Group G: Een universiteit ten tijde van bezetting
Artikel gepubliceerd op 17 Juni 2016 om 15:17
Herdenkingsmonument voor Group G    
© Eric S.

Door Nelke Ramael
Het principe van vrij onderzoek en de gedachte van vrij denken zijn de gemeenschappelijke waarden waarop de VUB en ULB zijn gebouwd. Die samenhorigheid is vooral nog zichtbaar tijdens de jaarlijkse St V-stoet, maar ook in de jaren veertig van de vorige eeuw door onder andere de verzetsgroep Groupe G. 

Dit academiejaar waren de gemeenschappelijke waarden van de VUB en ULB vooral zichtbaar tijdens de gezamenlijke St V-stoet. Studenten van beide universiteiten wandelden toch door de straten van Brussel en dit zonder ondersteuning van universiteit of stad. De strijd om onze gezamenlijke waarden dateert natuurlijk niet enkel van dit jaar.

Tijdens de nazistische bezetting van België werd de ULB geviseerd omdat ze het vrije denken verdedigde. Zo kende de universiteit tijdens de jaren dertig van de vorige eeuw een antifascistisch discours tegen Waals politicus Léon Degrélle en zijn extreemrechtse partij Rex. In het najaar van 1941 werd de universiteit enorm onder druk gezet en werd er een Duitse commissaris aangewezen om de universiteit te sturen en te controleren. Dit kon de ULB-rector Frans Van den Dungen niet toelaten, omdat deze commissaris zelf professoren mocht aanduiden en zo Duitse propaganda kon implementeren in de taal van de universiteit. Dit ging natuurlijk in tegen alle morele waarden van de universiteit; professoren weigerden nog les te geven en de rector liet de universiteit uiteindelijk uit protest sluiten. Hoewel de universiteit officieel gesloten was, werden veel lessen clandestien toch gedoceerd.

Cercle du Libre Examen U.L.B
Met die basis van verzet richtten pas afgestudeerden van de ULB, geconcentreerd rond ingenieur Jean Burgers, een verzetsgroep op: Groupe G. De meesten van de verzetsstudenten kwamen uit le Cercle du Libre Examen U.L.B (Franstalige tegenhanger van de Studiekring voor Vrij Onderzoek, nvdr), dat de basis van het vrij denken en vrij onderzoek centraal stelt. Deze kring deed in de jaren dertig mee aan het antifascistisch discours van de ULB door debatten te organiseren en het nationaalsocialisme in vraag te stellen. Het is dus niet opvallend dat studenten afkomstig uit deze kring een verzetsgroep oprichtten. 

Bij de oprichting in 1942 was Groupe G een kleine groep jonge mannelijke ingenieurs die de bezetter dwars zaten met sabotagemissies. Vanaf 1943 kwam daar verandering in: André Wendelen, ook oud ULB-student, werd door de Britten in België gedropt in het kader van het SOE-programma (Special Operation Executive, nvdr), dat moest instaan voor de heropleving en het bijstaan van de verzetsgroepen. André Wendelen zocht zijn oude vrienden van de universiteit op en ondersteunde hen in hun verzet. Door die samenwerking tussen Groupe G en de Britten via het SOE kon de studentenverzetsgroep uitgroeien tot één van de grootsten van het land. Op hun naam staat het grootste aantal aan sabotagedaden van het Belgische verzet.


Sabotage 
De groep rond Jean Burgers, André Wendelen en Robert Leclercq stak boven de andere verzetsgroepen uit omdat ze een puur wetenschappelijke aanpak hadden. De meesten hadden aan de ULB gestudeerd en kwamen uit de ingenieursfaculteit. Daarbij kregen ze zelfs wetenschappelijk en politiek advies van hun oude hoogleraars, die hen altijd zouden blijven steunen. Ook naarmate de verzetsbeweging groter werd, en niet enkel meer oud-studenten omvatte, bleven de voormalige professoren bijdragen aan Groupe G. Zo had de universiteit nog altijd een belangrijke rol in het verzet. 

Hun sabotagedaden waren vooral gericht op het treinverkeer, de energiesector en de waterwegen. Ze vernielden sluizen en locomotieven, zodat de Duitsers en hun cargo zich moeilijker konden verplaatsen. Hun grootste daad is de geschiedenis ingegaan als La Grande Coupure of De grote doorbraak. In de nacht van 15 op 16 januari 1944 zorgde Groupe G ervoor dat het grootste deel van het hoogspanningsnet werd uitgeschakeld. Dit trof de Belgische industrie en het Duitse bedrijfsleven enorm zwaar. De Belgische energiecentrales waren namelijk kostbaar voor de Duitsers, omdat de zware bombardementen in hun eigen land de energiesector hadden verwoest. Na D-day, op 6 juni 1944, kregen ze speciale opdrachten om de weg voor de geallieerden vrij te maken en dit was vaak in samenwerking met andere Belgische verzetsgroepen, zoals bijvoorbeeld de Witte Brigade. Toen de oorlog voorbij was, hebben alle leden zich in stilte teruggetrokken.

Duizend doden
Ondanks hun bravoure had Groupe G zware verliezen geleden. Van de vierduizend mensen die lid waren, zijn er ongeveer duizend omgekomen, waaronder ook Jean Burgers. Hij werd, als leider van deze uitgebreide verzetsbeweging, opgepakt in maart 1944 en gevangengezet in Breendonk. Hij werd niet veel later gedeporteerd naar het concentratiekamp Buchenwald en op 27-jarige leeftijd opgehangen. Ook Richard Alltenhoff, verantwoordelijke voor het sabotagemateriaal en oud-lid van le Cercle du Libre Examen, werd gefusilleerd in 1943.

Door de verzetsjaren heen bleef de basis van de groep het verdedigen van het vrije denken en vrij onderzoek. De ULB richtte in 1996 een monument op ter nagedachtenis van de verzetsleden van Groupe G.