Bekoelde liefde
Artikel gepubliceerd op 20 januari 2018 om 10:55

© Marit Galle

Door Nelke Ramael

Mijn liefste,

Ik zie je graag. Ik kijk graag naar je, want je verandert altijd van hoedanigheid en schoonheid. Je wandelt als een oude man met een stok door de straten. Aan het dorpsplein  zit je op een bankje naar de voorbijrazende auto’s en fietskoetsen te kijken. Maar eenmaal dat ik me verder door jou aan het bewegen ben, verander je plots van gedaante en word je een hippe jonge vrouw, die in het park haar kindje borstvoeding geeft. Het is de enige propere lucht die jij in je omgeving kan inademen. Eenmaal verder word je stijf, alsof je rijkdom je nors heeft gemaakt. Je hebt te weinig ruimte voor je levensstijl, maar pakt toch zoveel mogelijk plaats in. Je zuurte verandert nietsvermoedend in een geurige en kleurige vrouw, terwijl je nonchalant je auto dubbelparkeert en zo gedachteloos heel de straat blokkeert.

Hoe meer ik je ontdek, hoe meer ik ook je andere kant zie. Je spreekt verschillende talen en beleeft verscheidene culturen, maar je worstelt met je diverse identiteit. Je bent hypocriet, vuil en onaardig. Je rookt en je stinkt. Je kijkt de massa niet meer recht in de ogen, want ze weten dat je liegt. Je belooft en belooft, maar er komt niets van in huis. Mensen blijven alleen en verward achter als jij door hen heen bent geraasd. Ze worden radeloos en dachten dat ze bij jou wel hulp konden vinden. Van generatie op generatie wordt die teleurstelling doorgegeven en blijft er enkel maar frustratie over. Zou het daarom zijn dat ze stenen in je ruiten gooien?

Hoe mooi je ook kan zijn, je lelijkheid schuilt altijd wel ergens achter een hoekje. Je probeert mobiel te zijn, maar je bent vastgeroest. Je probeert te helpen, maar je stuit velen tegen de borst. Je deint uit, maar je zit opgesloten binnen je eigen grenzen. Iedereen wil jou, maar niemand geeft je echt iets terug. ’s Avonds blijf je verdwaasd achter en je weet niet wat te doen. Je bent stil, maar toch blijf je onrustig. Alsof je je nooit veilig voelt. Nooit helemaal echt oké. Is het daarom dat je het leger hebt ingeschakeld? Je kon nog zo goed feesten, maar je blijft altijd over je schouder kijken, wachtende op iets dat hopelijk niet toeslaat. Een muur van betonblokken houdt de antagonisten niet tegen. Werkt jouw beveiliging die angst niet in de hand?

En zelfs dan nog gaan velen onder jouw alziend oog de dood tegemoet. Hoeveel mensen moeten er nog in jouw straten sterven voordat je eindelijk in actie schiet? De trein des levens snelt voorbij het perron zonder stil te staan. Het licht en het geluid dooft uit, maar jij blijft koppig verder doen alsof bestaan het enige is dat je kent.

Je waarden verloochen je alsof ze nooit iets betekent hebben. In ruil daarvoor wil je een buste, zodat men voor altijd naar jou kan opkijken. Maar de vergetelheid is onvermijdelijk. Een donkere put waar je invalt en nooit meer van terugkomt. Ooit is het jouw beurt. Een zwart gif sijpelt in je aders, zoekende naar je gevoelige hart waar de doodsteek wordt gegeven. Het duurt niet lang meer tot de mensen jou gaan verlaten en zich settelen in jouw contreien. Net dicht genoeg om jou te gebruiken, net ver genoeg om voor jou er invloed op te hebben. Je bent een schim van je vroeger bestaan.

Brussel, mijn liefste. Wie denk je wel dat je bent? Het is tijd dat je de realiteit onder ogen ziet. Ik hou van je, maar mijn liefde bekoelt.