(On)bekende oorden
Artikel gepubliceerd op 1 juni 2017 om 14:43
De serres, gezien vanop het dak    
© Laura Bossaer

Twee bucketlist-items die iedere VUB-student gedaan moet hebben
Door Janneke Aerssens.
Iedereen heeft wel een bucketlist. De een wil graag skydiven terwijl de ander liever eens tussen haaien wil zwemmen. Toch hoef je niet zo ver te gaan. Ook dichtbij zijn er voor VUB-studenten al zeker twee leuke dingen die op je VUB-verlanglijst moeten staan.

Aula Q

Een eerste item op je bucketlist is sowieso het mysterie van de draaiende Aula Q. Niemand lijkt ooit gezien te hebben hoe de kleinere aula’s gedraaid worden om één groot geheel te vormen. Tijdens de pauzes worden studenten altijd gevraagd om de zaal te verlaten. Technieker Piet Buytaert gaf me een rondleiding en legde me het draaisysteem uit. De hele aula is symmetrisch: aula Q.B en Q.D zijn in spiegelbeeld opgesteld en hebben evenveel plaatsen, namelijk 209. De andere twee aula’s zijn groter, Q.C heeft 321 plaatsen en Q.A heeft er 585. Als alle aula’s gedraaid zijn dan kunnen er 1287 mensen in zitten en hiermee is het een van de grootste aula’s in Europa. Daarnaast is ook het draaisysteem uniek, enkel Keulen en Nice hebben een zelfde systeem.

Het bijwonen van het draaien is een bijzondere ervaring en echt wel bucketlist-waardig. De draaibeweging gebeurt niet heel snel, maar je voelt je wel statig als je zo ronddraait. Tijdens het draaien valt het pas op dat de aula’s heel dicht tegen elkaar aan gebouwd zijn. Op het moment dat de aula halverwege is, wordt het duidelijk dat het hoogteverschil redelijk groot is. Er zit zeker een meter tussen de vaste stoelen die blijven blijven staan en de stoelen die ronddraaien. Het draaisysteem doet denken aan een kraanconstructie: het zijn armen die vanuit het midden aangestuurd worden door twee motoren.

Ik had me verheugd op opvallende memorabilia die de techniekers terug kunnen vinden onder de vloer. Blijkbaar vinden ze vooral pennen, potloden en bekertjes die tussen de gleuf (de smalle ruimte tussen twee aula’s) zijn gevallen. Soms komen studenten vragen of ze hun gsm terug kunnen krijgen, als ze die na het vallen in die gleuf niet kunnen pakken. Dat kan meestal niet zo snel opgelost worden omdat het draaien de lessen verstoord. Wanneer de aula door een storing of ander probleem niet verder kan draaien, moet je hem met de hand op zijn plaats zetten. Tien keer draaien zorgt voor slechts twee centimeter verschuiving. Hou je gsm dus maar goed bij.

Het is in ieder geval een vreemd gevoel als je volledig gedraaid bent. Je begint in een grote aula en zonder zelf te verplaatsen, eindig je in een kleine aula.

Leuk om te weten, is ook dat er een regiekamer is boven de aula. Daar kunnen technici het geluid en licht verzorgen. Er zijn daar ook kamertjes waar tolken hun werk kunnen doen. Dertig meter onder het gebouw bevindt zich een deel van de luchtventilatiesystemen en de warmteregulatoren. Daarnaast staat hier een grote schakelkast die alle soorten verbindingen mogelijk maken voor de verschillende aula’s in het Q-gebouw. Dat maakt duidelijk hoeveel verschillende kabels en poorten nodig zijn om alle systemen goed te laten werken.

 

De serres

Aula Q is bij velen niet het enige dat op hun bucketlist staat. Wanneer het semester vordert en de winter komt, is er altijd wel een stralend lichtpuntje op de VUB. Van ver al herkenbaar, onbekend en buiten het bereik van menig student. Hoog bovenop gebouw E. De gerenommeerde serres waar ik het over heb zijn niet zomaar toegankelijk. Als student biologie of bio-ingenieur heb je de meeste kans om eens binnen te komen en de skyline van Brussel vanuit de serres te kunnen bewonderen. Voor andere studenten is het een heel avontuur om er binnen te raken. Professor Harry Olde Venterink wilde mij wel een rondleiding geven en kon me vertellen wat ze op dit moment in de serres kweken/onderzoeken.

Dus daar ga ik dan, op een bewolkte woensdagochtend naar gebouw F om de Professor te ontmoeten. Ik was heel benieuwd hoe alles eruit zou zien en wat er zou groeien. In mijn verbeelding stelde ik me een grote groene ruimte voor waar allerlei exotische planten bij elkaar zouden groeien. De werkelijkheid is anders. Via een dubbele deur stap je binnen in een lichte plek. Er is natuurlijk overal veel glas. In het gangpad ligt een tuinslang en verschillende zakken met zand. Er zijn verschillende ‘hokjes’ gemaakt die gescheiden zijn van elkaar door glazen wanden. In deze ‘hokjes’ zijn verschillende experimenten aan de gang die zowel studenten als professoren uitvoeren. De urban legend dat er een geheime drugsplantage zou zijn, is niet waar. Verdacht uitziende plantjes heb ik in ieder geval niet gezien, of ze hebben die wel heel goed kunnen verstoppen.

De serres zijn mooi verdeeld: de linkerkant is vooral voor de biologen en de rechterkant is voornamelijk voor de bio-ingenieurs. Professor Olde Venterink voert momenteel een onderzoek naar de mest van zebra’s en giraffen. Hij wil weten of die mest een invloed heeft op de groei van een grassoort en acacia, twee plantensoorten die de dieren eten.

De serres zijn beschermd tegen verschillende omstandigheden. Zo kunnen de ramen op sommige plekken wat verduisterd worden om de zon buiten te houden. Het is niet zo dat alle planten die er staan veel warmte moeten hebben. In de zomer kan de temperatuur te hoog oplopen en dan kunnen de ramen aan de bovenkant open voor ventilatie. Om te voorkomen dat insecten binnen in de serres komen, die de experimenten kunnen beïnvloeden, is er voor alle ramen horrengaas gespannen. Dit houdt insecten en pluizen van buiten tegen en de pluizen van binnen, binnen. Die zijn soms nodig voor een experiment. Ook alle deuren, die open kunnen ter verkoeling, zijn zo beschermd.

De leukste ervaring als je de serres bezoekt is toch dat je kan genieten van het prachtige uitzicht over de campus en de skyline van Brussel. Adembenemend. Iets dat elke student van zijn lijstje dus zou moeten kunnen afvinken.