Rockrace voorronde 1: “Fuck Charlie Hebdo”, “Fuck Israël” en fuck covers
Artikel gepubliceerd op 19 Februari 2016 om 11:46
Frøwst    
© De Moeial, Margot Quix

Altijd goed om herinneringen opnieuw te proeven. De pijn na een Rockracevoorronde in het Ritscafé bijvoorbeeld, met de waard die je tot lang na een sluitingsuur dat je katholiek en fatsoenlijk kan noemen in zijn staminee houdt. Rockrace en schrijven met een katerhigh, welkom terug.

Berrykrimi    
© De Moeial, Margot Quix

Berrykrimi

Brakka brakka Berrykrimi Bitchez. Hippediehoppedie uit Bruxelles aan 54, in het kielzog van wegplavijder Stikstof. Al na het eerste nummer was duidelijk wie de publieksprijs vanavond zou wegkapen, want de heren hadden veel volk mee. Volk dat lekker meeging met de thematiek van de set: drank, sigaretten, jonko’s en, tja, studeren, schrijven aan de thesis en een gezonde dosis adolescentenangst. Hiphop zonder pretenties en vermakelijk bij tijd en wijlen.

Al blijft het een kunst om met beide voeten op de grond de middelmaat te overstijgen. En daar slaagde Berrykrimi hoegenaamd niet in. De vibe kabbelt maar verder en grijpt geen kloten vast. In het midden van de set werden de beats even dat tikje vettiger en toen DJ Phasm mee ging rappen in ‘Je ne m’arreterai pas’ kwam de schwung er zelfs in. Meteen het hoogtepunt van de set, en dat was Franstalig (aan de fervente lezersbriefschrijvers van het Taalaktiekomite: verwacht géén antwoord).

In Petchke De Dood laat Berrykrimi trouwens zien niet vies te zijn van politiek geëngageerde teksten. Een uithaal naar de xenofoben die het land regeren en een hypocriete adel die niet vreest voor het gerecht. Kijk eens aan, anti-establishment, dat kan de Rockrace zeker eens gebruiken. Wel jammer van de gemeenplaats Wat je niet dood maakt/maakt je sterker. Kom nou. Zou Kelly Clarkson geweten hebben dat Nietzsche diezelfde mijmering ook gehad heeft?

Cold Open    
© De Moeial, Margot Quix

Cold Open

Er waren aanwijzingen. Hun muziek is gebruikt in de tv-serie De Ridder. Ze zijn geselecteerd voor de Studio Brussels De Nieuwe Lichting. Ze zijn niet geselecteerd voor de finale ervan. We worden echter verondersteld om met open geest het optreden te aanschouwen, dus stoppen we al die aanwijzingen in een ladekast in een uithoek van ons brein. Zelfs als de saxofoon het podium wordt opgedragen blijven we zen: het kan nog steeds iets worden, toch? In het begin van de set wordt dan de cover aangekondigd: een potpourri van Jacques Brel, Wallace Collection en Elvis Costello. Vreemd, denken we bij onszelf. De kans dat dit goed wordt is één op oneindig, maar er is een kans.

Onze open geest rekt zich echter niet oneindig uit en ooit wordt die afgegrendeld door diepgewortelde tribale emoties als agressiviteit en haat. Dat moment situeerde zich zo ongeveer in de loop van het nummer, toen bleek dat Cold Open in-der-daad Jacques Brel covert (een onbekend b-kantje dat nog nooit iemand gehoord heeft en, als we het goed raden, Ne me quitte pas heet) en dat op een basmelodie die kokhalzend sterk op Daydream lijkt, de zanger vervolgens nog eens het publiek intaffelt ook, om te eindigen met drama en pathetiek, lyricaal gestolen uit I want you van Costello. Allemaal in hetzelfde nummer! Wij dachten dat we alles al gezien hadden na melkmuil en tevens ex-Nieuwe Lichting Tout Va Bien, maar deze misdaad tegen het Europees Verdrag voor de Rechten van de Muziektoehoorders is nog duizendmaal flagranter.

Voor de tigste keer: covers zijn niet (NIET!) verplicht.

En ook nog dit: afsluiten met een politieke tirade tegen Israël nadat er een kwartier eerder werd geginnegapt met Clara Cleymans, die zich uitkleedt in de serie waar Cold Opens muziek in voorkomt doch niet in die bewuste scène zelf (wij verzinnen niets, dit alles maakte werkelijk deel uit van de bindteksten), is zoals je vriendin blinddoeken als valentijnscadeau terwijl je haar vastketent om de castratie van een varken bij te wonen. Met andere woorden: het paste niet zo goed bij elkaar

Frøwst    
© De Moeial, Margot Quix

Frøwst

Het zal je maar gebeuren. Op weg naar je derde concert ooit horen dat je tweede concert ooit, namelijk de voorronde van Humo’s Rockrally, een succesvol vervolg krijgt en je gekwalificeerd bent voor de halve finale. En dan moet je de bühne op in het Ritscafé en heb je kabelproblemen.

Goed opgelost, want storen deed het niet. Voorzichtig nu, want dat is volledig de verdienste van zanger Arne De Tremerie. Euforisch nu, want zijn verdienste was verdraaid bedwelmend. Muzikaal ligt het in de lijn met wat The XX en Oscar & The Wolf doen: minimalistisch theatraal met een drang naar euforie die toch het lijden van de wereld in zich draagt. Dat is inderdaad een opstapeling van tegenstellingen en de behoeder van het zelfinzicht weet dan dat zweverigheid ervoor kan zorgen dat er een risico op verdamping van de sfeer is.

Frøwst holt nog achter zijn muzikale richting aan. Al te vaak denk je aan videoclips in de regen waarin geliefden elkaar eindelijk in de armen vallen. Wij missen nog die draai van vernuft, die speelse uithaal, weg van het naar de climax opbouwend carcan.

Maar van Arne De Tremerie hebben we van begin tot eind genoten. Zonder verdere ‘maar’.