Kamelen in Brussel
Artikel gepubliceerd op 30 december 2017 om 11:39

© Anna van Wuijckhuijse

Het circus is nog niet dood
Door Anna Van Wuijckhuijse
De eerste keer dat ik naar het circus ging, kan ik me nog goed herinneren. Ik was acht jaar. Het was de eerste zomervakantie met mijn kleine broertje, die toen een paar maanden oud was. We waren in Frankrijk met vrienden en ik was urenlang verbijsterd door de prachtige spektakels die ik voorbij zag komen in die rare kleurrijke tent. Ook al begreep ik geen woord van dat Franse taaltje, ik keek met grote ogen toe.

Brussel is voor iedereen goed gelegen, vandaar dat het uitgroeide tot een ware smeltkroes van culturen. Dat maakt het ook de perfecte plek voor een rondtrekkend circus; een open, centraal gelegen stad waar veel verschillende artiesten zijn. Met het circusfestival ‘Hopla!’ dat elke zomer het Brusselse centrum overneemt en de tientallen circusscholen die er zich bevinden, is het een beroemde circusstad. “Hier stellen ze ons werk echt op prijs”, vertelt Laila, een Spaanse circusstudente in Brussel aan ‘The Bulletin’, een internationaal magazine over België. “De cultuur is veel beter dan in Spanje”.en.


© Anna van Wuijckhuijse

Geschiedenis van het circus

Het circus is iets klassieks, iets wat iedereen kent en waar veel mensen ook al naartoe zijn geweest. Waar we nooit over nadenken, is hoe dit allemaal tot stand is gekomen. Het circus heeft een grote metamorfose doorgemaakt: het permanente familiecircus transformeerde naar een internationaal reizend spektakel waardoor het al voor het einde van de 19e eeuw verspreid was over de hele wereld. De eerste circusshow werd pas in 1768 gegeven door Philip Astley in Engeland. Toen was het nog met paarden, maar al snel kwamen er clowns bij om het publiek tussen de acts tevreden te stellen. Toen Astley merkte dat het een enorm succes was, werden er meerdere acrobatische en artistieke acts uit de lokale kermissen aan toegevoegd. Een vaak terugkerend misverstand in de circusgeschiedenis is het idee dat het dateert uit het Oude Rome. Het enige wat het “Circus Maximus” en het moderne circus echter verbindt is de naam. Het Romeinse ‘circus’ was de naam van de wagenrenbaan, wat komt vanwege de cirkelvormige vorm: ‘circus’ in het latijn betekent namelijk ‘cirkel’. Astley gebruikte deze naam omdat zijn show ook in een rond gebouw werd gehouden, zo konden toeschouwers de ruiters altijd zien en konden de ruiters hun trucjes beter uitvoeren. Aanvankelijk vonden de circussen die Astley opzette in alle grote Europese steden plaats in permanente gebouwen zoals het koninklijk circus in Brussel, dat in 1878 werd opgericht. In Amerika kwam het circus echter langzaam op gang. De nieuwe Amerikaanse steden waren namelijk niet groot genoeg om een permanent circus draaiende te houden, en met de constante verovering van het westen van het land moesten ze zich aanpassen. Zo werd het nomadische leven van de circusartiesten ontdekt, wat al snel oversloeg naar Europa. Al snel was reizen een fundamenteel onderdeel van het circusleven en leefden de artiesten al in een ware internationale wereld.

Cirque Alexandre Bouglione

Het rondtrekkende familiecircus van Alexandre Bouglione staat momenteel tot 10 december in Laken en ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om een kijkje te gaan nemen. De familie is al sinds zes generaties onderweg en komt oorspronkelijk uit Italië. Na een tijdje zijn ze verder getrokken naar Frankrijk, waar ze ook in het bezit zijn van het Cirque d’Hiver in Parijs, een prestigieus gebouw voor verschillende shows. De show die ik bezocht, was een lastige show voor de artiesten. De zaal zat maar voor één vijfde vol dus het was behoorlijk moeilijk om een fijne sfeer erin te houden. Dat merkte het hele publiek, want ook al hielpen de mensen goed mee door veel te klappen, sommige acts kregen niet de erkenning die ze verdienden. De beste act was in mijn ogen ‘la Troupe Fourteam’, vier jongens die een super show op de trampoline deden. Ze sprongen heen en weer, deden salto’s en draaiingen, maar ook nog veel meer. Omdat ze alletwee dezelfde kleuren droegen zag je niet meer wie er wel en wie niet op de trampoline sprong maar even aan de zijlijn stond. Ze waren jammer genoeg de laatste act van de twee uur durende show. Hierdoor was niet iedereen nog geconcentreerd, wat leidde tot een matig applaus.Dit vond ik behoorlijk zielig voor die hardwerkende jongens. Het andere opvallende aan de show was dat ze kamelen hadden, wat ik echt niet verwacht had vanwege de strenge regels omtrent dieren. De kamelen konden niet zo veel, ze liepen enkel rondjes, maar het zijn wel imposante dieren. In België zijn sinds 2014 dieren verboden in het circus, de uitzondering hierin ligt in landbouwdieren, gezelschapsdieren, kameelachtigen en een aantal vogels. Wat na de show ook bijbleef was dat er meer mannen in de show werkten dan vrouwen. Er was één vrouw die de hoofdrol speelde in haar eigen act met hoelahoeps. Andere vrouwen stonden er enkel bij als assistente van een man. Bovendien was de muziek enorm slecht geregeld, omdat er geen overgangen waren, alleen maar liedjes die abrupt stopten en begonnen. Dit in tegenstelling tot het licht dat geweldig in elkaar stak, inclusief een hele lasershow. Over het algemeen was de show een beetje teleurstellend. Ik denk dat dat voornamelijk aan de atmosfeer lag. De show was entertainend, maar de zaal was zo leeg dat ik me verplicht voelde om te klappen voor de hardwerkende mensen. Er waren naar mijn idee ook acts die niet hadden gehoeven, zoals een goochelaar met de klassieke trucs die iedereen kent, of een horde paarden die alleen maar in rondjes liepen.


© Anna van Wuijckhuijse

Brussel als circusstad

De circuscultuur wordt steeds meer geapprecieerd door de buitenwereld en Brussel is toevallig beroemd voor haar circusartiesten. Het ESAC (École Superieure des Arts du Cirque) staat hoog aangeschreven in de wereld van circusscholen en is de enige plek waar je een erkend diploma kan behalen in België. Het werkt net zoals elke andere universiteit of hogeschool, je kan er een volledige bachelor volgen met 180 ETCS en zelfs een Erasmus-uitwisseling is mogelijk. De studenten leren de do’s and don’ts van het circusleven, waaronder analytische, acrobatische en theatrale vaardigheden, maar ook de geschiedenis en recht van het circus en de anatomie van het lichaam, wat hun enorm helpt in het verder ontwikkelen van hun passie. Elk jaar melden zich rond de 140 nieuwe studenten aan, die allemaal een klein optreden van 2 à 3 minuten moeten voorbereiden en een test moeten afleggen. Er worden maar twintig studenten in de bachelor toegelaten. De meeste hiervan zijn internationale studenten. Er zit nu bijvoorbeeld slechts één Belg in het eerste jaar. Omdat alle lessen in het Frans worden gegeven, bieden ze ook ‘s avonds taalcursussen aan en beginnen ze pas het tweede semester met theorie, zodat iedereen kan volgen. Aan het einde van hun studie gaan studenten vaak hun eigen kant op, sommigen beginnen hun eigen circus, andere sluiten zich aan bij een bestaand gezelschap.

Reg Bolton, een van de weinige mensen die een doctoraat in circus heeft behaald, heeft de zes voordelen van het circus benoemd. Hij visualiseert dit met een hand. De wijsvinger symboliseert individualiteit en identiteit, dat in het circus iedereen zich veilig kan ontwikkelen. Hij legt de nadruk op het belang hiervan tijdens de jeugd, om kinderen het gevoel te geven dat ze zichzelf kunnen zijn en zich niet altijd als iemand anders te moeten voordoen. De middelvinger is het risico en avontuur dat je aan kan gaan en het staat ook voor de gezonde minachting voor de autoriteiten. De ringvinger is teamwork en samenwerking zodat iedereen fysiek en mentaal sterk kan zijn. Iets wat veel volwassenen verliezen is inspiratie en dromen, en daar staat de pink dan voor, het kleinste vingertje dat altijd wil blijven groeien. De duim is de werkkracht, omdat het de handigste vinger is van allemaal. Hij laat zien hoe we iets kunnen bereiken en dat we daar wel degelijk hard voor moeten werken. Het laatste voordeel wordt gesymboliseerd door de handpalm en laat de emoties zien, het is het meest gevoelige plekje van de hele hand en straalt daardoor plezier, humor en lachen uit, iets wat essentieel is voor het leven. Hiermee laat hij zien dat het circus een fijne aanwinst is voor iedereen en dat het iedereen goede levenslessen kan bijbrengen.

Het circus wordt steeds serieuzer, het wordt nu vaker beschouwd als een echte baan inclusief een voorafgaand diploma en net zoals bij elk ander werk bestaan er goede en slechte dagen. Ik was bij circus Bouglione getuige van een minder goede dag van de artiesten, maar ik weet zeker dat ze er vaak een enorm feest van maken.