Een Jihad van liefde
Artikel gepubliceerd op 4 april 2017 om 21:27

© de Moeial, Alan Jockmans

Waanzinnig! Brussels terreur werd één jaar en iedereen mocht het weten! Overal (witte) ballonnen en de meisjes hadden (zwarte) jurkjes aan. Op de VUB werd het gevierd met een minuut stilte. Caroline Pauwels, rector van de VUB, zag er alvast iets positief in: liefde voor iedereen. Of zoals ze Mohamed El Bachiri citeerde: “We roepen op tot een Jihad van liefde”.

Liefde dus. Liefde voor alle slachtoffers van de aanslagen in Zaventem en Maalbeek en bij uitbreiding alle slachtoffers van terreur, daders niet meegerekend. Die mogen vandaag dus rotten in de hel. Dan hopen we voor een dag maar dat die bestaat.

Verschillende facebook-waaromhebikdienogalsvriend-vrienden haalden hun hashtags van onder het stof en deelden zwart-geel-rode vlaggetjes op hun wall. 22 maart, de dag dat de Belgen echt Belg worden: #Jesuisbruxelles! We zouden hem beter omdopen tot nationale feestdag, er zouden alvast meer vlaggen uit het raam hangen.

Ook dit jaar werden de ‘oorlogsbeelden’ van deze noodlottige dag naar hartelust gedeeld terwijl er in één adem werd geroepen dat we ZEKER EN VAST NIET BANG MOETEN ZIJN!! Waarom zou ik bang moeten zijn dan?

België gedraagt zich op zo’n dagen als een tiener met van die dikke zwarte eyeliner die dan ‘s morgens doods voor zich uit zit te staren en er alles aan doet om er zo miserabel mogelijk uit te zien. Wanneer je vraagt of er iets is zal die stelselmatig antwoorden: nee hoor, er is niets. Wel doe die schmink dan van je gezicht, kutland.

“We mogen ons niet laten verdelen door angst of hysterie” is dus de boodschap. Die zullen we jaarlijks (gedurende een vijftal jaar) herhalen om de dag van Belgische massahysterie te herdenken. Let op, ik wil de zaken zeker niet minimaliseren, noch uitvergroten. Laat nu net dat mijn punt zijn. De nabestaanden van de aanslagen verdienen steunbetuigingen en liefde, zoveel ze maar wensen. Maar de nabestaanden van de jaarlijks meer dan zeshonderd verkeersdoden verdienen dat ook. En toch houden we daar geen minuut stilte voor.

Als er iemand het tegenovergestelde van liefde verdient is het wel het ik-bestond-toen-ook-slachtoffer. “Normaal gezien nam ik élke dinsdag de metro langs Maalbeek, maar die week nam ik hem op maandag!” zegt de een. “Ja en ik had twee maanden daarvoor nog een vlucht genomen in Zaventem!” antwoordt de ander. Ja, ik had mij toen overslapen. So what! Op zo’n momenten hoop IK dat er een hel bestaat.

We zouden beter allemaal een voorbeeld nemen aan de boodschap van Laurens Coessens. In zijn getuigenis, die op het herdenkingsevenement van de VUB werd voorgelezen, schreef hij: “Ik zal naar geen officiële herdenkingen gaan, omdat ik alle commotie wat wil vermijden. Ik ga vanavond gewoon lekker eten op restaurant omdat ik blij ben dat ik er nog ben.” Ik denk dat ik volgend jaar hetzelfde doe. Als ik dan, gelukkig als ik dan mag zijn, mijn overprijsde steak naar binnen speel, zal ik niet bang zijn noch verdeeld. Ik zal .blij zijn dat ik er nog ben, hoe lang dat ook mag zijn.