Tram 9, de gedroomde oplossing voor het mobiliteitsprobleem in Jette
Artikel gepubliceerd op 25 mei 2015 om 11:20

Goed nieuws voor studenten van het UZ die met openbaar vervoer komen: campus Jette wordt eindelijk via een tramlijn verbonden met metrohalte Simonis. Daar staan wel jarenlange werken tegenover die heel wat hinder zullen opleveren aan al wie met de auto naar campus Jette of het UZ komt.

Mobiliteitscoördinator van de VUB Rebecca Lefevere heeft het er druk mee. “Het begin van de werken geeft extra verkeershinder. En dat is te merken aan mijn inbox. Ik probeer iedereen intussen zo goed mogelijk te informeren via My.VUB.”

De nieuwe tramlijn is niet alleen goed voor studenten, maar ook voor de patiënten die nu nog met de bus naar het UZ moeten komen. Lefevere: “Er komt nu een grote ovonde (ovale rotonde, nvdr.) waar de tramlijn in komt te liggen. Er komt een rustigere uitstapplaats, die op gelijk niveau ligt, waardoor je ook met de rolstoel naar het ziekenhuis kan.”
Ook Jetse studentenvertegenwoordiger Emma Op De Beke is blij met tram 9: “Ik denk dat het een zeer goede ontwikkeling is waar we lang op hebben moeten wachten.”

Lefevere: “Het oorspronkelijke idee was om een rijbaan te behouden op de Dikke Beuklaan naar het UZ, voor zowel auto’s, bussen als nooddiensten. We hebben er op aangedrongen om twee banen te maken zodat de nooddiensten niet onnodig vast komen te zitten, maar ook opdat de bus een goed alternatief kon blijven. Voor de extra baan moest wel het trottoir worden weggehaald. Dat heeft de afgelopen dagen nogal wat problemen gegeven. Inmiddels is de doorstroom voor het openbaar vervoer en bussen weer in orde, maar voor de wagens zijn er - vooral in de avondspits - nog veel vertragingen. Elke spits wordt opgevolgd. ”

Mobiliteitsproblemen ...
Dat de campus Jette en het UZ te kampen hebben met mobiliteitsproblemen is al langer bekend. Te weinig parkeerplaatsen voor het personeel en de studenten is één van deze problemen. Studenten en personeel komen dan ook massaal met de auto. Lefevere: “Veertig procent van de studenten komt met de auto naar de campus. In Etterbeek ligt dat cijfer een stuk lager met twintig procent. Van het personeel van campus Jette komt bijna zestig procent met de auto, en bij het personeel van het UZ ligt dat cijfer zelfs op tachtig procent. We verwachten dat het autogebruik in Jette zich gelijk zal stellen met Etterbeek. De tramwerken zullen automobilisten doen nadenken en hopelijk wat meer openstellen voor openbaar vervoer of de fiets. Men heeft ook beslist om de terugbetaling van het openbaar vervoer voor het personeel van het UZ van tachtig naar honderd procent te verhogen.Voor het VUB-personeel geldt dat al sinds 2003.”
 

Dat tram 9 er nu toch komt, mag een klein politiek wonder worden genoemd.

Ook studenten ondervinden deze mobiliteitsproblemen al langer, zoals studente Ashley Welch. “Het verkeer in de omgeving van de campus is altijd al een probleem geweest. Tijdens het spitsuur kan je er soms al een halfuur over doen om tot aan de ring te geraken. Met de werkzaamheden heb ik er deze week een uur over gedaan. Vroeger kwam ik met de bus, maar dan was ik makkelijk twee uur onderweg naar huis, terwijl dat met de auto buiten de spitsuren maar een kleine twintig minuten is. Met de fiets iedere dag naar de campus te komen kost anderhalf uur en met het wisselvallig weer in België is dat zeker niet altijd een alternatief.

... en oplossingen 
Het is te gemakkelijk om te zeggen dat er een mentaliteitsverandering moet komen bij studenten en personeel. “De meeste mensen die met de auto komen, wonen eigenlijk in de buurt”, zegt Lefevere. “Hoe dichter je bij je werk woont, hoe voordeliger het is om met de auto te komen. De Brusselaars nemen vooral de MIVB, maar de mensen die in de Vlaamse Rand wonen nemen de wagen omdat je voor een afstand van vijftien of twintig kilometer beter een auto neemt dan het openbaar vervoer. Met de trein moet je immers afstappen aan Brussel-Noord en dat brengt een hele omweg met zich mee. Het tracé van het GEN (Gewestelijk Expresnet, nvdr) zou perfect zijn voor mensen in de Rand. Er zijn al een aantal GEN-treinen, zoals de lijn Jette-Dendermonde. Ook het doortrekken van de tramlijnen van De Lijn tot Brussel zou een oplossing kunnen zijn voor Jette.”

Om de verkeersdruk te verlagen heeft de VUB ook zelf maatregelen genomen. “De lesuren beginnen in het nieuwe collegejaar pas na negen uur. Daarnaast komt er hoogstwaarschijnlijk een afstandsparking op het Researchpark in Zellik. Daarvoor verwachten we elk moment de toelating. Studenten en personeel kunnen daar hun auto parkeren en dan te voet of met de fiets naar de campus komen. Men kan eigenlijk het beste met het openbaar vervoer komen. De MIVB gaat ook zijn dienstregeling aanpassen en eventueel meer bussen inzetten mocht het nodig zijn. En we hopen vooral dat meer studenten en personeelsleden de fiets zullen nemen. Er komt vanaf deze zomer ook een fietshub op de campus waar je je kunt douchen na een lange fietstocht. Ook komen er lockers waar je fietskledij kunt bewaren.”

Ook de studenten denken na over een alternatief voor de auto. Studente Sylvia Faict: "Ik nam gewoonlijk de auto vanuit Asse, omdat dat toch nog steeds sneller is: twaalf minuten zonder file. Als ik tijdens de werkzaamheden naar de campus moet, zal ik met de trein komen. En misschien als het droog blijft zelfs met de fiets.” Ook Welch zoekt naar alternatieven: “Ik ben nu wel een oplossing aan het zoeken om ergens mijn auto te kunnen achterlaten en een stukje te voet of met de fiets te doen. Mijn oma woont in Wemmel en dat zou misschien nog een oplossing zijn, hoewel de moed om te fietsen ver te zoeken zal zijn als het pijpenstelen regent.”

De werken worden in drie fasen opgesplitst. De eerste fase van de werken ging op 11 mei van start. Dit betekent dat er nu enkel nog eenrichtingsverkeer is tussen het kruispunt met de Romeinsesteenweg en de afrit Jette (vanuit Asse). De campus Jette kan enkel verlaten worden via het rondpunt aan de horecazaak Bibitor. Het tweede deel start in 2016 en omvat het middelste deel van de Dikke Beuklaan. Op dat moment is de hoofdingang enkel bereikbaar via de Bibitor. Het laatste deel van de werken aan de Dikke Beuklaan tot de Bibitor starten in de zomer van 2017. Na deze werken zal de tram in 2018 tussen Simonis en het UZ kunnen rijden. Het zal nog tot 2020 duren voordat je met tram 9 van het UZ naar de Heizel kunt reizen.

Dat de tram er komt, mag een klein politiek wonder heten. Al meer dan twintig jaar wordt er gesproken over een goede verbinding naar het UZ. Het eerste idee om de metroverbinding vanaf de Heizel door te trekken naar het UZ bleek te duur te zijn. Opvallend, want de twee andere Franstalige ziekenhuizen hebben wel elk een eigen metrohalte. De verbinding krijgt zo meteen een communautaire dimensie. 

Al in 2003 begon toenmalig Brussels minister van Openbare Werken Jos Chabert (CD&V) met zoeken naar alternatieven voor de metro. Al snel bleek dat een tramlijn van Simonis naar het UZ de beste oplossing was. Een metrolijn trekken van Simonis naar het UZ zou immers 300 miljoen euro kosten. Het lukte minister Chabert niet om de nieuwe lijn erdoor te krijgen, maar de onderhandelingen werden overgenomen door zijn opvolger minister Pascal Smet (SP.A). De tramlijn werd in de tussentijd omgedoopt van de oorspronkelijke lijn 10 naar tramlijn 9. Er liep in de jaren ’70 immers ook al een tramlijn 9.

Vooral het protest van de bewoners en handelaars van Jette zorgden voor uitstel. Er was veel gesteggel over de loop van de tramlijn: moest die over de Jetselaan en Tentoonstellingslaan of over de Poplimontlaan in Ganshoren lopen? In 2008 meldde Smet dat de tram vanaf 2012 over de Jetselaan zou rijden. Dat bleek een te optimistische voorspelling. Het uiteindelijke gunstige advies voor de tramlijn kwam er pas in 2013 onder de op dat moment bevoegde minister Brigitte Grouwels (CD&V).