VUB onder invloed
Artikel gepubliceerd op 16 mei 2017 om 13:18

© Alan Jockmans

Alcoholgebruik bij studenten en personeel
Door Nelke Ramael
Studenten en alcoholgebruik lijken onlosmakend met elkaar verbonden. Heeft onze Alma Mater hier een beleid over? Kan een student die geen alcohol drinkt deelnemen aan het kringleven? En hoe zit het met het alcoholmisbruik op de (academische) werkvloer? Deze en andere vragen worden hieronder beantwoord.

De consumptie van alcoholhoudende dranken lijkt ingeworteld in onze samenleving. Voor veel studenten is het moeilijk om zich voor te stellen dat je zonder drinken kan uitgaan en plezier hebben. Je zegt geen ‘nee’ tegen je collega’s als ze je  voorstellen om “ene te gaan drinken” na het werk om wat stoom af te blazen. En zonder een pint in de hand naar de voetbal kijken, kan dat wel? Het valt op dat er vanuit de overheid en de maatschappij meer en meer reactie komt tegen de negatieve effecten van alcohol. Zo kon je in februari (toevallig de kortste maand van het jaar?) meedoen aan Tournée Minérale, een maand zonder alcohol, en is “bobben” een algemeen aanvaard werkwoord geworden. De maatschappij komt stilaan in actie tegen overdadig alcoholgebruik. Maar wat doet de VUB? Heeft zij een alcoholprobleem?

Enquête

Volgens Prof. Dr. Veerle Soyez gebruikt het grootste deel van de studenten alcohol niet op een problematische manier. “Als je kijkt naar de hele populatie, is het toch maar een minderheid waarbij er sprake is van alcoholmisbruik”, vertelt ze. “Maar van al het middelengebruik springt alcohol er natuurlijk wel bovenuit”, gaat ze verder. Veerle Soyez werkt, via de vakgroep Klinische en Levenslooppsychologie van de VUB mee aan de enquête rond middelengebruik die sinds 1 maart 2017 kan worden ingevuld door VUB- en EhB-studenten. Die enquête is al een ouder project dat in 2005 van start ging bij de universiteit en hogescholen in Antwerpen. Sindsdien is het middelengebruik van de studenten en het personeel in Gent en Leuven ook al in kaart gebracht en dit jaar is Brussel aan de beurt. Er wordt gevraagd naar het alcohol- en drugsgebruik om deze in kaart te brengen en de gewonnen informatie in te zetten voor preventiecampagnes. “Wat we al geleerd hebben uit voorgaand onderzoek is dat zeer algemene preventie niet zo effectief is, maar dat gerichte en specifieke acties interessanter en efficiënter zijn. In dat opzicht is het interessant om te weten op welke dagen er veel gedronken wordt en op welke activiteiten er sprake is van groot middelengebruik”, vertelt Soyez. Ook willen ze kijken wat er op het beleidsniveau gedaan kan worden: “Wat is het bestaande beleid rond middelengebruik op de VUB?” Bij de onderzoeksgroep had men opgemerkt dat hierover geen duidelijke richtlijnen bestonden en weinig mensen op de hoogte zijn van het beleid. De enquête moet dus de aanzet geven om hierover beter te communiceren en te sensibiliseren.

“Als je kijkt naar de hele populatie, is het toch maar een minderheid waarbij er sprake is van alcoholmisbruik”

Prof. Veerle Soyez

Soyez merkt ook een correlatie op tussen actief zijn in het verenigingsleven en alcoholgebruik, maar niet per se in de negatieve zin: “Bepaalde verenigingen zijn sterk geassocieerd met hun drinkcultuur, maar in een vereniging zitten heeft vaak ook een preventieve werking. Er is meer sociale controle en er wordt sneller hulp aangeboden wanneer er een vermoeden is van een alcoholprobleem. Aan de ene kant kan een vereniging dus preventief werken, maar aan de andere kant kan het ook stimulerend zijn als het aankomt op alcoholgebruik.” Haar verwachtingen over de enquête, die net afgelopen is, zijn niet spectaculair: “Ik verwacht eigenlijk dat de uitkomst heel erg in de lijn gaat liggen van wat de vorige bevragingen hebben opgeleverd; dat alcohol zal uitschieten tussen de andere middelen, maar  ik denk ook dat het cannabisgebruik toegenomen zal zijn.”

Student 0,0%

Toch wordt opgemerkt dat alcohol in het studentenleven een enorme invloed heeft. Er zijn kringactiviteiten die specifiek alcohol centraal stellen, zoals de onlangs georganiseerde Bierspelen en het traditionele bierkoning. Dat is een drinkwedstrijd die door veel folkloristische kringen intern wordt georganiseerd. De bedoeling is dat schachten in zo weinig mogelijk tijd, zoveel mogelijk bier drinken. Degene die de wedstrijd wint mag zich voor een jaar lang  bierkoning of bierkoningin van die kring noemen. Tussen de facultaire kringen wordt er dan in het tweede semester een heuse bierkeizer georganiseerd, waar de bierkoningen en bierkoninginnen de trots van hun kring moeten gaan verdedigen in één grote drankorgie.

"Veel mensen zijn verbaasd dat ik plezier kan hebben op een TD"

Kay Bogaert
Kay Bogaert    
© Kilian Adriaenssens

Maar je kan ook die cultuur afwijzen en toch een vaste waarde zijn in het uitgaans- en kringleven op de VUB, zoals Kay Bogaert (19). Zij is student Social Sciences op de VUB, schacht bij de Kring der Economische, Politieke en Sociale wetenschappen (KEPS) en leidt resoluut een alcoholvrij leven. “Uit principiële overwegingen drink ik geen alcohol. Ik heb al te veel situaties meegemaakt waarbij ik de zelfcontrole verloor en dat vond ik niet aangenaam”, zegt ze. Een jaar voordat ze naar de VUB kwam is ze gestopt met drinken en pas onlangs heeft ze nog eens een pintje gedronken. “Veel mensen zijn verbaasd dat ik plezier kan hebben op een TD. Uiteindelijk kan ik gewoon helemaal losgaan. De dag na een TD herinneren velen zich bijna niets meer van het feest, dan maakt het voor hen ook helemaal niet uit wat er is gebeurd”, vertelt Kay. Het is soms wel moeilijk om alcoholvrij door het leven te gaan. Zo vertelt ze dat er vrienden zijn die haar specifiek gaan mijden op TD’s als ze dronken zijn, omdat ze bang zijn dat ze een slecht beeld van hen zou krijgen. Ook iets non-alcoholisch bestellen aan de toog op een TD gaat wel eens gepaard met het nodige ooggerol. Bovendien kunnen sommigen fel aandringen opdat ze een pintje zou drinken. “Dan blijf ik gewoon nee zeggen en na een tijd snappen ze dat wel”, aldus Bogaert. Vaak wordt ze ook als bijna enige nuchtere aangesproken om voor iemand te zorgen die te veel gedronken heeft of om een conflict tussen twee zatte mensen uit te klaren. Dat doet ze vaak met veel plezier, maar het kan haar ook weleens tegensteken: “Soms is het genoeg geweest en heb ik te veel zatte mensen op een avond gezien. Op dat moment ben ik weg.” Maar ondanks de opsomming van negatieve ervaringen zijn er veel mensen die positief staan tegenover haar beslissing. “Tijdens mijn eerste schachtenactiviteit bij KEPS hebben ze me heel even hard aangepakt om te weten of ik toen aan het zeveren was of niet, maar daarna zijn ze daar altijd op een respectvolle manier mee omgegaan. Ik ben nooit verplicht geweest om alcohol te drinken en ze respecteerden mijn keuze. Ik mocht dan ook mijn eigen drank voorzien en zij hadden dan soms eens iets voor mij bij”, gaat Kay verder. Bij gelegenheid neemt ze dan ook haar eigen drank naar TD’s mee en kan ze daarmee binnen geraken, omdat mensen toch weten dat ze niet veel anders kan drinken. Bovendien organiseert ze zelf graag een pre-drink op haar kot. Dan nodigt ze vrienden uit en zorgt ze zelf voor een paar pintjes. “Het is eigenlijk voor mij gewoon een samenkomst voor een TD”, zegt Kay. Bang om de studentenervaring te missen is ze niet: “Uiteindelijk sta ik bijna op elke TD en ben ik ook gedoopt. Ik kan meepraten met de rest en ik maak samen met mijn vrienden enorm veel herinneringen.”

Andere mensen actief overtuigen van haar keuze doet ze niet. “Ik ga nooit kwaad worden op mensen omdat ze drinken. Dat is hun eigen keuze en ik heb de mijne. Als we elkaar dan respecteren, is er geen probleem.” Ze zegt wel dat ze er moeite mee heeft als mensen louter drinken om dronken te worden. “Vooral omdat je je echt kan amuseren zonder. Je hoeft niet bezopen te zijn om plezier te maken.” Ze merkt dat ze ook wel veel respect krijgt van mensen en dat doet haar deugd. “Een alcoholvrij studentenleven is af en toe moeilijk, maar ik wist van mezelf dat ik geen zin had in alcohol. Omdat iedereen me intussen kent als iemand die geen alcohol drinkt, wou ik eigenlijk ook niet meer drinken. Het is een eigenschap van me geworden.” Ze vindt ook niet meteen dat de VUB een ernstig alcoholprobleem heeft. “Maar er zijn toch dingen die in die richting kunnen wijzen”, besluit ze.

Op café op de campus

Geert Lories, uitbater van de Opinio, vindt dat de VUB een ernstig probleem heeft betreffende alcoholgebruik, maar dat dit vooral komt door de mentaliteit van de maatschappij.
Hij vertelt ons dat hij in zijn vijftien jaar op de VUB al veel jonge mensen met talent heeft zien wegkwijnen omwille van een alcoholprobleem. Ook bij het personeel merkt hij soms probleemgevallen op, voornamelijk bij de oudere mannelijke garde van personeel en academici. Over het algemeen ziet hij minder dan tien klanten per dag die probleemgedrag vertonen. “Ik denk niet dat mensen die een echte verslaving hebben naar de Opinio komen om te drinken. We zijn hier midden op de campus, iedereen ziet je en er zal over gepraat worden. Ik vermoed dat mensen met een alcoholprobleem vooral buiten de campus of stiekem op kantoor drinken”, vertelt Lories. Hij zit er soms wel wat mee verveeld dat door de klanten die wel opgemerkt worden, zijn café een slechte reputatie krijgt. Het is voor hem ook moeilijk om zijn klanten aan te spreken over probleemgedrag, want het blijft een zeer delicaat onderwerp. “Soms weiger ik alcoholische dranken te verkopen, bijvoorbeeld aan piepjonge studenten die al om 10u iets komen bestellen, anders nooit.” Uiteindelijk ziet hij de laatste vijf jaar een vermindering van alcoholconsumptie bij het personeel.

In 2009 en 2010 stelde de VUB een beleidsverklaring en een beleidsplan op voor een preventief verbod op alcohol en drugs. Dit onder het algemene beleid “om het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk te bevorderen”. De basisregels zijn duidelijk: het gebruik van drugs is verboden en het gebruik van alcoholische dranken is verboden tijdens de diensturen (maar een drankje tijdens de lunch, mag dus wel.). Eenmaal deze maatregelen in werking zijn getreden, zou het lijken alsof de VUB actief bezig is met de sensibilisatie en preventie van alcohol.

Maar is dat wel zo? We spraken met de personeelsdirecteur van onze universiteit, Raf Devos. Zijn departement gaat over het welzijnsbeleid van de VUB, waar het alcohol-en drugsbeleid een onderdeel van zijn.

Was er een specifieke aanleiding voor het opzetten van de maatregelen omtrent alcohol?

Devos: “Niet dat ik weet. Het is gewoon een maatschappelijke evolutie. Waar er vroeger geen beleid was, wou men toen inzetten op een preventief beleid. De aanpak moet zodanig werken dat er zo weinig mogelijk problemen zijn in eerste instantie en dat voor de mensen hun eigen welzijn.”

Hoe zorgen jullie voor sensibilisering?

“Bij mijn weten zijn er geen echte bewuste campagnes geweest om alcoholgebruik te sensibiliseren, omdat waarschijnlijk niemand er echt nood aan heeft. Ik heb wel het gevoel dat er veel aandacht naartoe gaat en dat mensen ons contacteren als ze bezorgd zijn. Er zijn eigenlijk twee soorten alcoholmisbruik: acuut en chronisch gebruik. Met acuut misbruik wordt bedoeld dat een personeelslid zoveel alcohol gebruikt heeft, dat die op dat ogenblik niet meer normaal kan functioneren. Onder chronisch misbruik wordt verstaan dat een personeelslid gedurende een langere tijd een vermoedelijk alcoholprobleem heeft en hierdoor minder goed tot slecht functioneert. Er is in zeven jaar tijd nog maar één persoon ontslagen wegens  alcoholmisbruik. Dat is weinig, maar ik heb totaal geen aanwijzingen dat we misschien een probleem niet kennen of zien.”

"Bij mijn weten zijn er geen echte bewuste campagnes geweest om alcoholgebruik te sensibiliseren"

Raf Devos

Waar kunnen personeelsleden een alcoholprobleem van een collega melden?

“Het intern beleid wordt door twee instanties behandeld: ten eerste de personeelsdienst en ten tweede de interne preventiedienst. De preventiedienst is een officieel orgaan dat moet zorgen voor het welzijn van de werknemer. Nu zijn we het welzijnsbeleid aan het uittekenen. Maar we hebben  bijvoorbeeld ook het meldpunt. Eigenlijk is het niet echt duidelijk waar zo’n problemen kunnen gemeld worden. Het systeem heeft te veel ingangen en onze personeelsdienst is te laagdrempelig, waardoor er enorm veel informatie binnenkomt. Een ander probleem is dat we door de hoeveelheid van informatie een slecht overzicht hebben en we daardoor de meldingen ook niet opvolgen.”

Hoe zou u dit dan in de toekomst beter aanpakken?

“Ik pleit ervoor dat we een professioneel beleid kunnen voeren zodat we kunnen vaststellen waar de problemen zijn. We hebben zoveel verschillende kanalen  dat ik bezorgd ben dat de meldingen soms tussen twee stoelen kunnen vallen. Dat zouden we kunnen oplossen door het huidige meldpunt, dat enkel grensoverschrijdend gedrag opvolgt, uit te breiden naar eentje dat alle meldingen omtrent het algemene welzijn van de VUB-gemeenschap bundelt.”

Wat gebeurt er als er als iemand opmerkt dat iemand een alcoholprobleem heeft?

“Daar is een vaste procedure voor. Bij acuut alcoholmisbruik moet er een fysieke vaststelling worden gemaakt voordat er enige maatregelen kunnen genomen worden. Bij een chronisch misbruik gaan we naar de arbeidsgeneesheer. We beschouwen het in eerste instantie als het probleem van de persoon en dan proberen we die te helpen. Het is niet de bedoeling dat als we iets vaststellen, we die persoon meteen ontslaan of sanctioneren.”

Is er een verschil in aanpak tussen het administratief en technisch personeel en het academisch personeel?

“Er is meer kader en begeleiding ontworpen voor het administratief en technisch personeel dan voor het academisch personeel, omdat dat de manier is waarop de VUB werkt. Ik denk dat er andere mechanismen spelen bij het academisch personeel. De sociale controle tussen hen is denk ik zeer groot en die wordt niet per se op een formele manier opgelost. Ik heb bijvoorbeeld helemaal geen zicht op alcoholisme bij het academisch personeel. De idee speelt dat zij gewoon niet ‘ziek’ worden. Voor mij is dat moeilijk. Probeer daar maar eens een welzijnsbeleid rond op te bouwen.”

Een alcoholban op de campus wordt ook in de maatregelen aangehaald, maar wordt niet als realistisch beschouwd. Waarom niet?

“Er zijn twee redenen waarom dat niet gedaan wordt. Ten eerste wordt alcoholgebruik maatschappelijk nog te veel aanvaard, dus waarom zouden wij dat dan helemaal moeten verbieden? Ten tweede speelt de angst dat als men alcoholverkoop op de campus aan banden zou leggen, men ervan uitgaat dat er totaal geen probleem is, dus dat we ook niets meer moeten doen. Wat niet per se het geval is. Het probleem kan zich verplaatsen naar de cafés rond de campus, of mensen beginnen stiekem te drinken. Verslaafde mensen zijn zeer vindingrijk en uiteindelijk zullen ze altijd wel een manier vinden om te drinken.”

Vindt u dat er een alcoholprobleem heerst op de VUB?

“Ik denk het niet. Ik krijg van heel veel zaken signalen en dus ook van alcohol. Ik denk dat daar redelijk snel en efficiënt mee wordt omgegaan. De meldingen die ik binnenkrijg over alcohol zijn eigenlijk eerder uitzonderlijk.”

Vindt u  dat er genoeg aandacht naar sensibilisering van alcohol gaat?

“Doordat je me de vraag stelt, besef ik eigenlijk dat we nog geen enkele sensibiliseringscampagne gedaan hebben waar ik weet van heb. De vraag is; moeten we dat doen, dat wil ik met de vakbonden bespreken.”

Een echt beleid voor studenten en personeel is er dus duidelijk niet en bij het academisch personeel ligt het zelfs nog moeilijker. Maar er wordt, traag en gestaag, aan gewerkt. Het is vooral moeilijk om een goed beeld te krijgen van het alcoholgebruik op de VUB en iedereen ervaart het anders. Wat als normaal drankgebruik wordt gezien is ook tot interpretatie vatbaar. Opvallend is dat alcohol en zeker alcoholmisbruik- en verslaving zeer delicate onderwerpen blijven. Meer openheid, communicatie en bewustzijn hierover zouden ons misschien allen ten goede komen.


© Steven Geussens