Vergankelijke glorie
Artikel gepubliceerd op 25 mei 2015 om 11:10

19 november 2027. Ed parkeert zijn fiets in de chaotische stalling in de tuin van de Schoofslaankoten en baant zich een weg langsheen de plassen en modderpoelen die de VUB-campus in Etterbeek teisteren. Makkelijk was dat, alles afbreken. De plannen voor de grootse nieuwbouw aan de Triomflaan lagen klaar, het KultuurKaffee en de campuskoten werden gesloopt, de bodem werd uitgegraven en bezwaard met nieuwe funderingen; maar vandaag heerst troosteloosheid. De nieuwbouw is een vergeetput die snakt naar gedempt worden.

Ed was voorbereid. Dit is niet de tijd van het jaar om in je paasbest naar de universiteit te komen. Oude sneakers en een gerafelde spijkerbroek volstaan wel. Hij gaat sowieso niet vaak. Als student politieke wetenschappen hoeft hij er slechts enkele methodologische werkcolleges bij te wonen. Sinds de VUB zijn alliantie met de UGent dusdanig versterkte, zijn quasi alle humane wetenschappen in de feiten opgedoekt.

De klassieke hoorcolleges bestaan niet meer voor Ed. Hij zou daarvoor naar Gent moeten. Gelukkig heeft de VUB in de samenwerkingsovereenkomst kunnen bedingen dat Gent alle hoorcolleges opneemt en beschikbaar stelt aan VUB’ers. De VUB betaalt naar verhouding voor de opnamekosten, afhankelijk van hoeveel VUB’ers geregisteerd zijn. “Je gelooft het niet, maar het komt de VUB beter uit als er weinig studenten UGent-vakken volgen”, zei een praktijkdocent ooit aan Ed. “Kost hen minder.”

Heeft natuurlijk ook te maken met het tekort op het budget voor studentenvoorzieningen, denkt Ed. Wanneer hij voorbij de Resto loopt, zijn de ramen volgeplakt met promoties. Twee maaltijden voor slechts 15 euro!!! Geen gewiekste grafische vormgeving die hier aan te pas kwam, gewoon de letters ingetikt in de tekstverwerker en op ‘print’ geklikt. Vijftig exemplaren, alstublieft. Uitroeptekens hebben nog nooit zo symbool gestaan voor opperste paniek.

Ed weet al lang niet meer hoe het allemaal begonnen is. Hij zat in ieder geval nog in de lagere school en hoorde verhalen van zijn vader, professor aan de VUB. Ed maakt deel uit van de eerste generatie crisiskids. Oftewel: de generatie die opgroeit in een aaneenschakeling van kleine en grote crises en nooit geweten heeft wat het is om in niet-crisistijd te leven. Crisis van persoonlijke, economische, financiële soorten. Het zal allemaal wel, denkt Ed. Het valt toch best mee? Wat je nooit hebt gehad, kun je ook niet missen.

In ieder geval herinnert Ed zich zijn vaders verhalen over de inschrijvingsgelden. Moesten omhoog, alweer. De financieel-economische crisis van het eerste decennium van deze eeuw is nooit echt gestopt. Tot de dag van vandaag is budgettaire gestrengdheid de norm in de politiek. “Als je de publieke sector steeds maar doet vermageren, dan gaan ze lijden aan anorexia”, zei zijn vader ooit. Wat volgt is een kwaad betoog over rechtse regeringen, het schandaal van de stijgende armoedecijfers en de overheid die zich niet mag beperken tot het faciliteren van de privésector. Ed weet het wel: I am white and middle class. Gelukkig maar.

Ach, zijn vader. Heeft Ed zelf naar een katholieke school gestuurd, aangezien de kwaliteit in de publieke scholen te wensen overliet. Dat vindt Ed niet zo consequent. Hij vroeg zijn vader er ooit naar: “Voor je eigen kinderen wil je enkel het beste. Maar voor de rest staat dat mijn wereldbeeld niet in de weg.”

Ed dus naar een katholieke school. Daar heerst strengere tucht dan in de staatsschool. Leerkrachten worden er beter betaald, van leerlingen worden hogere standaarden verwacht. Gevolg: Ed kreeg schoon genoeg van de katholieken en wilde naar Brussel. Waarom wil jij naar de VUB, Ed? “De VUB is vrijzinnig”, luidt het antwoord. Wist hij veel dat de VUB in deplorabele staat verkeert.

Ed was een van de vierhonderdachtenzeventig nieuwe studenten toen hij aan de VUB begon. Eerste taak van facilitair belang: een kot vinden. Met zijn moeder een rondleiding in de VUB-koten aan de Schoofs- en Nieuwelaan. Enkele koten opgekalefaterd, maar het verval was reeds onherroepelijk ingezet. Losse tegels, afgetrokken behang in de gang, door kalkaanslag verdorde douches, de geur van urine overal. Amper nog personeel voor het onderhoud.

Eds moeder stelde haar veto: geen VUB-kot, want te vuil voor haar zoon. Optie twee: zoeken in de buurt van de campus. La Chasse, Flagey, Kroonlaan, Cimetière. Alles verhuurd aan ULB-studenten. Sinds de samensmelting van de Franstalige en Vlaamse kotendatabase is elk degelijk kot in de eerste week van de paasvakantie verhuurd. Slim van die Franstaligen: de ULB was de politieke patstelling beu terwijl het haar kotentekort exponentieel zag stijgen. Van 5.000 in 2012 naar 7.000 in 2018 tot 11.500 in 2024, het laatste officiële cijfer. Geen kans om in zuidelijk Brussel een kot te vinden. Dan maar naar het centrum.

I am white and middle class, ik weet het wel, denkt Ed. Het is altijd zijn geluk geweest. De kotenmarkt in het centrum is platgebombardeerd door privé-ontwikkelaars die minstens 700 euro per maand vragen voor een kamer. Als huisbaas heb je immers een kotencertificaat nodig. Verplichte poetsvrouw, minstens twaalf vierkante meter, trappengang van minstens een meter breed, een raam van twee vierkante meter. Sommige stoutmoedige kotbazen, die van de oude stempel zonder pak en das, bieden hun kamers nog wel aan. In totaal zijn er amper veertig kotencontroleurs voor het hele gewest, maar een boete voor het aanbieden van koten zonder label kan oplopen tot 40.000 euro. Eieren kiezen voor dat geld, denken velen dan ook.

Eds kamer kost 650 euro per maand – een koopje. Eigenaar is zo’n grote privémakelaardij. “Het is wel veel geld, Ed”, zei zijn moeder. Dat ze hem dan toch in een VUB-kot moest laten wonen. Geen sprake van. “Maar onder één voorwaarde: je doet vier jaar over je studie, niet langer. Anders moet je maar gaan lenen.” Ed was dankbaar. Zijn ouders zaten er warmpjes in en vrijwel al zijn vrienden moesten een studielening afsluiten. Ed niet. Geen molensteen. I am white and upper class, ik weet het wel, denkt Ed.

Toen Ed zijn contract tekende op het hoofdbureau van de makelaardij, was hij verguld. “Drie maanden waarborg is gelijk aan 1950 euro, plus 700 euro administratiekosten plus de eerste maand huur maakt samen 3300 euro, te storten op onderstaande rekening. Proficiat met uw studentenkamer, meneer, en laat dat attest van gezinsinkomen maar op tafel, ja. Tot genoegen, meneer.” Een eigen kot, en ik heb zelf het contract getekend. Ik ben eindelijk een man, dacht Ed.

Ed woont samen met studenten en alleenstaande expats. Toffe kerels, die expats. Allemaal vrijgezel en net iets ouder dan Ed, kunnen zuipen als de beste en brengen de knapste meisjes mee. Eén van hen, Jeremy, heeft Ed onlangs verteld waarom hij eigenlijk voor een studentenkamer heeft gekozen. “Ik ben Parijs en Londen gewoon, dit is luxe voor geen geld. Ik kan zelfs sparen! Moet je mij eens de twintigers op straat zoeken die dat ook kunnen. Niet dat ik spaar, trouwens. Ik leef te graag.”

Tijdens de videoles Bestuurskunde van een paar weken geleden had de professor het over  publiek-private samenwerkingen, hoofdstuk zeven. “Het leegstandsrisico is meestal voor de overheid.” En er gaan steeds minder studenten op kot … tel uit je leegstand.

Wie wil er nu ook nog op kot? Eds ouders vonden de verzelfstandiging van hun kind een belangrijk doel, maar zij verkeren natuurlijk ook in de positie om zich dat doel te kunnen veroorloven. De treintarieven zijn afhankelijk van het aantal zones dat je doorkruist en de verschillende spoorbedrijven die je achtereenvolgens vervoeren. Een bus nemen duurt uren en een metroabonnement, nou ja, een metroabonnement. Goedkoper om de kroost thuis te houden en in de buurt op hoger onderwijs te sturen, zeker als zij niet meer naar de les hoeven maar de les tot bij hen komt.

Ed schuifelt verder richting Aula Q. Alle lessen in de namiddag waren opgeschort en de rector had een belangrijke mededeling. Heel belangrijk, als hij de e-mail moest geloven die, volgens de aanhef, naar de hele VUB-gemeenschap was verstuurd. Ed nam plaats en om iets over twee kwam de rector binnen, met achter hem de stoet decanen. Twee persfotografen lieten hun camera’s flitsen. Ed herkende één van hen. Zij liep weleens rond op de campus.

“Beste VUB’ers. Ik heb een belangrijke mededeling voor jullie. Staat u mij toe om eerst de aanleiding, of beter de druppel die de emmer deed overlopen, van onze gezamenlijke beslissing uit de doeken te doen. Vanochtend heeft de rechter in kort geding beslist dat onze jaarlijkse optocht in het kader van Sint-Verhaegen, St V, niet mag doorgaan. De handelaars op de Zavel hebben aan het langste eind getrokken. De stoet zou teveel hinder veroorzaken en de veiligheid is, na het dodelijke slachtoffer van vorig jaar, niet meer gewaarborgd.”

“Dames en heren, beste VUB’ers, de centrale academische overheid van onze universiteit heeft, op mijn initiatief maar niettemin eendrachtig, beslist dat de Vrije Universiteit Brussel zal ophouden te bestaan.”

In de secondelange stilte die volgde weerklonk enkel het gezoem van een sputterende lichtspot.

“Het vastgoed dat niet op onze campus ligt, zullen we verkopen. Samen met de volledige besparing van het centrale niveau, zal er zo voldoende financiële ademruimte zijn voor het verenigd onderwijzend personeel, aan wie al deze gelden  overgemaakt worden. Via zelforganisatie en met medezeggenschap van de studenten ligt de toekomst van de nieuwe universiteit en opvolger van de VUB in hun handen. Deze middelen stellen hen in staat om minstens tien jaar financieel onafhankelijk te blijven.”

“Wij maken ons sterk dat dit onderwijs, dat op vrijzinniger leest als ooit tevoren geschoeid zal zijn, wereldwijde vermaardheid zal opleveren. Wij zijn ervan overtuigd dat deze beslissing later niet als ‘uniek’ de geschiedenisboeken zal ingaan, maar als ‘baanbrekend’. In diezelfde geschiedenisboeken zal geschreven staan dat de nieuwe universiteit komaf maakte met al de dogma’s, lieve vrienden, waarvan wij gezworen hebben ons er nooit aan te onderwerpen. Het wordt tijd dat wij de daad bij het woord voegen.

“De onderfinanciering van het onderwijs is niet draaglijk meer. Wij hebben richtingen moeten opdoeken, personeel moeten ontslaan. Wij hebben onze humane wetenschappen aan de UGent moeten onderbrengen. Onze rechtenfaculteit en Solvay kunnen maar voortbestaan bij de gratie van privé-investeringen. Studenten verkiezen, of worden quasi verplicht om de hoorcolleges via internet te volgen. Het leven op de campus is uitgestorven. De fondsen voor onderzoek zijn slechts beschikbaar voor zover onmiddellijke wetenschappelijke of economische meerwaarde bewezen is. Degelijke studentenhuisvesting is onbetaalbaar voor de student en onrealiseerbaar voor de universiteit. Wij hebben alles gedaan om het tij te keren. Wij hebben geslikt, zijn verzwolgen en verstikt. Wij hebben te lang niets gedaan. Wij omarmen onze zelfbeschikking. De VUB zal vrijzinnig zijn of zal niet zijn. Wel, ze zal niet zijn. Niet meer.”

“De VUB is dood, leve de nieuwe universiteit.”

Ed krabde een kriebel onder zijn kin weg. Hij hoorde hoe de aula, slechts voor de helft gevuld, zich te geremd voelde om de spreuk te herhalen, maar wel een applaus inzette. Steeds heftiger. Na een minuut stond iedereen recht, nog steeds handenklappend. De rector klapte, de decanen klapten. Iedereen klapte. Ed klapte. De nieuwe universiteit werd geboren, op 19 november 2027, en Ed was erbij. Voor de eerste keer zou hij iets wezenlijks kunnen missen als het er niet meer was.