Transgenders op de VUB: Debat en actie?
Artikel gepubliceerd op 26 April 2016 om 14:58

Op 7 maart organiseerde de VUB een groot transgenderdebat. Het initiatief vormde de eerste stap naar wat in de toekomst een genderbeleid kan worden. In het panel zaten onder andere Joz Motmans van het transgenderinfopunt en Els Robbrecht, diensthoofd studentenbeleid.

Els Robbrecht: “Voorlopig is er aan de VUB geen sprake van een beleid rond transgender, absoluut niet. Maar er is op onze universiteit wel een traditie om onze studenten en ons personeel zoveel mogelijk te ondersteunen en rekening te houden met verschillende overtuigingen. Wij staan zeker en vast open om te werken aan zo’n beleid. Dat is iets wat er op middellange termijn van zal komen.”

Ook Lisa Wouters, stafmedewerker gender aan de VUB, was aanwezig op het debat.

“Het debat diende vooral om onze kennis te verbreden. Waarover gaat het, wat zijn de noden en behoeften en wat kan de universiteit doen? Er moet nagedacht worden over welke zaken we kunnen realiseren en daarbij moeten we de juiste mensen betrekken. We willen een draagvlak creëren om te onderzoeken wat leeft en hoe we daar op in kunnen spelen. Een beleid in de zin van bepaalde reglementen of acties die zijn goedgekeurd is er nog niet, er heerst nu eerder een enthousiasme omdat we merken dat er vragen komen rond het thema. Ik denk dat een universiteit een bepaalde visie rond transgenderisme moet hebben en open moet staan om actie te ondernemen.”

Wat kan de VUB doen?
Robbrecht: “Er zijn natuurlijk heel wat kansen inzake transgender en heel wat denkpistes voor de toekomst waar we nu al rekening mee kunnen houden. Zo kunnen we bijvoorbeeld helpen om een groter bewustzijn rond gender te creëren door de vraag ‘geslacht’ op formulieren achterwege te laten of door een derde optie te geven. Een ander initiatief waar we momenteel over nadenken is het maken van genderneutrale wc’s en douches in de nieuwe gebouwen van de VUB. Verder zou het ook relatief eenvoudig moeten zijn om de voornaam van transgenders te veranderen bij documenten en briefwisseling van de VUB. Zo hoeven die mensen niet steeds geconfronteerd te worden met een voornaam die niet meer bij hun geslacht past.”

We zullen met creatieve oplossingen op de proppen moeten komen.

Lisa Wouters

Wouters: “Bewustwording rond het thema bij zowel academisch als administratief personeel is zeer belangrijk. We moeten ons realiseren dat transgenderisme er is en dat we daar vragen rond kunnen krijgen. We moeten daar dan zo gepast mogelijk op kunnen reageren. Bewustwording is iets wat lang duurt en waar een zeer lange inspanning voor geleverd moet worden. Lezingen organiseren, workshops geven, een aantal zaken in de picture zetten,… Zo gebeurt die bewustwording beetje bij beetje. Zulke zaken moeten impliciet doorsijpelen. Wij willen graag een omgeving zijn die uitstraalt dat wij open staan voor genderdiversiteit en er oog voor hebben. Vanuit het debat zijn er een aantal interessante voorstellen gekomen om mee aan de slag te gaan. Ik vond het bijvoorbeeld een goed idee om een soort vorming op te stellen voor docenten om in hun lespraktijk oog te hebben voor genderdiversiteit. Ik kan me voorstellen dat het voor een docent ook niet altijd gemakkelijk is om een transgender in je klas hebben. Hoe moet je die persoon aanspreken? Zo’n vorming zou een antwoord kunnen bieden op bepaalde vragen. Er zijn uiteraard een aantal zaken die wij nu al kunnen doen en die tegemoet komen aan de vragen die wij krijgen. We zouden het bijvoorbeeld gemakkelijker kunnen maken om een naam te veranderen op een studentenkaart en andere administratieve papieren. Bij de dienst personeel van de VUB wordt er bij aanwervingen bijvoorbeeld niet verwezen naar geslacht. Verder moet het ook duidelijk zijn waar transgenders terecht kunnen met vragen en problemen wanneer zij bijvoorbeeld administratief iets willen aanpassen. Dat is zeker iets waar wij over na moeten denken in de komende periode.”

Robbrecht: “Veel vragen of klachten van studenten of personeel in verband met gender krijg ik niet. Er was vorig jaar wel een initiatief in verband met gender op onze campus. Iemand plakte stickers met de boodschap ‘Gender Liberation’ op de icoontjes van mannen en vrouwen toiletten. Zulke acties kan ik absoluut waarderen (het onderhoudsteam iets minder). Op die manier wordt er een groter bewustzijn gecreëerd. Er zijn alleszins heel wat aandachtspunten in verband met gender die wij zullen meenemen naar een nieuw studentenbeleid en op middellange termijn zijn er ook al heel wat kleine maatregelen die wij kunnen doorvoeren. Wij zijn heel erg gemotiveerd om hiermee aan de slag te gaan.”

Beperkingen
Robbrecht: “Er zijn natuurlijk wel een aantal wettelijke beperkingen waar we rekening mee moeten houden. Zo zijn wij verplicht om het geslacht van studenten te noteren bij inschrijvingen. Ook wanneer wij de identiteitsgegevens van studenten nodig hebben staat er op hun identiteitskaart altijd een geslacht vermeld. Op andere vlakken kan het ook nadelig zijn om niet op de hoogte te zijn van geslacht. Neem nu bijvoorbeeld enquêtes bij om het even welk onderzoek: ook dan is het noodzakelijk dat het geslacht van de deelnemers gekend is.”

Ook Wouters benadrukt dat er een aantal beperkingen zijn inzake een transgenderbeleid.

“Tijdens het debat was er een discussie in verband met genderneutrale toiletten. Er gingen een aantal stemmen op om gewoon één toiletruimte te voorzien zonder dat er een onderscheid mannen/vrouwen is. Maar daar zitten we dan vast aan de wetgeving; de VUB is verplicht om een apart toilet voor mannen en voor vrouwen te voorzien. Je zit vaak vast aan officiële wetgeving en administratie, we zullen met creatieve oplossingen op de proppen moeten komen.”

We moeten er vooral voor zorgen dat iedereen zich goed voelt op de campus.

Lisa Wouters

Beleidsplan
Wouters: “Wanneer we een beleidsplan gaan uitstippelen kunnen een aantal zaken zeker aan bod komen. Er moet onder andere aandacht besteed worden aan welzijn. Maatregelen wat betreft geweld en pesten naar transgenders toe is iets dat opgenomen kan worden in het plan. Vorming rond genderdiversiteit in de klaslokalen of op de werkvloer moet ook zeker aan bod komen. Ook praktische zaken zoals administratie en infrastructuur zijn belangrijk. Voorlopig is het aftasten en kijken welke vragen er naar boven komen, daarna moet er op haalbaarheid worden getoetst. Het beleid moet voor iedereen goed zijn. Het is soms moeilijk om de noden en behoeften van transgenders te kennen, maar je kan je wel zo opstellen dat je er zo goed mogelijk op inspeelt. Het blijft ook voor mij een constant leerproces.”

Wouters: “Concreet staan er voorlopig nog geen nieuwe activiteiten op het programma maar daar hopen we verandering in te brengen. Als universiteit wil je voor je personeel en de studentenpopulatie een zo goed mogelijke werkomgeving creëren. Ik geloof dat een thema als genderdiversiteit moet groeien en dat er steeds meer aandacht aan besteed zal worden. We moeten er vooral voor zorgen dat iedereen zich hier goed voelt op de campus.”