Motie van wantrouwen tegen voorzitter Studentenraad VUB
Artikel gepubliceerd op 13 april 2018 om 10:20

© Archief de Moeial, Alan Jockmans

Door Kilian Adriaenssens en Nelke Ramael
Vijf studentenraadsleden dienen een motie van wantrouwen in tegen hun voorzitter, Daniël Van Den Broecke, nadat de VUB op de hoogte werd gesteld van een aangifte bij de politie tegen de voorzitter. De vijf raadsleden vragen hiermee het ontslag van Van Den Broecke als voorzitter van de Studentenraad van de VUB. Daarnaast heeft de voorzitter klacht ingediend tegen de ondervoorzitter en een ander raadslid van de Studentenraad.

Donderdagavond 12 april dienden vijf studentenraadsleden, waaronder de ondervoorzitter en twee coördinatoren een motie van wantrouwen in tegen hun voorzitter, Daniël Van Den Broecke. Dat werd donderdagavond in een mail bekendgemaakt aan alle studentenvertegenwoordigers van de VUB, de vicerector Onderwijs- en Studentenbeleid en leden van het directiecomité. In de motie vragen de raadsleden om de voorzitter in zijn functie te ontzetten. Van Den Broecke was niet bereikbaar voor commentaar.

"Door zelf zijn ontslag in te dienen zou de voorzitter duidelijk maken dat hij het collectief belang van de raad boven zijn eigen ervaringen stelt”

Tekst indiening motie van wantrouwen

Aangifte tegen voorzitter

De motie verklaart dat de VUB de voorbije weken op de hoogte werd gesteld van een aangifte bij de politie, met voorzitter Van Den Broecke als onderwerp. De precieze inhoud van de aanklacht valt binnen de privésfeer van de betrokkenen en maakt dus geen onderdeel uit van de motie, zo stellen de vijf raadsleden. De klacht zelf en meer bepaald de sfeer van verdenking die zij oproept doen dat wel. “Wij zijn van mening dat het vermoeden van onschuld als moreel en juridisch concept dient erkend te worden, toch zien wij in deze aanklacht een situatie waar het belang van de raad en de instelling ook in rekening gebracht moet worden”, zo staat te lezen. De voorzitter zou reeds een advocaat hebben aangenomen voor de zaak.

Volgens de tekst werd de voorzitter eerder gevraagd om, in het belang van de raad, zich tijdelijk terug te trekken en het onderzoek de tijd te geven om voor opheldering te zorgen. Eenmaal het onderzoek zijn eventuele onschuld aantoont, zou de voorzitter zijn taken en mandaten terug kunnen opnemen met gezuiverde naam. De voorzitter wilde dit aanbod echter niet aannemen. “Meneer Van Den Broecke is helaas niet op deze vraag ingegaan en hoewel hij hierin zeker in zijn recht is, achten wij het toch wenselijk dat de heer Van Den Broecke alsnog zijn positie als voorzitter verlaat. Hij zou hiermee duidelijk maken dat hij het collectief belang van de raad boven zijn eigen ervaringen stelt”, zo staat te lezen in de motie. De studentenraadsleden schrijven dat de keuze van de voorzitter om niet op hun verzoek in te gaan om op te stappen zorgt voor een vertrouwensbreuk in zijn voorbeeldrol als kopstuk van de studentenpopulatie en vragen dat het belang van de raad en de instelling gewaarborgd blijft. Ze hopen echter wel dat de motie niet wordt gezien als een schuldbevestiging van de voorzitter. De ondervoorzitter van de Studentenraad, Otto Cartrysse, laat weten dat deze motie met spijt in het hart wordt ingediend. “Na weken van andere opties te zoeken die minder pijnlijk zijn, is deze motie van wantrouwen onze laatste oplossing. We hadden gehoopt dat het niet zo ver moest komen.”

Van Den Broecke zou ondertussen zelf stappen ondernomen hebben tegen de Studentenraad. In de derde en laatste alinea van de motie schrijven de studentenraadsleden dat, bij het opstellen van de tekst, de advocaat van Van Den Broecke hen op de hoogte stelde dat zijn cliënt een 'strafklacht met burgerlijke partijstelling' heeft ingediend tegen twee raadsleden, waaronder ondervoorzitter Otto Cartrysse. De “strafklacht” houdt in dat Daniël Van Den Broecke het slachtoffer zou zijn van een wanbedrijf waarbij hij morele of materiële schade heeft opgelopen en hij mogelijks de schade kan verhalen op de dader van het misdrijf. De ondervoorzitter en het ander raadslid zijn via een mail van de advocaat van Van Den Broecke op de hoogte gesteld van de klacht. Ze zouden worden aangeklaagd voor chantage, laster en eerroof, waarbij de ondervoorzitter wordt verweten Van Den Broecke uit zijn functie te willen zetten om zelf het voorzitterschap op te kunnen nemen. Ondervoorzitter Cartrysse ontkent dit. De studenten besluiten dat deze actie de vertrouwensbreuk tussen Van Den Broecke en de raadsleden bevestigt. De motie werd vervolgens door de vijf leden ondertekend, het minimum aantal leden nodig om een motie van wantrouwen in te dienen. Met die kennis laat Cartrysse weten dat hij na de stemming van de motie op de plenaire vergadering van 26 april zelf ontslag neemt uit zijn functie van ondervoorzitter. Cartrysse zal zijn kandidaatstelling als studentenvertegenwoordiger voor volgend jaar niet intrekken.

“Na weken van andere opties te zoeken die minder pijnlijk zijn, is deze motie van wantrouwen onze laatste oplossing"

Otto Cartrysse, ondervoorzitter van de Studentenraad

Uitspraak van de Studentenraad

De motie zal besproken worden op de eerstvolgende plenaire vergadering van de Studentenraad op donderdag 26 april. Op deze vergadering, die overigens openbaar is voor studenten, krijgt de voorzitter de kans om zich te verdedigen en krijgen de raadsleden de kans om hun motie toe te lichten. Daarna zullen de aanwezige raadsleden overgaan tot een stemming. Op dit moment is er volgens de ondervoorzitter nog geen zekerheid op unanimiteit binnen de Studentenraad om de motie aan te nemen. “Er zijn nog te weinig leden op de hoogte door de lentevakantie.” Als de motie goedgekeurd wordt, zal Van Den Broecke zijn functie als voorzitter van de Studentenraad verliezen. Zoals de codex studentenleven dat voorschrijft, kan hij wel gewoon lid blijven van de raad. Indien de motie van wantrouwen tegen de voorzitter aanvaard wordt zal de Studentenraad in een bijzondere zitting de week daarop samengeroepen worden met als enig agendapunt de verkiezing van een nieuwe voorzitter.