"Bologna zonder praten is kut"
Artikel gepubliceerd op 20 maart 2018 om 15:16
Bezetting van het VUB rectoraat als protest tegen de Bologna akkoorden, 2001    
© Belga

Studenten op de barricades
Door Kilian Adriaenssens
Dit academiejaar is het exact een halve eeuw geleden dat de mythische protesten van mei ’68 plaatsvonden. We gaan elke editie dieper in op belangrijke studentenprotesten uit de geschiedenis van de universiteit. Deze keer gaan we terug 1999, het jaar dat de Bolognaverklaring werd ondertekend en VUB-studenten uit protest het rectoraat 45 uur lang bezetten.

De geschiedenis van de Bolognahervormingen kan worden teruggebracht tot 1998. In dat jaar stelden de Onderwijsministers van Duitsland, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk samen een verklaring op over de harmonisering van het hoger onderwijs in Europa, de Sorbonneverklaring. De verklaring had als doel de verschillende onderwijssystemen in Europa beter op elkaar af te stemmen. De vier landen verbonden zich er met deze verklaring toe de mobiliteit van de studenten en het academisch personeel te bevorderen en hiermee wilde men de Europese onderwijsinstellingen concurrentieel maken op wereldniveau. Met een steeds meer geglobaliseerde wereld ontstond de vrees dat het versnipperde Europese onderwijslandschap niet zou kunnen blijven concurreren met de rest van de wereld. Met de verklaring werden andere leden van de unie opgeroepen zich bij deze doelstellingen te vervoegen.

“De rector werd ontzet door de bewakingsdienst. Alsof ze vreesden dat we hem de kop zouden inslaan.”

Student in De Standaard
Stijn Peeters en Els Ampe geven een persconferentie tijdens de bezetting van het rectoraat, 2001    
© Belga, collectie CAVA

Streven naar eenheidsworst in het Europese onderwijs

Een jaar later, in 1999, werden de doelstellingen van de Sorbonneverklaring bekrachtigd in de Bolognaverklaring, waarin 29 landen zich bereid verklaarden een Europese ruimte te creëren voor hoger onderwijs. In de verklaring worden ook een aantal voorstellen geformuleerd om de Bolognaverklaring een concrete vorm te geven. Zo wordt er gesproken over vergelijkbare diploma’s om zo onder meer de inzetbaarheid van de Europese bewoners op de arbeidsmarkt te bevorderen. Daarnaast wordt er voorgesteld om een systeem te implementeren in het hoger onderwijs gebaseerd op twee cycli; een ‘undergraduate’ en een ‘graduate’, vandaag de dag beter gekend als een bachelor- en masteropleiding. Verder zou volgens de verklaring de ‘undergraduate’-cyclus reeds voldoende moeten zijn om studenten relevant te maken voor de Europese arbeidsmarkt. De verklaring stelt ook voor om een systeem van ‘credits’, of studiepunten, in te voeren waarmee studenten diverse vakken kunnen afleggen aan verschillende (buitenlandse) instellingen. Tenslotte bevat het document nog voorstellen op vlak van kwaliteitszorg, mobiliteit en ‘levenslang leren’.

De Bolognaverklaring was, en is nog steeds, slechts een declaratie waardoor de bepalingen op geen enkele manier afgedwongen kunnen worden. Toch zorgde de ondertekening van het Bolognaverklaring, door de verschillende Europese lidstaten, voor radicale veranderingen in het Europese onderwijslandschap die niet zouden gebeuren zonder de nodige wrevel onder studenten en academisch personeel.

Bologna op het bord van België

Toen in België de eerste concrete gesprekken werden gevoerd over de implementering van de Bolognaverklaring in 2001 was ons land zowat het enige gebied in Europa waar er meerdere types hoger onderwijs naast elkaar bestonden onder de vorm van universiteiten en hogescholen. Studenten werden gequoteerd aan de hand van studiejaren in plaats van studiepunten en een studiejaar bestond hoofdzakelijk uit één periode in plaats van twee semesters met afzonderlijke examenperiodes. Om de Bolognaverklaring te kunnen toepassen moesten er dus grote veranderingen gebeuren. De universiteiten stelden hiervoor een discussietekst op met hun standpunten, betreffende de implementering van de verklaring. Deze adviezen werden dan besproken op de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) waarna de raad op basis van deze teksten een advies uitbracht aan toenmalig minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten (Open Vld, n.v.d.r.).

“We gaan niet akkoord met een verklaring die de Nederlandse taal, de Vlaamse culturele eigenheid en ons kwalitatief hoogstaand onderwijs naar de maan helpt!”

Stijn Peeters, BSG

Hoewel sommigen vooral de voordelen zagen van de harmoniseringsgedachte, waren er anderen die de verklaring als een gevaar zagen voor het democratisch, betaalbaar onderwijs. Zij zagen in de eenmaking vooral een verdoken poging om het onderwijs te liberaliseren en zo volledig ten dienste te stellen van de industriële wereld. Ook de VUB had enige reserve tegenover de Bolognaverklaring. Er werd gevreesd dat het hoger onderwijs aan kwaliteit zou moeten inboeten om opleidingen praktischer in te richten en relevanter te maken voor de arbeidsmarkt. Bovendien maakte men zich zorgen over een steeds duurder wordende universiteit met een masteropleiding die voorbehouden zou zijn voor de elite. Toch keurde de universiteit de verklaring niet af, zolang er rekening werd gehouden met haar kritieken. Terwijl de universiteit volop bezig was met de besprekingen van deze mogelijke implementatie van de Bolognaverklaring vonden studentenvertegenwoordigers aan de VUB dat ze onvoldoende betrokken werden bij dit proces. Daarbij vonden ze het standpunt van de VUB niet radicaal genoeg en wilden dat de VUB de verklaring verwierp. Hierop werd het actiecomité ‘Nationaal Comité ter bevrijding van het Bologna juk’ opgericht door studenten van onder meer de Moeial, Vrij Onderzoek en het Brussels Studentengenootschap (BSG). Acties werden snel op poten gezet om hun zorgen kracht bij te zetten, waaronder ook de bezetting van het rectoraat.

Acties tegen Bologna, bezetting van het rectoraat    
© Frank Scheelings, CAVA

“Diploma’s in uitverkoop”

Voor hun eerste actie organiseerden de studenten een receptie tegen de Bolognaverklaring in de inkomhal van het rectoraat met pizza en wijn, ‘want met iets anders krijgt ge tegenwoordig toch geen volk meer op de been’, leest de Moeial van 28 maart 2001. De locatie werd gekozen om het passerend academisch personeel te laten zien dat de studenten wel degelijk bezig waren met de Bolognaverklaring. De receptie ging vooraf aan de vergadering van de Raad van Bestuur, waar de Sociale Raad (de voorganger van de Studentenraad, n.v.d.r.) het standpunt van de studenten omtrent ‘Bologna’ naar voor zou schuiven.

De opmerkingen van de studenten werden uiteindelijk opgenomen in de VLIR maar dat volstond niet voor de leden van het comité. Zij wouden zekerheid dat er wel degelijk gehoor werd gegeven aan hun grieven. Daarom werd na een infovergadering besloten om het rectoraat te bezetten. De conferentiezaal van gebouw M werd dinsdag 13 februari 2001 door een aantal studenten gereserveerd voor een zogezegde meeting over de Bolognaverklaring en om klokslag vijf uur gaven de actievoerders het startsein voor de operatie. Alle verdiepingen werden door de actievoerders afgegaan om werknemers van het rectoraat beleefd buiten te keren. “De rector werd ontzet door de bewakingsdienst. Alsof ze vreesden dat we hem de kop zouden inslaan”, getuigt een student in De Standaard, “deze actie is helemaal niet gericht tegen de rector. We protesteren tegen dat Bologna-dinges.” Zowat 200 studenten hielpen met het veroveren van het gebouw, waarna de meesten in de late avond terug naar huis keerden. “Ik moest nog een taak maken, maar daarna heb ik opnieuw gestaakt”, lacht een jongen in De Standaard. Woensdagochtend wakkerde de strijdlust van de studenten opnieuw aan. Enkelen van de stakende studenten begaven zich naar gebouwen B en C om deze te vergrendelen. Ze wilden zo verhinderen dat studenten en proffen aan het werk gingen. Het comité riep ook op tot een studentenstaking en had de decanen van alle faculteiten gevraagd de lessen te schorsen, maar die gingen niet in op dat verzoek. Na een toespraak van de rector in het studentenrestaurant sloten steeds meer studenten zich aan bij de bezetting van gebouw M. Proffen die het bezette gebouw woensdagochtend wouden betreden werden de toegang geweigerd. De buitenmuren van het rectoraat, ook wel ‘De Sigaar’ genoemd, werden ondertussen voorzien van spandoeken met daarop slogans als ‘geen taal geen vrijheid’ en ‘Bologna zonder praten is kut’. In en rond het gebouw scanderen studenten ‘Diploma’s in uitverkoop’ en ‘Amerikaans onderwijssysteem realiteit aan de VUB’. “We gaan niet akkoord met een verklaring die de Nederlandse taal, de Vlaamse culturele eigenheid en ons kwalitatief hoogstaand onderwijs naar de maan helpt!” getuigde Stijn Peeters, voorzitter van het BSG en coördinator van de actie in. De studenten vreesden namelijk ook dat de implementatie van de Bolognaverklaring zou leiden tot de verengelsing van de opleidingen en het verdwijnen van de in het Vlaams gedoceerde lessen. De VUB-studenten verklaarden ook dat de Europese stroomlijning alleen op economische doelstellingen gericht zou zijn. “Universiteiten worden aanhangsels van het bedrijfsleven” beweert Peeters in Het Laatste Nieuws. “Ook hier dreigt het Amerikaanse voorbeeld: rendabele richtingen waar je studeert op kosten van het bedrijfsleven aan de ene kant, en astronomische inschrijvingsgelden voor wie kiest voor persoonlijke ontplooiing aan de andere kant.” Terwijl de studenten hun leuzen scandeerden aan het rectoraat, hield toenmalig VUB-rector Benjamin Van Camp zich schuil in de gebouwen van de Sociale Raad, met twee heren van de bewakingsdienst voor de ingang. “Een omgekeerde bezetting”, aldus Van Camp . In Het Nieuwsblad bracht Van Camp begrip op voor de stakende studenten: “Het is nog een heel zachtaardige manier van protesteren. Al in 1992 waarschuwde de Raad van Bestuur van de VUB in een tekst voor de gevaren waar de studenten op wijzen. Maar Bologna helemaal verwerpen, zoals zij willen, kan niet. De overheid vraagt de Vlaamse universiteiten hoé zij de master-, bachelorstructuur willen invoeren, niet óf ze dat willen doen.”
(lees verder onder de foto)


© De Morgen

Later op de dag gingen een aantal studenten van het comité dan toch in overleg met de rector waarbij een gemeenschappelijk standpunt tussen de academische overheid en de studenten werd uitgewerkt. Daarin onderschreef het rectoraat in grote lijnen de kritiek en eisen van de studenten en werd de wens van het comité voor een overleg met de minister van onderwijs ook ingewilligd. Het administratief personeel van de VUB kon donderdagmiddag 15 februari 2001 uiteindelijk het rectoraat opnieuw betreden toen de studentenbezetting na 45 uur werd gestaakt. Hierna vertrok er een delegatie studenten naar het Ministerie van Onderwijs waar ze werd ontvangen door de minister zelf. De delegatie was achteraf enthousiast over het gesprek. VUB-studente Els Ampe, nu trouwens Brussels schepen voor Open VLD, sprak opgewekt: “In mei komen de Europese ministers van Onderwijs samen in Praag. Vanderpoorten kan van het voorzitterschap van dat land gebruik maken om een gedeelte van de bijeenkomst te wijden aan deze problematiek.” De VUB-studenten hoopten nog dat ze met hun staking de discussie in de politieke wereld hadden aangezwengeld.

Andere universiteiten zijn ‘not impressed’

Hoewel er vanuit verschillende hoeken kritiek wordt geuit op de Bolognaverklaringen blijkt het studentenprotest aan de VUB een uitzondering te zijn in het Vlaamse universitaire landschap. Lang niet alle studenten dachten slecht over deze gelijkschakeling. Toenmalige rector van de Universitaire Instelling Antwerpen (de voorloper van Universiteit Antwerpen) Josse Van Steenberge liet zich eerder positief uit over de mogelijke hervormingen binnen de Europese onderwijsinstellingen. “Bologna is de aanleiding om het schoolse karakter van onze opleidingen terug te schroeven en het levenslang leren meteen aan banden te leggen”, stelt hij in De Standaard. In Gent en Leuven werd er droogjes gereageerd op het protest dat zich in Brussel afspeelde. Het Gentse studentenblad Schamper schreef dat ‘de frank van sommige studenten’ laat gevallen was, aangezien de discussieteksten van de universiteiten al lang opgesteld waren voordat de protesten plaatsvonden. “Vrij pijnlijk als je wil protesteren, maar dat blijkbaar vergeten bent toen er op universitair niveau gediscussieerd moest worden”, stellen ze. Daarnaast merkten ze wel op dat de ‘hoofdstedelingen’ versterking hebben gekregen van enkele Gentse studenten. Aan de Katholieke Universiteit Leuven zei de toenmalige rector André Oosterlinck het voorstel van Bologna min of meer te volgen. Daarmee zaten de rector en de studenten van de universiteit ongeveer op eenzelfde lijn. Ook de Leuvense Overkoepelende Kringorganisatie gaven toe gevaren te zien in de uitwerking van de verklaring maar ze vonden dat geen reden om meteen de hele verklaring te “verketteren”. “Het gerucht dat alle Vlaamse universiteiten bij de invoering onder de koepel van KU Leuven ondergebracht zouden worden, bezorgt de vrijzinnige studenten slapeloze nachten” stelde het Leuvense studentenblad Veto nog naar aanleiding van de protesten.

Bologna vandaag

Het plan van de Bolognaverklaring blijft vandaag de dag nog steeds gelden. Het aantal deelnemers aan de verklaring is ondertussen toegenomen tot 46, waaronder ook niet-Europese landen, zoals Kazachstan. Tegenwoordig worden er geen vragen meer gesteld wanneer er gesproken wordt over bachelor- en masteropleidingen en ook de quotering op basis van credits is uiteindelijk ingevoerd aan de hand van ‘studiepunten’. Deze implementeringen maken dat het vandaag de dag makkelijker is om op Erasmus te gaan in het buitenland of om verschillende bachelor- en masteropleidingen te volgen aan verscheidene instellingen, maar de weg is nog lang. De ‘credits’ van verschillende landen zijn nog steeds niet overal even veel waard, wat maakt dat je nog steeds je punten moet omrekenen als je bijvoorbeeld examen hebt afgelegd in Spanje en je resultaten wil gebruiken in een Vlaamse opleiding.

Ook het sociaal aspect van de verklaring kan beter, denk maar aan de hoge inschrijvingsgelden voor studenten in Nederland of Groot-Brittannië. Toch werd ook hier uiteindelijk rekening mee gehouden in de implementatie van de akkoorden. Zo werd er in 2009 beslist dat elk deelnemend land doelen voorop moet stellen om minderheidsgroepen tot studeren aan te zetten. Zo werd er uiteindelijk nog gehoor gegeven aan de VUB-studenten die De Sigaar van de VUB bezetten voor een socialer en democratischer onderwijs in Europa.