Een eerste interview met rector Caroline Pauwels
Artikel gepubliceerd op 4 November 2016 om 12:00
Caroline Pauwels    
© Emily Schennach, de Moeial

Door Kilian Adriaenssens
Nadat Paul De Knop acht jaar aan het roer van de Vrije Universiteit Brussel stond, zit nu Caroline Pauwels op het vijfde verdiep van gebouw M. De Knop heeft nog een kamertje in het rectoraat, de vicerectoren gaan ook vergaderen in Jette, Brussel blijft een belangrijk labo, internationale studenten worden in de schijnwerpers gezet en we moeten nu gewoon verder met het nieuwe logo. Caroline Pauwels heeft er zin in.

"Ik voelde me enorm gedragen door de studentengemeenschap"

Caroline Pauwels

De weken nadat Pauwels haar overwinning kon opeisen was ze niet uit de media te slaan. Nu Caroline Pauwels eindelijk aan haar taak als rector kan beginnen is het een beetje windstil op het rectoraat. De komende vier jaar zal Pauwels de sleutels van onze academische poorten krijgen. Hoe heeft ze zich voorbereid op deze taak?

U heeft gewonnen met een 2/3 meerderheid in alle geledingen. Kunnen we stellen dat de kiezers een breuk wilden met het vorige beleid?
Caroline Pauwels: “Ik denk dat eigenlijk niet. Ik heb tijdens  de campagne altijd duidelijk vermeld dat er een vorm van continuïteit zal zijn in mijn beleid. We hebben een goed functionerende VUB en er is op geen enkel moment een  anticampagne gevoerd. Deels verrasten de uitslagen mij ook. Ik denk dat de accenten die ik heb gelegd op bijvoorbeeld de werkdruk of het belang van Brussel geen antiverhaal waren, maar wel de nadruk legden op specifieke problemen en ideeën en dat heeft mensen aangesproken. Ik zou het jammer vinden als men de verkiezingsuitslag zo zou interpreteren. Noch de campagne, noch het verhaal dat ik probeer te vertellen waren bedoeld ‘anti’ te zijn.”

We bedoelen niet dat u een anticampagne heeft gevoerd, maar dat het wel een strijd was tussen twee compleet verschillende persoonlijkheden. Bovendien werd u naar voren geschoven als het frisse gezicht dat de VUB heel anders zou gaan leiden.
“We (Viviane Jonckers: tegenkandidaat, nvdr) waren inderdaad twee verschillende kandidaten en ik denk dat dat ook heel duidelijk was. Fris? Zo heb ik me nochtans niet altijd gevoeld tijdens de campagne eerlijk gezegd (lacht). Ik denk dat het een aantal accenten waren die de doorslag gaven. Dat wil niet zeggen dat het tot nu toe niet goed was. Deze campus straalt een frisheid en dynamiek uit en er is geen reden om daar minnetjes over te doen. Toch zit er druk op het universitair model. Zowel wat betreft onderzoekers, onderwijzend personeel wellicht ook administratief personeel en misschien ook studenten. Ik opende het academiejaar onder het mom van ‘Break down the walls’ en dat gaat dan ook over de walls tussen bijvoorbeeld de verschillende disciplines. Dat is uiteraard ambitieus, dat lukt niet van de ene dag op de andere.”

Vooral bij studenten bleek u populair.
“Ik voelde me enorm gedragen door de studentengemeenschap. Dat zal zo wel bij iedereen zijn, maar ik zat daar ook echt mee in. Ik heb me kandidaat gesteld vanuit dat idee:  zoekend en nog niet over alle antwoorden beschikkend.  Ik hoor dan de woorden: ‘universiteit’ en ‘21e eeuw’ maar we zitten al een tijdje in die 21e eeuw  en zijn ondertussen al in het jaar 2016! Wat betekent dat? Hoe inspireert een universiteit jonge mensen? Komen ze hier graag (lacht)? Dat is mijn inspiratie geweest.”

Over het nieuwe logo: "We mogen daar onze tijd niet meer mee verdoen"

Caroline Pauwels

Brussel als visitekaartje

Uit de identiteitsbevraging blijkt dat de V van Vrijzinnigheid belangrijker is voor studenten dan de B van Brussel. Toch zet u vooral in op Brussel en misschien minder op vrijzinnigheid?
“Het is niet zo dat ik geen aandacht heb gevraagd voor vrijzinnigheid. Vrijheid werd niet voor niets als eerste aangehaald in mijn academische rede. Ik vertrek altijd van het denken van Poincaré en we moeten ook heel sterk inzetten op de vrijheid van onderzoek. Ik was wel verwonderd dat het feit dat ik over Brussel heb gesproken mensen niet heeft afgeschrikt om voor mij te stemmen. We moeten kunnen wegen op de maatschappij én Brussel omdat we niet op het platteland zitten maar in een grootstad. We moeten die dynamiek van een grootstad gebruiken om hoofdzakelijk het eerste te realiseren: de vrijheid. Dat moeten we doen door opleiding, opvoeding, door het bevragen van de dogma’s en dat is ook het dogma van de universiteit zelf. Dat is af en toe een zeer eenzame tocht. Ik vraag ook aan mijn studenten: ‘Waarom zit jij hier? Zit je hier omdat je denkt dat in de maatschappij van vandaag een universitair diploma enorm belangrijk is en dat je niet zonder kan? Zit je hier omdat je vrienden hier zitten? Waarom?’ De waaromvraag stellen is de vraag stellen: 'Hoe vrij ben ik eigenlijk?'. Dus ik vind de V ontzettend belangrijk.”

Er is een drang om de universiteit te integreren in Brussel. De academische opening vond plaats in het centrum en u heeft er zelf les gegeven. Hoe zorg je ervoor dat studenten echt naar de stad trekken? Moet er dan niet geïnvesteerd worden in bijvoorbeeld een campus in de stad?
“Om onze studenten de stad in te krijgen is het belangrijk om in associatie te werken. Ik denk niet dat we per se een eigen gebouw of campus moeten hebben. We doen al heel veel op onze huidige campussen en dat moet eerst tot een goed einde worden gebracht. Er is bijvoorbeeld nog het kazerneproject waar we momenteel aan werken omdat die periferie ook heel belangrijk is. Het zou een heel mooi project kunnen zijn voor onze omgeving en zeker ook voor de studenten van zowel de VUB als de ULB. De stad intrekken kan je op veel manieren doen. Anderzijds moeten we de stad dan weer laten leven hier op campus.

Caroline Pauwels, Eddy Van Gelder en Paul De Knop, academische opening 2016    
© Emily Schennach, de Moeial

Het tipje van de sluier

Even iets anders, hoe hebt u uw vakantie gespendeerd?
“Mijn vakantie was deels werkgerelateerd. Daarnaast ben ik een grote theaterliefhebber. Met mijn kinderen heb ik een theaterfestival bezocht in Avignon en daarna ben ik naar het theaterfestival in Oostende gegaan Ik vind dat theater een heel mooie bevraging van het leven kan zijn.”

Bezoekt u ook theater in Brussel?
“Dat daarentegen doe ik jammer genoeg te weinig ondanks het feit dat Brussel zo veel te bieden heeft. Je zou hier iedere dag drie stukken kunnen bekijken.”

Hoe heeft u zich voorbereid op deze zware taak? Heeft u veel met professor De Knop overlegd?
“We hebben vaak samen gezeten. Het is natuurlijk een zeer gelaagde opdracht: je hebt onderwijs, onderzoek, infrastructuurprojecten en nog allerlei andere zaken. Het is een ongelooflijk palet met een grote complexiteit. En zo veel namen! Mijn oren tuiten soms van alle namen die ik op een dag te horen krijg. Je hebt zeker een jaar nodig vooraleer je weet wat ze allemaal betekenen. Maar het was  een zeer gemoedelijke overdracht. Paul De Knop blijft zeker betrokken.”

Wordt hij adviseur?
“Ja. Paul de knop zal opdrachthouder worden van de grote infrastructuurwerken die hem nauw aan het hart liggen en die hij ook geïnitieerd heeft. Hij zet er een ongelofelijke drive achter. Er staat nog veel op de agenda. Je krijgt heel veel materiaal toegeschoven ook van externe partners en allianties. Ik heb ondertussen heel veel mensen gezien maar natuurlijk nog steeds veel te weinig. Je probeert te vatten waar al deze mensen mee bezig zijn en welke dossiers belangrijk zijn. Toch licht je altijd maar het tipje van de sluier op. In het begin krijg je een gevoel van wat het rectorschap inhoudt maar je kan het nooit vatten in zijn totaliteit.”

Bent u ooit bang geweest voor wat u te wachten stond?
“Nee dat niet. Ik heb nooit de omvang van het project onderschat. Op het moment dat je de keuze maakt: ‘ga ik me kandidaat stellen of niet?', moet je ook in rekening brengen wat de impact op je leven hiervan zal zijn. Ik ben niet bang hoewel ik hieraan met een zekere schroom begin. Volgens mij is dit het mooiste wat een academicus, of beter gezegd een academica, kan doen. Ondertussen heb ik heel veel oud-rectoren gezien die me allemaal tips willen geven. Een beetje ‘Recorship for dummies’ veronderstel ik (lacht). Ook zij weten me allemaal te vertellen, zelfs diegene die geen makkelijke periode meemaakten als rector, dat het in retrospectief één van de mooiste periodes van hun leven was. Maar dat beleven ze misschien niet allemaal op het ogenblik zelf (lacht).”

"Ik ben niet bang, hoewel ik hier aan begin met een zekere schroom."

Caroline Pauwels

De brug Jette - Etterbeek

Eén van de doelstellingen in uw visietekst is het verkleinen van de brug tussen Jette en Etterbeek. Hoe denkt u dit aan te pakken?
“Ten eerste denk ik dat beide campussen elkaar iets te bieden hebben op vlak van onderzoek en dat we de samenwerking binnen de VUB nog niet genoeg opzoeken. De campussen van Etterbeek en Jette vormen samen een grote groep mensen en om die met elkaar in contact te brengen is geen gemakkelijke opdracht. Samenwerking kan je niet decreteren maar je kan bijvoorbeeld wel onderzoek uitwisselen. Wat studenten betreft denk ik dat we in het centrum iets zouden moeten faciliteren omdat elkaars campussen vinden niet altijd even makkelijk is.”

Karin Vanderkerken van de faculteit Geneeskunde en Farmacie wordt vicerector Onderzoekbeleid. Was het een bewuste keuze om een vicerector uit Jette te kiezen?
“Ja. Ik zou er sowieso iemand van Jette bijgenomen hebben. Bovendien wil ik ook afwisselend vergaderen in Etterbeek en Jette. Hopelijk kunnen we door die aanwezigheid meer zaken opmerken en meer opportuniteiten zien. Aan de studenten zeg ik: ‘We’ll meet in the middle’.”

Het vicerectoraat bestaat uit twee mannen en twee vrouwen, is dat opnieuw een bewuste keuze geweest?
“Ja, absoluut. Bij het samenstellen van mijn rectoraat heb ik gelet op verschillende aspecten zoals een spreiding over verschillende faculteiten en natuurlijk is het genderverhaal heel belangrijk, vrouwen: absoluut! Dat is een evidentie.”

Zeg niet Engelstalig, zeg meertalig

Internationalisering is iets waar u sterk voor pleit. Zijn er dingen waar u meer aandacht aan wil besteden of anders zal aanpakken?
“Ik zeg: we gaan radicaal internationaal. Dat wil niet zeggen dat we alleen gaan inzetten op Engelstalig onderwijs maar ook op het Franse. Internationalisering omvat bovendien veel zaken. Zo is er onderwijs, onderzoek, netwerking en personeel. Het is een transversaal luik en het is goed dat we een daar een vicerector voor hebben.”

U heeft het ook over internationalisering at home?
“Inderdaad, mobiliteit is ook iets dat moet worden bekeken. We rekruteren niet altijd uit de gegoede klasse. Er mag geen elite ontstaan die wel op Erasmus kan terwijl anderen dit niet kunnen. Je ziet dat studenten helemaal anders terugkomen wanneer ze op Erasmus zijn geweest en als mens zijn ze gegroeid.”

Bent u op Erasmus geweest?
“Nee maar in mijn studententijd hadden we ook nog niet zo’n groot aanbod. Ik ben daarna wel naar het buitenland gegaan, naar Montpellier. Maar voor Erasmus, daarvoor ben ik te oud, niet jong en fris (lacht). Ik stimuleer het heel hard. Omdat sommige studenten dit niet kunnen doen is het dus belangrijk om te kijken naar die ‘internationalisering at home’. Je hebt hier heel veel internationale bedrijven en culturele instituten die veel aanbieden en dat wil ik gebruiken zodat je niet per se op Erasmus hoeft. We hebben 21 procent internationale studenten. Doen we het goed genoeg om de internationale gemeenschap te verwelkomen? Mengen we genoeg? Vlaamse en Internationale studenten, hoe doen we dat?”

De VUB heeft  een nieuwe stijl en een nieuw logo aangenomen maar de meerderheid van de  studentengemeenschap onthaald dit nog steeds negatief. Hoe staat u tegenover deze nieuwe stijl en hoe denk u deze toch wel negatieve perceptie om te zetten in iets positiefs?
“Een logo is voor mij maar een heel klein stuk in een verhaal waarvan ik de achterliggende geschiedenis veel belangrijker vind. Ik vind het goed dat we teruggrijpen naar de kleuren oranje, blauw en wit en dat we tegelijkertijd een toekomstverhaal schrijven. Nu wordt het logo, maar vooral de filosofie die erachter zit, uitgewerkt. We kunnen een verhaal beginnen vertellen dat het redelijk eigenzinnig is en met een hoek af. Bepaalde zaken zijn nu heel snel aan het evolueren en het communicatieteam gaat in dat opzicht zeer snel.”

Misschien iets te snel?
“Bij grote veranderingen kan er altijd iets fout lopen. Ik ben vooral benieuwd naar het verhaal dat we nu samen gaan neerschrijven. De samenspraak met studenten zal voor mij heel belangrijk zijn en ik heb daar veel goesting in. We hebben geleerd uit wat er is fout gelopen. Ik ben slechts een schakel in het groter geheel. Het is een belangrijk debat maar we mogen daar onze tijd niet meer mee verdoen.  We hebben veel te doen en het is tijd dat we er aan beginnen.”

Hoe hoopt u dat de VUB er binnen vier jaar uitziet? Wat zal uw nalatenschap zijn?
“In 2019 – 2020 zal de VUB 50 jaar zal bestaan. Ik zou graag hebben dat gebouw M daarvoor een toonbeeld is. Het rectoraat moet staan voor dat nieuwe leren, het nieuwe werken, het volgende traject. We zijn met een renovatietraject gestart. De M staat voor onze reden van bestaan. De tekeningen van het gelijkvloers tot het vijfde verdiep, dat zijn de tekeningen die ons weerspiegelen, onze tocht naar vrijheid. Het zich onttrekken uit de aarde tot ons eigen verstand gebruiken en onszelf bevragen in wie we zijn, dat is de symboliek van de M. Die symboliek terug heel duidelijk stellen dat zou een mooi momentum zijn om mee te eindigen.”