"Journalistiek kan vandaag, misschien meer dan vroeger, heel veel betekenen"
Artikel gepubliceerd op 19 maart 2018 om 18:01
Douglas De Coninck    
© Kilian Adriaenssens

Filopub onderzoeksjournalistiek met Douglas De Coninck

Door Man Jeeus

Donderdag 22 februari organiseerden de Moeial en Humanistische Jongeren (Hujo) de Filopub onderzoeksjournalistiek. Het concept: in een informele setting – ‘t Complex – filosoferen en debatteren over de rol en de uitdagingen van de onderzoeksjournalistiek vandaag de dag. De centrale gast was de journalist Douglas De Coninck, die al 30 jaar journalist is bij de Morgen en bekend is voor zijn werk in dossiers als de Bende van Nijvel en de zaak Dutroux.

De Coninck heeft het altijd erg moeilijk gehad met de term ‘onderzoeksjournalistiek’, omdat hij vindt dat ‘echte’ journalistiek dat altijd is. “De mensen waar ik voeling mee heb, die na hun studie op een redactie terechtkomen en iets willen gaan betekenen in de media, zijn altijd mensen die iets willen verbeteren aan de wereld waarin ze leven, die een soort activistisch kantje hebben.” Er zijn volgens hem heel weinig mensen die op een redactie beginnen met de ambitie om te schrijven over de geboorte van een olifantje of de lancering van een nieuw streekbier. Maar dat is natuurlijk in de praktijk wel wat veel journalisten te wachten staat. “De eerste jaren als journalist zijn gewoon niet leuk”, zegt hij. Hij vergelijkt het met wat er in de meeste beroepen gebeurt, bijvoorbeeld in de advocatuur. “Mensen die in de advocatuur stappen, houden er rekening mee dat ze de eerste twee jaar als stagiair voor heel weinig geld vreselijk misbruikt worden en heel hard moeten werken. Maar ik ga er een beetje van uit dat dat nu eenmaal het leven is, dat je daar door moet.”

Zelf zegt De Coninck het geluk te hebben gehad eind jaren ’80 als journalist aan de slag te zijn gegaan. “Dat was een periode waarin er nog heel veel naïef geloof was in wat journalistiek kon betekenen. Er heerste een beetje de sfeer van de journalistiek die op een gegeven moment oorlogen heeft beëindigd, wat je je eigenlijk vandaag niet meer zou kunnen voorstellen. De Vietnam-oorlog is bijna rechtstreeks beëindigd door een aantal persfotografen die hun leven geriskeerd hebben, die dingen hebben laten zien die je anders op geen enkele manier te zien krijgt.” En dat is natuurlijk de ambitie van veel mensen die in het beroep stappen. De Coninck kan zich voorstellen dat mensen die vandaag aan het avontuur beginnen snel ontmoedigd raken. Daarover zegt hij: “Het is van alle tijden dat je door een periode moet dat je moet leren om heel snel kopij-klaar te maken, soms bij mensen moet gaan aanbellen, goed wetende dat je hen dikwijls stoort in hun privacy. Maar dat is een oefening waar je gewoon door moet, waar je jezelf even moet uitschakelen. Ik vind dat je nooit het geloof mag verliezen dat journalistiek ook vandaag nog altijd – misschien meer dan vroeger – heel veel kan betekenen.”

De maatschappelijke rol van de journalist

Een vraag die De Coninck dikwijls krijgt als hij zegt dat hij journalist is, moeilijk doet bij een interview of vervelend doet tegen een politicus is het beroemde “Wat hoop je hiermee nu te bereiken? Je hebt nu een stuk geschreven, heeft dat een impact gehad?”. Als je de rol van de journalistiek echt wilt bewaken en zuiver houden, moet je je dat volgens hem nooit afvragen. “Dat is niet de rol van de journalist. De journalist moet gewoon dingen proberen aan te voelen en dingen proberen op de agenda te zetten, of gewoon te brengen, te publiceren, en er ook mee leren leven dat daar soms niks mee gebeurt.” Je moet volgens hem gewoon schrijven wat jij denkt dat er echt gebeurd is, waar het volgens jou echt om gaat, vanuit een soort eerlijke verontwaardiging.

Optimisme

Opvallend is dat veel van de discussies, die het (veel jongere) publiek echt als hedendaagse problematieken ziet, in de tijd dat De Coninck begon ook al aan de gang waren. Over de existentiële crisis waarin de traditionele media volgens velen zitten, is De Coninck optimistisch, vooral omdat hij die discussie al zo lang meemaakt. “Toen ik begon bij De Morgen waren exact dezelfde discussies bezig. Wij stonden ook onder druk, we waren een klein krantje, we hadden amper 25.000 exemplaren op een gegeven moment. Vanuit ons perspectief was er toen veel meer reden tot ongerustheid dan vandaag.”

"De eerste jaren als journalist zijn gewoon niet leuk"

Douglas De Coninck

De Coninck heeft ook veel vertrouwen in het publiek en in de Vlaamse kwaliteitskranten en de VRT. In deze tijden van fake news ziet hij “dat er een altijd groeiend publiek van mensen is dat wel de moeite neemt om een paar euro per maand te betalen voor een abonnement op een krant of een nieuwssite, waar ze wel vertrouwen in hebben.” Neem nu het proces van Salah Abdeslam. “Op sociale media zie je alleen maar passeren dat Jan Jambon er iets over gezegd heeft, of Sven Mary die bedreigd is. Allemaal zaken die naast de kwestie zijn. Als je gewoon De Standaard, Le Soir of De Morgen had gelezen, had je geweten dat de aanklacht niet veel voorstelde en de man waarschijnlijk vrijuit zou gaan.”

De geschreven pers worden al wel eens beschuldigd van sensatiezucht. Dikwijls worden zaken weggezet als sensatie, wordt er gezegd dat het allemaal wordt opgeklopt voor “clicks”. Waar ligt de grens, wanneer kan je spreken van sensatie en wanneer van een volledig verhaal? Is het, bijvoorbeeld in het geval van een verkrachting, belangrijker dat aan te kaarten zodat het niet meer kan gebeuren, of om de privacy van de betrokkenen te respecteren? “Ik vind dat je altijd de oefening moet maken: is het een particulier probleem van het slachtoffer van die verkrachting, of is er een maatschappelijk breder probleem?”, vindt De Coninck.

Dat je als journalist nooit helemaal objectief kan zijn, daar is iedereen het over eens. Maar moet je dan droog de feiten neerpennen en het aan de lezer overlaten conclusies te trekken, of moet je als journalist de feiten meer kaderen, want dan verwacht je ergens wel dat de journalist soms een politiek standpunt inneemt? In het vak wordt objectiviteit volgens De Coninck aangeleerd als: “De opsommingen van de getallen, de feiten en de quotes moeten juist zijn. Maar wat jij in de schijnwerper zet, is de keuze die je als journalist maakt.” Volgens De Coninck is de fact-checking er bij journalisten op vooruit gegaan. Hij ziet dat het met alle technologie die voorhanden is steeds eenvoudiger wordt om dingen na te kijken. De lat ligt vandaag de dag ook gewoon veel hoger.

Het beeld dat De Coninck schetst van de journalistiek vandaag de dag is heel nuchter, maar toch bijzonder optimistisch. De jongere generatie geïnteresseerden ziet de toekomst somberder in dan de professional, die zegt dat veel van de problemen die we vandaag zien van alle tijden zijn. Laten we dat vooral onthouden, ook al is het laatste woord over veel debatten die deze avond op gang kwamen nog lang niet gezegd.