Wanneer krijgt een nee zijn betekenis terug?
Artikel gepubliceerd op 9 november 2017 om 14:41

© Chloé De Meulenaer

Grr-Rape: een campagneweek over verkrachtingscultuur en haar slachtoffers
Door Nelke Ramael
Vorig jaar kwam Selma Bouillard al in het nieuws met haar postercampagne ‘I said no’, waarbij ze inzette op sensibilisering rond verkrachting. Dit deed ze onder andere door zelf openlijk uit te komen een slachtoffer van verkrachting te zijn. Dit jaar zet ze haar idee voort door hier een hele week rond te organiseren, de grr-Rape-week. Ze greep onder meer de banden aan met de ULB om op beide universiteiten de problematiek onder aandacht te brengen.

Als ik Selma ontmoet in het redactielokaal van de Moeial oogt ze wat vermoeid. “Het is zo veel werk om zo’n week in elkaar te steken”, zucht ze. “Maar het moet gewoon gebeuren, zodat we de problematiek omtrent de huidige verkrachtingscultuur op de kaart kunnen zetten.” Selma heeft een erg open persoonlijkheid en schuwt geen taboes. Ze spreekt zo vrijuit over de aangrijpende gebeurtenissen die haar overkomen zijn dat ik af en toe moet slikken tijdens het interview.

"‘Verkrachtingscultuur’ is een krachtig woord. Het schrikt mensen af, dat weet ik, maar het is een cultureel probleem dat ons allen aangaat."

Selma Bouillard

Wat houdt de grr-Rape-week in?

Selma Bouillard: “Het is een week rond verkrachtingscultuur en seksueel grensoverschrijdend gedrag die doorgaat van 13 tot 16 november op de VUB. Vorig jaar heb ik posters opgehangen met het opschrift: ‘I said no’ (de posters werden verspreid op de campus en vertelden het verhaal van een meisje dat verkracht werd, n.v.d.r.). Die campagne was meer gericht op de sensibilisering van verkrachting. Dit jaar willen we blijven sensibiliseren, maar daarnaast willen we mensen ook motiveren om die verkrachtingscultuur actief tegen te werken. ‘Verkrachtingscultuur’ is een krachtig woord. Het schrikt mensen af, dat weet ik, maar het is een cultureel probleem dat ons allen aangaat. Mensen denken: ‘Ik ben geen verkrachter, dus ik heb daar niets mee te maken’, maar uiteindelijk gaat verkrachtingscultuur over meer dan alleen de verkrachtingsdaad zelf. Het gaat om alles dat invloed heeft op je gedrag met betrekking tot genderstereotypen.”


© Chloé De Meulenaer

Hoe zal de campagneweek er in de praktijk uitzien?

“We zullen de gewoonlijke activiteiten organiseren zoals een lezing, filmavond en debat. Daarnaast hebben we een fototentoonstelling in de Lounge 1050, waar slachtoffers een deel van hun lichaam hebben laten fotograferen met daarop een tekstje of woord. Slachtoffers blijven anoniem, door bijvoorbeeld enkel een schouder te laten fotograferen. Verder brengen we een eigen variatie op een spraakmakend project van de Kosovaarse vrouw Alketa Xhafa-Mripa, die jurken verzamelde van vrouwen die in oorlogsgebieden werden verkracht. Deze werden dan opgehangen aan kabels in een voetbalstadion van Kosovo. Wij gaan niet enkel naar jurken vragen, want in onze maatschappij dragen vrouwen ook andere kleren en worden ook jongens verkracht. Voor mannen is het zelfs een nog een groter taboe om te spreken over wat hen overkomen is. Net doordat we door die verkrachtingscultuur het idee hebben dat jongens niet verkracht kunnen worden, omdat verondersteld wordt dat ze altijd zin hebben in seks. Dit is fout. Hier gaan we dus ook aandacht aan besteden in de campagneweek. We wouden ook graag bij dit project truien van studentenkringen ophangen, om te laten zien dat zo’n zaken ook in het kringleven gebeuren. De kringen worden niet verantwoordelijk gesteld voor de mogelijke verkrachters die lid zijn van hun kring, maar door actief deel te nemen aan ons project kunnen ze wel hun steun betuigen aan slachtoffers van deze verkrachtingcultuur. Verder wordt er donderdag ook een VIP-avond gehouden waar enkel slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag naartoe kunnen. Daarboven zal er in de lounge informatiemateriaal ter beschikking worden gesteld: enerzijds brochures van officiële organisaties en anderzijds teksten die wij zelf hebben opgesteld. Zo vinden we dat andere organisaties te weinig aandacht geven aan de verkrachtingscultuur, die stelt dat je ook na een langere periode kun beseffen dat je verkracht bent geweest. We willen met ons eigen informatiemateriaal zeggen dat het oké is om tien jaar later pas te beseffen wat je eigenlijk is overkomen en vertellen over hoe je daar op dat moment het best mee omgaat. Bij mij heeft het twee jaar geduurd voordat ik daar iets over zei.”

Hoe groot is het probleem eigenlijk?

“Slechts 10% van de verkrachtingsslachtoffers legt klacht neer tegen de dader waarvan maar 1% wordt veroordeeld. De impact van zo’n verkrachting is enorm. In de eerste maand na een verkrachting ervaart 90 % van de slachtoffers een acute stressstoornis, die nog maanden kan duren. Daarnaast hebben vier op tien slachtoffers last van posttraumatische stress, iets wat ik zelf ook heb ervaren. Tot slot blijkt uit een rapport van Amnesty International dat 25% van de Belgische slachtoffers hun verkrachting minimaliseert en 8 op 10 van de slachtoffers zijn of haar aanvaller kent.”

Ongepaste vragen

Mensen reageren vaak: waarom is het slachtoffer niet de dag van zijn of haar verkrachting naar de politie gestapt in plaats van jaren nadien?

“Als je net verkracht bent, wil je gewoon in je bed gaan liggen en jezelf opsluiten. Je hebt niet direct de reactie om naar het ziekenhuis of de politie te gaan. Ook denken veel slachtoffers dat een aangifte doen niet per se nuttig is. En ik geef ze ook geen ongelijk, want zelfs als er bewijs is, worden de daders niet altijd veroordeeld. Zo is er een verhaal over een zwemmer in Stanford die een meisje had verkracht. Hij was een topzwemmer met een scholarship en een mooie toekomst. Het meisje was meteen naar het ziekenhuis gebracht waar de verkrachting werd vastgesteld. Zelfs met het bewijsmateriaal kreeg de zwemmer enkel zes maanden gevangenisstraf omdat de rechter van mening was dat hij hiervoor zijn carrière niet overhoop hoefde te gooien.”

"Ik kom er openlijk voor uit, ik schaam mij niet.3

Selma Bouillard

Victim blaming (het slachtoffer de schuld geven van het kwaad dat hen is aangedaan) is een enorm groot probleem bij verkrachting. Krijg jij opmerkingen die de schuldvraag bij jou leggen nadat je het bekend maakte?

“Ik krijg soms vragen in de aard van: “was je zat?” of “wat had je aan?” Andere vroegen “Je hebt daarvoor al seks gehad met hem, wat maakt die ene keer dan uit?” en “Het is nu al 3 à 4 jaar geleden, waarom heb je er nog moeite mee?” Het gebeurt niet vaak, maar het gebeurt.”


© Chloé De Meulenaer

Het leven na een verkrachting

Hoe ga je zelf om met je verkrachting? Hoe zorg je ervoor dat je door de dag komt? En dan vooral het op moment dat je besefte dat je verkracht was.

“Ik weet het niet. Soms vraag ik mij af hoe ik die dagen heb overleefd. Op dat moment vind je tijdelijke oplossingen, maar uiteindelijk moet je de dag door zien te komen en afwachten wat de volgende dag brengt. Tegenwoordig gaat het iets makkelijker, maar ik heb nog steeds moeilijke momenten. Je moet voor jezelf een manier vinden om met je ervaring om te gaan en daarbij helpen de dingen die jou echt kracht geven. Dansen is mijn manier en helpt mij te focussen op andere dingen. Dit helpt enorm, omdat je er ook voldoening uithaalt. Maar het is niet altijd makkelijk. Ik heb geen magische tip die er meteen voor zorgt dat het beter gaat. Zoiets bestaat gewoon niet.”

Is je postercampagne van vorig jaar en de organisatie van deze grr-Rape-week ook een manier om zelf met je verkrachting om te gaan?

“Ja, dat maakt deel uit van mijn verwerkingsproces. Een jaar geleden vroeg een vriend van me: hoe zou jij je voelen als je binnen vijf jaar iemand zou ontmoeten die ook verkracht is geweest en je die kon helpen? Dat maakt je eigenlijk gelukkig, want dan is je verkrachting niet voor niks gebeurd. Met die verkrachting heb ik iemand kunnen helpen. Zo is de vorige campagne gestart en zo heb ik ook de kracht om verder te doen, ook al is het zeer zwaar. Maar ook om te denken van kijk nu heeft mijn verkrachting tenminste een nut.”

Vorig jaar in september heb je aangifte gedaan tegen je verkrachter. Heb je daar nog iets van gehoord?

“Het is geseponeerd zonder gevolg. In maart heb ik een brief gekregen. Ik had het ook wel verwacht, omdat er getuigen noch bewijzen zijn.”

"Ik had het gevoel dat ik zijn leven om zeep zou helpen."

Selma Bouillard

Je zou al gauw de moed verliezen om klacht neer te leggen bij de politie.


© Chloé De Meulenaer

“Ah ja, natuurlijk. Ik ken mensen die dat gewoon niet gaan doen omdat ze denken dat het toch geen zin heeft. Eerlijk gezegd kan ik ze niet veroordelen, want het heeft inderdaad niet zoveel zin. Als je het doet, moet dat voor jezelf en niet omdat je er iets van verwacht. Ik had het gedaan, omdat ik dacht dat het een belangrijke stap zou zijn in mijn verwerkingsproces. Dat was ook zo. Ik denk dat ik toen nog ergens een beetje mijn verkrachting bleef ontkennen. Mezelf zo proberen te overtuigen dat ik het wél wou. Met het feit dat ik dan naar de politie ging om een klacht neer te leggen, was voor mij het bewijs dat de verkrachting echt wel was gebeurd. Voor mij was dat een goede beslissing. Iedereen reageert daar anders op, dus zou ik enkel een klacht neerleggen wanneer je jezelf daar goed bij voelt. Anders doe je dit beter niet. Het is niet makkelijk en zeer confronterend. Ik ben ook twee keer naar het politiekantoor gegaan, omdat het me de eerste keer niet lukte. Ik had het gevoel dat ik zijn leven om zeep zou helpen. Dus ben ik twee maanden later teruggegaan. De vrouw die mij toen heeft opgevangen was heel goed, maar door vele andere verhalen krijg ik het gevoel dat ik eerder een uitzondering was. Vaak stellen ze vragen over wat je aan had of dat je die persoon mee naar huis hebt genomen, enzovoort. Dat maakt mij echt ziek. Ook daar moet iets aan veranderd worden. Dat willen we eerder in de toekomst bespreken.

Nee. No. Non.

Wat waren de reacties op de “I said no”-campagne?

“Erg positief. Ik heb veel berichten gekregen van slachtoffers die hun verhaal deden. Ik ben natuurlijk geen psycholoog en kon ze daarom niet helpen met hun verwerkingsproces, maar was ik wel een drempel voor hen. Net omdat ik ook een slachtoffer ben. Dit was eigenlijk heel zwaar voor me. Daarom heb ik een facebookpagina (Luna’s story n.v.d.r.) aangemaakt. Slachtoffers contacteerden mij allemaal op mijn persoonlijke Facebook, wat heel invasief was. Nu kunnen ze mij contacteren via die pagina die verder van me af staat. Ergens geeft het toch voldoening, omdat ze me dan later terug contacteerden om te zeggen dat ze het tegen hun ouders of vriend hadden verteld. Zo zie je dat ze ook een beetje vooruitgaan. Uiteindelijk heb ik daar ook heel veel steun uit kunnen halen, omdat als het dan slecht ging met mij kon ik dit ook met hen delen. Omdat je dan zo’n kleine gemeenschap bent van slachtoffers.”

Heb je dan ook andere slachtoffers met elkaar in contact gebracht?

“Nee. Maar dat wil ik nu wel doen. Tijdens de grr-Rape-week organiseren we een avond met enkel slachtoffers. Het wordt dan gewoon een chill-avond op een veilige plaats. Je hoeft op dat moment niet je verhaal doen, maar je kan ook gewoon over andere zaken praten. Niemand gaat je beoordelen.”

Verkrachting is nog steeds een taboe in onze samenleving en veel mensen verstoppen het en praten er niet over. Wat heeft voor jou de aanzet gegeven om er zo open en bloot mee uit te komen?

“De eerste stap was dus dat gesprek met een vriend die mij vroeg of ik daarmee niet iemand kon helpen. In eerste instantie dacht ik anoniem te blijven bij de I said no-campagne, omdat ik een beetje bang was voor de reacties. Uiteindelijk dacht ik dat het veel krachtiger zou zijn wanneer je een gezicht kan plaatsen bij dat verhaal. Ik kom er openlijk voor uit. Ik schaam mij niet. Ik denk dat ik ergens die drempel wou zijn om aan mensen te laten zien dat er een leven is na je verkrachting. Ik heb vorig jaar in november zelfmoord proberen te plegen, dus weet ik hoe het voelt om tot een punt te komen waar je het niet meer ziet zitten. Ik wou een beetje hoop geven en niet anoniem blijven. Doordat mensen een gezicht kunnen plakken op de campagnes, kunnen ze niet meer beweren dat het niet waar is. Ik blijf doorbijten.”

"Ik hoop dat de VUB iets kan doen met het meldpunt. Ze zijn momenteel nog niet echt pro-actief"

Selma Bouillard

Samenwerken tegen verkrachting

Werk je voor je grr-Rape-campagne samen met instellingen aan de VUB?

“We hebben dat volledig zelf opgericht, maar we vragen wel steun. Zo krijgen we normaal gezien subsidies van de studentenraad. We verwachten ook van de instellingen aan de VUB dat zij langs hun kant iets doen om het probleem aan te pakken. BSG is nu al begonnen met acties te nemen tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ik hoop dat de VUB iets kan doen met het meldpunt. Ze zijn momenteel nog niet echt pro-actief. Waarschijnlijk omdat ze nog maar een jaar of twee bestaan. Zij gaan ons ook niet steunen, behalve dat ze ook informatiemateriaal gaan geven. Ze zullen geen subsidies geven, noch aanwezig zijn tijdens onze week. Deels omdat wij het woord “verkrachtingscultuur” gebruiken, wat zij veel te krachtig vinden. Ze kunnen zich daar niet in vinden. Zij staan immers voor sensibilisering, maar geen activisme. In mijn ogen heeft sensibilisering enkel zin als het tot actie leidt. Het meldpunt kon ons ook moeilijk steunen omdat wij het volledig zelf hebben uitgewerkt, zonder hun feedback. Zij hadden het waarschijnlijk veel milder aangepakt. Ze wilden misschien meer een week rond overschrijdend gedrag in het algemeen organiseren, niet enkel over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Verder hebben ze ook schrik dat we slachtoffers gaan triggeren, wat ik volledig begrijp. Hier zijn we ook heel bezorgd om. Voor bepaalde activiteiten zullen er ook hulpverleners aanwezig zijn. Ook voor de VUB is ‘verkrachtingscultuur’ een zwaar woord. Zij zijn een instelling en communiceren anders naar de buitenwereld toe dan hoe wij het als studenten kunnen doen. Daarom hebben ze ook liever dat we het duidelijk maken dat het een studenteninitiatief is en zal blijven, door bijvoorbeeld hun logo niet te gebruiken. Ons project is bottom-up ontstaan en zal ook zo blijven.”

Hoe is de samenwerking met de ULB? Ga jij ook dingen organiseren op de ULB?

“We zijn met vier meisjes die aan de basis van het project liggen: drie meisjes van de ULB en ik van de VUB. We zitten dan ook altijd met vier samen. Ook zijn er nog twee andere meisjes van de VUB zelf die mij helpen. Het idee kwam eigenlijk van mij en een ander meisje van de ULB die mij vorig jaar geïnterviewd had voor mijn I said no-campagne. We zijn uiteindelijk vriendinnen geworden en we dachten eraan om een samenwerking te doen tussen de VUB en ULB. We hebben toen het meeste zelf bedacht. We hebben toen iemand aangesproken om foto’s te nemen voor onze tentoonstelling en dat meisje is gewoon mee aan boord gekomen van de organisatie. Tijdens de week zelf zijn er evenementen die zowel op de VUB als op de ULB plaatsvinden. Zo zal de fototentoonstelling op beide universiteiten te bezichtigen zijn, net zoals de opgehangen kleren. De openingslezing van maandag zal plaatsvinden op de VUB en de ULB. Enkel de lezing van de vrouw uit Kosovo zal samen plaatsvinden, omdat ze maar één keer kan langskomen. Dit gesprek zal in het Engels aan de ULB plaatsvinden, waar de VUB-studenten ook voor uitgenodigd zijn. De VIP-avond voor de slachtoffers op donderdag is dan ook voor iedereen van de twee universiteiten samen, maar deze keer wel op de VUB. Mensen kunnen elke taal spreken die ze willen.”


© Chloé De Meulenaer