Pecunia vincere scientiam
Artikel gepubliceerd op 29 maart 2018 om 16:03

© Marit Galle

Door Nelke Ramael

De besparingsretoriek is stilletjes het onderwijs binnen geslopen. Net zo vaak herhaald dat we er zelf in beginnen te geloven. Tot op het kritieke punt waar we vandaag staan. In plaats van de focus te leggen op investeren in kwaliteitsvol onderwijs, moeten faculteiten en vakgroepen oplossingen vinden voor hun penibele financiële situatie. Op de overheid kunnen de universiteiten niet meer rekenen en zo worden ze in de armen van de bedrijven en hun winstbejag geduwd. Onderzoek moet onafhankelijk zijn, maar kan dat wel als het wordt betaald door een bedrijf dat een bepaalde uitkomst verwacht? Als we gaan steunen op ondernemingen om onderzoek te financieren, dan hebben zij ook de macht om de stekker eruit te trekken als het te veel tijd en geld kost of als de resultaten niet in de gewenste richting wijzen. Het maatschappelijk nut van een onderzoek wordt bepaald door de markt in plaats van door de noden van de samenleving. Een onderzoek kost tijd en geld en dat is iets wat een bedrijf niet graag uit handen geeft.

Ook achter het idee van internationalisering houdt zich een financiële adder schuil. Geen wonder dat het één van de focuspunten is van het Algemeen Strategisch Plan 2030 van onze universiteit. Een diverse campus is een pluspunt in Brussel, maar het mag niet enkel gebruikt worden voor het geld dat het oplevert. Ironisch genoeg was het angliseren de grote angst voor de studenten die protesteerden tegen de Bolognahervormingen. Met de VUB springen we allemaal in het dal van verengelsing, zonder stil te staan bij de gevolgen hiervan voor de toekomst. Zo is de vertegenwoordiging van de internationale studenten binnen de universiteit nog een groot vraagteken. De vergaderingen van de Studentenraad en de faculteitsraden zijn decretaal vastgelegd op het Nederlands vanuit de overheid. Dit kan een te grote drempel zijn voor buitenlandse studenten om zich als studentenvertegenwoordiger kandidaat te stellen. Vele internationale studenten zijn enorm geëngageerd en de VUB moet erover waken dat ook zij een eerlijke kans krijgen op vertegenwoordiging binnen de universiteit. De internationalisering van onze universiteit moet dus niet onbedachtzaam gebeuren.

Geld en groei mogen niet de bovenhand krijgen op de kwaliteit van het onderwijs. Studenten en professoren zijn de kern van de universiteit. Zonder hen stort de Alma Mater als een kaartenhuisje in elkaar. Vorsers ervaren een groeiende werkdruk samen met jobonzekerheid. Die situatie is een kweekvijver voor spanning en geen werkomgeving waar mensen voor gaan solliciteren. Ook door onaangekondigde programmawijzigingen door te voeren of slecht gegeven colleges creëer je ongenoegen bij studenten. Malcontente studenten kunnen een grote invloed hebben op de rekrutering van nieuwe eerstejaars. Een rectoraatbezetting of grote studentenprotesten zijn geen goede propaganda voor een universiteit. Tevredenheid is de beste reclame.

In het kortetermijndenken van vandaag wordt er niet meer gekeken naar de consequenties die sommige beslissingen met zich meebrengen. Men wil zo snel mogelijk uit de financiële domper geraken die de besparingscyclus met zich meebrengt. Een universiteit maakt de toekomst en die heeft tijd nodig. Alles moet snel gaan en alles moet groeien. De markt, het kapitaal, de VUB.