De Faculteit Letteren en Wijsbegeerte aan het einde van haar Latijn?
Artikel gepubliceerd op 8 maart 2018 om 16:51

© Emily Schennach

Over besparingsmaatregelen, programmawijzigingen en de Engelstalige bachelor
Door Nelke Ramael 
Er staan heel wat veranderingen op de planning binnen de faculteit Letteren en Wijsbegeerte. De faculteit, die bekend staat om haar financiële problemen, heeft opnieuw besparingsplannen en programmawijzigingen doorgevoerd en in de trend van de internationalisering en interdisciplinariteit komt er in 2020 de brede Engelstalige bachelor in Arts and Humanities.

De faculteit Letteren en Wijsbegeerte kampt al langer met financiële problemen, maar is stilletjes uit het dal van financiële tekorten aan het klimmen. De faculteit van de Kunstwetenschappen en Archeologie, Taal- en Letterkunde, Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen, Geschiedenis en Toegepaste Taalkunde heeft veel gebloed, maar ziet toch een betere toekomst binnen tien jaar. Verder durft niemand voorlopig te kijken.

De VUB als bedrijf met kleurencodes

De faculteit LW werd geconfronteerd met haar financiële problemen door het hanteren van een gesloten enveloppe per faculteit. Een nieuwe financieringspolitiek die in de lijn ligt van een neoliberale retoriek die ook aan de VUB opgang maakte sinds het aantreden van vorige rector Paul De Knop: de universiteit als bedrijf dat winst moet maken. Kort uitgelegd werkt dit financieringsmodel als volgt: de universiteit verdeelt de financiële middelen over de verschillende faculteiten, waarbij rekening wordt gehouden met factoren zoals onder andere de studenteninstroom, internationalisering, wetenschappelijke publicaties en doctoraten. De faculteiten worden vervolgens per kleur ingedeeld: rode faculteiten zijn faculteiten die de universiteit meer kosten dan dat ze opbrengen en de groene faculteiten zijn faculteiten die meer inkomsten opleveren dan dat ze kosten. De faculteiten worden zo eerder beoordeeld op de winst die ze kunnen genereren dan op de kwaliteit van hun onderwijs. ‘Winstgevende’ opleidingen zoals die van de faculteit Economische en Sociale wetenschappen doen onderzoeken die gemakkelijker kunnen betaald worden door bedrijven, terwijl een ‘verlieslatende’ faculteit als LW moeilijker banden kan creëren met de bedrijfswereld. Marc Van den Bossche, vice-decaan van de faculteit LW zegt: “Wij kunnen niet zoals de toegepaste wetenschappen grote projecten binnenhalen in samenwerking met de privé-sector.” Door het label ‘groen’ of ‘rood’ te geven, creëer je een toestand van concurrentie tussen die faculteiten. “Je wordt concurrent van elkaar, tussen de universiteiten, tussen de faculteiten, tussen de vakgroepen en zelfs tussen de vorsers. De mensen worden zo tegen elkaar uitgespeeld”, zegt Van den Bossche. Er is enigszins een solidariteitsmechanisme, waarbij de groene de rode faculteiten helpen, maar uiteindelijk moeten ze hun roodheid zelf kunnen wegwerken.

De faculteit LW kampt ook met dalende inschrijvingscijfers, dat komt hun financiering van bovenaf dan weer niet ten goede. De dalende tendens van inschrijvingen voor deze opleidingen vindt men ook terug bij andere universiteiten. Een verandering van mentaliteit bij de nieuwe studenten heeft daar wellicht iets mee te maken. Studenten kiezen steeds vaker in functie van jobzekerheid. Ook de rekrutering zelf kan beter, aldus Van den Bossche. “Ik denk dat er een grotere marketing-inspanning gedaan moet worden”, zegt Van den Bossche. Daarbovenop vertrok de vakgroep SCOM, de Communicatiewetenschappen, in 2013 van LW naar de faculteit ES. Geen uitzonderlijke stap, aangezien bij andere universiteiten de Communicatiewetenschappen ook bij de faculteit van de Politieke Wetenschappen zit, maar blijkbaar had dit ook te maken met spanningen binnen de faculteit zelf. Dit was een echte financiële aderlating voor de faculteit LW, aangezien net die vakgroep veel geld voor de faculteit kon binnenhalen door hun contacten met de bedrijfswereld en hun groot aantal studenten.

"Door het label ‘groen’ of ‘rood’ te geven, creëer je een toestand van concurrentie tussen die faculteiten".

Marc Van den Bossche, vice-decaan van de faculteit LW

Pecunia Vincere Scientiam

Er moest dus dringend iets gedaan worden. De faculteit staat financieel erg onder druk en als er niets verandert zou de faculteit wel eens ten onder kunnen gaan. In 2015 werd er al eens een besparingsplan goedgekeurd, waarbij er in vijf jaar tijd duizenden euros moeten bespaard worden op het personeel. Om die reden werden er contracten van docenten en assistenten niet verlengd en werden mandaten van professoren die op emeritaat vertrokken deels niet vervangen. Het was niet de eerste keer dat de faculteit zo kosten probeert te besparen, ook in de vorige jaren werden er gelijkaardige zaken doorgevoerd. Een effect hiervan is dat de opleidingen Latijn en Grieks en hun gerelateerde vakken werden geschrapt op de VUB. Tragisch, aangezien de universiteit een goed geplaatste Latijnse spreuk nooit aan zich voorbij laat gaan.

Besparen op personeel maakt de druk op de overgebleven docenten alsmaar groter en de faculteit LW worstelt al langer met een personeelstekort. Bovendien zit je met kleine opleidingen en vakgroepen, waarbij er van hoogleraars verwacht wordt dat ze steeds meer beleidsfuncties opnemen. “Ik ben de vorige vier jaar opleidingsvoorzitter geweest en dit jaar is mijn eerste jaar als vice-decaan. Dat neemt veel tijd in beslag en ik werk daarom ook zeven dagen op zeven”, zegt Van den Bossche. “Daarbij heeft men nieuwe regels ingevoerd die stellen dat je hoogleraar moet zijn om beleidsfuncties te kunnen opnemen. Dit om jongere docenten te beschermen, zij kunnen deze functies meestal nog niet opnemen.” Het resultaat is dat telkens dezelfde groep mensen voor deze beleidsfuncties moeten instaan, op wiens schouders de druk nooit afneemt. Bovendien ervaart de vorser ook een grotere publicatiedruk, aangezien men hiermee inkomsten kan genereren. Enkel publicaties van A1-niveau kunnen financiering voor de universiteit opleveren en deze worden in specifieke tijdschriften gepubliceerd. Een boek publiceren telt niet mee voor die financiering. “Er wordt niet meer gekeken naar de impact van je onderzoek of je boeken, enkel hoeveel geld het kan opbrengen is nog belangrijk. Wat is dan nog het maatschappelijk nut?”, vraagt Van den Bossche zich af. Bovendien is het aantal doctoraten bij de faculteit LW enorm gestegen, aangezien dit ook financiering oplevert.

De Big Bang van de programmawijzigingen

De veranderingen en besparingen werden tot nu toe niet echt gevoeld bij de studenten, tot de programmawijzigingen in de bachelors van dit academiejaar. De faculteit wilde meer inzetten op interdisciplinariteit en stelde daarom ‘modules’ in. Dit betekent dat je in je tweede en derde bachelor een ‘module’ van 24 studiepunten moet volgen. Zo kan je 24 studiepunten van een opleiding binnen de faculteit LW opnemen, zoals Wijsbegeerte of een taal, of kan je een meer specifieke module volgen zoals Journalistiek of Chinees. “Vroeger was er teveel chaos door al die keuzevakken. Door die modules in te voeren willen we dit meer stroomlijnen”, vertelt Van den Bossche, “We willen de studenten de kans geven om van een andere richting te proeven.” Het probleem hiermee is dat ze dit hebben losgelaten op de tweede en derde bachelors die al vooruitgang geboekt hadden binnen hun eigen programma en ook niet per se voor die interdisciplinariteit gekozen hadden. Hun opleiding werd helemaal overhoop gehaald en de studenten moesten zich aanpassen. Daar kwam dan nog eens bij dat er veel lessen overlapten en sommige studenten moesten kiezen voor een module die beter in hun lessenrooster paste dan dat ze het interessant vonden.

Waarom hebben ze er dan niet voor geopteerd om deze programmawijzigingen te laten meegroeien met de eerste bachelors? “Het zou een enorme administratieve belasting voor de studietrajectbegeleiders geweest zijn. Er zouden dan met enorm veel uitzonderingen gewerkt moeten worden en dit was gewoon niet werkbaar. We hebben voor het minste kwaad gekozen”, vertelt Van den Bossche. “Ik wil daar wel aan toevoegen dat de studietrajectbegeleiders echt wel een pluim verdienen. Iedereen kon een aangepast traject krijgen indien nodig en ik denk niet dat iemand echt slachtoffer is geworden van de programmawijzigingen.” Maar als men bij de vertegenwoordigers van de Studentenraad gaat luisteren, hoort men een ander verhaal: “Ik heb veel klachten gehoord over de programmawijzigingen, vooral binnen de Kunstwetenschappen en Archeologie. Ik heb het gevoel dat er veel is misgegaan.” vertelt Yannis Skalli, studentenvertegenwoordiger voor de faculteit LW. “Die misplanning maakt dat studenten natuurlijk sceptisch staan tegenover andere veranderingen die men binnen de faculteit wil doorvoeren.”

Er worden in sommige masteropleidingen ook nog programmawijzigingen verwacht. Zo gaat de master Geschiedenis licht veranderen door het emiritaat van twee prominente professoren. Ook komt er een educatieve master bij, een project van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits die al zou worden ingevoerd vanaf oktober 2019. Deze master zou 120 studiepunten omvatten en heeft de bedoeling je meteen klaar te maken voor een job in het onderwijs. Op dit moment kan men pas na de reguliere master van 60 studiepunten een lerarenopleiding gaan volgen van een jaar. “Ik denk dat niemand gelukkig is met de manier en de snelheid waarmee dit gegaan is. Ik werk hier al 28 jaar en ik heb nog nooit meegemaakt dat zo snel een dossier erdoor wordt geramd”, vertelt Van den Bossche. Er is het plan binnen de faculteit LW om deze master ook interdisciplinair te maken en voort te bouwen op de modules van de bachelor. Studenten Geschiedenis, Wijsbegeerte en Kunstwetenschappen en Archeologie zouden onderling modules kunnen opnemen van 24 studiepunten. “Interdisciplinariteit is de troef die we daar kunnen uitspelen.”, voegt Van den Bossche nog toe.

Bachelor of Arts and Humanities

Maar de grootste verandering binnen de faculteit zit er nog aan te komen. Het plan is om in het academiejaar 2020-2021 een interdisciplinaire en volledig Engelstalige bachelor, Arts and Humanities, te lanceren. Deze bachelor zou alle opleidingen van de faculteit combineren en zou dus ook interdisciplinair te werk gaan. Over de bachelorjaren heen is er één verplichte sokkel van 60 studiepunten, met vakken die alle studenten moeten volgen, zoals onder andere de bachelorpaper. Daarnaast kunnen studenten twee aparte pakketten van elk 40 studiepunten opnemen, waarbij elke opleiding, ook de taalopleidingen, zelf een pakket samenstelt. Zo zou je Engels-Frans opnemen als de twee hoofdonderdelen, maar kan je ook Frans-Geschiedenis combineren. Tot slot komt er dan nog een ander pakket van 40 studiepunten die opleidingsoverschrijdend zal zijn en die zal werken rond één centraal thema, zoals bijvoorbeeld Brussel of Digital Humanities. “Op dit moment heb je nergens zo’n bachelor in België. Nu denken we vooral aan internationale studenten en anderstalige kinderen van expats die een voordeel kunnen halen uit een brede bachelor, maar ook aan Belgische studenten die zich aangetrokken voelen tot het interdisciplinair karakter van de opleiding”, vertelt Ann Peeters, projectcoördinator van de brede bachelor.

Er zijn verschillende redenen waarom dit project is opgestart. Onder andere de financiering voor de faculteit en de inschrijvingscijfers die omhoog moeten. “We hebben wel degelijk een probleem met de studentenaantallen en we moeten dat niet ontkennen”, vertelt Peeters, “Alle cijfers dalen, behalve binnen de Engelstalige Multilingual Master die recent is opgestart.” De faculteit ziet dat Engelstalige opleidingen populair zijn in België, met als grote voorbeeld de bachelor in Social Sciences. “Maar als je internationalisering enkel gaat gebruiken voor de financiële voordelen, dan ben je verkeerd bezig. Zo zien we nog tal van andere voordelen aan deze Engelstalige bachelor”, vertelt Peeters. Zo haalt ze de grotere diversiteit aan binnen de studentengemeenschap. “Voordat de Multilingual Master bestond, bestond de studentenpopulatie voornamelijk uit Vlaamse jongeren, maar nu hebben wij plots studenten uit 40 verschillende landen”, zegt Peeters. Die diversiteit ziet zij als een pluspunt voor de campus. “Zo geven we meer kansen aan internationale studenten die in hun thuisland grotere jobmogelijkheden krijgen. Ook voor de Belgische studenten is het positief, aangezien die internationalisering hen meer vaardigheden kan opleveren en men niet meer op Erasmus moet gaan om mensen over de hele wereld te leren kennen”, voegt Peeters hieraan toe. De interdisciplinariteit van de bachelor in Arts and Humanities is volgens Peeters een troef. Zo zegt ze dat de hedendaagse opleidingen de student onvoldoende voorbereiden op de complexiteit van de maatschappij, waarbij je in de werksituaties van vandaag vaker van meerdere markten thuis moet zijn. Enkel de bachelor zal volledig interdisciplinair te werk gaan en het is nog steeds de bedoeling dat men zich in de master gaat specialiseren in één van de opleidingen binnen de faculteit LW. Verder voegt Peeters er nog aan toe dat we nu voor België alleszins in een goede geopolitieke situatie zitten om internationale studenten aan te trekken.

"Hedendaagse opleidingen bereiden de student onvoldoende voor op de complexiteit van de maatschappij".

Ann Peeters, projectcoördinator van de brede bachelor

Engels als de lingua franca

Die verengelsing brengt natuurlijk complicaties met zich mee, aangezien er vakken in het Nederlands en het Engels gedoceerd moeten worden en andere vakken enkel in het Engels gegeven worden, ook voor de Nederlandstalige opleidingen. Er is in die context al financiering voor extra personeel aangevraagd. Het is ook niet de bedoeling dat de Nederlandstalige opleidingen gaan verdwijnen, maar reeds bij het lanceren van de Multilingual Master zag men één derde van de Nederlandstalige studenten Taal-en Letterkunde overstappen naar deze Engelstalige master in plaats van de Nederlandstalige master. De vraag is of dit ook kan gebeuren bij het instellen van de Engelstalige bachelor. “Het kan misschien wel leiden tot een lichte vermindering van inschrijvingen in de Nederlandstalige opleidingen, maar ik denk niet tot op het punt dat er geen inschrijvingen meer gaan zijn”, vertelt Peeters, “Niemand heeft een glazen bol, dus ik kan niet zeggen wat er binnen 20 jaar gaat gebeuren.” Vertegenwoordiger van de Studentenraad voor de faculteit LW Charlotte Verheyden is wel bezorgd: “Op korte termijn kan de Engelstalige bachelor wel zaken oplossen binnen de faculteit, maar op langere termijn zou het niet mogen dat die bachelor andere richtingen gaat opslorpen. We mogen als studenten niet accepteren dat er nog meer richtingen verdwijnen, ook al zijn het opleidingen met een klein aantal studenten.” Ook het veranderen van taal kan problemen veroorzaken. “We moeten opletten dat de kwaliteit van het onderwijs behouden wordt met de verandering naar het Engels. Ook moeten we opletten dat er geen grotere sociale stratificatie in het hoger onderwijs komt. Afhankelijk van hoe goed je het Engels beheerst, zou je meer of minder kans hebben op een universitair diploma, wat ongelijkheid in de hand kan werken.” voegt studentenraadvertegenwoordiger Skalli er aan toe.

Een ander probleem dat die anglisering met zich meebrengt is het niveau van het Engels van de docenten. “Alle leden van het administratief personeel van de faculteit hebben een aantal jaar geleden een bijkomende training gevolgd met de instelling van de Multilingual Master, maar voor de docenten is dit nog niet gepland”, vertelt Peeters, “De decaan heeft al een warme oproep gelanceerd bij de collega’s om hun taalattest van C1-niveau te halen, maar voorlopig is het nog niet verplicht.”

Beide studentenvertegenwoordigers zien dat er op korte termijn actie nodig is om de faculteit te redden. “Het is een reddingsboei die vanuit de faculteit wordt gelanceerd. Het laatste dat ze precies nog kunnen doen. De vraag is of dit nu op korte termijn het probleem van de dalende inschrijvingscijfers naar boven gaat helpen”, zegt Skalli. Ook professor Peeters zelf ziet de toekomst van de faculteit niet rooskleurig in zonder de instelling van deze brede bachelor. “Ik wil voor mijn collega’s zorgen dat ze niet meer in een onzekerheid moeten leven over hun job of de angst dat de faculteit in de toekomst nog wel zal bestaan. Ik zou liever hebben dat er dan iets in het Engels blijft bestaan, dan dat heel de faculteit weg moet.”

Peeters probeert de studenten en de docenten van de faculteit zo veel mogelijk te betrekken bij het project. “Ik heb als bijkomend initiatief dat alle mensen van de faculteit me mails mogen sturen met suggesties, vragen of commentaren. Die worden dan meegenomen naar de adviescommissie waarna er wordt teruggekoppeld naar die persoon”, vertelt Peeters, “Ik wou enkel de verantwoordelijkheid voor dit project aanvaarden als er een breed draagvlak voor zou zijn binnen de faculteit zelf.” De vertegenwoordigers van de Studentenraad voegen toe: “De professoren hebben zeker een bereidwilligheid om ons te informeren over de projecten waarmee ze bezig zijn, en dan vooral over de Engelstalige bachelor, maar er loopt in het algemeen in de communicatie iets structureel mis, tussen de studenten onderling en tussen de verschillende diensten en de studenten”, vertelt Verheyden. “Het is absurd hoeveel studenten geen idee hebben over wat er allemaal wordt nagedacht binnen de faculteit. Er zou een structuur moeten uitgebouwd worden, zodat studenten tenminste weten wat er te veranderen staat.”

Er staat dus heel wat te veranderen binnen de faculteit LW en iedereen doet zijn best om de financiële problemen zo goed mogelijk op te lossen. Deze faculteit wordt het zwaarst geconfronteerd met de onderfinanciering van het onderwijs en probeert zo goed mogelijk te overleven binnen het huidige besparingsklimaat. De oplossingen op korte termijn zouden volgens de faculteit moeten werken en zegt ze dat ze binnen tien jaar ‘groen’ gaan worden. De eerste maatregelen zijn al genomen om de richtingen niet te laten verdwijnen, maar de toekomst van de faculteit LW zal in de huidige omstandigheden altijd onzeker zijn.