Zelfmoordlijn 1813
Artikel gepubliceerd op 6 oktober 2017 om 15:05

© Alan Jockmans, de Moeial

“Van rijke zakenmannen tot werklozen: ze bellen allemaal met dezelfde problemen”
Door Maud De Vos
Vorig jaar beantwoordde de vrijwilligers van de Zelfmoordlijn 14.559 oproepen via mail, chat en telefoon. Marie*, oud-student psychologie en vakgroepmedewerkster aan de VUB beantwoordt al zeven jaar telefoontjes van mensen die geen uitweg meer zien.

Hoe ben je bij de Zelfmoordlijn terecht gekomen?

Marie: “Ik had net zes maanden stage gelopen als psychologe. Hierdoor ontdekte ik dat ik me wilde blijven inzetten voor anderen en iets wilde betekenen voor de maatschappij. Daarom ging ik op zoek naar vrijwilligerswerk en kwam ik terecht bij de Zelfmoordlijn, een initiatief van het Centrum ter Preventie van Zelfdoding. Het onderwerp zelfdoding sprak me erg aan, maar het is niet evident om zonder werkervaring een job te vinden. Daarom dat ik het fijn vond dat ik nog een opleiding kreeg.”  

Mocht je meteen starten?

“Je wordt eerst grondig gescreend. Ik moest een online vragenlijst invullen en op basis daarvan werd beslist dat ik uitgenodigd werd voor een gesprek. In dat eerste gesprek moest ik meteen een rollenspel spelen. Dat was wel even schrikken, maar het viel eigenlijk heel goed mee. Toen ze me vertelden dat ik aan de opleiding mocht beginnen, gaven ze me nog een week bedenktijd. Deze opleiding bestaat uit twee dagen theorie en acht weken praktische oefeningen aan de hand van rollenspelen. Daarna ga je met een meter of peter aan de slag voor je eerste echte gesprekken. Je wordt dus altijd goed opgevolgd door het personeel en medevrijwilligers. Mijn sollicitatie is intussen zeven jaar geleden, maar de procedure is min of meer gelijk gebleven.”

Wat zijn de taken van een vrijwilliger bij de Zelfmoordlijn?

“We zijn de rechtstreekse contactpersoon voor mensen met vragen over zelfmoord. Daarnaast kan je als vrijwilliger ook nog ondersteunende taken opnemen of een aanspreekpunt vormen voor andere vrijwilligers. Die afwisseling houdt het interessant. De oproepen kunnen we nu trouwens gewoon thuis beantwoorden. Vroeger gebeurde dit vanuit een centrale plaats, nu is het niet langer verplicht daar naartoe te gaan. We kiezen ook zelf wanneer we telefoongesprekken kunnen beantwoorden. De Zelfmoordlijn vraagt wel van elke vrijwilliger een engagement van minstens 10 uur per maand. Vrijwillig, maar niet vrijblijvend dus.”

Is het werk uitdagend en haal je er veel voldoening uit?

“Het geeft mij zeker een voldoening, anders zou ik het niet al zo lang volhouden. Eén van de redenen waarom ik begonnen ben, is het idee dat er mensen zijn die bij niemand terecht kunnen met hun problemen. Dat moet verschrikkelijk zijn. Het geeft echt voldoening om naast deze mensen te kunnen staan en mee te denken. Hoe komt het dat die persoon zich op dat moment zo slecht voelt en aan zelfmoord denkt? Er voor iemand kunnen zijn, die op dat moment met niemand kan of durft spreken, is echt waardevol. Veel mensen zetten een masker op naar hun omgeving toe en het is een fijn gevoel iets voor iemand te kunnen betekenen op zo’n moment.”

Hoe ervaar je een gesprek?

“Het ene gesprek doet je al meer dan het andere. De zelfmoordlijn is volledig anoniem, de beller en telefonist kennen elkaars naam niet en dat beschermt jezelf ook. Ik zou het moeilijker vinden als ik wel zou weten wie er aan de lijn hangt. Dan zou ik me vragen stellen die er op dat moment misschien niet toe doen, omdat de persoon op dat moment centraal moet staan. Het gebeurt wel dat mensen terugbellen of een mailtje sturen om iemand te bedanken, dat geeft ook veel voldoening. Maar dat is niet de reden waarvoor ik het doe.”

Is het al voorgevallen dat de anonimiteit werd doorbroken doordat je iemand herkende?

“Ikzelf heb dat nog nooit meegemaakt, maar het is medevrijwilligers al eens overkomen. Toch blijft de anonimiteit dan prioritair en zullen we niet laten merken dat we ze herkennen. Er is geen vaste procedure, maar we gaan daar professioneel mee om. Daarenboven heb ik geen weet dat er ooit een omgekeerde situatie is voorgevallen, dat de beller de vrijwilliger herkende.”

"Iemand die zelfmoord wil plegen, wil in veel gevallen niet dood"

Marie*

Heb je soms het gevoel dat je tekortschiet als je merkt dat je iemand niet kan helpen?

“Dat gebeurt en het is normaal dat je jezelf dan al eens in twijfel trekt. Misschien maar goed ook. Het mag geen evidentie worden en je moet af en toe nog eens stilstaan bij wat je doet of zegt. De persoon die belt heeft steeds de eindbeslissing over zijn of haar leven. Met onze gesprekken proberen we inzicht te krijgen op de situatie en zo op zoek te gaan naar een uitzicht voor de toekomst. Uiteindelijk blijft het aan de persoon om de juiste uitweg voor hem of haar te vinden. Het kan dat iemand zegt: “Het is gedaan”, maar dan is het aan ons om dat te respecteren. We proberen echter altijd naar de ambivalentie te peilen. Iemand die zelfmoord overweegt, wil in veel gevallen niet dood. Die mensen willen verandering op dat moment. Wat mij het meest is bijgebleven van al die jaren als vrijwilliger is dat iedereen, jong of oud, rijk of arm, in aanraking kan komen met psychische problemen en zelfdoding. Het treft ons allemaal. Ik had ooit een belangrijke zakenman aan de lijn, die zat te wenen in zijn auto op weg naar huis. Dan denk je: dat is een topondernemer en die persoon kampt met dezelfde problemen als iemand die enkele minuten later belt en vertelt dat hij van het OCMW moet leven.”

Gebeurt het dat mensen bellen met vragen die geen betrekking hebben op zichzelf, maar dat ze vragen hebben over anderen?

“Ja, wij noemen dat ‘een oproep voor derden’. Soms vangen mensen signalen op en weten ze niet goed hoe ermee om te gaan. Ze willen vaak tools aangereikt krijgen om het gesprek aan te gaan.
Ook nabestaanden bellen soms. Ze laten weten dat een dierbare zelfmoord heeft gepleegd. Daarvoor werken we samen met Werkgroep Verder, een organisatie die zich ontfermt over nabestaanden.
De Zelfmoordlijn is crisishulp dus we geven zelf geen therapie of langdurige hulp, maar we zorgen ervoor dat ze goed worden doorverwezen. Ook valt het op dat er meer mensen bellen als het over zelfmoord ging op het nieuws of in een televisieprogramma. Ons telefoonnummer komt nadien altijd in beeld. We merken dat het aantal oproepen dan stijgt, net als tijdens de examenperiodes.”

De nieuwe campagne van het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie ‘4 voor 12 zet in op het herkennen van signalen van psychische problemen. Hoe kunnen we er best mee omgaan als iemand aangeeft dat hij of zij niet goed in zijn vel zit?

“Wat wij aanraden is voorl het onderwerp niet uit de weg gaan. Probeer de gevoelens van iemand te benoemen. Welke gedachten gaan er door zijn of haar hoofd? Ga na waarom iemand zich zo voelt op dat moment. Benoem de situatie zoals je deze ziet en ga het woord ‘zelfmoord’ niet uit de weg. Dit is niet gemakkelijk, want mensen zijn soms bang het erger te maken. Belangrijk is om mee na te denken wat je voor iemand kan betekenen. Je moet je proberen in te leven zonder te vergeten om je eigen grenzen te stellen en hulp in te roepen wanneer dat nodig is. Op de website staan heel wat tips voor hoe je zo’n dingen moet aanpakken. Je kan ook altijd contact opnemen voor advies op maat. Alles hangt natuurlijk van situatie tot situatie af.”

De Zelfmoordlijn is steeds op zoek naar nieuwe vrijwilligers. Dit academiejaar starten er twee nieuwe opleidingsmomenten (september en februari) in verschillende Vlaamse steden. Wie met vragen zit over zelfdoding kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op www.zelfmoord1813.be.

*De echte naam is bekend bij de redactie, maar is omwille van privacyredenen anoniem gehouden.