Durutti
Artikel gepubliceerd op 6 mei 2016 om 10:15

Het is er eindelijk van gekomen: Brussel was het doelwit van een IS-aanslag. En iedereen deed alsof het onverwacht kwam. Maar onverwacht kwam het natuurlijk niet.

 

Wat waren we toch allemaal #Bru(x)(ss)el(les)(s). Je vraagt je af welke gestoorde geesten tijdens zulke dramatische gebeurtenissen achter hun photoshop kruipen. De aanslagen waren nog niet koud of we zagen frieten in de vorm van een middelvinger, variaties op de atomiumbollen en, natuurlijk, het obligate Manneken Pis. Creatief gefabriceerd in een handomdraai, zo klaar om uw twitter-, facebook- of instagramaccount te versieren met ongetwijfeld honderd procent oprecht bedoelde gevoelens van gitzwarte rouw die iedereen natuurlijk gezien moet hebben.

 

Sois chauviniste ou tais-toi

Gezien hebben we het. Ik zag iemand zijn verslenste zwart-witte ‘Je suis Charlie’ rechtstreeks inruilen tegen een frietmiddelvinger. Kan Panini geen stickerboek maken van de beste aanslagcreaties van de laatste jaren? Geheid dat het geld opbrengt. “Ik heb drie Charlies en vier Bataclans op overschot, maar zoek nog die zeldzame van het Joods Museum.”

 

Is het echt onvermijdelijk, die combinatie van m’as-tu-vu-rouw en stadspatriottisme? Het is allemaal de schuld van de Fransen. Als de Brusselse aanslagen vóór die van Charlie Hebdo hadden plaatsgevonden, was het er een pak serener aan toe gegaan. Maar neen hoor, de Fransen moesten gaan lopen met de primeur. En wij maar afkijken. Pray for Paris, pray for Brussels. Een Franse cartoonist publiceerde op de dag van de aanslagen, 22 maart om kwart voor twaalf – inderdaad, nog geen drie uur na de bom in Maalbeek – voor Le Monde een cartoon van een Franse driekleur die troostend zijn armpjes op de schouders van zijn zwart-geel-rood buurtje legt en meteen viraal ging. Topidee. Laten we vlaggen personifiëren zoals in de negentiende eeuw; naar het schijnt bleek de natiestaat een steengoed experiment.

 

Gelukkig hadden we Charlie Hebdo nog. Daar kon ons rouwend kikkerlandje even niet mee leven. Op de prent wordt de draak gestoken met Stromae. In het rond vliegende lichaamsdelen en Stromae die zich afvraagt: papa où t’es? Komisch was dat Belgische media pas ’s anderendaags in de smiezen kregen hoe heerlijk bijtend de prent wel niet is. Stromaes pa is vermoord in de Rwandese burgeroorlog, maar dat kwartje viel niet meteen. “En om deze reden is de cartoon nog extra ranzig!”, titelden heel wat media. De ironie is dat de tekenaar dat natuurlijk óók wist, vanaf het begin. Een aandoenlijk geloof in de mensheid, die Belgen, maar daarom niet minder afgrijselijk betuttelend. Je zal ook maar Fransman wezen die niks anders dan Stromae op de radio hoort.

 

Godwins Mars op Brussel

En dat meelijwekkend toontje waarop men in de dagen na de aanslagen Brussel bejammerde! Mensen klemden Brussel aan de borst als een triestige kleuter die zijn dood konijntje in de armpjes houdt. Bruxelles, ma belle? Wat men bedoelt is zo ongeveer het Brussel tussen het Sint-Katelijneplein en de Beurs. Je kan die aanmatigende houding merken aan het bezittelijk voornaamwoord: ‘mijn’ Brussel, mijn ‘opgekuist-deeltje-van-Brussel-waar-ik-mijn-barrista-heb’.

 

Het leek wel alsof de bommen in Maalbeek en Zaventem een metafoor waren voor een kosmische explosie die allerlei gremlins, stinkende substanties en Mia Doornaerts op de aarde hebben doen landen. De vraag of, bijvoorbeeld, Molenbeekpoetsvrouw Jambom nu wel of niet aan de MIVB het bevel gegeven heeft om de Brusselse metro’s te ontruimen, is gezellig verdrongen naar de spelonken van de achtergrond.

 

De meest in het oog springende manifestatie van die explosie was de, euhm, manifestatie van, euhm, voetbalhooligans aan de Beurs. Opnieuw sloeg de ironie toe: voetbalsupporters, ultra’s en casuals stonden in de rij om de voor hen ontegensprekelijk gekleurde berichtgeving aan de kaak te stellen. Slechts enkelen deden een nazigroet! Slechts enkelen waren extreemrechts! Slechts enkelen hadden gladde kopjes en een bedekt gelaat! Heerlijk toch: voetbalsupporters, zelf de absolute koploper in het klassement van veralgemenende bevolkingslagen, die nu eens zelf in de tang zaten. Trouwens, hun klap-op-de-vuurpijl-argument: “Wij zijn geen racisten want er lopen jongens van niet-Belgische origine met ons mee!” Inderdaad, dat komt bekend voor. “Ik ben geen racist want ik heb Marokkaanse vr …” STOP! WE KENNEN HET INDERDAAD AL.

 

Protocollen van de wijzen van Luckas

Tussendoor kwamen we te weten dat het allemaal de schuld was van een (één!) verbindingsofficier. Zo konden we overschakelen naar belangrijker problematieken zoals waarom iemand iets gezegd heeft. Laten we even reconstrueren hoe dat grote politieke recuperatiecomplot zich afgespeeld had kunnen hebben.

 

Luckas Vander Taelen: “We zijn hier allen samengekomen om de begrafenis van onze oude kwelgeesten voor te bereiden. De nasleep van de aanslagen is het perfecte momentum. Van belang is echter dat onze argumenten niet gebruikt kunnen worden om de N-VA steviger in het zadel te brengen. Kan iedereen zijn kwelgeesten even benoemen? Ik zal beginnen. Mijn oude kwelgeesten zijn die bruin' mannen en Groen.”

 

Mia Doornaert: “Verlichtingsbarbaren, de wegplaveiders van de ondergang van het Avondland dat Europa heet.”

 

Luckas: “Je schrijft geen column, Mia; probeer concreet te blijven.”

 

Mia: “Die bruin' mannen, progressieven en links.”*Herman Brusselmans: “Homo’s, die bruin' mannen, links, Mia Doornaert.”

 

Mia: “Herman toch.”

 

Herman: “Ik zou graag eens aan je foef likken, Mia.”

 

Etienne Vermeersch: “Verlichtingsbarbaren, de wegplaveiders van de ondergang van het Avondland dat Europa heet.”

 

Luckas, binnensmonds: “Niet in het Latijn, dat is toch al iets.”

 

Rik Torfs: “Links. Ik zal cryptische verwensingen tweeten.”

 

Frank Thevissen: “Links. Progressief Vlaanderen. De loge. De SP.A, VLD, CD&V en Groen. Alle rectoren die de VUB ooit gehad heeft, dood of levend. Herman Matthijs. De media. Björn Soenens. Iedereen die ooit bij de VRT gewerkt heeft, dood of levend. Mijn ouders. De vrienden die me verraden …”

 

Luckas: “Dat volstaat wel, Frank. Ik stel voor dat wij met z’n allen als de neten onze overtuigingen in het publiek debat beginnen te spuien.”

 

Frank: “Ik werk bij de N-VA. Is dat een probleem?”

 

Luckas: “Wat ons betreft verraadt dat geen partijdigheid. Ik kijk even naar de rest?”

De rest is het met Luckas eens.

 

Luckas: “Niemand zal daar iets van zeggen, Frank. Maak nog wat zotte filmkes, je bent daar goed in. Als we het goed aanpakken, kan de N-VA hier onmogelijk voordeel uit halen.”

 

Wat de prominenten de afgelopen weken aan wanstaltigheden hebben uitgestoten is inderdaad nog vele malen stuitender dan het sociale mediagedrag van u en mij. De gebeurtenissen lijken door het laagje beschaving van de opiniemens en beroepspoliticus heen geprikt te hebben, een rauw en oermensachtig gevoel aanborend. Vanaf nu zal elke maatregel, elk mediaoptreden, elke uitspraak die mogelijk enigszins gekoppeld kan worden aan de aanslagen, aan de aanslagen gekoppeld worden. Alsof men erop zat te wachten. Hoge woorden die er eindelijk uit kunnen. Eindelijk kan men zeggen: dit is onze nine eleven. Eindelijk kan men zeggen: wij zijn in oorlog. O wee wie het ontkent.

 

De realiteit is dat, drie weken na de aanslagen, Brussel vloekt omdat het metrostation onverwacht gesloten is, de soldaat met een bijna verontschuldigende blik vraagt of rugzak en vest even ter inspectie geopend kunnen worden en dat er eigenlijk nooit meer dan duizend mensen tegelijk aan de Beurs zijn samengekomen. Dat er even geen toeristen voor de voeten van de Brusselaars lopen, vinden ze eigenlijk weleens prettig.