Het Confuciusinstituut aan de VUB
Artikel gepubliceerd op 2 Mei 2016 om 11:29

© Emily Schennach, de Moeial

Sinds het begin van 2016 kunnen studenten op campus Etterbeek Chinese en tai chilessen volgen. Dit kadert in het Confuciusinstituut dat vorig jaar gelanceerd werd op de VUB. Kan het vrij onderzoek gewaarborgd blijven?

Internationalisering is een fenomeen waar elke universiteit op inzet anno 2016. Met een Vlaamse overheid die het hoger onderwijs systematisch onderfinanciert, gaan universiteiten op zoek naar alternatieve sponsors. Een van die beruchte alternatieven is de Volksrepubliek China. Bovendien lijkt samenwerken met China gemakkelijker te zijn dan een gemeenschappelijk Confuciusinstituut op te richten met de ULB.


Het VUB-Confuciusinstituut wordt zowel door de Chinese Overheid (in de vorm van de Hanban-administratie, die verantwoordelijk is voor de Confuciusinstituten wereldwijd) als door de VUB zelf gefinancierd. De definitieve lancering van het instituut in 2015 deed kritische stemmen naar boven komen. De rechtstreekse inmenging van de Chinese overheid en het beschermen van het principe van vrij onderzoek zijn enkele van de voornaamste bedenkingen.


Knowledge Hubs
De internationalisering aan de VUB wordt verzorgd door de afdeling International Relations and Mobility Office (IRMO) onder leiding van vicerector internationalisering Jan Cornelis. Die internationalisering is gekaderd in drie knowledge hubs. Er is de Brussels Diplomatic Academy, die veel breder gaat dan connecties met China, en de Brussels Academy for China and European Studies.


En dan is er het derde element in de vorm van het Confuciusinstituut. De VUB-directeur is hier Chang Shu en aan Chinese zijde professor Xinning Song van de Renmin University. “We hebben dit goedgekeurd op universitair niveau met de bedenking om na drie jaar alles te evalueren. Een van die evaluatiecriteria zal zijn hoe onafhankelijk we dit kunnen runnen zonder inmenging van de Chinese overheid”, aldus Jan Cornelis.


Dit is niet het eerste instituut van deze aard. Al sinds 2006 bestaat er een Confuciusinstituut gelegen in Schaarbeek, dit was ook de eerste in z’n soort in Europa. Sirui Zhang is daar de Chinese directeur en beaamt dat zijn instituut in de eerste plaats mensen vertrouwd wil maken met de traditionele Chinese cultuur. Dit in de vorm van hoofdzakelijk Chinese taallessen. Maar ook worden er onder meer workshops koken, kalligrafie en Qicong gegeven.

Als u toegeeft dat Taiwan een deel is van China, dan is alles oké.

Sirui Zhang, Chinees directeur Confuciusinstituut Brussel
Sirui Zhang Chinees directeur Confuciusinstituut Brussel    
© Emily Schennach, de Moeial

Er is sinds 2015 ook een Confuciusinstituut aan de VUB. Naast het aanbieden van Chinese taallessen, sponsort de Chinese overheid ook onderzoeksprojecten. Wat vindt u van deze evolutie? 
Zhang: “Dat VUB-Confuciusinstituut is natuurlijk helemaal anders dan ons Confuciusinstituut. Wij werken samen met de Belgium-China Association en doen geen onderzoek zoals aan een universiteit. Wij focussen vooral op het culturele aspect. Bovendien is elk instituut in elk land anders.”


Er zijn universiteiten die de samenwerking met de Confuciusinstituten hebben stopgezet. 
“Dat zijn er heel weinig en is bovendien uitzonderlijk zou ik zeggen. Het lijkt me geen cultureel probleem te zijn. Misschien zijn zij het probleem. Daar trekken wij ons niets van aan. Ons instituut is nuttig voor lokale mensen en voor alle mensen in de wereld eigenlijk. Wij doen niets dat vrijheid, onderzoek of democratie ondermijnt. We leren talen en de traditionele Chinese cultuur. Ik vraag me dus af waarom die universiteiten die samenwerking hebben stopgezet.”


Laat ik een voorbeeld geven waarom mensen zich zorgen maken over een Confuciusinstituut op een universiteit. Stel, een student krijgt via dat instituut aan de VUB geld om onderzoek te doen en wil schrijven over Tibet of Taiwan. 
“Wat wil u schrijven over Taiwan?”


Laten we zeggen dat die student wil schrijven over hun wens naar onafhankelijkheid.
(Stilte) “Als u toegeeft dat Taiwan een deel is van China, dan is alles oké. De eerste stap is dat Taiwan een deel is van China. Dat is een principe.”


En als ik dat niet toegeef?
“En over Tibet? Ik denk niet dat daar een probleem is. Tibet is een provincie van China en daar maken wij geen problemen van. Wij hebben hier ook een magazine dat vaker over Tibet schrijft.”


U vindt het dus algemeen gezien goed dat er meer instituten zijn in de wereld en dus ook op universiteiten? 
“Ik denk niet dat ‘meer beter is’. De VUB en ULB hebben zelf gevraagd om een Confuciusinstituut te krijgen. Zij wilden dat zelf. Het is niet zo dat het hoofdkwartier in Beijing hen gevraagd heeft dat op te richten.” 


Dus ook op universiteiten? 
“Ja waarom niet, waar zijn ze bang voor?”


Als je geld geeft, verwachten sommigen daar iets voor in de plaats. 
“Ze zijn dus bang dat hun onderzoek niet vrij kan zijn? Ze willen niet gesponsord worden door de Chinese overheid? Wij willen niets in de plaats. Het enige wat we willen, is dat meer mensen Chinees leren spreken. Chinees zal in de toekomst een zeer belangrijke taal zijn.” 


“Elke persoon die een kritisch idee heeft over ons instituut, zou zich gedetailleerd moeten informeren over wat onze instituten doen. Je mag niet van idee naar idee gaan. Ga naar de leslokalen en zie wat de leerkrachten onderwijzen en wat ze doen. Je moet niet denken dat we iets doen wat niet mag. Nee nee. (lacht)”

De studentenafgevaardigden hebben geen kik gegeven.

Jan Cornelis, vicerector internationalisering
Jan Cornelis, vicerector internationalisering    
© Emily Schennach, de Moeial

Kritiek
De VUB heeft inderdaad zelf de Hanban-administratie gecontacteerd met de vraag om een Confuciusinstituut te krijgen. De samenwerking tussen de VUB en China was daarvoor al intensief. “Bovendien is China niet zo toegankelijk als bijvoorbeeld Engeland of Nederland. Het vergt een ietwat speciale aanpak om in China voet aan de grond te krijgen en structureel samen te kunnen werken. Toen we een aanvraag deden bij de Hanban-administratie, kwam de opmerking dat ook de ULB zo’n instituut wil. We hebben toen geprobeerd om één Confuciusinstituut te krijgen, maar met de ULB was dat niet zo eenvoudig. We krijgen er dus elk één, maar we hebben wel een samenwerkingsakkoord ondertekend.”, zegt Jan Cornelis, vicerector internationalisering.


Met de komst van het Confuciusinstituut komen natuurlijk ook kritische bedenkingen uit verschillende hoeken. Studenten stellen zich vragen of het principe van vrij onderzoek gewaarborgd kan blijven als het geld rechtstreeks van de Chinese overheid komt. Ook professor voor internationale politiek, Jonathan Holslag, heeft zijn bedenkingen bij deze evolutie. Volgens hem zijn niet alle partijen tijdig op de hoogte gebracht en verliepen de onderhandelingen niet transparant. “Het getuigt van weinig collegialiteit dat je niet gehoord wordt. Ik heb de rector mijn bekommernissen voorgelegd. We hebben gezien dat er in andere landen, zoals de VS en Zweden, problemen waren met die instituten: er was te veel bemoeizucht van China. Ik ben ervan overtuigd dat een Confuciusinstituut een plaats heeft in Vlaanderen of België, maar niet aan een universiteit. Bovendien maak ik me zorgen over imagoschade voor de VUB. Ik heb die problemen gesignaleerd, maar op dat moment stond de VUB kort voor de ondertekening. Ik snap ook dat het dan moeilijk is om stappen terug te zetten.”, aldus Holslag.


Jonathan Holslag vertelt verder dat het behouden en versterken van de studentenuitwisseling met China van onschatbare waarde is. Hij wil dan ook dat de VUB-deuren wagenwijd open moeten staan voor de Chinese studenten. “Die stellen kritische vragen en willen in contact treden met onze samenleving, welvaartsstaat en democratie. Maar dat is iets helemaal anders dan een Confuciusinstituut binnen te halen als universiteit. Dat is voor een stuk een propagandastunt om de Chinese communistische partij haar imago te verbeteren. Alle grote landen doen dat. Als vrijzinnige universiteit moet je daarmee erg voorzichtig zijn. Ik stel me vragen als: is er een evenwicht tussen Belgische/Europese en Chinese onderzoekers? Ook de formulering van de onderzoeksvraag is van groot belang. Kan je die zelf en scherp formuleren? Kan je schrijven over cruciale thema’s zoals Chinese economie of censuur? Of ga je gemakkelijkere thema’s kiezen zoals stadsplanning of het gezondheidssysteem? Door die accenten te leggen kan je het Chinees beleid goed of slecht omschrijven.”, vertelt Holslag.


Vicerector Cornelis countert dan weer de kritiek van Holslag en pleit dat er wel degelijk wat discussie is geweest omtrent het VUB-Confuciusinstituut. “Maar tot mijn grote verbazing; elke keer als we de beslissing moesten nemen, stelde er niemand serieuze vragen.”, vertelt Cornelis.


Hoe werd er dan debat gevoerd? 
Jan Cornelis: “Dat debat is er niet gekomen in de officiële organen en pas achteraf hebben studenten hun ongerustheid geuit. Alle documenten zijn in handen van de studenten. We gaan nu een workshop geven op 4 mei, voor de lancering van het instituut. In de eerste plaats is dat om te informeren, maar ook omdat ik vind dat er een schandalig artikel in De Standaard is verschenen waar Jonathan Holslag zijn collega’s beschuldigt kalm en mild te zijn voor China opdat ze geld krijgen. Niets is minder waar.”


Hij zegt dat in de voorbereiding niet alle partijen zijn geraadpleegd? 
“Dat is fout. Ik kan toch geen Confuciusinstituut oprichten zonder naar de Raad van Bestuur te gaan of geen voorbereidende gesprekken te hebben?”


Toen was het misschien al te laat om in te grijpen? 
“In de adviesorganen is dat ook besproken. Maar ergens zijn we ook bestuurders en moet er een beslissing genomen worden. Daar wil ik heel duidelijk in zijn: die beslissing is genomen. Ik kan er niets aan doen als mensen niet op het juiste moment reageren. Ook in de laatste Academische Raad heeft rector Paul De Knop een mededeling gedaan. Ik had al mijn documenten toen mee en dacht dat de studentenafgevaardigden iets zouden zeggen. Ze hebben geen kik gegeven. Daar moet je ook naar kijken. Op 15 juni vorig jaar zijn de eerste stappen gezet en je kan het je niet permitteren om zoiets jaren te laten aanslepen. Ook niet ten aanzien van de partners met wie je samenwerkt. Ik ben bereid antwoord te geven op vragen. Ik wil graag die confrontatie aangaan.” 


Stereotypen
Cornelis maakt zich zorgen om de stereotypering in de vorm van de Aziatische tijger en het gele gevaar. Hij erkent dat China aan het liberaliseren is en geen Westerse democratie is. De vicerector vindt het feit dat China een land in transitie is zeer interessant. “Het is op dat moment dat je moet samenwerken. Maar je mag natuurlijk niet je ziel of je eigenheid verkopen. No way. In de overeenkomst met Hanban staat dat ze het principe van vrij onderzoek moeten respecteren: artikel vier.”, vertelt Cornelis.


 

Het is voor een stuk een propagandastunt om de Chinese communistische partij haar imago te verbeteren.

Jonathan Holslag
Professor Jonathan Holslag    
© Emily Schennach, de Moeial

Een universiteit in Zweden en een in de Verenigde Staten hebben hun partnerschap met de Confuciusinstituten gestopt. Waarom? 
Cornelis: “Klopt. Dat waren Confuciusinstituten in oude stijl waar het echt nog ging om een zeer rigide visie van het verspreiden van de Chinese cultuur. Dat werkt natuurlijk niet in een universitaire omgeving. Zoiets moet vastgelegd worden in de overeenkomsten. Blijkbaar heeft elk Confuciusinstituut zijn eigen overeenkomst. Die van de ULB is verschillend van de onze en het is nog niet zo lang geleden dat de Chinezen begonnen zijn dat concept te wijzigen. De meesten zijn geen centrum voor onderzoek. Wij wel. Jonathan Holslag vindt dat een zwakte, ik vind dat een sterkte. Als je dat niet hebt, wat zit je dan te doen in een universitaire context? Het idee is juist om het binnen de universiteit te houden om zo de kwaliteit te kunnen garanderen via de VUB-methodologie en het principe van vrij onderzoek. Dat is allemaal heel duidelijk uitgelegd aan de verschillende geledingen van de VUB.”


Toen we aan meneer Zhang vroegen of we konden schrijven over Taiwan, zei hij dat als we accepteren dat Taiwan een deel uitmaakt van China, er enkel dan geen probleem is. Dat is wel opmerkelijk.
“Joah…, maar..., ten eerste is dat zijn uitspraak en niet de mijne. Ten tweede, als je het letterlijk neemt, is het ook zo dat Taiwan een provincie is van China. Moesten wij zoiets hebben...bijvoorbeeld het stuk Nederland onder de Schelde dat bij België hoort...dan zouden wij toch ook niet noodzakelijkerwijs toegeven dat de mensen daar een onafhankelijkheidsgedachte kunnen hebben?”


Het niet willen toegeven of er niet over mogen schrijven is toch helemaal iets anders?
“Joah…, voor mij moet dat kunnen. Dat is een test. Voor mij moet dat mogelijk zijn. Ik zeg niet dat we daar geen reactie op zouden krijgen, maar goed, dat is een kwestie van negotiatie zoals zovele dingen.” 


Studenten die onderzoek willen doen naar stedenbouw krijgen misschien eerder een beurs dan studenten die willen schrijven over persvrijheid? 
“Nee, de selectie gebeurt hier. Er komen voorstellen binnen voor onderwerpen en die kunnen zowel van China als van ons komen. Op dit moment zijn er alleen voorstellen van China, dat geef ik toe, omdat we kort op de bal moesten spelen en we moeite hadden om genoeg promotors van hier te vinden. Maar in de toekomst zullen wij ook voorstellen aanbrengen. Ik heb geen glazen bol. China is een land in transitie en er zijn ups en downs. Dat er een aantal zaken teruggeschroefd zijn onder Xi Jinping, dat is duidelijk. Dat is eigen aan een overgang van de ene figuur naar de andere. Je krijgt een pendelbeweging. Dat zal je op de VUB ook zien met de nieuwe rector. Ik vind dat niet zo dramatisch. Zolang we dit controleren zie ik daar geen gevaar in. En als op een bepaald moment de vrijheid van denken geschaad wordt? Dan trekken we de stekker eruit.”


Is een Confuciusinstituut een vorm van soft power? Er speelt toch ook altijd een politieke dimensie mee? 
Cornelis: “Uiteraard, ik denk dat dat logisch is en dat dat een stuk van de soft power inhoudt, maar er zijn zoveel initiatieven. Wij organiseren ook tal van culturele evenementen in China en Korea die gesponsord worden door de Vlaamse, Federale en ook de Brusselse regering.  Voor een stuk is dat ook soft power omdat je onder andere hedendaagse kunstenaars van hier promoot. We knopen die culturele zaken aan handelsmissies en aan officiële missies van de koning en weet ik wat allemaal. Ik denk dat we daarmee moeten leren leven. Soft power is een gegeven. Het begrip is gekend en iedereen gebruikt het. En zolang dat correct verloopt, zou ik zeggen dat er geen probleem is.” 


Huawei
De samenwerking met de Volksrepubliek China reikt veel verder dan louter op het gebied van onderwijs en onderzoek. Zo heeft onder andere het Chinese telecommunicatiebedrijf Huawei een leerstoel aan de VUB gesponsord en is het bovendien de infrastructuurpartner voor het nieuwe Learning and Innovation Center. Het bedrijf is op z'n minst te zeggen berucht en controversieel. Volgens Jonathan Holslag is die Huawei-leerstoel vooral bedoeld om het bedrijf Westers te doen lijken. “Dat ze nu ook een infrastructuurpartner zijn toont hoe diep de zakken van een bedrijf als Huawei zijn. Het is een bewust charmeoffensief. Ik ben er in principe niet op tegen om met bedrijven samen te werken, maar er moet een evenwicht zijn en het mag niet exclusief hun verhaal zijn.” Holslag wijst ook op het fenomeen bedrijfsfinanciering en dat professoren aangezet worden door de universiteit om die te zoeken. “Als je gaat praten met die bedrijven dan moet je een lijst hebben met voorwaarden waaraan dat bedrijf moet voldoen. Op dat lijstje staat onder andere dat academische vrijheid gewaarborgd moet zijn. De voorwaarden moeten kristalhelder zijn. Als je die kan afdwingen dan is er in principe geen probleem.”


U kan kritisch zijn als gevestigde waarde, jonge doctoraatsonderzoekers veel minder.
Holslag: “Natuurlijk, als je na een tijd een intellectuele maturiteit hebt en een bepaald imago, dan is het makkelijker om je zo op te stellen. Voor doctoraatsstudenten, die die luxe niet hebben, is dat veel moeilijker. Dat moet ook weer in zijn context gezien worden: doctoraatsstudenten hebben een onzekere positie, een hoge werklast en werkdruk en het is dan niet evident om zich te verzetten tegen de hogere autoriteit.”


Jan Cornelis kaart ook het debat rond Huawei aan. Hij benadrukt dat het enige wat Huawei vraagt, is dat als de universiteit een evenement wil organiseren, ze het bedrijf moeten consulteren met betrekking tot het gebruik van hun logo. “We hebben nog nooit een nee gekregen. Zouden ze ooit een nee geven en mogen we hun logo dus niet gebruiken, moeten we dat anders financieren.”


Om welke evenementen zou dat kunnen gaan?
Cornelis: “Ik heb nog geen nee gehad, dus ik weet het niet. Maar dat staat zo in de overeenkomst. Ze hebben wel een keer een suggestie gedaan, en niet meer dan een suggestie: ze vroegen of we misschien onderzoek konden doen naar de perceptie van Chinese bedrijven in Europa. Dat lijkt mij een interessant onderwerp.”


Op de opmerking dat de grens tussen het Chinese regime en Huawei heel dun is en dat dat gevaarlijk kan zijn voor een universiteit, antwoordt Cornelis dat de VUB niet samenwerkt met de regimes. “Maarja, die grens is klein, dat geef ik toe. Je moet daar waakzaam voor zijn. Maar dat is geen reden om het niet te doen. Wat ik apprecieer is de bezorgdheid van de studenten. Het toont dat vrij onderzoek toch nog iets betekent. En dat moet zo blijven.”