Rockrace voorronde 3: De leeuwenkuil die Het Clubke heet
Artikel gepubliceerd op 26 februari 2016 om 09:48
Swap Meet    
© Emily Schennach, de Moeial

Studentenlinten en -klakken die eerder op kepies lijken en de wapperende vlag van de KU Leuven aan de voorgevel: dit moet wel Het Clubke aan de Odisee-hogeschool (lees vroegere HUB, Ehsal, KUB, VLEKHO, HONIM en andere best vergetenswaardige letterwoorden) zijn. Helemaal zeker waren we toen we zagen dat er tickets voor een evenement van het KVHV in voorverkoop te verkrijgen waren. Odisee, schattige verankering van de provinciale Vlaemsche volksgeest in Brussel.

Swap Meet    
© Emily Schennach, de Moeial

Swap Meet

Sommige bands zijn een feest om over te schrijven. Het zit ‘m dan in de details, de kleine gestes die ze meegeven. De sticker van Sub Pop op hun bass drum en de Nirvana-referentie in de bandnaam, bijvoorbeeld, of het nummer iLoveMulching opdragen aan Nicki Minaj. Met voorbedachten rade of niet, uiteindelijk komt het op de muzikale prestatie neer. En dat pakten de slackers uit Gent goed aan.

Kraken, piepen en goed luid. Als je tijdens je eerste nummer erin slaagt om de studentikoze jeugd het pand uit te jagen, doen moet je wel iets goed doen. Na het avondje rastafari, jazz en Johan Derksen-bluesrock in Sint-Lukas was het een welgekomen, lekker schreeuwerige opluchting. Pavement is nooit ver weg, of beter verdomd vaak nadrukkelijk aanwezig, maar een doorslagje is het niet. Er zijn genoeg eigen accenten om je aan op te warmen, zoals de verborgen gitaarriedel in het vijfde nummer om erg specifiek te zijn, of de onbezonnenheid van het nummer ervoor die ons dan weer aan het vroege Nemo van Peter Houben deed terugdenken, of de Sonic Youth-achtige ingetogenheid in de afsluiter alvorens iedereen ervan te overtuigen dat decibelmeters enkel plezierbedervers zijn.

Kirstie DiAlegria    
© Emily Schennach, de Moeial

Kirstie DiAlegria

Iedere katholieke middelbare school heeft muzikanten onder zijn studenten. Hun groepjes spelen dan op het jaarlijkse schoolfeest en de uitverkoren, meest radiovriendelijke acts mogen in de kerk, vlak voor het Kerst-, Paas- en zomerreces de speciale leerlingendienst opvrolijken met een akoestische cover van pakweg Torn van Natalie Imbruglia. Een doorsnee mis zou immers teveel gegaap – of rebellie, afhankelijk van de school – opwekken en daarom geeft de priester van dienst toestemming voor een lekker modern muzikaal bezinningsmoment in plaats van een preek.

Kirstie DiAlegria heeft een mooie stem. Ze zingt over ditjes en datjes, over twijfel, verlies, gemis en aspiraties. De al te brave muziek klinkt echter als Frank Boeijen die nog maar eens op tournee gaat. Je ziet het zo gebeuren, Jean Blaute en Paul Michiels in de coulissen die heftig meeknikken bij de zoveelste gewaagde solo. De band mist doodeenvoudig een eigen geluid en Kirstie zelf kan ons nooit echt vastgrijpen. In het slotnummer bespeurden we wel de kiemen van een echte song. Ach, wie weet horen we hen ooit nog eens terug in een nieuwe film van Jan Verheyen.

North    
© Emily Schennach, de Moeial

North

“Painting pictures with sound. Telling stories through perfectly crafted songs. 4 men came together to do just that. Chiming vocals, mixed with guitar. Sometimes subtle, sometimes plain crazy. Pushed and pulled by the drums and the bass.” Hun woorden; echt, maar dan ook écht niet de onze.

Je stelt het je zo voor. Dagdromen in je hangmat, akoestische gitaar rustend op je borstkas, oogjes dicht en plots ben je rockartiest. Je staat op het podium van Werchter en bespeelt het publiek. Handjesklappen, geïmproviseerde kreetjes tussen je refrein door. Meteen na je eerste nummer stel je je bandleden aan het publiek voor. Een zwoele zomerdag, meisjes gooien hun slipjes naar je toe, eentje blijft hangen achter je oor. Je tokkelt onverstoord verder op je gitaar en als het liedje gedaan is, neem je het slipje stevig vast en ga je er ostentatief in ruiken. Vlaanderen ontdekt een nieuw sekssymbool, Ruben Block heeft afgedaan.

En dan hoor je aan je linkerkant een groepje stamgasten lachen om een mop, net terwijl je aan een uitermate gevoelig en breekbaar stukje muziek bezig bent. Plots word je wakker en besef je dat je niet aan het openen bent voor Bruce Springsteen, maar gewoon in Het Clubke speelt. Het. Clubke. Zo moet het ongeveer gegaan zijn toen de zanger zich zichtbaar geïrriteerd naar dat tafeltje richtte en cynisch tussen zijn tanden door een “applaus voor ons achtergrondkoortje” aan het publiek vroeg. “Merci hè, jongens”, ontsnapte hem ook nog verongelijkt richting de verstoorders van zijn stukje Muziek. 

Bende verwaande diva’s.