

Het volgende politieke twistpunt dat aan de voorzitters werd voorgelegd was het zogenaamde. ‘M-decreet’. Dit decreet geeft het recht aan de leerling met een beperking om  in het gewoon onderwijs school te lopen en beoogt dus minder leerlingen naar scholen voor buitengewoon onderwijs te verwijzen. “Wachtlijsten van BUSO zijn te hoog. We willen dat de lijsten verkleinen, met meer expertise en lagere werkdruk voor de leerkrachten. Het is een mooi initiatief, maar staat nog in kinderschoenen,” klinkt het bij Jong N-VA. Mits wat aanpassingen staan zij dus volledig achter dit decreet. Naar de mening van de Schreye moet er echter meer nadruk gelegd worden op de lerarenopleiding, waarbij er “veel studiepunten zijn die dienen ter opvulling”. Aan de linkerzijde is er meer eensgezindheid. “Als er wordt geïnvesteerd in het M-decreet is dat goed. We staan wel kritisch tegenover de manier waarop het uitgevoerd wordt, maar denken dat het een goede oplossing is voor inclusie en betere maatschappij. Hier plukken ook leerlingen de vruchten van. Onderfinanciering blijft echter het pijnpunt,” reageerde JS-voorzitter Jaro Verberck. Iman Ben Madhkour, voorzitter van Comac, vulde aan dat zij wel een voorstander is als het goed wordt toegepast en de nodige middelen vrijgemaakt worden. Voorlopig ziet het er volgens haar meer uit als een besparingsmaatregel dan als een verrijking.

"Zuipen moet niet gefinancierd worden met belastinggeld"

Armel de Schreye

De vraag naar de financiering van het onderwijs bleek voor alle voorzitters een heet hangijzer te zijn. Daar waar Comac onderwijs ziet als een investering in de maatschappij en pleit voor gratis onderwijs, is De Wever van oordeel dat de verbruiker moet betalen. Gratis onderwijs kan volgens Ben Madhkour waargemaakt worden door “het geld te halen waar het zit” en geen fiscale cadeaus uit de delen. Op die manier zou de kost van het studeren in het hoger onderwijs, dat volgens haar geraamd wordt op 12000 euro per jaar, wegvallen en voor iedereen toegankelijk zijn. “Gratis onderwijs bestaat niet,” reageerde de Schreye echter. “Het budget kan wel groter worden en de samenleving moet hierin zeker investeren. We moeten voornamelijk efficiënter met belastinggeld omgaan, zoals geen 100 000 euro aan studentenverenigingen te geven. Zuipen moet niet gefinancierd worden met belastinggeld.” Het voorbeeld van de subsidie van studentenvereniging lokte hevige reacties uit. “Als je weet dat AB InBev 520 miljoen euro fiscaal cadeau krijgt, is 100 000 euro voor studentenverenigingen peanuts tegenover een half miljard,” repliceerde Verberck.

“Meent gij dees?”

Ook de vraag naar de plaats van levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs van de toekomst verdeelde alle voorzitters. JS wil voornamelijk vasthouden aan de scheiding van kerk en staat, waarbij dergelijke vakken gegeven mogen worden in een maatschappelijk kader. Ook Ben Madhkour, de Schreye als De Wever zijn voorstanders van een scheiding van kerk en staat, maar volgens De Wever moet de focus gelegd worden op het islamitisch fundamentalisme dat de maatschappij “terug naar een periode van voor de Verlichting brengt”. Opvallend was wel de gezamenlijke consensus over een bredere invulling en uitbreiding van het lessenpakket in het lager en secundair onderwijs. Zo moet er volgens Verberck in de toekomst plaats gemaakt worden voor meer politiek-gerichte vakken en moet er volgens de Schreye plaats gemaakt worden voor een vak dat burgerzin bijbrengt.

Het huidige watervalsysteem waarin leerlingen kunnen ‘dalen’ van ASO naar TSO en BSO, kon op geen enkele steun rekenen binnen het politieke debat. “We moeten de structuren in het systeem die zorgen voor ongelijkheid wegwerken”, vindt Ben Madhkour. Hierbij denkt ze aan de mogelijkheid voor leerlingen om praktijk- en theoretische vakken te combineren, wat ook door de Schreye wordt beaamd. “ASO moet meer in aanraking komen met de praktijk, door bijvoorbeeld meer stages te lopen.”

De opdracht naar de toekomst toe is hoofdzakelijk het stigma rond technische richtingen te bannen uit het onderwijs, hoewel dit volgens De Wever “niet te serieus mag genomen worden in sociale media”. Ook deze uitspraak kon niet aan enige kritiek ontsnappen, ditmaal door VUB-studente Sociologie, Izaskun Lismont, die in het publiek zetelde. “Meneer De Wever, stigmatiseren op sociale media zoals een tweet van Staatssecretaris Theo Francken heeft wel reële gevolgen. Meent gij dees?”