Michael Collins, astronaut
Artikel gepubliceerd op 10 november 2015 om 11:43
Lunar Module    
© Michael Collins

“Ik waan mij op een eiland,” mijmerde ze hardop, “en lijk helemaal weg te zijn van het stadsleven. Het lijkt hier een beetje op een Amerikaanse campus: allemaal faculteiten bij elkaar, studentikoze woonblokken, een ovaal architectuurbraaksel, veel bomen en nog veel meer groen. Een oase van rust waar studenten kunnen genieten en ontsnappen. Mooi is deze campus niet echt, maar hij heeft wel charme. Oud en nieuw komen hier samen en de bouwwerf iets verderop doet mijn curiositeit prikkelen. De toekomst ziet er rooskleurig uit.

Deze universiteit intrigeert mij omwille van haar naam en alle connotaties daarrond. Vrij, onafhankelijk en uniek. Los van kerk, uiteraard, en ook los van de staat. Een instelling die haar eigen ideeën heeft en zelf op zoek gaat naar hoe ze die kan verwerkelijken. Los van machtsspelletjes, vol van mening. Allemaal netjes geregeld met plaats voor iedereen. Je kan hier volgens mij alles studeren wat een jong hartje begeert. Hier kan je onbezonnen, los van economische druk en maatschappelijke dwang, een keuze maken die je toekomst stuurt. Het aanbod lijkt eindeloos te zijn en de wereld ligt aan mijn jonge voeten.

Ondanks de Vlaamse ondertoon hoor ik hier best wel veel Frans en Engels in de wandelgangen. Hoe kan het ook anders? We zijn hier in Brussel. Onze kosmopolitische hoofdstad is een mengelmoes van het oneindige en deze universiteit is daar volgens mij het beste voorbeeld van. Een universiteit is een nieuw begin en een eerste stap voor velen. Je kiest niet enkel voor een instelling, je kiest ook voor de stad waarin ze gelegen is. Diversiteit, constante beweging en een melting pot. Dat is Brussel en dat is volgens mij ook de VUB.

Deze universiteit staat op zichzelf, daar ben ik zeker van: sterk, onafhankelijk en dat met een groot democratisch gehalte. Hiërarchie zal er wel zijn; zoals in elk bedrijf dat wel is. Gelukkig is een universiteit geen bedrijf, maar een broedplaats voor de huidige en toekomstige maatschappij. Ze willen van mij een kritisch en capabel persoon maken, ik voel dat. Een academicus en een professional die een verschil kan maken. Ik ben hier student, stedeling én wereldburger. Ja, ik zie die vier jaar glunderend tegemoet. Het is een goed begin.”

Tijdens de Apollo-11 missie in 1969 maakte Michael Collins een foto van de Lunar Module (waar zijn collega’s inzaten) met op de achtergrond onze blauwe planeet. Hij was toen de enige mens, zowel levend als dood, die niet op die unieke foto stond. Het kan intrigerend, soms confronterend zijn om jezelf te zien. Niet door de ogen van iemand anders, maar door je eigen kijkers en dat van helemaal buitenaf. Het kan je een gezonde dosis bescheidenheid teruggeven. Pas als je de stap durft te zetten om afstand te nemen, om quasi niet meer met je voeten op onze aardbol te staan, pas dan ben je echt los van dogma’s, los van gevoelens en los van waanbeelden. Pas dan kan je echt zien wie je bent en kan je de vinger op de wonde leggen.

De Vrije Universiteit Brussel heeft zelfreflectie hoog in het vaandel, maar die lijkt niet altijd mee te evolueren. Ze kijkt misschien iets te veel naar de toekomst en wil de student van morgen plezieren. Het lijk alsof ze, zo nu en dan, de student van vandaag vergeet. Ze blijft hangen in haar eigen overtuiging, of we het nu goed of slecht doen; namelijk dat de VUB-way-of-doing-it wel de juiste is. Soms is het gewoon niet genoeg om in de spiegel te kijken. Soms moet je ook de spiegel in vraag stellen.