Basketbal in de straten van La Paz
Artikel gepubliceerd op 31 mei 2017 om 14:36

Sport als uitweg voor Boliviaanse straatkinderen
Door Nette Loots
Basketbal als middel om straatkinderen in Bolivia van de straat te houden. Gerrit Loots, professor psychologie aan de VUB, en Ron Wolfs, coach bij Wolf Pack Basketball Academy in Antwerpen startten het sociaal project ‘basketbal in de straten van La Paz’. Als student geschiedenis ging ik dit jaar een tweede keer naar Bolivia om basketballessen te geven aan straatjongeren.

Het project is het resultaat van een toevallig gesprek tussen Ron Wolfs en professor Gerrit Loots in mei 2012. Dankzij het project maken de Boliviaanse jongeren kennis met basketbal en krijgen ze een perspectief aangeboden dat hen aanzet en motiveert om op een meer sportieve en gezondere manier te gaan leven.

In de zomer van 2014 vertrok ik voor de eerste keer, samen met vijf basketbalspelers, drie vertalers, Gerrit Loots en Ron Wolfs, naar Bolivia. Daar hebben we straatjongeren twee weken lang intensief basketbaltraining gegeven. Deze paasvakantie ging ik het basketbalproject opnieuw bezoeken.

 

De kinderen snuiven lijm om high te worden en zo al hun problemen te vergeten

De eerste ontmoeting in 2014

Wij, de basketbalspelers, hadden geen idee wat we konden verwachten. Hoe zouden de straatkinderen zijn en op ons reageren? Zouden we ze wel verstaan? Gelukkig hadden we onze drie vertalers wat meer ervaring. Zij waren studenten psychologie aan de VUB en hadden zes maanden met de kinderen gewerkt tijdens hun laatstejaarsstage in Bolivia.

Na de vele waarschuwingen van wat we wel en niet mochten doen, verwachtte ik jonge criminelen met drugs en wapens die ons zouden zien als indringers. Maar toen de kinderen ons zagen, bekeken ze ons met verwonderde blikken en overlaadden ons met knuffels. De kinderen vertelden uitvoerig zonder door te hebben dat niemand van ons er ook maar iets van verstond. Zij zagen ons als echte professionals, terwijl ieder van ons in België gewoon provinciaal speelt. Op gebied van basketbal stonden ze in het begin helemaal niet ver, maar na die twee weken zag je duidelijk vooruitgang in hun spel. Ik had nog nooit zo een enthousiaste, actieve en speelse groep gezien. Ik denk niet dat het er ooit tien seconden stil is geweest. Je zag de jongeren stralen wanneer ze speelden, terwijl ze werden aangemoedigd door hun eigen kinderen op de bank. De straatjongeren hadden zoveel baby’s mee dat er altijd wel iemand van ons aan de kant moest babysitten.

Lijm

Opvallend was ook de geur van lijm die constant aanwezig was. De kinderen snoven de lijm om high te worden en zo al hun problemen te vergeten. Het gaf hen warmte tijdens de extreem koude nachten in Bolivia en liet hen niet meer denken aan de honger. Tijdens de trainingen gold de regel dat ze niet mochten snuiven. In het begin hadden sommigen het daar heel moeilijk mee, maar naarmate het spelniveau steeg, begrepen ze dat de lijm hun conditie-opbouw tegenhield. Gezonder leven was één van de boodschappen die basketbal hen meegaf.

Ikzelf was zestien jaar toen ik voor de eerste keer naar Bolivia ging en door de lengte, speelsheid en kinderlijkheid van de straatkinderen leken ze in mijn ogen twaalf jaar. Later hoorde ik dat de meesten ouder dan twintig waren en sommigen al kinderen hadden. Hoe kan je zo’n zwaar leven op straat hebben en toch zo kinderlijk zijn? Achteraf begreep ik dat ze geen jeugd hadden gekend zoals wij, omdat ze elke dag bezig waren met overleven.

De Boliviaanse samenleving maakte hen het leven niet gemakkelijker, door corrupte politie en verschillende maffiabendes die hen gebruikten voor betaalde seks, drugssmokkel en orgaantransplantatie. Bolivia is straatkinderen liever kwijt dan rijk. Wij, een groepje Belgen, waren de eersten die deze straatkinderen onvoorwaardelijke aandacht gaven.

 

Schoenenpoetsers

Het pijnlijkste vond ik het einde van de trainingen. Vele jongeren werkten als schoenenpoetsers op straat. Klanten zetten gewoon hun voet voor de schoenenpoetsers neer en gooien na het poetsen een muntstuk naar hen als bedankje. De job is zo vernederend dat veel jongeren een bivakmuts dragen tijdens het werken in de hoop niet herkend te worden. Tijdens de trainingen zelf zetten ze hun bivakmutsen af en zag je hun lachende gezichten. Maar wanneer de training gedaan was, zetten ze de mutsen weer op en gingen ze elk hun eigen kant uit.

 Twee weken in België

Gerrit Loots, professor psychologie: “Het basketbalproject is nog steeds zeer actief. Na het basketbalbezoek van de Vlaamse jongeren in de zomer van 2014 zijn een zestigtal jongeren van de straat basketbal blijven spelen. Driemaal per week trainen ze. Verschillende van hen zijn gestopt of proberen te stoppen met het snuiven van lijm. Sommigen huren een kamer en moeten de koude van de straat niet meer trotseren; ze proberen gezonder te eten en te leven.”

Vorig jaar in april kwamen tien jongeren twee weken hier naar België om opgeleid te worden als coaches. Samen met laatstejaarsstudenten psychologie hebben we hen twee onvergetelijke weken bezorgd. Hierbij was een bezoek aan de VUB en een ontmoeting met de toenmalige rector Paul de Knop heel belangrijk. Het project zelf was niet altijd rozengeur en maneschijn. Financieel is het niet altijd even gemakkelijk en er zijn geregeld problemen tussen de Boliviaanse leiders van het project, wat moeilijk op te lossen is vanuit België. Maar het feit dat het project nog altijd bestaat, wil zeggen dat het werkt.

 

Bolivia is straatkinderen liever kwijt dan rijk

Back to Bolivia

Deze paasvakantie ging ik samen met mijn familie terug naar Bolivia. Ik had er zo lang naar uitgekeken en was benieuwd of de kinderen mij ook nog zouden kennen. Ook had ik erg hoge verwachtingen van hun basketbalniveau.

 Ik was blij te zien dat er zoveel straatjongeren gekomen waren en ze waren ook allemaal heel blij ons terug te zien. Van de anderen had een deel besloten een nieuwe start te nemen en te verhuizen naar Santa Cruz. Een andere zit momenteel vast in de gevangenis van San Pedro en nog iemand anders is momenteel toegelaten aan de universiteit en kon niet op de training aanwezig zijn door zijn studies.

De training duurde maar een uurtje en mijn broer en ik hebben ook meegespeeld. Maar mijn algemene ervaring was verder eigenlijk vrij negatief. Het basketbalniveau was nog steeds zeer laag en velen waren lijm aan het snuiven op het veld waardoor ze te high waren om te spelen. De problemen tussen de Boliviaanse bestuurders waren duidelijk te merken op de training. Ook hoorde ik van de coach dat er meestal maar vijf of zes straatjongeren komen opdagen en dat ze deze keer met zoveel waren omdat het die dag kippenfeest was, dat wil zeggen gratis kip na de training. Dit alles was behoorlijk ontgoochelend waardoor ik de positieve aspecten van het project zelf niet meer inzag. Pas later, wanneer ik me erbij had neergelegd dat mijn verwachtingen te hoog waren, begreep ik dat er toch wel positieve dingen voor de straatkinderen in zaten. Velen van hen waren in de tussentijd hervallen. Zij gingen opnieuw meer snuiven en besloten terug op straat te leven. Maar beetje bij beetje hebben ze hun weg teruggevonden naar het basketbalproject. Ergens moeten ze hebben ingezien dat basketbal duidelijk een positief effect had op hun leven. Ook is de groep die ik zag op en naast het veld in totaal één hechte groep. Als de ene het niet eens was met een beslissing van de coach of het moeilijk had, stonden de anderen achter hem. Ze basketten al drie jaar met elkaar en dat heeft hen ook in het dagelijkse leven dichter bij elkaar gebracht.

Op het vlak van mensen samenbrengen is het project dus geslaagd. Maar om ze van de straten te houden, moeten we iets geduldiger zijn. Het is niet makkelijk het straatleven in één keer achter je te laten. Een studiootje huren en een gezin onderhouden is duur en een job vinden is heel moeilijk. Hervallen gebeurt dus gemakkelijk, maar door het groepsgevoel dat leeft komen ze snel terug. Ze weten dat ze zeker niet alleen zijn. Het idee achter het project slaat duidelijk aan, enkel aan de uitvoering moet nog gewerkt worden, maar ook dat kan alleen maar beteren met de kennis die we hebben vergaard en door goede communicatie.