De hofmeesters van de VUB
Artikel gepubliceerd op 29 mei 2017 om 14:43
Fatima werkt al meer dan tien jaar bij de reinigingsdienst van de VUB    
© de Moeial, Kilian Adriaenssens

“Avec les étudiants, c’est toujours de l’ambiance”
Door Kilian Adriaenssens
Iedereen die het privilege heeft gehad om op een VUB-kot te mogen verblijven, kon er niet omheen. Elke week diende je je keuken/living op orde te stellen. Elke week opnieuw hoefde je enkel naar de les te vertrekken en wist je dat wanneer je thuis zou komen jouw kot niet meer zou stinken naar goedkoop opgewarmd studentenvoer. De hofmeesters van de VUB hadden je dan met veel plezier weer voorzien van een proper nest, en zo kon de wekelijkse afbraak van je kot opnieuw beginnen.

Het is een wisselvallige lentedag. Ik ontmoet Sabrina aan gebouw T, het oudste gebouw van de campus. Zij is medeverantwoordelijke voor de reiniging van campus Etterbeek en zal mij helpen met sommige vragen en zo zal later blijken, eventuele vertalingen. Sabrina steekt meteen van wal met wat praktische zaken: “Elke dag reinigen twee werknemers de koten op campus Etterbeek. In totaal zijn er tussen de 35 en 40 personeelsleden van het bedrijf GOM verantwoordelijk voor de reiniging van de gehele campus Etterbeek, inclusief studentenkamers.” We trekken richting het kleurrijke palet van campuskoten terwijl Sabrina mij wat meer vertelt over de dame van de reinigingsdienst die ik vandaag zal ontmoeten: “Fatima spreekt goed Frans en ik ben er ook nog steeds moest er niets duidelijk zijn”, zegt ze. Frans? Ik slik. Terwijl ik mijn lichte paniek probeer te verbergen besef ik plots weer hoe makkelijk ik als VUB-er verval in onze Nederlandstalige-eiland-cultuur. Frans? Dat ik dat niet had zien aankomen. “Zit je zelf op kot?” Vraagt Sabrina mij terwijl we ons wat later een weg banen door de jungle van betonnen studentenkamers. Ik bevestig dit met een brede glimlach en vertel haar dat het één van de beste dingen is die mij al is overkomen. Als ik haar zeg dat ik zelf op een campuskot vertoef trekt ze haar wenkbrauwen op: “Dan zal je de werknemer van straks wel al kennen!.”

Citroenaroma en blauwe handschoenen

“Als er nog mensen liggen te slapen in de keuken, laat ik ze rustig verder dromen”

Fatima

Terwijl we aankomen aan de verschilferde ‘lunchboxkoten’ verraadt de druppende zwabber, leunend tegen de aluminium deurstijl van een blauw kot, de aanwezigheid van onze hofmeester. De muffe geur van half bedorven vlees en plakkerig opgedroogd bier, die je op doorsnee dagen aantreft in een doorsnee kot, heeft in deze keuken plaats gemaakt voor een frisse citroenaroma. Fatima schrobt net de laatste restjes spaghettisaus van de keukentafel terwijl Sabrina en ik binnenwandelen om haar te begroeten. “Bonjour, bonjour!” Roept fatima uit terwijl ze haar leren zeem in de emmer plonst. Ze zet haar lange blauwe rubberen handschoenen in haar zij. Ze geven een vrolijke toets aan  haar blauwe GOM-outfit die ze zelf heeft afgewerkt met een bijpassende hoofddoek. Fatima’s ogen vormen twee kleine spleetjes telkens ze haar brede glimlach opzet. “Dit is de jongen die jou wat vragen komt stellen”, zegt Sabrina. “Superbe!” antwoordt Fatima terwijl ze haar handschoenen afdroogt aan een handdoek. “De koten op de campus bestaan uit vijf verschillende kleuren: grijs, groen, blauw, geel en rood. Elke dag wordt er één ‘kleur’ onder handen genomen. Dat houdt dan in: de douches, het aanrecht, de tafels, stoelen en vloer reinigen. Eén blok onderhouden duurt meestal vijf uur. ” Fatima draait zich om naar Sabrina en zet opnieuw haar brede glimlach op. De onbevangen vreugde die ze uitstraalt is aanstekelijk en ik kan het niet laten om gedurende ons praatje meerdere malen ongecontroleerd te grinniken. “Nu, soms zijn de keukens ook gewoon ‘trop sales’, zoals deze hier.” Ze knikt naar het aanrecht. “Dan heb je natuurlijk wel wat meer werk, maar zolang alles opgeruimd is en alles aan de kant wordt geplaatst ben ik tevreden. Dan mag de keuken nog zo vuil zijn, als ik plaats heb dan maak ik alles met veel plezier schoon.”


© de Moeial, Kilian Adriaenssens

Wanneer Fatima me opnieuw aankijkt, herinner ik mij plots de vaak uit de hand gelopen kotfeestjes die de living van mijn campuskot al heeft moeten trotseren. Ik moet denken aan al die keren dat we een verontschuldigend briefje tegen de voordeur plakten in het geval er ’s morgens op kuisdag nog wat verloren studenten op een luchtmatrasje lagen te snurken in de living. ‘Ce ’n’est pas possible de nettoyer aujourd’hui, nos excuses’, schreven we dan. Fatima lacht opnieuw haar tanden bloot als ik met excuserende blik vraag of haar dat soms niet stoort. “Pas du tout!” Zegt ze met een knipoog. “Als er nog mensen liggen te slapen in de keuken laat ik ze rustig verder dromen. Ik doe mijn toer verder langs de andere koten en op het einde ga ik daar dan nog eens kijken.”

Een kopje thee en kiprecepten

De grijze deur van een kamer achter me draait open met een zachte piep waarna een internationale student van ietwat oudere leeftijd de keuken binnenwandelt met een gerolde sigaret. Fatima is de eerste om hem te groeten. Terwijl de man buiten zijn sigaret oprookt draait Fatima zich naar Sabrina. “Toen ik toekwam stond die jongen hier zijn sigaret te rollen op het aanrecht. De tabak lag overal, aiaiai.” Fatima zwaait met haar rubberen handschoen langs haar hoofd. “Hij verstaat geen Frans of Nederlands,  dus heb ik hem maar getoond dat hij dat hier niet moet doen.” Fatima steekt een denkbeeldige sigaret aan met haar handen en zwaait dan al lachend met haar vinger. Daarna kijkt ze naar buiten, naar de rokende student, terwijl de zonnestralen haar ronde wangen doen oplichten. Ik vraag haar of ze het leuk vindt om de hele dag omringd te worden door studenten en wanneer ze antwoordt verschijnt er een moederlijke uitdrukking op haar gezicht. “Avec les étudiants, c’est toujours de l’ambiance”, zegt ze. “Sommige studenten zijn heel vriendelijk en zeggen altijd goeiedag, anderen zeggen niets. Soms zeggen ze me ook dat ze geen Frans kunnen en dan zeg ik: ‘geen probleem, ik spreek ook Nederlands’. Het gebeurt regelmatig dat studenten me uitnodigen voor een kopje thee, maar soms heb ik echt geen tijd en moet ik het vriendelijk afwijzen”, lacht Fatima terwijl ze een knipoog werpt naar Sabrina. “Af en toe vragen studenten me ook dingen zoals: ‘Mevrouw, we hebben kip gekocht maar weten niet hoe we die moeten klaarmaken. Kan u ons helpen?’ dan vraag ik aan mijn dochters, die goed Nederlands kunnen, om het voor mij op te schrijven en dan geef ik hen later dat receptje mee.”  Ik merk op dat ze overkomt als een echte kotmadam. Fatima moet weer lachen: “Ik ben graag bij jongeren. Ik heb zelfs al cadeautjes gekregen van een paar kotstudenten: chocolaatjes, thee en één keer zelfs een parfum van Coco Chanel! Ergens anders op de campus woont een meisje dat mij altijd opgetogen bedankt om de keuken en badkamer schoon te maken. ‘Bedankt om te komen, de douche is weer prachtig’, zegt ze dan. Als de studenten blij zijn, ben ik dat ook”, beslist Fatima.

IJzige wenteltrappen en lunchen in de zon

Ik zie Sabrina een snelle blik op haar horloge werpen waarna ze zich verontschuldigt en zegt dat ze dringend door moet naar een volgende afspraak. Ze stapt de deur uit en terwijl neemt Fatima haar emmer en begint ze hem te vullen met warm water. “Soms gebeurt het dat het warm water er weer eens de brui aan geeft op de campus en dan moet ik het met koud water verder doen. Maar ik heb rubberen handschoenen aan, daar voel je toch niets door”, zegt Fatima terwijl ze de emmer uit de pompbak hijst. Ze begint de glazen deur van boven naar beneden met regelmatige stroken af te vegen. Als ik haar vraag hoe lang ze hier al werkt, stopt ze en krabt ze even aan haar hoofd. “Ik werk al sinds 2005 op de VUB. Dat is al meer dan tien jaar”, zegt ze met lichte verbazing. “Aiai, ça passe vite le temps! Sinds 2010 werk ik in de studentenkamers, daarvoor deed ik de bureaus van de professoren. Dat deed ik niet graag. Je mocht nooit iets aanraken en vaak kon je niet schoonmaken omdat de professor op dat moment net aan het werken was. Hier, in de studentenkamers, ben ik vrij. Sommigen willen niet werken in de campuskoten omdat je dan de hele tijd naar buiten moet, of het nu regent, sneeuwt, koud of warm is. In de winter kunnen de wenteltrappen ook enorm glibberig worden.”

“Af en toe vragen studenten me ook dingen zoals: ‘Mevrouw, we hebben kip gekocht maar weten niet hoe we die moeten klaarmaken. Kan u ons helpen?’”

Fatima

Fatima neemt haar zeem terug vast en gaat verder met de ramen. De zon vormt langwerpige strepen van licht op de vloer. “Als het lekker warm is zoals nu daarentegen, dan fleur ik helemaal op. Dan zet ik me buiten om te eten en geniet ik van de zon”, vervolgt ze met een gelukzalige glimlach. Volgend jaar zullen de campuskoten desalniettemin tegen de grond gaan en vervangen worden door het studentenkamercomplex in het nieuwbouwproject XY. Fatima weet nog steeds niet waar ze terecht zal komen: “De ene zegt me dat ik daar dan mag werken, anderen zeggen dat ze het nog niet weten. Ik hoop alvast van wel. Als je dan van de ene unit naar de andere gaat heb je tenminste een dak boven je hoofd.” Fatima lacht. Ze plonst haar zeem weer in de emmer en neemt nu de zwabber vast die tot nu toe achterover geleund stond tegen de open voordeur. Nadat ze een beetje water heeft uitgegoten over de vloer begint ze met snelle bewegingen het water naar zich toe te trekken. Als ik mij wil verzetten zwaait ze met haar handen van nee. Uiteindelijk blijf ik op een eilandje van droge vloer achter terwijl Fatima zich verder een weg boent door de keuken.

Rommelkoten en speciale doopkleren-middeltjes

Na een tijdje komt er uit het tweede deurgat een andere internationale student. Hij probeert de schade aan de nog steeds natte vloer te beperken door op zijn tippen naar het keukenkastje te huppelen waar hij zachtjes in begint te rommelen. Hij schrikt wanneer Fatima hem een “Bonjour!” wenst. “Bonjour… sorry, no french”, antwoordt de student verontschuldigend. “Geen probleem. Ik spreek Nederlands. Goeiendag!” Probeert Fatima dan maar. “No sorry… only English”, stamelt de jongen en springt vervolgens terug naar zijn kamer. Fatima zucht: “Ik ga nog een cursus Engels moeten volgen denk ik.” Terwijl ze naar de deur wandelt, stoft ze nog even de brandblusser af waarna ze al haar spullen netjes naast de deur stockeert.

“Soms zijn de keukens ook gewoon ‘trop sales’, zoals deze hier. Dan heb je natuurlijk wel wat meer werk.”

Fatima

“Deze unit is klaar. Na de middag begin ik er weer aan.” Plots drukt Fatima haar hand tegen haar voorhoofd. “Ai! Dat is dat rommelkot! Ik zeg het je, elke kleur heeft wel zo zijn rommelkot. Eén keuken waar het bijna onmogelijk is om schoon te maken. Als je dan binnenkomt en alles ligt er nog overhoop komen ze soms naar je toegesneld. ‘We zullen het oplossen’, zeggen ze dan. ‘Pas de problème, au revoir’, antwoord ik dan. Voor mij maakt dat allemaal niet veel uit, maar voor Winnie van Dienst Huisvesting? Dat is een andere zaak. Nu, als de studenten aan het studeren zijn is dat anders. Dan is het goed genoeg voor mij als ze zorgen dat het aanrecht en de vloer een beetje vrij zijn om schoon te maken. ‘Nee, nee! Alles moet in orde zijn’, zegt Winnie soms maar dan zeg ik: ‘Winnie, laat het zo. Het zijn examens, die studenten hebben nu andere zaken aan hun hoofd. Ik heb twee dochters, ik weet goed genoeg hoe jongeren zijn: televisie kijken, op hun telefoon spelen enzovoort. Met schoonmaken zijn ze niet bezig.” Voordat Fatima naar buiten gaat wil ik haar nog even vragen hoe ze dat jaarlijks wederkerend probleem aanpakt. De blauwe smurrie van vieze kleren die vuil zijn geworden van de ‘clash’ (pulp vermengd met methyleenblauw) tijdens de dopen. “Ohlala! Die kleren kunnen stinken”, roept ze uit. “En dan vind je overal van dat blauw kleurmiddel terug in de badkamer. Maar dat krijgen we er ook wel uit, daarvoor hebben we een speciaal middeltje.”

Als ik naar buiten ga in de stralende zon vraag ik aan Fatima of ik nog even een laatste foto mag nemen. “Pas de problème!” Ze neemt plaats in het deurkozijn en steekt spontaan haar duim omhoog vergezeld van haar altijd aanwezige glimlach. Nadat de foto is genomen stappen we nog een tijdje dezelfde richting uit. Fatima geeft me op deze korte wandeling snel nog wat inspirerende woorden mee: “Ik hou echt van mijn job, zolang ik gezond ben, blijf ik ze doen met plezier. Ik wens je nog veel succes en in het leven en natuurlijk ook met je diploma, dat is belangrijk hé!” Ik wuif haar uit en roep haar nog even achterna: “Tot de volgende dan waarschijnlijk!” “Ahja”, antwoordt ze lachend terwijl ze door stapt. “Op één van deze campuskoten hé?” En zo verdwijnt Fatima achter het hoekje van een grijze kotenblok. Iets later kom ik ze weer tegen, op een grasheuveltje. Ze zit achterover geleund in het gras met op haar schoot haar middagmaal. Haar ogen zijn toe en op haar gezicht rust een nog stralendere glimlach. Ik wandel haar voorbij en kan het niet laten om nog een keer ongecontroleerd te grinniken.


© de Moeial, Kilian Adriaenssens