Brussel over Brussel: de partijen in debat
Artikel gepubliceerd op 18 oktober 2017 om 17:17
De aanwezige politici    
© Alan Jockmans

Door Alan Jockmans
Afgelopen maandag 16 oktober bracht LVSV Brussel zes kopstukken uit de (Nederlandstalige) Brusselse politiek aan tafel voor een openingsdebat. De hoofdthema’s waren transparantie in de Brusselse politiek, de mobiliteit en de leefbaarheid in de stad.

Het Liberaal Vlaams Studenten Verbond (LVSV) is een overkoepelende studentenvereniging met afdelingen aan elke Vlaamse universiteit. Elk jaar organiseren deze lokale secties een groot debat over actuele thema’s in hun eigen studentenstad, waaraan alle voornaamste partijen deelnemen. Na Leuven, Gent, Antwerpen en Hasselt was Brussel aan de beurt. De zes politici die deelnamen aan het debat waren Brussels minister voor Mobiliteit en Openbare Werken Pascal Smet (Sp.a), Brussels minister van Economie en Financiën Guy Vanhengel, Brussels staatssecretaris Bianca Debaets (CD&V), Brussels parlementslid en fractieleider van Groen Bruno De Lille, voorzitter van PVDA Brussel Dirk De Block en Vlaams parlementslid en senator Karl Vanlouwe (N-VA).

Opvallende afwezige was het Vlaams Belang, die als enige Vlaamse partij in Brussel niet mee aan tafel zat. Christophe Janssens van LVSV Brussel verduidelijkt dit: “Wij hebben vorig jaar gemerkt dat zes partijen echt het maximum is in een debat dat maar twee uur duurt. Daarom hebben we besloten het Vlaams Belang niet meer uit te nodigen. Ze hebben ook maar één zetel in het Brussels Parlement. We kunnen moeilijk ook elke onafhankelijke met een zetel in het parlement uitnodigen”.

"N-VA is de PS van Vlaanderen"

Pascal Smet (Sp.a)

Transparantie

Een thema dat Brussel afgelopen zomer sterk in de ban hield is de affaire rond daklozenorganisatie Samusocial en het daaropvolgende ontslag van Brussels burgemeester Yvan Mayeur. De eerste kwestie die de gasten voorgeschoteld kregen is hoe er meer transparantie kan verkregen worden in de Brusselse politiek, waardoor dergelijke schandalen in de toekomst vermeden kunnen worden. Een interessante vraag, daar niet vergeten mag worden dat verschillende aanwezige politici, zoals Bianca Debaets, zelf verschillende mandaten cumuleren.

Debaets ziet de hele Samusocial-affaire echter als een keerpunt in de Brusselse politiek. Ze hoopt dat er in de toekomst komaf gemaakt kan worden met de oude politieke cultuur waarbij politici in de eerste plaats aan zichzelf denken en pas daarna aan de burger. Karl Vanlouwe merkt op dat Samusocial waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg was en dat er maatregelen genomen moeten worden tegen de opstapeling van mandaten. De andere aanwezigen moesten hiermee lachen en verwezen naar de Antwerpse schepen Rob Van De Velde (N-VA) die zich ook rijkelijk voorzag van allerlei postjes. Pascal Smet riep hem zelfs toe met ‘Robke Envelop’. Nadat de gemoederen waren bedaard vervolgde Vanlouwe zijn discours. “Overal worden mandaten verdeeld, maar in Vlaanderen en Wallonië zijn daar al oplossingen voor. Politici mogen best in een publieke functie zitten, maar dan wel met een controlerende functie. Er moeten meer mensen met professionele achtergrond in de bestuursraden zitten en minder politici”. Hij betreurt het ook dat de PS niet uit de Brusselse regering werd gezet. Hierop reageerde Smet met “de N-VA is de PS van Vlaanderen”. Dirk De Block van de PVDA stelt tenslotte dat politici moeten dienen en niet zich ‘bedienen’. Hij klaagt ook de belangenconflicten aan tussen de publieke en private sector: “Openbare belangen zijn niet combineerbaar met publieke belangen”.  

Eén Brussel

Kort kwam ook een kwestie naar voor die al lang in de Brusselse politiek speelt: moeten de 19 gemeenten die het gewest rijk is worden gefuseerd tot één groot Brussel? De moderator peilde naar de standpunten van de aanwezigen. Debaets vindt dat de burgemeesters individueel te veel macht hebben. Ze ziet meer heil in een indeling met arrondissementen zoals in Parijs of Berlijn al het geval is. Hierbij zouden de arrondissementsburgemeesters enkel nog zeer lokale bevoegdheden hebben en dienen als aanspreekpunt voor de inwoners. De mening van Debaets wordt gevolgd door Smet, die eraan toevoegt dat hij graag het Brussels parlement als schepencollege ziet en de minister-president als burgemeester. Volgens Karl Vanlouwe zijn er vooral te veel politici in Brussel. Ook hij ziet een indeling in districten wel zitten en betreurt het dat de gemeentefusies in Brussel maar niet lukken. Daarbij verwijst hij naar Vlaanderen waar verschillende gemeenten wel bereid zijn tot fusie. Vanlouwe wordt onderbroken door Pascal Smet die tegen gemeentefusies in Brussel is: “Elk obstakel dat de evolutie naar één sterk gewest tegenhoudt moet worden vermeden. Als we gemeenten gaan fuseren hebben we binnenkort zes grote steden met een eigen regering en parlement”. De PVDA merkt vooral op dat een ééngemaakt Brussel de inspraak van de burger niet in de weg mag staan. De Block is van mening dat in de aparte gemeenten de inwoners nog vat hebben op de politiek.

"Vlaanderen niet moet wachten op Brussel"

Guy Vanhengel (Open VLD)

Student versus auto

Mobiliteit is een onderwerp dat in elke stad altijd hoog op de agenda staat. Ook in Brussel is er veel op til. Een lage emissiezone is op komst en de werken aan metro 3 gaan binnenkort al van start. Daarnaast is er uiteraard de nachtbus die nu ook donderdagnacht zal rijden naar de VUB- en ULB campus. “We mogen niet vergeten dat deze er gekomen is door het harde werk van de studenten hier aanwezig”, merkt De Block op. “Maar ook enkel omdat de politiek ernaar geluisterd heeft hé, Dirk. Dat zijn beleidskeuzes”, vulde Pascal Smet hem meteen aan. Guy Vanhengel hoopt dat de student er nu ook gebruik van zal maken.

Het moeizame verkeer in Brussel en de vervuiling die daarmee gepaard gaat is een belangrijk agendapunt. Pascal Smet ijvert ervoor om carpoolen naar Brussel aan te moedigen. Dit onder andere door mensen die in hun eentje naar de stad rijden hiervoor extra te laten betalen. Om dit te controleren moet er gekeken worden naar nieuwe technologieën. Voor Vanlouwe moet de auto wel een belangrijke plaats krijgen in Brussel. Hij vindt de voetgangerszone dan ook een miskleun die vooral files en overlast veroorzaakt. Wel moet  volgens hem de Collecto meer gepromoot worden en moet men meer durven investeren in infrastructuur. Hij haalt ook uit naar Brussel omdat Vlaanderen te lang moet wachten op afspraken omtrent mobiliteit. Guy Vanhengel valt hem in de rede en stelt dat Vlaanderen niet moet wachten op Brussel. Gemeenten in de rand kunnen volgens hem perfect zelf mobiliteitsbeslissingen nemen die voor beide gewesten voordelig zijn. In Hoeilaart heeft men bijvoorbeeld op eigen initiatief een grote parking aan het station geopend. De Block is het oneens met de lage emissiezone en het betalend naar Brussel rijden. Voor hem mogen zij die geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer niet het slachtoffer zijn van deze maatregelen. Mensen die een vervuilende auto hebben maar deze slechts af en toe gebruiken worden op die manier gestraft. De Lille van Groen verweet hem hierop dat de PVDA in dezelfde lijn staat met de NVA als het om auto’s in de stad gaat. “Wie een wagen maar weinig gebruikt kan hem beter wegdoen. De oplossingen die u voorstelt maken het probleem enkel erger”, stelt De Lille. Hij vindt dat het milieu voor de PVDA op de tweede plaats komt.

"Ook ‘kleine criminaliteit’ moet au serieux genomen worden"

Bianca Debaets (CD&V)

Leefbaarheid

Door de grote aandacht voor de andere thema’s was er voor het laatste onderwerp van de avond haast geen tijd meer. De veiligheid en leefbaarheid in Brussel kon echter niet onbesproken blijven in het debat. Debaets uitte haar wens voor een ééngemaakte politiezone. Ze vindt ook dat zogenaamde ‘kleine criminaliteit’ meer au serieux genomen moet worden. Vele overtredingen, diefstallen en aanrandingen blijven zonder gevolg. Ze wijst met de vinger naar links, die volgens haar een te laks beleid hebben gevoerd hieromtrent. Volgens Debaets leidt dit ertoe dat mensen zich onveiliger voelen en Brussel verlaten. De Lille merkt op dat de ‘kleine criminaliteit’ alsook seksisme en homofobie breder gaan dan Brussel alleen en dat het een maatschappelijk probleem is. Pascal Smet voegt hier aan toe: “Het is een probleem dat zich in elke grote stad voordoet, maar ik ontken het niet”. Hij vindt dat de publieke ruimte vooral minder agressief moet worden ingericht en dat er meer ‘ambiance’ gecreëerd moet worden in de stad. Vanlouwe klaagt de laksheid van de PS aan. Hij merkt op dat er al tien jaar geleden verontrustende evoluties aan de gang waren in Molenbeek, waarbij mensen in opstand kwamen tegen onze westerse waarden en vrijheden, maar dat daarmee niets gedaan is. Men wil het probleem volgens hem niet inzien. De Block verklaart dat in een maatschappij met meer ongelijkheid er ook minder sociale cohesie is.

Nabeschouwing

Het debat sloot af met een woordje van Armel De Schreye, kersvers voorzitter van LVSV Brussel, die de aanwezige gasten bedankte voor hun komst en het debat dat gevoerd werd. Wegens het tachtigjarig bestaan van LVSV speelde er bij het verlaten van de zaal verjaardagsmuziek op de achtergrond (Guy Vanhengel zong als enige lustig mee). Hierna begaf het gezelschap zich naar Loungebar 1050 voor een receptie.

Het debat zelf verliep bij momenten woelig, maar bleef over het algemeen vrij gemoedelijk, omdat de politici het op vele punten wel met elkaar eens waren. Door de beperkte tijd bleef het discours zeer algemeen en werd er weinig op details ingegaan. Aan sommige onderwerpen werd meer aandacht besteed dan aan andere. Ook konden er uiteindelijk slechts drie vragen vanuit het publiek worden beantwoord.