Vluchtelingen op de VUB, een no go?
Artikel gepubliceerd op 9 november 2015 om 11:55
Viviane Jonckers    
© Emily Schennach, de Moeial

De afgelopen maanden zijn vluchtelingen in grote getalen toegestroomd in België en vooral dan in Brussel. Een tijd lang konden ze logeren in het Maximiliaanpark om de lange wachttijden te overbruggen om een asielprocedure te starten. Ondertussen is dat park enkele weken geleden ontruimd. De vraag is: Waar kunnen de nieuwkomers nu terecht? “Van vluchtelingenorganisaties horen we dat opvang geen probleem is. Er is dus geen vraag naar en wij bieden het ook niet aan.” vertelt Viviane Jonckers, vicerector Studentenbeleid. Dit neemt niet weg dat de vluchtelingencrisis de VUB helemaal onbekommerd laat. 

“Als de universiteit ontwaakt, begin september, wordt in de wandelgangen gefluisterd over wat de VUB doet omtrent vluchtelingen. Zo werd een informele stuurgroep samengesteld. Bij de eerste brainstorm zijn twee belangrijke zaken naar voren gehaald: ten eerste gaan we geen dingen doen waar geen vraag naar is. We kunnen bijvoorbeeld gemakkelijk kleren inzamelen op de campus, maar er zijn al meer dan genoeg kleren in de omloop. Ten tweede moeten de initiatieven verbonden blijven met de core business van de VUB. We houden in het achterhoofd dat we een onderwijsinstelling zijn en denken na over de bijdragen die wij kunnen leveren.”

“We hebben vrijwilligers in het Maximiliaanpark gevraagd naar wat de vluchtelingen nodig hebben. Vervolgens hebben we een lijstje samengesteld van wat we willen doen. Om onze ideeën te ondersteunen gingen we op zoek naar iemand met een coördinerende functie. Een persoon die een brug kan vormen naar alle organisaties die in Brussel met die vluchtelingenproblematiek bezig zijn, zoals Fedasil, Welzijnswerk Vlaanderen, het Huis van het Nederlands, de Vlaamse Gemeenschapscommissie en noem maar op. Deze organisaties vormen het ankerpunt voor wat wij als VUB kunnen doen. Ze leveren ons de gegevens die nodig zijn om onze ideeën te realiseren. De coördinator, Koen Van den Abeele (voorzitter van Brusselse Welzijns- en Gezondheidsraad) is geselecteerd door de VUB en zal ook een loon ontvangen voor zijn verdiensten.”

De core business

“Nu, wat staat er op het lijstje. Om te beginnen willen we 100 werkdagen doneren. Concreet gaat het om mensen die door de VUB gewerfd worden, maar in plaats van voor de VUB te werken, worden ze ingezet voor een initiatief rond vluchtelingen. We willen ook 10 jobs aanbieden aan vluchtelingen. Die jobs kunnen gaan van gangen schilderen tot lesgeven.”

“We hebben beslist dat we bij onze core business willen blijven. In de eerste plaats betekent dit dat we ons richten tot jongvolwassenen, mensen van 17 tot 25 jaar, die de ambitie hebben om een studie aan te vatten of al student waren en hun studie moesten onderbreken. Het OER (Onderwijs-en examenreglement) bevat een specifiek artikel dat studenten zonder diploma de mogelijkheid biedt zich in te schrijven via een bekwaamheidsonderzoek, maar dergelijke procedures zijn ingewikkeld en vragen veel tijd. Tegenwoordig wordt dat artikel occasioneel gebruikt. Ik krijg op een jaar misschien 3 à 4 aanvragen. Met de grote toestroom verwachten we veel meer dossiers. Om dit alles vlotjes te laten verlopen, moeten we de deadlines flexibel interpreteren. We willen de vluchtelingen ondersteunen in het samenstellen van hun dossier en dit doen we door een cel te creëren van mensen die ons kunnen assisteren dergelijk onderzoek uit te voeren. Het is voor ons moeilijk om wijs te geraken uit Arabische curricula, dus zullen we mensen in aanwerven die Arabisch spreken.”

"Het is beter drie dingen goed gestructureerd aan te pakken dan in het wilde weg dingen te organiseren waar wij eigenlijk niet voor dienen."

Viviane Jonckers, vicerector Studentenbeleid

"Vervolgens willen we ons ook richten op volwassenen die reeds een diploma hebben. Dat certificaat is echter niets waard zolang het niet gelijkwaardig erkend is in België. De standaard gelijkwaardigheidsprocedure duurt maanden en dit gebeurt het op niveau van de Vlaamse overheid. Als iemand zijn diploma wil laten erkennen, dan wordt dat dossier opgestuurd naar twee Vlaamse universiteiten die de opleiding aanbieden. Zij moeten advies geven door de curricula te onderzoeken. Dit is een procedure met lange termijnen. Als ik een dergelijk dossier krijg, heb ik twee maanden om daarop te reageren. Wij zullen op de behoefte van deze mensen inspelen door een gespecialiseerd jaar aan te bieden, zodat die mensen op een jaar tijd een gelijkwaardig diploma kunnen behalen. Het is dezelfde cel die ook de dossiers onderzoekt van de studenten die hun studie hebben moeten afbreken, en die een versnelde procedure kan opstarten voor vluchtelingen die hun diploma gelijkwaardig willen stellen. Dit gebeurt door de persoon bij te staan dat dossier op te maken op zo'n manier, dat als het bij de universiteit terecht komt, het voorbereidende werk al gedaan is en het dossier snel onderzocht kan worden." 

“Dit is een idee waar we heel erg achter staan omdat het echt bij ons past. Het gaat om expertise die wij als universitaire instelling hebben en andere organisaties niet hebben. Al even belangrijk is het de vluchtelingenproblematiek op de agenda te plaatsen en bewustzijn te creëren bij Vlaamse politici, de bevolking en studenten. Dat past ook bij onze core business, want wij zijn een actor in dat maatschappelijk veld. We kunnen dat doen in de vorm van een debat op de campus waar de context van de vluchtelingencrisis en historische achtergrond aan bod komt.”

Hebben jullie al zicht op medewerkers? 
“Het eerste wat we nu gaan doen is onze coördinator op pad sturen om te zien of er echt een behoefte aan is. Als die behoefte niet bestaat, moeten we dat plan gewoon afvoeren. Als die er wel is, moet hij een situatieschets maken zodat we weten om hoeveel mensen het gaat die in een dergelijke situatie verkeren en hoeveel mensen van onze dienst gebruik zouden maken. Dan weten wij hoeveel dossiers we moeten behandelen tussen november en april en hoeveel mensen we nodig hebben. Met die informatie gaan we een task force bouwen en kunnen we mensen rekruteren. Er zijn studenten die Arabisch spreken, maar we kunnen ook vluchtelingen aanwerven om ons daarbij te helpen." 

Koen Van den Abeele heeft intussen contact genomen met verschillende organisaties en bevestigt dat er veel interesse is voor het plan, maar dat het pas concreet uitgewerkt kan worden op het moment dat vluchtelingen erkend worden. Uit cijfers van 30 september blijkt dat 23,32 % van de Syrische vluchtelingen hooggeschoold zijn. 10,7 % hebben hun studies moeten onderbreken.

Jullie leggen vooral de focus op lange termijn.
“Erkende vluchtelingen moeten vier maanden wachten vooraleer ze mogen werken. Daarom heeft het ook geen zin om volgende week al werk aan te bieden. We kunnen beter volgende week proberen uit te vissen hoe groot de behoefte is en vervolgens een goed actieplan samenstellen voor de komende maanden. Bovendien kunnen we hen opvangen via het aanbod dat we hebben aan Engelstalige vakken, terwijl ze wachten op de lange procedure. Mensen kunnen dit jaar aansluiten om hun academisch Engels te oefenen, zodat ze volgend jaar goed voorbereid kunnen starten.”

De asielzoekers zitten vandaag allemaal in de beginfase van de asielprocedure en het kan drie maanden duren voor een dossier ontvankelijk verklaard wordt. “Eens ze zeker weten dat ze mogen blijven, zullen ze verspreid worden over Vlaanderen. Dan komen ze terecht in een inburgeringssysteem, waar ze georiënteerd worden naar de arbeidsmarkt, taalcursussen en opleidingen.”, verklaart Koen Van den Abeele. “Ik denk dat we de eerste aanvragen kunnen verwachten in de eerste week van november.”

Jonckers: “Als de vraag komt over wat ze met hun diploma kunnen aanvangen, zijn wij er om op die vraag te anticiperen.”

Wafels en thee

Is er een rol voor studenten?
“We willen studenten inzetten om de vluchtelingen in Brussel te gidsen. Eens ze in een definitieve opvangplaats gestationeerd zijn, hebben ze weinig om handen en dus genieten ze wel eens van een babbel of een uitstap. We denken aan een buddy-systeem per drie of vier. We sturen de studenten op pad met een vluchteling die Arabisch spreekt, samen met iemand die ook Engels kan. Op die manier betrek je ook de mensen die geen Engels spreken. Het is een engagement dat structurele ondersteuning nodig heeft. We kunnen niet verwachten dat studenten zich aanmelden bij een asielcentrum om te vragen wie mee wil gaan wandelen. Dit faciliteren we met ons platform. Daarnaast kunnen we ook iets uitrollen op de campus om geld in te zamelen zodat de studenten de asielzoekers tijdens hun wandeling kunnen trakteren op een wafel en thee (bijvoorbeeld). Ik ben tegen het Caritasidee om in het wilde weg geld in te zamelen en uit te delen.  

We hebben een platform gecreëerd waar studenten terecht kunnen met hun initiatieven. Onze coördinator moet dat platform opvullen en aansturen. Als er studenten zijn die initiatieven voorleggen, is de kans heel groot dat de VUB lokalen ter beschikking zal stellen, maar als ze individueel activiteiten willen organiseren zoals koken op de campus voor vluchtelingen, dan zullen we daar toch twee keer over nadenken.”

“We hebben tijdens de brainstorm ook gedacht het zwembad of het voetbalveld ter beschikking te stellen, maar het zijn de mensen van het Maximiliaanpark die ons dat afgeraden hebben. Collectief busvervoer organiseren voor mensen die in de wachtstatus zitten heeft te veel juridische implicaties.”

"Ik denk dat we de eerste aanvragen kunnen verwachten de eerste week van november."

Koen Van den Abeele, coördinator
Koen Van den Abeele    
© Emily Schennach, de Moeial

Is het dan juridisch gezien onmogelijk?
“Op het moment dat ze in vooropvang zitten, zijn ze nog niet geregistreerd. Ze hebben geen enkel papier op zak. Zodra ze in de procedure zitten krijgen ze een papier waarop staat dat ze aangemeld zijn bij Fedasil en in welke stap ze zitten. Zij die nog niet aangemeld zijn, ga je niet in groepen in bussen steken en daar dingen mee doen.”

Jullie hebben in het verleden opvang geboden aan asielzoekers, waarom nu niet?
“Het is beter drie dingen goed gestructureerd aan te pakken dan in het wilde weg dingen te organiseren waar wij eigenlijk niet voor dienen. Er is geen vraag naar opvang en wij bieden het ook niet aan. Er zijn al genoeg organisaties die dat wel doen, organisaties die daarvoor dienen en er subsidies voor krijgen. Als er nu 50 studentenkamers onbezet zouden zijn binnen de VUB, is dat een ander verhaal. Maar dat is nu niet het geval.”

Heeft de hongerstaking van illegalen op de campus in 2012 invloed gehad op jullie beslissing?
“Dat heeft er waarschijnlijk ook mee te maken. We kunnen het gemakkelijk toelaten om zo positieve pers te bereiken, maar dan kom je terecht in een straatje zonder einde. Je geeft ze een tijdelijke opvang, maar dan blijven ze daar maanden tot een jaar en willen ze niet meer weg. Huisvesting is niet onze expertise en op het veld zijn er voldoende organisaties mee bezig, er slapen geen honderd mensen op straat. De ruimtes die wij hebben zoals een sportzaal of een ondergrondse parking is daar niet voor geschikt. Wonen in een garage lijkt mij ook een onmenselijke situatie.”

Toch hebben studenten van de ULB zelf het heft in handen genomen en zetten een initiatief op poten dat onderdak biedt aan vluchtelingen. Dit in samenwerking met VO (Vrij Onderzoek) en CAL (Centre d'Action Laïque). In een lokaal van CAL liggen een twintigtal matrassen. Er is een maaltijd voorzien en er zijn ook douches en internetverbinding. Studenten halen ze ’s avonds met de auto op aan het WTC en zetten ze ’s ochtends om 5.30u terug af. Dit gebeurt allemaal op vrijwillige basis. ’s Nachts doen ze ook de was en maken ze lunchpakketten klaar, die de mensen helpen de dag door te komen. Organisaties van de ULB voorzien onder andere de maaltijden en  camionetten. Nu heeft ook de VUB permissie gegeven voor een camionet, op naam van VO.

Voelt u zich geroepen een handje toe te steken? Het vrijwilligersteam zoekt Arabischtalige mensen of mensen met een rijbewijs: studiekringvo@gmail.com.