Op stap met Egide: in Matonge naar de kapper
Artikel gepubliceerd op 4 mei 2015 om 09:24
Matonge    
© Cyril Plapied / Flickr

Het zonnige weer in de lentevakantie bracht de zomer in mijn bol. En bij zomer in je bol hoort een nieuwe coup, oftewel, de wintervacht moet vervangen worden door een zomervacht. Ik heb niet het idee dat, net als bij sommige dieren, mijn haar zichzelf omtovert tot een warm-weerbestendig kapsel, dus moet ik de hulp inroepen van een kapper. Ik had nog geen vaste stek hiervoor in Brussel, maar nu wel, na een uitstapje naar Matonge.

Ik moet bekennen dat ik nog maar zelden bij een kapper ben geweest. Dit betekent niet dat mijn haar tot aan mijn enkels reikt, maar tot een jaar geleden liet ik mijn haar knippen door mijn moeder. Zij is hier redelijk goed in en zo kon ik een bezoek aan mijn ouderlijk huis gemakkelijk combineren met een knipbeurt. Daarnaast vraagt zij in tegenstelling tot kappers geen geld voor deze klus, met als gevolg dat ik kappers altijd belachelijk duur vind. Voor meer dan 10 euro wil ik mijn haar eigenlijk niet laten knippen.

Door mijn geringe ervaring vind ik het bezoeken van een kapper gek genoeg ook altijd een beetje spannend. Naar de kapper gaan is iets dat buiten mijn comfort zone ligt. En als er iets is dat ik graag doe, dan is het wel in mijn comfort zone zitten. Maar goed, om te voorkomen dat ik als een eenzaam en behaard wezen eindig én om iets van de wereld op te steken, heb ik inmiddels wel begrepen dat het zo nu en dan verstandig is om je vertrouwde omgeving te verlaten en een bezoek aan de kapper te brengen. En als je deze zone dan verlaat, kan je dat het beste in extreme mate doen, zodat je er nog het meest van opsteekt en je je comfortabele omgeving uitbreidt.

De grootste kappersketen van België, Olivier Dachkin, is daarom geen optie: te gewoontjes. Daarnaast heeft deze kapper sowieso niet mijn voorkeur. Ten eerste moet ik er meer dan tien euro betalen, maar nog erger, vorig jaar heeft Olivier zijn personeel verboden om over politiek te praten met zijn klanten; als student politieke wetenschappen vind ik dat stom.

Een andere, letterlijke keten van kappers bevindt zich in de monumentale galerij van Elsene. Gelegen in de Afrikaanse wijk Matonge is hier een ware kappersstraat ontstaan. Als ik bezoek heb, leid ik zonder uitzondering mijn gasten door deze interessante wijk van Brussel. Trots kan ik dan laten zien in wat voor een internationale en veelzijdige stad ik wel niet studeer. En na de krampachtige Europese wijk, is deze buurt een verademing en een prachtige manifestatie van stedelijkheid, geur, kleur en cultuur.

Sinaasappels en Pinda's

Tenminste één keer was het een groot succes, toen ik een van m'n gasten dolgelukkig kon maken met Afrikaanse Fanta. Deze is zoeter en donkerder oranje. Dat de Fanta orange zoals wij die kennen zuurder en eerder geel van kleur is, heeft te maken met onze associatie van sinaasappels, zo lees ik op de facebookpagina van Fanta als antwoord op een vraag van een andere liefhebber van de buitenlandse variant. Klaarblijkelijk eten wij deze vrucht onrijp in West-Europa. Een interessant gegeven vind ik dat. Net zoals sinaasappel staat voor China-appel, verwijzend naar het land van oorsprong van deze vrucht.

"Een beetje hetzelfde als nu, maar dan een stuk korter."

Maar goed, ik dwaal af. Ik moest naar de kapper. Maar voordat ik de haarartiesten in Matonge ga uitproberen, maak ik een ommetje langs de Lang-Levenstraat. Dit geinige straatje met mooie naam herbergt een aantal Afrikaanse restaurants en geeft mij een waar vakantiegevoel. Ik waag mij hier aan een Congolees gerecht: kip moambe geserveerd met rijst. Het bestaat uit een gebraden of gestoofde kip, dat weet ik niet precies, een bak pindasaus en voor de liefhebber erg hete sambal om het geheel van een extra smaakdimensie te voorzien. Erg onder de indruk was ik niet van het gerecht, moet ik zeggen. Op de pindasaus na dan, die was voortreffelijk.

Een medegast van het restaurant weet me te melden dat de kokkin uit Senegal komt. En als ik hem moet geloven was Senegal het eerste land dat pinda's exporteerde. Kijk eens aan, als het waar is, kan ik dit in hetzelfde rijtje van interessante weetjes voegen als die van de sinaasappel. Nu ik toch in gesprek ben met de man vraag ik of hij weet of ze zich ook aan blonde haren wagen bij de kappers hier om de hoek. “Ah, u wilt naar de kapper?”, reageert de man enthousiast in z'n beste Engels. “Natuurlijk knippen ze ook uw haar”, verzekert hij me, gevolgd door een advies naar welke zaak in de galerij ik het beste kan gaan.

Japanse cartoon

De aanwijzingen van de man opvolgend, begeef ik me richting de kapper in kwestie. Bij de ingang van de galerij staat een jonge gast die de geluiden “pssst … pssst …” uit z'n mond doet klinken en met een knikje en opgetrokken wenkbrauwen m'n aandacht probeert te trekken. Of ik wat nodig heb, doelend op ingrediënten voor een pretsigaret. Ik moet hem teleurstellen en zeg dat ik op weg ben naar de kapper.

Het zaakje dat mij was aangeraden zag er degelijk uit en richtte zich gelukkig op heren. Ik stap naar binnen en vraag of ik hier mijn haar kan laten knippen. Dat kon zonder twijfel en hoewel er nog vier mensen in de zaak zitten (van wie ik dacht dat ze aan het wachten waren op hun knipbeurt) kan ik direct plaatsnemen op een zojuist vrijgekomen stoel. De kapper, met stijlvol hoedje op z'n hoofd, vraagt of ik Frans spreek, maar tot mijn spijt moet ik hem meedelen dat ik alleen Engels en Nederlands kan. Dat spreekt hij dan weer niet en met wat handgebaren en een mix van Franse en Engelse woorden vraagt hij hoe ik mijn haar geknipt wil hebben. “Een beetje hetzelfde als nu, maar dan een stuk korter”, is mijn antwoord. “Dus wat korter aan de zij- en achterkant en wat langer bovenop m'n hoofd”, licht ik toe.

Hij roept z'n collega erbij omdat die een woordje Engels verstaat. Ik leg het nogmaals uit, maar voor de zekerheid schuiven ze toch een modellenboek onder m'n neus. Dit boek staat vol met de meest interessante kapsels. Maar m'n haar in vlechtjes met kraaltjes, of gemillimeterd met een bliksemschicht boven m'n oren is niet echt hetgeen waar ik naar op zoek ben. Op één van de laatste bladzijden zie ik dan toch een kapsel dat mij nog enigszins mogelijk lijkt om te fabriceren. Ik wijs het plaatje, dat nog het meeste weg heeft van een Japanse cartoon, aan en maak duidelijk dat hij dat mag proberen, maar dan iets minder excentriek. Dat moest wel lukken en de tondeuse lijkt hem het beste instrument om het eindresultaat te bereiken. Met grote happen wordt vervolgens mijn hoofd ontdaan van een groot gedeelte van mijn haar. Hij gaat gepassioneerd te werk en ik heb er alle vertrouwen in dat het helemaal goed gaat komen.

Kopje thee

Enigszins lost in translation proberen we een gesprek te voeren, maar al snel blijkt dat mijn Frans en zijn Engels van een te belabberd niveau zijn zodat het ons beter lijkt te zwijgen. Kan ik alsnog niet over politiek praten. Gelukkig betekent dit niet dat het hierdoor muisstil is in de zaak, integendeel. De vier jongeheren die ik voor klanten had aanzien, blijken van het gezelligheidscomité te zijn en houden iedereen in de zaak aan het lachen, terwijl zij druk met elkaar praten in een taal die ik al helemaal niet ken.


© Fabonthemoon / Flickr

Dit maakt mij nieuwsgierig. “Isi kelleuh... languwee?”, vraag ik terwijl ik met mijn wijsvinger een cirkeltje in de lucht maak. “Lingala”, luidt het antwoord. Dat kon ik nog altijd niet plaatsen en dat zag de gastheer waarschijnlijk aan de uitdrukking op mijn hoofd. Hij voegt eraan toe: “Language of Kinsasha, Congo!” Leergierig als ik ben, vraag ik wat Hoe gaat het? in zijn taal is. Het antwoord bevat echter een klank die ik maar moeilijk kan onthouden. Het woord voor 'dankjewel' is gelukkig wel uit te spreken: Melesi!

Ook de muziek die door de speakers klinkt, heeft haar tekst in deze taal, denk ik. Dit leent zich daarom perfect voor een mama-appelsap. Onder begeleiding van de prachtige Congolese manier van gitaarspelen, Soukous genaamd, en een bubbeling beat luidt de tekst van één liedje toch duidelijk: “Wie wilt er kopje thee?/Wie wilt er kopje?/Waaaah, koooopje théééé!” Het volgende nummer was volgens mij een ode aan de Afrikaanse Fanta.

Magisch poeder

Kijkend in de spiegel stemde het naderende eindresultaat mij positief en genietend van de muziek droomde ik weg naar tropische oorden, totdat ik abrupt werd opgeschrikt door een stekende pijn in mijn nek. De tondeuse nam het gladscheren van mijn nek iets te letterlijk en had naast mijn haar ook een stukje moedervlek meegenomen. De evenzeer geschrokken kapper tovert snel met zijn wijsvinger een wit poeder tevoorschijn en dept dit op de plaats delict. Wonder boven wonder stopt het bloeden en verdwijnt de pijn als sneeuw voor de zon. Een bijzonder goedje, dat wit spul.

Het resterende knip- en scheerwerk verloopt zonder incidenten en terwijl er een spiegel achter me wordt gehouden, knik ik instemmend en gooi ik alle Franse woorden die ik ken voor mooi, goed en perfect eruit om aan te geven dat ik tevreden ben met mijn nieuwe coup. Een kam brengt mijn haar in een model en vervolgens word ik in een wolk van haarlak gezet en wordt m'n hele gezicht gepoederd met het goedje dat eerder zijn dienst had bewezen bij het moedervlekincident. Ik betaal de afgesproken tien euro, bedank de heren van het gezelligheidscomité voor de goede sfeer en neem afscheid van mijn kapper door de hand te schudden. “See you next time”, klinkt het nog door de zaak als ik de deur achter mij dichttrek.

Content over het eindresultaat, de schappelijke prijs en de goede ontvangst, maar een beetje high van de haarlak, het magische poeder en de tropische muziek, trip ik, al wandelend richting de uitgang van de galerij, weer rustig mijn comfort zone binnen. De lefgozer bij de ingang herkende me met mijn nieuwe hipster-coup waarschijnlijk niet meer en biedt opnieuw zijn koopwaar aan. Maar ik ga al lekker en bedank hem daarom vriendelijk: No melesi!