Dag en bedankt!
Artikel gepubliceerd op 22 mei 2016 om 13:50
Paul De Knop    
© Emily Schennach

Interview met afzwaaiend rector Paul De Knop

Het zijn de laatste maanden aan het roer van de Vrije Universiteit Brussel voor afzwaaiend rector Paul De Knop. Inmiddels kennen we zijn opvolger: Caroline Pauwels. Dit is een laatste gesprek met de rector over zijn goede en slechte ervaringen; zowel professioneel als persoonlijk.

In de voormiddag van dit interview was Paul De Knop nog aanwezig op de persconferentie om de nieuwe rector Caroline Pauwels proficiat te wensen. Twee uur later maakt hij zelf koffie op zijn bureau op verdieping vijf in gebouw M. Hij is voorbereid met een hele waslijst aan dingen die hij en zijn team de voorbije acht jaar hebben gerealiseerd.

Paul De Knop: “Er is nog nooit iemand over een berg gestruikeld, wel over molshopen. Als ik terugkijk op die acht jaar, dan is de tijd ongelooflijk snel gegaan. Maar als je ervoor staat is dat natuurlijk een enorme berg. Ik heb vanaf het begin gezegd: achieve your goals. Zeg heel duidelijk wat je wil bereiken en ga er dan voor. Wat ik heel belangrijk vind, is dat ik samen met mijn ploeg die VUB-spirit heb kunnen terugbrengen.”

Wat volgt is een lange opsomming van alle gerealiseerde projecten waar De Knop tevreden mee is. Onder andere het gigantische bouwprogramma, de Brussels University Alliance, het genderactieplan en tram 9. Daarnaast is er natuurlijk nog het nieuwe kiesreglement voor de rector dat bijzonder symbolisch is op de dag van dit interview.

“Dan is er de dienst Marketing en Communicatie (MarCom) en dat was altijd al een moeilijke operatie. Men wilde op de universiteit niets horen van marketing. ‘Dat is vies’, zeggen ze dan.” Om een diensthoofd voor MarCom te kunnen financieren dat bezig is met marketing, heeft De Knop de functie van directeur-rectoraat opgeheven, het equivalent van een kabinetschef op een kabinet. “Ik heb vier directeurs van MarCom gehad, het zal wel aan mij liggen. Wat ik absoluut wilde, was het veranderen van events. Kijk bijvoorbeeld naar de academische opening in BOZAR: dat was bruisend en een gigantisch succes. Dan hebben we Henri dat helemaal anders is dan de oude Akademos. Aan de sociale media moeten we wel nog werken.”

"Ik denk dat men mij zal herinneren als academicus-ondernemer of de ondernemende academicus."

Paul De Knop

Dat De Knop tevreden terugkijkt op zijn mandaat als rector, steekt hij niet weg. Enige zelfkritiek is hem echter niet vreemd. “Ik heb de Universitaire Associatie Brussel (UAB) misschien slecht aangepakt. Die resultaten zijn onvoldoende. Dat zien we ook bij Campus Jette: het is gerealiseerd, maar toch blijf ik op mijn honger zitten. It’s all about the people. Ik kan een structuur opzetten, maar het is aan de mensen om ervan te maken wat er te maken valt.”

Enkele juridische adders onder het gras blijven De Knop ook nog steeds dwarszitten. Om te beginnen is er het Financieringsdecreet dat aan de vrije universiteiten VUB en KU Leuven een compensatie belooft, omdat zij hogere socialezekerheidsbijdragen moeten betalen dan openbare universiteiten. Met dat geld komt de Vlaamse regering maar niet over de brug. “Dat is discriminatie. Ik heb dat onmiddellijk aan minister van Onderwijs Crevits (CD&V) gezegd en heb dat daarvoor ook al gemeld aan haar voorganger Pascal Smet (sp.a). Men erkent dat, maar men heeft geen geld om het op te lossen.”

Ook de kater van het woon-werkverkeer heeft De Knop nog niet verteerd. De Vlaamse Regering betaalde de openbaarvervoerskosten en fietsvergoedingen van het personeel wel terug aan het leerplichtonderwijs en de hogescholen, maar niet aan de universiteiten. “Ik heb uiteindelijk mijn gelijk gekregen bij de Raad van State, maar de discriminatie is weggewerkt door het geld ook van de hogescholen af te pakken.”

De Knop spreekt ook over het platform voor studentenadministratie CaLi. “Ik moet daar eigenlijk geen woorden aan vuil maken. Ik ben hier begonnen en heb jammer genoeg een privébedrijf buiten moeten zetten. Die hadden een systeem ontwikkeld dat echt op niets trok. Wij hebben toen een audit laten lopen en gezien dat we daar echt niet verder mee konden omdat we anders in de problemen zouden raken. Wij hebben die samenwerking gestopt en zijn herbegonnen vanuit de universiteit zelf met inspraak van iedereen. Daaruit is CaLi ontstaan. En daar zitten verschillende frustraties. Ik begrijp nog steeds niet dat wij mensen opleiden voor die informatica en dat zij niet in staat zijn om ten eerste dat systeem op poten te zetten, en ten tweede de werknemers hier aan de universiteit te houden. Die verdwijnen allemaal. Goed, dat loopt niet goed met als gevolg dat we indringende maatregelen hebben genomen.” De universiteit zet een stapje terug in de tijd en zal studenten weer opvangen op de campus.

“Ook de reorganisatie van de faculteiten heb ik niet meer kunnen organiseren. Het blijkt dat er vandaag gewoon te weinig beleidsvoerend vermogen is. Naast een decaan kan er bijvoorbeeld ook een ‘manager’ zitten die zich bezighoudt met de begroting of de infrastructuur. Maar daar is tot op heden geen draagvlak voor. Bovendien had ik graag een centralisatie doorgevoerd. Neem nu de zes ton koffie per jaar die wij verbruiken op deze campus. Eén ton is voor het restaurant, de andere vijf zijn allemaal verspreid over de andere diensten die allemaal andere leveranciers hebben. Daar valt veel mee te winnen. En er is het Career Center, een project waar ik nog altijd honderd procent achter sta. Ik vind dat te weinig gebruikt door de studenten en te weinig gestimuleerd door de faculteiten. Dat zijn een aantal dingen waar ik niet echt in geslaagd ben.”

Hoe ervaarde u uw eerste maanden als rector acht jaar geleden? Was u zenuwachtig?

“Of ik zenuwachtig was in de eerste weken van mijn rectorschap? Neuh, ik houd van uitdagingen. Dit was natuurlijk wel iets onverwachts en ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat ik ging winnen. Ik kwam op tegen een zittend vicerector. Maar een vicerector heeft ook een nadeel: die kennen hun zaken maar zijn soms ook wel verbrand door dossiers die wat minder goed lopen. Ik was niet zenuwachtig, maar het was wel een totale verandering in mijn leven. Ik moest stoppen met een aantal zaken. Ik was werkzaam op het kabinet van Sport en was voorzitter van het Gemeenschapsonderwijs. Op persoonlijk vlak heb ik toen de uitnodiging gekregen om de hoogst bereikbare fietsroute te bereiken in Tibet. Familiaal gezien was er natuurlijk ook een grote verandering. Het was een grote omwenteling in mijn leven en ik was dankbaar dat men mij gekozen heeft. Maar ik had ook het gevoel: ‘Ja, nu moet ik het ook waarmaken’. Reeds in het begin heb ik een beleidsplan opgesteld wat ik binnen zes maanden heb laten valideren door de campus. We hebben dat toen heel duidelijk vertaald in meetbare indicatoren en toen zijn we ervoor gegaan. Ik had heel veel hulp van goede collega’s en heb altijd kunnen rekenen op heel veel goodwill.”

Heeft u nooit gedacht: ‘Dit was een grote fout?’

“Euh, soms als je in een bepaalde crisis zat dan dacht ik wel: ‘Hoe ga ik hier uit geraken? Wat heb ik nu gedaan?’ Je moet denken: kill your little darlings en focus op het essentiële. Ja, er zijn problemen. Er komen hier weinig mensen binnen om te zeggen wat er goed is. Ik heb dat beperkt ervaren. Mensen komen hier binnen om te klagen en dat is inherent aan de job. Maar weet je wat mooi is? Je ziet mensen groeien in hun functie, studenten die zetelen in de studentenraad kennen hun dossiers en komen op voor hun mening. En de wetenschappers zijn vakidioten: iemand is heel zijn leven bezig een kikker te zoeken waarvan niemand nog overtuigd is dat die bestaat en dan vindt ‘ie die kikker...”

"Ik had heel veel hulp van goede collega’s en heb altijd kunnen rekenen op heel veel goodwill.”

Paul De Knop

Het moet mooi zijn om op een mooie lentedag over de campus te wandelen en te zien hoe studenten aan het genieten zijn in de zon of voetbal spelen... heeft u voor zoiets tijd gehad?

“Te beperkt. Wat ik heb gemist is het contact met studenten. Zou ik kunnen herbeginnen, zou ik dat anders doen. Ik ging wel naar alle proclamaties en zoveel mogelijk naar events. Je wandelt dan over de campus en dan zie je dat die leeft. De VUB is alive and kicking. Mijn vrouw heeft mij ooit gezegd, toen ze ergens mee naartoe ging, ‘Ik weet niet wat dat met jullie is, maar jullie zijn blijkbaar besmet met een VUB-virus. Iedereen spreek zo met passie over die VUB.’ Wat ik bijvoorbeeld nog graag had gedaan, en dat zal ik als advies aan Caroline Pauwels meegeven, dat is dat studenten ontmoetingsplaatsen moeten hebben verspreid over de campus. Overdekt, waar je beschut bent voor regen en waar je eventueel wat kan eten en drinken. Dat zou nog leuk zijn.”

Hoe heeft u gemerkt dat het contact met studenten gewoonweg te weinig was of niet bestond?

“Ik ga heel eerlijk zijn. Wat er nu gebeurd is met het logo en de slogan… daar is een fout gemaakt. Men heeft de studenten niet of onvoldoende betrokken. Het is de identiteitsoefening waarvan het logo een onderdeel is. Ik vind dat allemaal jammer. Ik heb daar een vicerector voor en we hebben op 20 november besproken hoe we dat gingen aanpakken. Dat is te weinig besproken, maar ik ben ook te weinig uitgenodigd geweest. Al wil ik hier geen verwijt maken aan de studenten. In tegendeel: de studenten moeten ondersteund worden. Die zitten een jaar in de studentenraad, doen dat met veel enthousiasme, maar de continuïteit is wat zoek. Men had dat allemaal beter kunnen aanpakken. Ik probeer dat nu in goede banen te leiden en daarom heb ik alle beslissingen verdaagd. Omdat ik absoluut niet de geschiedenis in wil gaan als de rector met een beslissing waar studenten niet achter staan.”

Uw studentenleven: u bent gedoopt geweest? Wat was uw ontgroeningsopdracht?

“Ja ik ben gedoopt en als ontgroeningsopdracht moesten wij de kruisweg van Jezus uitbeelden en een tram kapen.”

Gelukt?

“Ja, gelukt ja. Dat betekende dat wij zonder te betalen, vroeger was dat met een conducteur, de tram naar het centrum moesten nemen en aan de Beurs verder de kruisiging uitbeelden. Ik ben ook feestpraeses geweest van de faculteit.”

Hoe belangrijk is die folklore vandaag?

“Bij de studenten? Dat zou u aan de studenten moeten vragen. Ik zie wel een shift. Wij hadden natuurlijk geen televisie, of dat was pas aan het beginnen, en geen iPhone. Je zocht elkaar meer op. Zelf heb ik daar niet zo heel veel van kunnen genieten omdat ik elke middag werkte op de Generaal Jaqcueslaan in een restaurant als garçon. Ik verdiende een stukje geld en kreeg kost en inwoning. Dat maakt natuurlijk dat je bepaalde dingen moest inhalen. Ik was ook in de sport actief.”

“De folklore bestaat nog, maar het is anders. En ik vind eigenlijk, en dat is iets dat ik nog probeer te doen, dat de studenten van hier en zeker die in Jette, onvoldoende mogelijkheden krijgen. Vandaar dat ik die kazernes wil ombouwen tot een internationale studentencité. Met cafés, restaurants en een internationaal studentenhuis waar bijvoorbeeld een film vertoond kan worden. Studenten moeten ontmoetingsplaatsen hebben en die zijn er nu onvoldoende. Het studentenleven is er nog altijd, maar op een andere manier. Ik heb het ook nog een stuk beleefd door mijn drie kinderen die hier hebben gezeten terwijl ik rector was. Wat voor hen natuurlijk ook een beetje een nadeel was.”

Wat was uw hoogtepunt van de voorbije jaren?

“Dat is een moeilijke vraag. Een van de hoogtepunten was zeker mijn speech op de academische opening want dat was eigenlijk mijn afscheidsspeech. Iets dat je heel duidelijk voelde was: je hebt die mensen mee. De boodschap was heel goed aangekomen. We zitten in het centrum van Brussel en de mensen staan achter je. En waarom vind ik dat? Omdat je daar voelde dat de spirit terug is. Natuurlijk, daar zijn maar 2000 mensen, maar er zijn er wel 2000. Er zijn wel heel wat mensen op de fiets in de volle regen naar ginder gegaan.”

Paul De Knop    
© Emily Schennach

En op persoonlijk vlak?

“Persoonlijk? Echt op het persoonlijk vlak bedoel je?”

Dat is misschien een te directe vraag?

“Nee nee. Ik heb drie fantastische kleinkinderen op een jaar tijd vorig jaar gehad. Maar ook de tour naar de Mount Everest was indrukwekkend waar ik de VUB-vlag heb gedragen tot 5650 meter. Die gaat nu verder: ze heeft inmiddels de 7000 meter gehaald.”  

En dan het omgekeerde: wat was het moeilijkste moment?

“Op persoonlijk vlak had ik het zeer moeilijk door mijn nieuwe heup. Ik kon niet meer slapen en had constant pijn. Ik wou niet afwezig blijven, maar moest wel geopereerd worden. Je hakt de knoop dan door, uiteraard in mijn eigen ziekenhuis. Ik ben daar blijven werken. Het was een pijnlijk moment als mensen je zogezegd persoonlijk komen bezoeken en dan dossiers bij zich hebben. Ja, die kunstheup...ik zei tegen de arts dat ik dacht dat dat iets was voor oude mensen en die zegt: ‘Wel...’. Dat was een moeilijk moment.”

“Op professioneel vlak heb ik ook wel wat crisissen meegemaakt. Willem-gate bijvoorbeeld. Zo noem ik het...Willem Elias...een persoonlijke vriend en moeilijke situatie. Dan was er de anti-apartheidsweek, een misverstand waar ik de studenten tegen mij kreeg. Ik kan makkelijk omgaan met collega’s die het niet met mij eens zijn, maar als de studenten tegen mij zijn? Als ik zou kunnen herbeginnen, dan zou ik meer contact zoeken met de studenten. Ik mis dat. Ik mis het lesgeven aan studenten.”

Is iemand ooit echt klaar om rector te zijn?

“Hm... kijk nu bijvoorbeeld naar de terreurdreiging. Maar natuurlijk groei je ook in een job. En eigenlijk weet ik nu hoe de job in elkaar zit.”

Wat gaat u vanaf september doen?

“U moet geen medelijden hebben met mij. Ik kan teruggaan naar mijn faculteit: ik ga lesgeven en wat onderzoek doen bijvoorbeeld. Maar dan moet ik de jongere lesgevers, die mij de voorbije acht jaar hebben vervangen, opzij duwen en ik vind dat ik dat niet kan doen. Maar beperkt lesgeven, daar waar ik echt iets kan betekenen...dat lijkt me wel iets, maar dan niet voltijds. Ik heb ook recht op twee jaar sabbatical. Twee jaar op vakantie gaan? Dat zit niet in mij. In combinatie met lesgeven misschien wel. Of stel dat Caroline Pauwels mij vraagt, zoals in Gent of Antwerpen, als rectoraal adviseur? In principe heb je me misschien zes maanden nodig, daarna niet meer éh. Ik wil niet in de weg lopen. Maar als men mij zegt: ‘Kijk dat moet nog gedaan worden, wil jij dat misschien doen?’ Dan wil ik daar wel over spreken.”

“Er is een spin-off bedrijf, Double Pass, opgericht door twee doctoraatsstudenten die ik heb begeleid dat de kwaliteit meet van jeugdopleidingen van voetbalclubs. Die zitten nu in de Premier League en de Bundesliga bijvoorbeeld. Die trekken ook aan mijn mouw.”

“Ik heb ook externe vragen gekregen die lucratief zijn. Commerciële bedrijven bijvoorbeeld die een toenadering zoeken met universiteiten. Er is ook een vacature aan de UN University… er zijn genoeg mogelijkheden. Twee jaar geleden heb ik twee vacatures aan mijn neus voorbij moeten én willen laten gaan. Dat waren een universiteit in Australië en de Sporthochschule in Keulen, de grootste sportschool na Beijing, die mij vroegen als rector. Ik was toen net verkozen en het was onmogelijk om te zeggen: ‘Ik ben weg!’. Ik ben hier al veertig jaar, sinds 1976, aan het werk en ben student geweest in 1972. Ik loop hier al bijna mijn hele leven rond.”

"Ik wil absoluut niet de geschiedenis in gaan als de rector met een beslissing waar studenten niet achter staan.”

Paul De Knop

Dat kon ook een trigger zijn om weg te gaan? Spijt?

“Ik heb geen spijt, ik heb alleen spijt dat ik niet nog een tweede leven kan beginnen.”

Dat begint nu éh.

“(lacht) Ja, dat is waar.”

Wat zou uw vrouw zeggen over deze acht jaar?

“Ik heb een fantastische vrouw en ik ben haar ook heel dankbaar. Ik heb ook drie kleinkinderen maar heb eigenlijk nog maar een keer gebabysit. Ik zie ze wel en dankzij WhatsApp word ik op de hoogte gehouden, maar ik ben er onvoldoende geweest voor zowel mijn vrouw als kinderen. Maar ik moet ook zeggen dat het altijd veelbesproken is en ze hebben me altijd gesteund.”

Bent u opgelucht dat het gedaan is?

“Nee, opgelucht ben ik niet. Als het zou moeten, dan zou ik er gerust nog twee jaar bij doen. Maar ik vind het wel goed voor de universiteit dat er iemand nieuw is. En ik ben tevreden dat er twee goede kandidaten waren en dat we een sterke rector-elect hebben.”

Gaat u emotioneel worden als u het hier leeg moet maken?

“Ja, dat is wel een moeilijkheid omdat heel mijn leven terug zal veranderen: mijn bureau leegmaken, de auto afgeven, de chauffeur zal er niet meer zijn en ook mijn secretaresse niet meer. Op mijn faculteit is mijn bureau ook ingepalmd en mijn kasten zijn buitengezet. Mijn collega’s, de ministers en rectoren met wie ik constant samenzat zal ik ook niet meer zien. Dus heel mijn leven gaat veranderen. Never waste a good opportunity.”

Over 25 jaar: hoe kan men uw stempel op onze universiteit nog zien? Zien dat u ooit rector bent geweest?

“De nieuwbouw is het gemakkelijkste om te zien. Ik hoop alleen...allé kijk, ik zit daar helemaal niet aan te denken dat mensen nog aan mij denken.”

Maar ja oké, toch bent u acht jaar rector geweest en dat is niet niets.

“Goed, mijn foto zal hier in de gang hangen bij de andere mensen waarvan de jongere mensen gaan zeggen: ‘Wie is dat?’ Ik zal deze campus voor een stukje veranderd hebben en zal voor een stuk getornd hebben aan een paar dingen die we al besproken hebben. Als ik herinnerd word...? Ik denk dat men mij zal herinneren als academicus-ondernemer of de ondernemende academicus. Hoe u het wil hebben. Ik denk dat men het zo zal doen. Ik hoor ook zeggen Paul De Bouwer…ja goed. Maar binnen 25 jaar weet niemand wie de bouwer was. Dat is een tekenfilm denk ik? Ze moeten mij niet per se herinneren, als ik maar heb bijgedragen tot het welvaren van deze universiteit.”

Heeft u tips and tricks voor Caroline?

“Houd je enthousiasme en passie. Dat is heel belangrijk. Achieve your goals en zet ze vanaf het begin. Ga voor jouw dingen en wees selectief en heel duidelijk: ‘Dit wil ik bereiken’. Deze vraag heb ik gegeven aan de moderator van het debat: ‘Waar wil je op afgerekend worden in vier jaar?’ En het antwoord moet zijn: ‘Je mag mij afrekenen op de volgende zaken’. Een laatste ding dat ik aan iedereen zeg: houd je fysiek in orde, want uiteindelijk kan je enkel met blijvend enthousiasme doen wat je doet als je gezondheid in orde is. Ik heb altijd een sporttas in de wagen liggen. Ik kom ook altijd met de trap; dat zijn 111 treden. Je zit hier bijna dag en nacht en dus moet je zien dat je de goede balans hebt.”