Notre Congo, Onze Kongo
Artikel gepubliceerd op 7 Januari 2017 om 14:12
Aan de ULB werd een tentoonstelling gehouden over koloniale propaganda in Kongo    
© Lorenzo Neirinckx

Door Lorenzo Neirinckx
Van 23 september tot 17 oktober werd aan de ULB een tentoonstelling gehouden over koloniale propaganda: Notre Congo/ Onze Kongo. Julien Truddaïu, die werkt voor de ngo Coopération Education Culture (CEC), was verantwoordelijk voor de organisatie van de expo en stond ons te woord, net als Kalvin Soiresse Njall die als lid van Collectif Mémoire Coloniale et Lutte contre les Discriminations (CMCLD) meehielp aan de organisatie van culturele evenementen in het kader van deze expo.

Koloniale propaganda is geen vanzelfsprekend onderwerp voor een tentoonstelling. Waarom deze expo?

Truddaïu: “CEC-ONG heeft de tentoonstelling georganiseerd en ik was verantwoordelijk voor de opbouw. We hebben hiervoor hulp gekregen van een geschiedenis professor, Elikia M'Bokolo, die in Parijs en Kinshasa werkt. De tentoonstelling werd voor het eerst ontworpen in de jaren ‘90. In 2012 werd ze herwerkt en sindsdien wordt ze regelmatig vertoond. Het is in feite een reizende expositie waarbij we de rol van de Belgische koloniale propaganda in de creatie van stereotypes willen aantonen. Daarnaast proberen we deze stereotypes ook te deconstrueren. CEC-ONG is een ngo die cultuur als een middel promoot voor ontwikkeling en samenwerking. Wij promoten de Afrikaanse en de Caraïbische cultuur en proberen de persistente stereotypes over de bevolkingsgroepen afkomstig uit het Afrikaanse continent te ontkrachten.”

Kunt u een paar nog heersende stereotypes noemen, die bestaan over Afrika en haar bevolking?

Truddaïu: “Er zijn er een heleboel, maar vooral de discriminatie die achter deze stereotypes schuilgaat, is belangrijk. Zo is er bijvoorbeeld het cliché dat Afrikanen en bijgevolg de 'zwarten' nooit op tijd komen. Het gaat vaak niet om Afrikanen maar om 'zwarten' bij het gebruik van deze stereotypes. Als je zo’n vooroordeel gelooft, zul je als werkgever nooit een Afrikaan aannemen. Er is dus een directe lijn tussen stereotypes en discriminatie.”

"Een universiteit is geen eiland maar een belangrijke component van de samenleving"

Soiresse Njall
Julien Traddaïu, werknemer CEC en Kalvin Soiresse Njall, lid CMCLD    
© Lorenzo Neirinckx, de Moeial

Hoe gevoelig zijn Belgen ten opzichte van andere Europeanen voor stereotypes en hoe staan we tegenover onze koloniale geschiedenis?

Soiresse Njall: “Negatieve stereotypes bestaan in alle landen die aan kolonisatie hebben gedaan. Ze worden echter anders uitgedrukt in functie van hun koloniale geschiedenis, waarbij elke ex-kolonisator ook een andere houding heeft tegenover haar koloniaal verleden. Kijk maar naar Groot-Brittannië waar er een open beleid is tegenover de koloniale geschiedenis. De Britten hebben bijvoorbeeld vergiffenis gevraagd aan Kenia, een voormalige Britse kolonie. Ook Italië, Australië, Canada en de Verenigde Staten hebben zo’n actie ondernomen. België heeft daarentegen een zeer gesloten beleid omtrent het koloniale verleden. In Frankrijk wordt er bijvoorbeeld veel aandacht besteed aan de geschiedenis van de slavernij. Antwerpen heeft ook een verleden van slavenhandel, maar dat is nauwelijks gekend.”

Is het aan universiteiten zoals de ULB en studentenverenigingen om kolonisatie onder de aandacht te brengen?

Soiresse Njall: “Natuurlijk! In Frankrijk was er bijvoorbeeld een activiteit genaamd: ‘dekoloniseer de universiteiten’. Een universiteit is geen eiland maar een belangrijke component van de samenleving. Waarschijnlijk zelfs de belangrijkste, gezien ze de studenten opleidt die onze toekomst zullen bepalen. Het zijn zij die de maatschappij het best moeten begrijpen. Als studenten niets leren over ons koloniaal verleden, ontstaan er vooroordelen.”

Truddaïu: “Ook politici zijn een reflectie van de samenleving. Wij moeten politici aanzetten om hun eigen stereotypes te deconstrueren zodat er concrete zaken kunnen veranderen.
In zekere zin is het in vraag stellen van het kolonialisme, ook het in vraag stellen van het kapitalisme. Kolonialisme is namelijk een van de manieren om te exploiteren van het kapitalisme."

"Er is een directe lijn tussen stereotypes en discriminatie"

Julien Traddaïu

Soiresse Njall: “Het kolonialisme is geboren met het kapitalisme, en daar moet je ook slavernij bijrekenen. Het is een manier van denken die de samenleving aangeleerd heeft gekregen en waarin ze functioneert. Als bijvoorbeeld Duitsland aanbiedt om Griekse eilanden tijdelijk te kopen om ze te onderhouden, dan is dat een vorm van kolonialisme.”

Truddaïu: “Marc Ferro, een historicus gespecialiseerd in koloniale geschiedenis, stelde vorig jaar in een discussie dat het kolonialisme niet dood is, maar juist herrijst in Europa.”

Soiresse Njall: “In dit huidig economisch en sociaal klimaat worden de stereotypes, die in de expo tentoongesteld worden, versterkt. Bijvoorbeeld, een ‘blank’ persoon, die gelooft in het stereotype van de ‘luie zwarte’, zal mogelijk denken dat hij meer recht heeft op werk dan een 'zwarte', omdat hijzelf zogenaamd harder zou werken.”

Is de tentoonstelling aan te raden voor jongeren die niet geïnteresseerd zijn in geschiedenis?

Soiresse Njall: “Ja, zeker en vast. Het is belangrijk en noodzakelijk om ze te bezoeken, want het opent de ogen van mensen die er niets van afweten. Er zijn mensen die, wanneer je over deze zaken vertelt, zonder hun afbeeldingen te tonen, weigeren dit te geloven, omdat ze het onmogelijk achten dat mensen hiertoe in staat waren. Als ze naar de tentoonstelling gaan, weten ze dat dit de realiteit was.”

Truddaïu: “Als we in België met elkaar willen samenleven, of we nu blank, zwart, geel, rood of blauw zijn, is het noodzakelijk dat we elkaar begrijpen. We moeten ook snappen wat ons onderscheidt omdat racisme vaak voortkomt uit onderscheidende kenmerken. Vroeger, in de jaren ‘30, was dit onder andere taal. Er werd bijvoorbeeld neergekeken op Italiaanse migranten in België omdat ze zich 'vreemd' kleedden, maar ook omdat ze de landstaal niet goed spraken. Huidskleur is echter een absoluut onderscheidend kenmerk. Ik geloof niet dat mensen racistisch geboren worden. Men wordt het eerder door de kracht van bepaalde discoursen. Het is noodzakelijk dat we jongeren uitleggen vanwaar bepaalde termen, taalgebruik en uitdrukkingen komen. Wanneer je zo’n stereotypes niet in vraag durft te stellen, creëer je uiteindelijk misverstanden.”