Café zonder bier en sociale media
Artikel gepubliceerd op 4 mei 2015 om 09:23

De stemming is bedrukt in het Café. Een vooraanstaand sociaal-democraat heeft zichzelf net om het leven gebracht nadat diezelfde ochtend bekend was geraakt dat er een strafklacht voor verkrachting boven zijn hoofd hing.

Beduusdheid verandert er plots in afgunst wanneer een hoge heer, volgens zijn op de borst gespelde naamkaartje werkzaam bij een supermarktketen gespecialiseerd in hoge heren, zijn tafel beklimt en binnen de limiet van honderdveertig tekens iets brult in de trant van Beter dood dan rood! De cafégasten haasten zich om op hun beurt het eigen tafeltje te bespringen en de hoge heer te overladen met pek en veren.

Maar de rust keert niet terug in het Café. Niet veel later stommelt de enkele jaren eerder ontslagen professor Stemmenkampioen binnen. “Ik wil er niks mee zeggen, maar kijk eens wat een decaan aan de loge-unief durft te vertellen in de Bar met het onbeperkt aantal leestekens!” Hij legt een letterlijk verslag van het betoog van de decaan op de toog, draait een halve pirouette en zoekt zelfvoldaan de deur terug op.

Het Café staat op zijn kop wanneer het verslag wordt doorgegeven aan het oneindig aantal tafeltjes. Aanwezige feministen dralen niet. Quasi unisono roepen ze luid om het ontslag van de decaan. Ook de journalisten ruiken iets dat kan leiden naar een bezigheid tijdens de uitoefening van hun beroep. Discreet schuimen ze de tafeltjes af, luisterend naar de verhalen van studentes en oud-studentes over de loge-unief en de seksistische decaan.

De herrie in het Café neemt alsmaar toe, en allen schreeuwen ze naar de loge-universiteit, die natuurlijk eveneens aan een eigen tafeltje zit. Tik-tik-tik, zo kondigt zij met een lepel tegen het wijnglas de officiële verklaring aan. Wat de decaan uitbraakte in het Café met het onbeperkt aantal leestekens is niet zo netjes, zo zegt de loge-unief, maar wat een decaan in dat café zegt, stemt niet per se overeen met het standpunt van de hele universiteit. Toen die verklaring nog meer trammelant veroorzaakte, trommelde de unief haar eigen rector op om de decaan, die overigens net als de rector nog nooit een voet in het Café gezet had, op de vingers te tikken.

Zou dat de herrie kunnen stoppen? Alleszins niet als het aan de onderzoeksjournalisten ligt. Zij snellen naar de Bar met het onbeperkt aantal leestekens en vinden aan de muur van de mannen-wc nog talloze andere, met viltstift opgetekende uitspraken van de decaan, kris-kras verspreid boven de verschillende urinoirs. Sommige uitspraken dateren van jaren geleden, maar hebben wel een lading die volgens de journalisten niets aan de verbeelding overlaat: het vrouwenbeeld van de decaan stemt niet echt overeen met dat van de doorsnee decaan. Daar kunnen de journalisten wel wat mee.

Slechts aan één zekerheid werd niet getornd.

De journalisten zakken weer af naar het Café en als hun staaltje onderzoeksjournalistiek aan de andere cafégangers bekend wordt, is het helemaal poppenkast. De feministen pakken pen en papier, stellen een petitie op die nogmaals hun standpunt moet duidelijk maken: de decaan dient ontslagen te worden.

Opnieuw krijgt de loge-unief het hele Café over zich heen. De rector is intussen op vakantie en een nieuw blitzbezoek zit er dus niet meer in. Na contact met de rector verklaart de loge-universiteit dan maar zelf dat het de decaan berispt en dat nader onderzoek zal volgen.

Tijdens de dagen die volgen neemt het spektakel in het Café met het beperkt aantal leestekens niet af, wel integendeel. Een journalist, zelf werkzaam aan de loge-universiteit en zelfverklaard lastpost, slaagt erin om de ontslagen professor op zijn wenken te bedienen door zelf over de loge te beginnen, het complotdenken niet schuwend. Een liberaal Vlaams parlementslid, met een familienaam die de hoofdstad verraadt en net als de decaan lid is van de raad van bestuur van de loge-unief en dus zijn collega-bestuurder is, toetert rond dat de decaan twintig jaar geleden al het varken kon uithangen, nog steeds misogyne trekjes heeft en dat zij bovendien niet overdrijft. Een kale strafpleiter en alumnus, vermaard procedurevechter en zoon van een oud-tv-baas, brabbelt dat wat de decaan gezegd heeft, zijn eigen vrijheid van mening is, heeft het dan over Charlie Hebdo en slaagt er zelfs in om Poincaré erbij te sleuren.

Toen ten langen leste de decaan zelf zijn ontslag indiende, ging de storm liggen. Heel af en toe beklom een feministe nog eens haar tafeltje, of hamerde een studente op het bestaan van vieze verhalen die zij, indien niet zelf meegemaakt, van horen zeggen had.

Ja, er was die dagen nogal wat commotie, in dat Café met het beperkt aantal leestekens. Slechts aan één zekerheid werd niet getornd: als Jean-Marie Dedecker van wal steekt, loopt het café leeg.